Regeling van de Minister van Economische Zaken van 9 november 2024, nr. WJZ/ 86535155, tot vaststelling van regels met betrekking tot de aanvraag en veiling van vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep (Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen niet-landelijke commerciële radio-omroep 2024)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-11-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3.11 van de Telecommunicatiewet, en de artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Beschikbare pakketten en vergunningen

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn de volgende vergunningen beschikbaar om op grond van deze regeling te worden verdeeld:

Hoofdstuk 2. Aanvraagfase

§ 2.1. Eisen aan de aanvraag en de aanvrager

Artikel 2.1. Indiening aanvraag
1.

Degene die voor een vergunning in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in bij de minister.

2.

De aanvraag wordt uiterlijk ontvangen vóór 16:00 uur op de laatste dag van een periode van acht weken na de inwerkingtreding van deze regeling, waarop artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet, van overeenkomstige toepassing is:

3.

De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vindt in de genoemde periode plaats op werkdagen tussen 10:00 uur en 12:00 uur of tussen 14:00 uur en 16:00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

4.

Voor aanvragen die worden ingediend op de wijze, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, geldt als tijdstip van ontvangst het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen door de e-mailserver van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur.

Artikel 2.2. Aanvrager is rechtspersoon

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

Artikel 2.3. Toestemming Commissariaat voor de Media

De aanvrager beschikt over toestemming als bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 2.4. Geen faillissement, surseance van betaling of homologatie onderhands akkoord
1.

De aanvrager:

2.

Met de eisen van het eerste lid worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 2.5. Vorm en inhoud aanvraag
1.

Een aanvrager dient ten hoogste één aanvraag in.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid worden verbonden rechtspersonen tezamen als één aanvrager gezien.

3.

In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen die ieder zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

4.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 1 opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

5.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden die zijn opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

6.

De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

7.

In afwijking van het zesde lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits gegevens en bescheiden die niet in de Engelse taal zijn gesteld vergezeld gaan van een Nederlandse vertaling.

8.

Een aanvraag die wordt ingediend op de wijze, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onderdeel a, wordt:

9.

Indien de verklaring van de notaris, bedoeld in bijlage 1, wordt verstrekt op de wijze, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onderdeel a, wordt de verklaring van de notaris voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening.

Artikel 2.6. Informatieplicht aanvrager

De aanvrager informeert de minister uiterlijk binnen vijf werkdagen per aangetekende post op het adres, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onderdeel b, of per versleutelde e-mail of e-mail over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 2.5.

§ 2.2. Zekerheidstelling

Artikel 2.7. Zekerheidstelling door de aanvrager
1.

De aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod:

2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot en met:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.