Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 december 2024, nr. OVO/49358107, houdende regels voor de subsidieverstrekking ten behoeve van het uitvoeren van het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting (Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-26
State In force
Source BWB
artikelen 20
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Doelstelling van de regeling

Deze regeling is onderdeel van het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting waarin vanuit thematische leerlabs op basis van een lerende, monitorende en onderzoekende opzet binnen bouwprojecten kennis wordt ontwikkeld over innovatievraagstukken met als doel het sneller en kostenefficiënter realiseren van toekomstbestendige schoolgebouwen die hoog presteren op het gebied van duurzaamheid, gezond binnenklimaat, adaptiviteit en inclusie. Met deze regeling wordt door middel van subsidieverstrekking bijgedragen aan deze doelstelling.

Artikel 4. In aanmerking komende kosten

1.

De minister kan op aanvraag van een bevoegd gezag subsidie verstrekken voor de deelname aan een leerlab, voor activiteiten die kunnen bijdragen aan de realisatie van de doelstelling, bedoeld in artikel 3. Daarbij komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

2.

Een subsidie gericht op deelname aan leerlab 1 wordt uitsluitend verstrekt voor vervangende nieuwbouw ten behoeve van het primair onderwijs of het praktijkonderwijs.

3.

Een subsidie gericht op deelname aan leerlab 2 wordt uitsluitend verstrekt voor renovatie.

4.

Uitsluitend de binnen de projectperiode gemaakte, aan het bouwproject toe te rekenen kosten komen voor subsidie in aanmerking.

5.

Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt:

Artikel 5. Aanvraag van de subsidie

1.

Een aanvraag voor een subsidie heeft betrekking op één bouwproject.

2.

Een bouwproject kan betrekking hebben op meerdere vestigingen van een bevoegd gezag, of vestigingen van verschillende bevoegde gezagsorganen. In dat laatste geval wordt de subsidie overeenkomstig het achtste lid aangevraagd door een penvoerder.

3.

Een aanvraag voor een subsidie heeft betrekking op deelname aan één van de drie leerlabs:

4.

Een aanvraag voor subsidie voor deelname aan leerlab 1 en 2 kan uitsluitend worden ingediend als het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd onderdeel vormt van een bundel.

5.

Als het bouwproject onderdeel is van een bundel kan het bevoegd gezag voor maximaal twee bouwprojecten binnen een bundel subsidie aanvragen, waarbinnen twee of drie gemeenten participeren.

6.

Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de DUS-I.

7.

Een aanvraag bevat in afwijking van de Kaderregeling ten minste:

8.

Indien een bouwproject door meerdere bevoegde gezagsorganen wordt uitgevoerd, treedt één van deze partijen als penvoerder op. De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welk bevoegd gezag feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. Bij de aanvraag wordt een door alle in het bouwproject vertegenwoordigde bevoegde gezagsorganen getekende overeenkomst gevoegd waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording op verzoek aan de aanvrager worden verstrekt.

9.

Een aanvraag voor de subsidie wordt ingediend in de periode van 1 mei 2025, 9:00 uur tot 30 juni 2025, 23:59 uur.

10.

Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.

Artikel 6. Voorwaarden

1.

Het bevoegd gezag voert voorafgaand aan de subsidieaanvraag een verkennend gesprek met het programmabureau, met als doel de ontwikkelvraag van het bouwproject te concretiseren en te verkennen bij welk leerlab het bouwproject het beste zou kunnen aansluiten.

2.

Het te renoveren of te vervangen schoolgebouw beschikt over een geldig energielabel klasse C, D, E, F, of G dat nog overeenstemt met de actuele staat van het schoolgebouw.

3.

Het te renoveren of te vervangen schoolgebouw heeft op grond van een NEN 2767 conditiemeting een totale conditiescore van 3, 4, 5 of 6.

4.

Het bouwproject bevindt zich ten tijde van de indiening van de aanvraag in een fase waarin de kwaliteitseisen vanuit het innovatieprogramma kunnen worden bepaald.

5.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien sprake is van financiering van de kosten, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel d, of artikel 5, zevende lid, onderdeel l.

6.

Het bouwproject is ofwel gericht op scholenbouw binnen het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs, ofwel gericht op scholenbouw binnen het voorbereidend beroepsonderwijs, mavo, havo of vwo.

7.

Een bouwproject dat gericht is op nieuwbouw of renovatie ten behoeve van een nieuw te stichten school is uitgesloten van deelname.

Artikel 7. Specifieke voorwaarden

1.

Onverminderd artikel 6 komen aanvragen voor deelname aan leerlab 1 en 2 uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien het bouwproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd onderdeel vormt van een bundel. Voor leerlab 2 geldt dat de bundel bestaat uit bouwprojecten die ofwel gericht zijn op renovatie van scholenbouw binnen het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs ofwel gericht zijn op renovatie van scholenbouw binnen het voorbereidend beroepsonderwijs, mavo, havo of vwo.

2.

Onverminderd artikel 6 geldt als voorwaarde voor deelname aan leerlab 1 en 2 dat ten minste 66% van de leerlingen van alle vestigingen binnen een bundel ingeschreven staat op een vestiging met een positieve achterstandsscore. Hierbij wordt uitgegaan van de leerlingtelling op basis waarvan de achterstandsscores door CBS zijn berekend. Voor vestigingen van scholen voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, of van speciale scholen voor basisonderwijs, geldt dat alle vestigingen worden beschouwd als een vestiging met een positieve achterstandsscore en wordt uitgegaan van de leerlingtelling van 1 februari 2024.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing voor deelname aan leerlab 2, indien een bundel is gericht op renovatie binnen het voorbereidend beroepsonderwijs, mavo, havo of vwo.

4.

Onverminderd artikel 6 geldt als voorwaarde voor deelname aan leerlab 2 en 3 dat het te renoveren schoolgebouw initieel gebouwd is in de periode van 1946 tot 1992. Een schoolgebouw dat als monument staat geregistreerd is uitgesloten van deelname.

Artikel 8. Weigeringsgronden

1.

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wijst de minister een aanvraag voor een subsidie af, indien:

2.

Indien één aanvraag binnen een bundel wordt afgewezen worden de overige aanvragen binnen de desbetreffende bundel ook afgewezen.

Artikel 9. Subsidieplafond

1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een totaalbedrag van € 96.544.604 beschikbaar. Dit subsidieplafond is verdeeld over zeven plafonds, waarvan:

2.

In aanvulling op het eerste lid geldt dat:

3.

Voor zover het maximaal uit te keren subsidiebedrag per bundel, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, wordt overschreden, wordt het bedrag van overschrijding naar rato leerlingaantal als bedoeld in het derde en vierde lid van artikel 10, in mindering gebracht op het uit te keren bedrag per bouwproject.

4.

Indien het beschikbare bedrag als bedoeld in het eerste lid, niet volledig wordt benut, worden de resterende bedragen van de afzonderlijke deelplafonds in zijn geheel beschikbaar gesteld voor een nog open te stellen opvolgende subsidieronde.

Artikel 10. Subsidiebedrag

1.

Het subsidiebedrag bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag.

2.

Het vaste bedrag bedraagt:

3.

Het variabele bedrag wordt berekend door het door DUO geprognotiseerd aantal leerlingen in 2039 op de desbetreffende vestiging in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling. Hierbij wordt uitgegaan van de prognoses met peildatum 1 oktober 2023, zoals gepubliceerd op 30 april 2024 op de website van DUO.

4.

In afwijking van het derde lid wordt het variabele bedrag ten behoeve van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs berekend met het aantal ingeschreven leerlingen op peildatum 1 februari 2024 op de desbetreffende vestiging, met dien verstande dat bij verwachte groei van het leerlingenaantal in het speciaal onderwijs gebruik wordt gemaakt van het door de aanvrager te verwachtte aantal leerlingen in 2039 met een maximum van groei van het aantal leerlingen van 25% ten opzichte van het aantal leerlingen op voornoemde peildatum.

5.

Het bedrag per leerling bedraagt:

Artikel 11. Wijze van verdeling

De minister verdeelt het beschikbare bedrag binnen het deelplafond op grond van loting. Een bundel krijgt één lotnummer. De bundel valt hierdoor in zijn geheel binnen of buiten de loting.

Aanvragen voor deelname aan leerlab 2, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, waarbij de desbetreffende bundel voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7, tweede lid, krijgen voorrang op aanvragen voor deelname aan leerlab 2, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, waarbij de desbetreffende bundel niet voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7, tweede lid.

Artikel 12. Algemene verplichtingen

1.

De subsidieontvanger treft maatregelen om te komen tot een duurzaam en gezond schoolgebouw, zijnde respectievelijk ENG en Programma van Eisen Frisse Scholen 2021 klasse B voor de aspecten lucht en temperatuur, alsmede om te komen tot een inclusief en adaptief schoolgebouw.

2.

De subsidieontvangerzorgt ervoor dat per bouwproject ten minste één vertegenwoordiger namens de bouwheer deelneemt aan de bijeenkomsten in het leerlab.

3.

De subsidieontvanger informeert de minister op verzoek over de jaarlijkse voortgang van de activiteiten waarvoor de subsidie, bedoeld in artikel 4, is verstrekt.

4.

De subsidieontvanger werkt mee aan de monitoring- en effectstudie van het programma en stelt de daarvoor benodigde gegevens, alsmede de gegevens ten behoeve van de ontwikkeling van de open standaarden aan het programmabureau beschikbaar.

5.

De subsidieontvanger informeert de minister onverwijld, schriftelijk en onder overlegging van de relevante stukken, indien:

6.

De subsidieontvanger past ten minste één productinnovatie toe met een TRL-score 5–7 passend binnen de focus van het leerlab waaraan de subsidieontvanger deelneemt.

7.

De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan een evaluatieonderzoek.

8.

Indien de gemeente als bouwheer optreedt draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat deze gemeente als bouwheer zich inspant om te voldoen aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in het eerste, tweede en zesde lid, en voor zover van toepassing artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b, c,d en e, artikel 14, eerste lid, onderdelen a, b, c en d en artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b.

Artikel 13. Specifieke verplichtingen leerlab 1

1.

Aan de verlening van een subsidie zijn, onverminderd artikel 12, ten aanzien van leerlab 1 de volgende aanvullende verplichtingen verbonden:

2.

De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien de geclusterde aanbesteding geen of geen geschikte inschrijving heeft opgeleverd.

3.

De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde uiterlijke startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen.

Artikel 14. Specifieke verplichtingen leerlab 2

1.

Aan de verlening van een subsidie zijn, onverminderd artikel 12, ten aanzien van leerlab 2 de volgende aanvullende verplichtingen verbonden:

2.

De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een ontheffing verlenen van de verplichting bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, indien het generiek programma van eisen geen of geen geschikte inschrijving heeft opgeleverd.

3.

De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel d, genoemde uiterlijke startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen.

Artikel 15. Specifieke verplichtingen leerlab 3

1.

Aan de verlening van een subsidie zijn, onverminderd artikel 12, ten aanzien van leerlab 3 de volgende aanvullende verplichtingen verbonden:

2.

De minister kan op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde startdatum en de termijn waarin het bouwproject moet zijn afgerond verleggen respectievelijk verlengen.

Artikel 16. Verlening en voorschot

1.

In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, van de Kaderregeling, wordt de subsidie verleend binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 5, negende lid.

2.

De minister verleent bij het besluit tot verlening een voorschot van 100%. Het voorschot wordt als volgt uitbetaald:

Artikel 17. Verantwoording en vaststellingsbeschikking

1.

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving met gebruikmaking van Model G, onderdeel1, als bedoeld in bijlage 4 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

2.

Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd. Het eventuele niet-aangewende deel van de subsidie kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor aan de subsidieontvanger bekostiging wordt verstrekt.

3.

De vaststelling vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over laatste jaar van de uitvoering van de bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, artikel 14, eerste lid, onderdeel d, onderscheidenlijk artikel 15, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 18. Hardheidsclausule

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 19. Inwerkingtreding en vervaldatum

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting.

Bijlage 1. Generiek programma van eisen

Deze bijlage behoort bij artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de Subsidieregeling Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting.

Bijlage 1. Generiek programma van eisen

Versie 25 maart 2025

Inleiding

Dit document is ontwikkeld vanuit het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting (OVO/49358107) en dient als template voor het vastleggen van strategische eisen en ambities bij renovatieprojecten in het primair en voortgezet onderwijs.

Doel van het strategisch PvE is om vanaf het begin sturing te geven aan de richting van het bouwproject vanuit de optiek van de bouwheer (opdrachtgever). Het legt de ambities, randvoorwaarden en functionele uitgangspunten vast en moet daarmee een helder toetsingskader vormen voor verdere besluitvorming. Daarnaast dient het als input voor het conceptontwerp, zodat ontwerpkeuzes van begin af aan aansluiten bij de strategische doelen van het project.

Het strategisch PvE vormt de basis voor een meer gedetailleerd ruimtelijk PvE (met eisen aan ruimten) en een technisch PvE (met eisen aan bouwdelen en installaties). Hiervoor worden aparte templates ontwikkeld die nog ter beschikking worden gesteld.

Vanuit het subsidieprogramma Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting wordt er in het PvE nadruk gelegd op de volgende onderwerpen:

Voor een aantal van de bovenstaande onderwerpen zijn vanuit het innovatieprogramma verplichte eisen geformuleerd. Deze eisen zijn in het toelichtingsveld gemarkeerd als 'verplichte eis'.

Voor alle andere eisen geldt dat ze de status 'ambitie/aanbeveling' hebben. Dat zijn specificaties die passen bij de doelstelling van de subsidieregeling en/of gebaseerd zijn op 'best practices' bij andere projecten.

Bij de lege velden is er sprake van projectspecifieke eisen of achtergrondinformatie. Deze kunnen per individueel project ingevuld worden.

In dit PvE wordt op diverse plekken verwezen naar externe normen (bijv. NEN-normen, PvE Frisse scholen). Daarbij moet worden uitgegaan van de meest recente versie en alle delen van de norm tenzij anders aangegeven.

Als er vragen zijn met betrekking tot de template of als er ondersteuning gewenst is, kan er contact opgenomen worden met Kenniscentrum Ruimte-OK (info@ipohv.nl).

Doelen & uitgangspunten

Een functionele school

Een aantrekkelijke school

Een inclusieve school

Een gezonde school

Een duurzame school

Een adaptieve school

Een veilige school

Een digitale school

Een onderhoudsvriendelijke school

Woordenlijst

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)