Beleidsregeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 21 november 2024, kenmerk 5942760, inzake Beleidskader beoordeling gedrag gedurende gehele detentie (herziene versie)
Inleiding
Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen (Wet SenB) per 1 juli 2021 zijn diverse op de Penitentiaire beginselenwet gebaseerde ministeriële regelingen ingrijpend gewijzigd. Een van de wijzigingen behelst meer nadruk te leggen op het gedrag van gedetineerden bij het toekennen van externe vrijheden. Eén van de uitgangspunten van de Wet SenB en de onderliggende visie op het gevangeniswezen ‘Recht doen, Kansen bieden: naar effectievere gevangenisstraffen’ is dat gedrag telt (vanaf het begin van de detentie). Bij de beoordeling van externe vrijheden, zoals een aanvraag voor re-integratieverlof, Penitentiair Programma (PP), overplaatsingen naar een forensische zorginstelling (artikelplaatsing, artikel 43, lid 4 Pbw), tijdelijk verlaten van de inrichting (TVI) en strafonderbreking (SOB) wordt naast risico’s, slachtofferbelangen en de door de gedetineerde geleverde inspanningen om de door het strafbare feiten veroorzaakte schade te vergoeden, ook het gedrag gedurende de gehele detentie beoordeeld. Met de beoordeling van het gedrag gedurende de gehele detentie worden gedetineerden gestimuleerd om al vanaf het begin van de detentie gewenst gedrag1Zie bijlage 1 van de Rspog. te vertonen.
In 2023 is middels een invoeringstoets2Brief van 11 oktober 2022, Kamerstukken II 2022–2023,35 122, nr. 43,Brief van 26 oktober 2023,Kamerstukken II 2023–2024,35 122, nr. 44,Brief van 20 juni 2024, Kamerstukken II 2023–2024,29 279 en 24487, nr. 865. onderzocht of de Wet SenB onbedoelde effecten heeft voor de uitvoeringspraktijk en de doelgroep. Uit de invoeringstoets kwam een aantal signalen van onbedoelde effecten naar voren. Een deel van die signalen bevinden zich op het vlak van ‘gedrag telt’, namelijk dat:
Uit de invoeringstoets blijkt daarnaast dat de Wet SenB moeilijk uit te voeren is op het punt het beoordelen van het gedrag van een gedetineerde tijdens zijn detentie. Het is gebleken dat het toepassen van het systeem van promoveren en degraderen tijdens detentie in combinatie met de beoordeling gedrag gedurende de hele detentie een te grote (administratieve) belasting voor het personeel betekent in het huis van bewaring (HvB) waar een groot deel van de gedetineerden kort verblijft en waar bovendien geen plusprogramma wordt aangeboden. Dit is de aanleiding tot het besluit het systeem van promoveren en degraderen in het HvB af te schaffen en de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden hierop aan te passen. Het afschaffen van promoveren en degraderen in het HvB heeft consequenties voor de beoordeling van het gedrag gedurende gehele detentie. De afschaffing van promoveren en degraderen in het HvB en de hierboven genoemde onbedoelde effecten vormen de aanleiding voor het herzien van het Beleidskader beoordeling gedrag gedurende gehele detentie naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen.3Stcrt. 2021, 31769. Dit laatste beleidskader wordt ingetrokken en vervangen door onderhavig beleidskader, dat wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
Het beleidskader gedrag gehele detentie uit 2021
Het beleidskader beoordeling gedrag gedurende gehele detentie uit 2021 bevatte een set aan normen met percentages om het gedrag in detentie te beoordelen. Deze percentages werden berekend op basis van het aantal degradatiebeschikkingen. Op basis van dit percentage kon beoordeeld worden of een gedetineerde voldoet aan de maatstaf om voor wat betreft gedrag in aanmerking te komen voor kort- en langdurend re-integratieverlof, re-integratieverlof extramurale arbeid en PP.
Herziening beleidskader beoordeling gedrag gedurende de gehele detentie
Met de herziening wordt het gedrag gedurende gehele detentie op een andere wijze in kaart gebracht en beoordeeld. Dat gebeurt op basis van richtlijnen in plaats van normen.4Deze wijziging betekent geen wijziging van het systeem promoveren en degraderen in het gevangenisregime.
Doelgroep en context
Het gedrag gedurende de gehele detentie wordt beoordeeld voor alle gedetineerden die in aanmerking komen voor re-integratieverlof en PP. Op het moment dat een gedetineerde in aanmerking komt voor re-integratieverlof of PP en hiervoor een aanvraag indient, wordt middels richtlijnen bepaald of het gedrag gedurende de gehele detentie van dien aard is geweest dat het verlof of de PP voor wat betreft gedrag kan worden toegekend. Een inhoudelijke beoordeling van het gedrag gedurende de gehele detentie is dus nodig, waarbij wordt gekeken of het vertoonde gedrag voldoende of onvoldoende is, in zowel het HvB als de gevangenis. In de praktijk is het gedrag op de leefafdeling vaak bepalend voor promotie of degradatie naar een plus- of basisprogramma. Doel is om met dit beleidskader meer de nadruk te leggen op het verband tussen gedrag en het toekennen van vrijheden voor het werken aan re-integratiedoelen (waar het verlof voor wordt ingezet). Er wordt daarmee afgestapt van het uitgangspunt dat gedrag op de afdeling altijd veelzeggend is voor gedrag buiten detentie en de mogelijkheden op een goede re-integratie.
Werkwijze
De casemanager beschrijft het gedrag gedurende de gehele detentie van de gedetineerde aan de hand van de richtlijnen en legt dit voor in het multidisciplinair overleg (MDO) waar vervolgens een gezamenlijke beoordeling van het gedrag plaatsvindt.
Deze beoordeling is onderdeel van het totale advies over het verlof aan de Vrijhedencommissie (VC) en in bepaalde situaties aan de selectiefunctionaris (SF). Elk advies wordt door het MDO goed onderbouwd. De voorzitter van het MDO is verantwoordelijk voor het totale advies, waarbij naast gedrag gedurende de gehele detentie ook het re-integratiedoel van het aangevraagde verlof, de risico’s, slachtofferbelangen en de bereidheid om de door de strafbare feiten veroorzaakte schade te vergoeden worden afgewogen, waarbij diverse informatie en inlichtingen worden ingewonnen (o.a. een geldig verlofadres, zorg- en veiligheidsaspecten (GVM) en -indien van toepassing – de adviezen van politie, OM en reclassering.
Uitgangspunten voor de beoordeling gedrag gedurende gehele detentie:
Richtlijnen
Met onderstaande richtlijnen moet de vraag beantwoord worden in hoeverre het gedrag gedurende de gehele detentie voldoende is om voor het re-integratiedoel het aangevraagde verlof te verlenen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.