Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2024, kenmerk 4008449-1075261-WJZ, houdende vaststelling van het vrijstellingsbedrag inkomsten uit vermogen ingevolge de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen per 1 januari 2025
Gelet op de artikelen 12a van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 12 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 17 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 18, zesde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 27 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;
Besluit:
Artikel 1
De bedragen, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, en 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en de bedragen, bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, worden als volgt herzien:
- a. Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet;
- b. het vrij te laten bedrag, bedoeld in de artikelen 19, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 wordt vastgesteld op € 1.139,73.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2025.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.