Besluit van 11 december 2024, houdende regels ter uitvoering van de Wet minimumbelasting 2024 (Uitvoeringsbesluit minimumbelasting 2024)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 20 november 2024, nr. 2024-0000457397;

Gelet op de artikelen 6.2, derde en vierde lid, 7.2, zesde lid, 7.3, tiende lid, 7.5, tiende lid, 8.3, zesde lid, 8.13, zesde en zevende lid en 14.1, zesde lid van de Wet minimumbelasting 2024;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 25 november 2024 no. W06.24.00325/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 6 december 2024, nr. 2024-0000549629;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Algemeen en definities
1.

Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 6.2, 7.2, 7.3, 7.5, 8.3, 8.13 en 14.1 van de Wet minimumbelasting 2024.

2.

In dit besluit wordt onder de wet verstaan: de Wet minimumbelasting 2024.

Hoofdstuk 2. Bepaling van het kwalificerende inkomen of verlies (hoofdstuk 6 van de wet)

Artikel 2. Keuze voor inbegrepen vermogenswinst of -verlies
1.

De informatieaangifte-indienende groepsentiteit kan ervoor kiezen om vermogenswinsten of -verliezen als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 3°, van de wet aan te merken als een in het kwalificerende inkomen of verlies begrepen vermogenswinst of -verlies, voor zover die winsten of verliezen voortvloeien uit:

2.

Indien de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze maakt, bedoeld in het eerste lid, worden de acute belastinglast en de latente belastinglast ten aanzien van de winsten- of verliezen, ten aanzien waarvan die keuze is gemaakt, begrepen in de gecorrigeerde betrokken belastingen.

3.

De keuze, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing op alle belangen van groepsentiteiten van een multinationale groep of een binnenlandse groep in een staat.

4.

De keuze, bedoeld in het eerste lid, geldt voor een periode van vijf verslagjaren die aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor die keuze is gemaakt. De keuze wordt automatisch verlengd, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze herroept na de vijfjaarsperiode. Een herroeping van de keuze geldt voor een periode van vijf verslagjaren, die aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor de keuze wordt herroepen. De keuze kan niet worden herroepen indien de belanghouder als gevolg van de keuze een vermogensverlies in aanmerking heeft genomen.

Artikel 3. Keuze voor uitgesloten vermogenswinst of -verlies
1.

De informatieaangifte-indienende groepsentiteit kan ervoor kiezen om valutaresultaten als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onderdeel c, onder 4°, van de wet aan te merken als een uitgesloten vermogenswinst- of verlies, voor zover:

2.

De keuze, bedoeld in het eerste lid geldt voor een periode van vijf verslagjaren die aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor die keuze is gemaakt. De keuze wordt automatisch verlengd, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze herroept na de vijfjaarsperiode. Een herroeping van de keuze geldt voor een periode van vijf verslagjaren, die aanvangt op de eerste dag van het verslagjaar waarvoor de keuze wordt herroepen.

Hoofdstuk 3. Berekening van de gecorrigeerde betrokken belastingen (hoofdstuk 7 van de wet)

Artikel 4. Voortwenteling verschil tussen gecorrigeerde betrokken belastingen en verwachte betrokken belastingen
1.

Indien er in een verslagjaar in een staat geen netto kwalificerend inkomen is, kan de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kiezen om het verschil tussen de gecorrigeerde betrokken belastingen en de verwachte gecorrigeerde betrokken belastingen in dat verslagjaar, in afwijking van artikel 7.2, vijfde lid, van de wet, niet als een additionele bijheffing, maar als een voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave in aanmerking te nemen.

2.

Indien het netto kwalificerende inkomen en de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen in een volgend verslagjaar meer bedragen dan nihil, wordt de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen verminderd met de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave, bedoeld in het eerste lid, doch niet verder dan tot nihil. Het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave wordt op dezelfde voet verminderd.

3.

Indien na de vermindering, bedoeld in het tweede lid, laatste zin, een bedrag aan voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave resteert, komt dit bedrag in mindering op de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen in elk volgend verslagjaar waarin het netto kwalificerende inkomen meer bedraagt dan nihil, waarbij het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave steeds op dezelfde voet wordt verminderd.

4.

De keuze, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het verslagjaar waarvoor die keuze wordt gemaakt voor de groepsentiteiten in een staat. De keuze wordt automatisch verlengd, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit de keuze ten aanzien van een volgend verslagjaar herroept.

5.

Indien een of meer groepsentiteiten in een staat ten aanzien waarvan de keuze, bedoeld in het eerste lid, is gemaakt worden vervreemd door de multinationale of binnenlandse groep, wordt het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave in aanmerking genomen bij de vervreemdende groep. Het bedrag van de voortgewentelde bovenmatige negatieve belastinguitgave wordt in mindering gebracht op de som van de gecorrigeerde betrokken belastingen, doch niet verder dan tot nihil, van de tot deze groep behorende groepsentiteiten in de in de vorige zin bedoelde staat in elk volgend verslagjaar waarin het gezamenlijke netto kwalificerende inkomen van die groepsentiteiten meer bedraagt dan nihil.

Artikel 5. Alternatieve verliesverrekeningslatenties
1.

Voor de toepassing van artikel 7.3, vijfde lid, onderdeel e, van de wet wordt een belastinglatentie aangemerkt als alternatieve verliesverrekeningslatentie, indien:

2.

Een alternatieve verliesverrekeningslatentie, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het laagste van:

3.

Een alternatieve verliesverrekeningslatentie, zoals bepaald in het tweede lid, wordt in aanmerking genomen tegen het minimumbelastingtarief of, indien dit lager is, het van toepassing zijnde belastingtarief waartegen de actieve belastinglatentie in de financiële verslaggeving is opgenomen.

4.

Een alternatieve verliesverrekeningslatentie wordt niet begrepen in het totale bedrag van de gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties, voor zover deze latentie betrekking heeft op bedragen die op grond van artikel 7.3, vijfde lid, onderdeel a, van de wet zijn uitgesloten.

Artikel 6. Toerekening van betrokken belasting die is geheven overeenkomstig een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen
1.

De betrokken belasting die is geheven overeenkomstig een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen wordt in een verslagjaar dat aanvangt op of voor 31 december 2025 en uiterlijk eindigt op 30 juni 2027 toegerekend volgens de formule:

A = (B / C) x D

waarbij wordt verstaan onder:

A: het bedrag aan betrokken belastingen dat wordt toegerekend aan een groepsentiteit ingevolge artikel 7.5, derde lid, van de wet;

B: de allocatiesleutel van een entiteit voor de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen, berekend op grond van het tweede lid;

C: de som van alle allocatiesleutels voor de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen;

D: de betrokken belasting die is geheven overeenkomstig de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen.

2.

De allocatiesleutel van een entiteit voor de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen wordt berekend volgens de formule:

B = E x (F – G)

B: de allocatiesleutel van een entiteit voor de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen;

E: het inkomen van de entiteit dat op grond van een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen wordt toegerekend aan de belanghouder;

F: het tarief dat geldt voor de toepassing van de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen;

G: het effectieve belastingtarief van de staat waarin de entiteit is gevestigd dat is berekend op grond van artikel 8.1 van de wet, waarbij het bedrag aan betrokken belastingen dat overeenkomstig een belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen is geheven buiten beschouwing blijft en het bedrag aan kwalificerende binnenlandse bijheffing in aanmerking wordt genomen voor zover dat verrekenbaar is met de belasting die is geheven overeenkomstig de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen.

3.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt de allocatiesleutel van een entiteit, niet zijnde een groepsentiteit, joint venture of een met een joint venture verbonden partij, berekend met inachtneming van het effectieve belastingtarief dat door de multinationale groep is berekend voor de staat waarin die entiteit is gevestigd. Indien door de toepassing van het negende lid het effectieve belastingtarief meer dan een keer is berekend, wordt het effectieve belastingtarief in aanmerking genomen dat is berekend ten aanzien van de entiteit of entiteiten die gezamenlijk het hoogste bedrag aan inkomen hebben dat op grond van een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen wordt toegerekend aan de belanghouder. Indien de entiteit of entiteiten, bedoeld in de eerste zin, zijn gevestigd in een staat ten aanzien waarvan de multinationale groep het effectieve belastingtarief niet heeft berekend, wordt voor de toepassing van het tweede lid, het effectieve belastingtarief voor die staat berekend op basis van het inkomen en belastingen die zijn opgenomen in de financiële verslaggeving van die entiteit of entiteiten.

4.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de allocatiesleutel die is berekend voor een entiteit als bedoeld in het derde lid in aanmerking genomen in de som van alle allocatiesleutels, waarbij de betrokken belasting die toerekenbaar is aan die entiteit niet in aanmerking wordt genomen.

5.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt de allocatiesleutel voor een geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen van een groepsentiteit op nihil gesteld indien het effectieve belastingtarief ten minste gelijk is aan het tarief dat geldt voor de toepassing van de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen of het minimumbelastingtarief.

6.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt ten aanzien van een staat waarvoor artikel 8.8 van de wet wordt toegepast, het effectieve belastingtarief berekend overeenkomstig de artikelen 8.8, derde lid, en 8.10 van de wet.

7.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt ten aanzien van een staat waarvoor artikel 8.13 van de wet wordt toegepast, het effectieve belastingtarief berekend overeenkomstig de kwalificerende binnenlandse bijheffing van die staat, waarbij de kwalificerende binnenlandse bijheffing als betrokken belasting in aanmerking wordt genomen voor zover deze verrekenbaar is onder de geaggregeerde belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.