Regeling van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 22 november 2024, nr. WJZ/89410470, houdende specifieke uitkeringen aan provincies ten behoeve van de beëindiging van veehouderijlocaties ter ondersteuning van de gebiedsgerichte aanpak voor natuur, stikstof, water en klimaat (Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties)
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. beekdalen: 2.500 meter zones rond lijnvormige langzaam en snelstromende wateren;
- –. diersoorten met productierecht: melkvee, kippen, kalkoenen en varkens;
- –. kosten derden: kosten, waarvoor een onderneming een factuur van een derde ontvangt en in haar administratie bewaart;
- –. landbouwhuisdier: zoogdier of vogel voor de productie van vlees, eieren, melk, wol of veren of een paard of pony voor het fokken;
- –. landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt;
- –. landbouwsteunkader: Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (PbEU 2022, C 485);
- –. marktwaarde: het geschatte bedrag waartegen een onroerende zaak tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke markwerking in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de taxatiedatum, waarbij de partijen met kennis van zaken, prudent en niet onder dwang zouden hebben gehandeld;
- –. minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- –. Natura 2000-gebied: Natura 2000-gebied als bedoeld in de Omgevingswet;
- –. natuurvergunning: omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel e, van de Omgevingswet;
- –. omgevingsrechtelijke melding: melding als bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- –. omgevingsvergunning milieu: omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in de Omgevingswet;
- –. overgangsgebieden N2000: landbouwareaal in Natura 2000-gebieden, en in een zone van maximaal 2.500 meter rond een Natura 2000-gebied;
- –. productiecapaciteit: onroerende zaken van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden zijn, hetzij direct of indirect steun vinden in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee, niet zijnde het erf, de erfverharding, de cultuurgrond(en), de bedrijfswoning en de mestvergister die voor minder dan 50% van de totaal te behandelen dierlijke meststoffen afhankelijk is van de dierlijke meststoffen die afkomstig zijn van de volledig of gedeeltelijk te sluiten veehouderijlocatie van de betreffende veehouderijonderneming;
- –. productierecht: productierecht als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel aa, van de Meststoffenwet, dat wordt uitgedrukt in:
- a. voor fosfaatrecht: kilogrammen fosfaat;
- b. voor varkensrecht: varkenseenheden, overeenkomstig de normen van bijlage II bij de Meststoffenwet;
- c. voor pluimveerecht: pluimvee-eenheden, overeenkomstig de normen van bijlage II bij de Meststoffenwet;
- –. referentiejaar: het voor de berekening van de stikstofemissie van een veehouderijlocatie gebruikte kalenderjaar;
- –. stikstofemissie: het totaal van de stikstofemissie, uitgedrukt in kilogram ammoniak per jaar, dat – gesommeerd over de van toepassing zijnde diercategorieën – per diercategorie wordt berekend als het gemiddeld aantal dieren dat op de veehouderijlocatie is gehouden twee kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanvraag om subsidie op grond van een provinciaal subsidie-instrument bij de provincie wordt ingediend, vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde stalemissiefactor behorende bij het desbetreffende huisvestingssysteem;
- –. taxateur: taxateur die is ingeschreven in de Kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs;
- –. Unienorm: norm van de Unie als bedoeld in randnummer 33, onder 64, van het landbouwsteunkader;
- –. veehouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat een veehouderijonderneming drijft;
- –. veehouderijlocatie: vestigingsplaats van een veehouderijonderneming, bestaande uit het gebouwerf, bedoeld in bijlage I, onder A, bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, van de vestiging;
- –. veehouderijonderneming: een landbouwonderneming waarin dieren worden gehouden voor de primaire productie van landbouwproducten of vermeerdering van de desbetreffende dieren;
- –. veehouderijonderneming met productierecht: veehouderijonderneming voor het houden of het mede houden van diersoorten met productierecht;
- –. veenweidegebied: veengrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Meststoffenwet in de provincies Fryslân, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en in de provincie Groningen in de gemeenten Groningen, Midden-Groningen en Westerkwartier en in de provincie Overijssel in de gemeenten Kampen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle;
- –. verordening 2022/2472: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- hen de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L 327);
- –. vleesrunderen: diercategorieën met codes HA2, HA4, HA5 en HA6, bedoeld in bijlage V van de Omgevingsregeling;
- –. zandgrond: zandgrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel o, van de Meststoffenwet.
Artikel 2. Bepaling stikstofemissie
De stikstofemissie wordt per diercategorie bepaald op basis van de op grond van artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Omgevingsregeling berekende emissiefactor die van toepassing is op de datum waarop de aanvraag om subsidie op grond van een provinciaal subsidie-instrument wordt ingediend, vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren die behoren tot de betreffende diercategorie, die twee kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanvraag om subsidie op grond van een provinciaal subsidie-instrument bij de provincie wordt ingediend, werden gehouden.
De drempelwaarde voor stikstofemissiereductie van een veehouderijlocatie bedraagt:
- a. 250 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van vleesrunderen of melkvee, in combinatie met het houden van maximaal 25 landbouwhuisdieren die behoren tot een andere diercategorie;
- b. 750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie uitsluitend wordt gebruikt voor het houden van andere landbouwhuisdieren dan vleesrunderen of melkvee;
- c. 750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van vleesrunderen of melkvee, en voor het houden van meer dan 25 landbouwhuisdieren die behoren tot een andere diercategorie.
Bij het bepalen van de stikstofemissie om te kunnen beoordelen of een veehouderijlocatie voldoet aan de in het tweede lid bedoelde drempelwaarde wordt uitgegaan van:
- a. het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat twee kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarin een aanvraag om subsidie op grond van een provinciaal subsidie-instrument bij de provincie wordt ingediend op de locatie is gehouden, onderscheiden naar de diercategorieën, vermeld in bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling;
- b. het huisvestingssysteem, genoemd in bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling, waarin de onderscheidenlijke diercategorieën in het in onderdeel a genoemde kalenderjaar zijn gehouden.
Indien de veehouder aannemelijk kan maken dat de situatie in het, in het derde lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar, niet representatief is voor het jaarlijks gemiddeld gehouden aantal landbouwhuisdieren, kan worden uitgegaan van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld is gehouden in een kalenderjaar of twee kalenderjaren voorafgaand aan het in het derde lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar.
Artikel 3. Geografische gebiedsafbakening
Deze regeling heeft betrekking op gebiedspecifieke maatregelen van provincies die worden genomen ter realisatie van doelen voor natuur, water en klimaat en die betrekking hebben op:
- a. veenweidegebieden;
- b. beekdalen;
- c. overgangsgebieden N2000; of
- d. zandgronden.
Artikel 4. Specifieke uitkering
De minister verstrekt op aanvraag aan een provincie een specifieke uitkering voor een provinciaal subsidie-instrument gericht op het volledig of gedeeltelijk doen beëindigen van veehouderijactiviteiten op een veehouderijlocatie met het oog op:
- a. een blijvende vermindering van de stikstofemissie vanaf de desbetreffende veehouderijlocatie; en
- b. het realiseren van de in artikel 3 genoemde gebiedspecifieke maatregelen voor natuur, water en klimaat.
Per provincie wordt één specifieke uitkering verstrekt voor respectievelijk sub-plafond a en sub-plafond b als bedoeld in artikel 18, eerste lid.
De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor:
- a. de omzetbelasting die de provincie kan aftrekken op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968;
- b. kosten waarvoor al uit anderen hoofde een uitkering of subsidie is of wordt verstrekt.
Artikel 5. Aanwending specifieke uitkering
De specifieke uitkering wordt aangewend voor een provinciaal subsidie-instrument op grond waarvan een provincie een subsidie kan verstrekken aan een veehouderijonderneming voor de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie, welke subsidie omvat:
- a. een bijdrage in verband met het geheel of gedeeltelijk laten vervallen van productierecht voor zover sprake is van een veehouderijonderneming met productierecht;
- b. een bijdrage in verband met het waardeverlies van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit als gevolg van de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie, behoudens voor zover ontheffing van de verplichting tot afbraak en verwijdering van de productiecapaciteit is verleend als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 7, vierde lid;
- c. een bijdrage in verband met de kosten van het volledig of gedeeltelijk afbreken en verwijderen van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit;
- d. een vergoeding van kosten voor leges en planologische procedures, die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;
- e. een vergoeding van kosten voor adviesdiensten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
De provincie wendt, indien voor de beëindiging van veehouderijactiviteiten met aanwending van de specifieke uitkering omzetbelasting aan de provincie in rekening wordt gebracht, de specifieke uitkering niet aan voor de financiering daarvan indien de provincie voor compensatie hiervan in aanmerking komt op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
Artikel 6. Vereisten volledige sluiting veehouderijlocatie
Er is sprake van een onomkeerbare volledige sluiting van een veehouderijlocatie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, indien:
- a. niet langer landbouwhuisdieren worden gehouden op de locatie;
- b. de dierlijke meststoffen zijn verwijderd van de locatie;
- c. de veehouder, voor zover hij een veehouderijonderneming met productierecht drijft, overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de Meststoffenwet een kennisgeving heeft gedaan van het geheel of gedeeltelijk vervallen van zijn productierecht, waarbij ten minste het productierecht voor een zodanige omvang vervalt als is vereist voor het houden van het hierna vermelde percentage van het aantal dieren dat gemiddeld in het voor de berekening van de stikstofemissie gebruikte referentiejaar op de locatie is gehouden:
- –. varkens: 80%;
- –. pluimvee 80%;
- –. melkvee: 95%;
- d. al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving:
- 1°. de veehouder bij het bevoegd gezag een omgevingsrechtelijke melding heeft gedaan dat hij op de locatie niet langer landbouwhuisdieren houdt; of
- 2°. het bevoegd gezag de omgevingsvergunning milieu voor de locatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de locatie landbouwhuisdieren te houden;
- e. in het geval de veehouder beschikt over een natuurvergunning voor de locatie: deze vergunning is ingetrokken tenzij onderdeel f van toepassing is;
- f. in het geval de veehouder voornemens is om op de locatie na de sluiting andere activiteiten te gaan verrichten, het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder een besluit heeft genomen:
- 1°. op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de locatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van die activiteiten, met een maximum van 15% van de stikstofemissie van de activiteiten waarvoor voorheen toestemming was verleend,
- 2°. waarbij voor zover het besluit een wijziging van een natuurvergunning betreft de vergunninghouder wordt verplicht om de toestemming voor de stikstofemissie van de andere activiteiten te laten intrekken ten behoeve van een of meer Natura 2000-gebieden, wanneer hij niet langer gebruik maakt van die toestemming;
- g. het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente binnen de grenzen waarvan de veehouderijlocatie zich bevindt, een verzoek van de veehouder in behandeling heeft genomen om het omgevingsplan, zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een veehouderijonderneming kan worden gevestigd;
- h. de veehouder zich met gebruikmaking van de in bijlage 1 opgenomen modelovereenkomst met de provincie heeft verbonden om:
- 1°. niet langer op de locatie landbouwhuisdieren te houden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;
- 2°. zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de locatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie landbouwhuisdieren worden gehouden; en
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.