← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2024, nr. MBO 49374503, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende middelen voor studentendaling in het beroepsonderwijs (Regeling aanvullende middelen studentendaling MBO 2025 – 2027)

Geldende tekst a fecha 2024-12-20

Gelet op artikel 2.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Bijzondere omstandigheden en bekostigingsplafond
1.

De minister kan aan een bevoegd gezag dat is gevestigd in een arbeidsmarktregio aanvullende middelen verstrekken met als doel bij te dragen aan een toekomstbestendig aanbod van beroepsonderwijs in de betreffende arbeidsmarktregio.

2.

Het bekostigingsplafond in de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 bedraagt € 30 miljoen per kalenderjaar.

Artikel 4. Weigeringsgronden

In aanvulling op de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, worden aanvragen die naar het oordeel van de minister in onvoldoende mate bijdragen aan een toekomstbestendig aanbod van beroepsonderwijs in de arbeidsmarktregio, afgewezen.

Artikel 5. Aanvraag aanvullende middelen
1.

Een aanvraag voor aanvullende middelen als bedoeld in artikel 3, wordt ingediend namens een bevoegd gezag dat is gevestigd in een arbeidsmarktregio.

2.

De aanvraag bevat een activiteitenplan en een begroting. De artikelen 3.4 en 3.5 van de Kaderregeling zijn van overeenkomstige toepassing.

3.

In aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan:

4.

Het activiteitenplan en de begroting worden gezamenlijk opgesteld met alle bevoegde gezagen die in dezelfde arbeidsmarktregio gevestigd zijn en aanspraak wensen te maken op aanvullende middelen op grond van deze regeling, waarbij in de begroting duidelijk wordt gemaakt hoe de beschikbare middelen over de verschillende betrokken bevoegde gezagen wordt verdeeld.

5.

Het bevoegd gezag voert gezamenlijk met alle bevoegde gezagen die in dezelfde arbeidsmarktregio gevestigd zijn en aanspraak wensen te maken op aanvullende middelen op grond van deze regeling, een startgesprek met de commissie waarin de commissie reflecteert op het activiteitenplan, bedoeld in het derde lid.

6.

Uit de aanvraag blijkt op welke wijze de belangrijkste partners van het bevoegd gezag in de arbeidsmarktregio zijn betrokken bij de totstandkoming van het activiteitenplan en bij de uitvoering van het activiteitenplan. Daaronder worden in elk geval begrepen:

7.

De aanvraag kan worden ingediend van 1 februari 2025 tot en met 1 april 2025.

8.

Aanvragen die worden ingediend buiten de aanvraagperiode, bedoeld in het zevende lid of artikel 6, derde lid, worden afgewezen.

9.

Aan een bevoegd gezag dat is gevestigd in een arbeidsmarktregio kan op grond van deze regeling maximaal één aanvraag worden toegekend.

10.

Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat beschikbaar is gesteld op de website www.duo.nl.

Artikel 6. Beoordeling aanvraag aanvullende middelen
1.

De minister kan ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag informatie opvragen bij de commissie.

2.

In afwijking van artikel 4.1 van de Kaderregeling, beslist de minister op een aanvraag als bedoeld in artikel 5 binnen acht weken na afloop van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, zevende lid.

3.

Indien de aanvraag wordt geweigerd op grond van artikel 4, kan het bevoegd gezag van 15 juli 2025 tot en met 1 september 2025 een nieuwe aanvraag op grond van deze regeling indienen.

4.

In afwijking van artikel 4.1 van de Kaderregeling, beslist de minister op een aanvraag als bedoeld in het derde lid binnen acht weken na afloop van de aanvraagperiode.

Artikel 7. Verdeling aanvullende middelen
1.

Het maximaal beschikbare bedrag aan aanvullende middelen per arbeidsmarktregio is opgenomen in bijlage 1.

2.

Het maximaal beschikbare bedrag aan aanvullende middelen bedraagt niet meer dan de middelen die volgens de begroting bij de aanvraag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, nodig zijn voor de uitvoering van het activiteitenplan.

Artikel 8. Vaststelling, besteding en betaling aanvullende middelen
1.

De aanvraag tot aanvullende middelen wordt direct vastgesteld.

2.

De aanvullende middelen kunnen worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

3.

De aanvullende middelen worden in gelijke delen betaald in juli 2025, januari 2026 en januari 2027 op de bij de minister bekende bankrekening van het bevoegd gezag.

4.

In afwijking van het derde lid, worden de aanvullende middelen op een aanvraag als bedoeld in artikel 6, derde lid, voor de eerste termijn uitbetaald in december 2025.

Artikel 9. Verantwoording
1.

De verantwoording van de besteding van de aanvullende middelen geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

2.

Het bevoegd gezag beschrijft jaarlijks in het bestuursverslag de voortgang in de uitvoering van het activiteitenplan, bedoeld in artikel 5.

Artikel 10. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van de regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt inwerking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de aanvullende middelen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende middelen studentendaling MBO 2025 – 2027.

Bijlage 1. behorend bij artikel 1.1 van de regeling

Arbeidsmarktregio Staffel
Klein Rivierenland € 5.000.000
Klein Midden-Limburg € 5.000.000
Klein Noord-Limburg € 5.000.000
Middel Zeeland € 8.000.000
Middel Drenthe € 8.000.000
Middel Achterhoek € 8.000.000
Middel Zuid-Limburg € 8.000.000
Groot Noord-Holland Noord € 10.750.000
Groot Friesland € 10.750.000
Groot Twente € 10.750.000
Groot Groningen € 10.750.000
€ 90.000.000

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.