Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 november 2024, kenmerk 4009410-1075454-MEVA, houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor het opleiden en ontwikkelen van zorgpersoneel (Subsidieregeling Strategisch Opleiden MSZ)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

Op deze regeling zijn de definities van activiteitenplan, activiteitenverslag, financieel verslag, verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten en instelling bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet van toepassing. Artikel 3.3 en artikel 10.1 van de Kaderregeling zijn evenmin van toepassing.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten
1.

De Minister kan op aanvraag aan een instelling ten behoeve van een organisatorisch verband subsidie verstrekken voor een opleidingsproject dat past of meerdere opleidingsprojecten die passen binnen het jaarplan.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van een organisatorisch verband dat uitsluitend geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verleent.

3.

Het opleidingsproject, bedoeld in het eerste lid, is subsidiabel voor zover het wordt verricht in het subsidiejaar waarvoor de subsidie wordt verleend.

Artikel 4. Weigeringsgronden
1.

Geen subsidie wordt verstrekt voor een opleidingsproject dat niet in overeenstemming is met het bepaalde in de algemene groepsvrijstellingsverordening.

2.

Er wordt evenmin subsidie verstrekt:

3.

Een aanvraag voor subsidie wordt in ieder geval afgewezen indien de instelling voor hetzelfde subsidiejaar al een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, heeft ingediend.

Artikel 5. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond bedraagt voor zowel het subsidiejaar 2025 als het subsidiejaar 2026 voor instellingen niet zijnde een universitair medisch centrum € 99.337.000.

2.

Het subsidieplafond bedraagt voor zowel het subsidiejaar 2025 als het subsidiejaar 2026 voor universitair medische centra € 24.307.000.

Artikel 6. Verdeling in geval van overschrijding subsidieplafond instellingen niet zijnde een universitair medisch centrum
1.

In geval van overschrijding van het subsidieplafond wordt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor instellingen niet zijnde een universitair medisch centrum verdeeld en krijgt het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt in eerste instantie het aangevraagde bedrag verleend tot het maximum van de formule:

(A / B) * C = D

waarbij wordt verstaan onder:

2.

Indien na toepassing van bovenstaande formule het subsidieplafond niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag verdeeld over de instellingen waarvan het aangevraagde bedrag hoger is dan de uitkomst van de formule, bedoeld in het eerste lid.

3.

Bij een verdeling als bedoeld in het tweede lid, geldt de formule:

(A / E) * F = G

waarbij wordt verstaan onder:

4.

De systematiek beschreven in het tweede en derde lid wordt repeterend toegepast tot ten hoogste het per instelling aangevraagde bedrag en totdat het volledige subsidieplafond is bereikt.

5.

De Minister kan afwijken van de begripsbepaling Zvw-omzet, bedoeld in artikel 1, voor zover toepassing hiervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 7. Verdeling in geval van overschrijding subsidieplafond universitair medische centra

1.

In geval van overschrijding van het subsidieplafond wordt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor universitair medische centra verdeeld op basis van de volgende percentages tot ten hoogste het aangevraagde subsidiebedrag:

Universitair Medisch Centrum Percentage dat ten hoogste beschikbaar is
Academisch Ziekenhuis Maastricht 10,05%
Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) 10,67%
Amsterdam UMC (locatie AMC en VUMC) 21,50%
Radboud Universitair Medisch Centrum 11,39%
Universitair Medisch Centrum Groningen 15,53%
Universitair Medisch Centrum Utrecht 14,30%
Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam 16,56%
2.

Indien na de verdeling op basis van de percentages in het eerste lid het subsidieplafond niet volledig wordt benut, wordt het resterende subsidiebedrag verdeeld over de universitair medische centra waarvan het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan de uitkomst op basis van de percentages.

3.

Bij een verdeling als bedoeld in het tweede lid, geldt de formule:

(P/(100%-U))*R

waarbij wordt verstaan onder:

P: het percentage van de subsidie dat ten hoogste beschikbaar is voor de aanvrager op basis van het eerste lid;

U: de som van de percentages van de subsidie dat ten hoogste beschikbaar is voor de aanvragers die het volledige door hen aangevraagde subsidiebedrag reeds verleend zouden krijgen op basis van het eerste lid, of door herhaalde toepassing van deze formule op basis van het vierde lid;

R: het resterende subsidiebedrag binnen het subsidieplafond na verlening van subsidie op basis van het eerste lid, of door herhaalde toepassing van deze formule op basis van het vierde lid.

4.

De systematiek beschreven in het tweede en derde lid wordt repeterend toegepast tot ten hoogste het per universitair medisch centrum aangevraagde bedrag en totdat het volledige subsidieplafond is bereikt.

Artikel 8. Hoogte van de subsidie en subsidiabele kosten
1.

Subsidie die wordt verstrekt op grond van deze regeling bedraagt per opleidingsproject ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.

2.

Subsidie die wordt verstrekt op grond van deze regeling bedraagt per opleidingsproject ten hoogste € 3.000.000.

3.

Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

4.

De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten per opleidingsproject.

5.

In afwijking van het vierde lid kan de hoogte van de personele kosten worden berekend op basis van de voor het personeel opgenomen uurtarieven in bijlage I.

Artikel 9. Aanvraag tot verlening
1.

De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van een:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.