Algemeen Reglement van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film
gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (Awb),
gelet op artikel 10, lid 4, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 november 2024,
besluit:
Artikel 1. Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
- activiteitenplan: het plan van de aanvrager tot uitvoering van een met elkaar samenhangend geheel van filmactiviteiten niet zijnde een filmproductie;
- afwerking: het voor (bioscoop)vertoning en verdere exploitatie gereed maken van een filmproductie na voltooiing van de werkkopie;
- animatie: een filmproductie die een kunstmatige filmtechniek hanteert waarbij door het na elkaar afspelen van verschillende stilstaande beelden de illusie van beweging ontstaat;
- arthouse film: een speelfilm waarbij de nadruk op de artistieke kwaliteit ligt en het eindresultaat dusdanig bijzonder is dat dit in potentie nationaal of internationaal herkend en gewaardeerd wordt;
- begroting: de gedetailleerde financiële onderbouwing van de kosten van een filmproductie of filmactiviteit;
- bestuur: het bestuur van het Fonds;
- bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première -voorafgaand aan de non-theatrical release – in een significant aantal bioscopen of filmtheaters voor een betalend publiek in Nederland wordt uitgebracht;
- categorie: een soort filmproductie;
- code diversiteit & inclusie: de gedragscode gericht op een gelijkwaardige en toegankelijke cultuursector voor makers, producenten, werkenden en publiek, zoals van tijd tot tijd gepubliceerd op de website van het Fonds;
- coproductie: een filmproductie, waaraan twee of meer coproducenten risicodragend, op basis van een door alle partijen goedgekeurd filmplan of scenario een inhoudelijke en financiële bijdrage leveren;
- documentaire: een non-fictie filmproductie geschikt voor bioscoopvertoning die een aspect van de werkelijkheid belicht waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl;
- documentaire script: de inhoudelijke opzet voor een documentaire met daarin opgenomen de visie van de regisseur op het onderwerp, de stijl, de vorm en de ontwikkeling binnen de vertelling;
- eindexploitant: een marktpartij die via vertoningen in bioscopen- of filmtheaters, publieke of commerciële omroepkanalen dan wel op basis van een verdienmodel van abonnementen, advertenties of transacties filmproducties en afgeleide en andere audiovisuele werken openbaar maakt
- Fair practice code: de gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie, zoals van tijd tot tijd gepubliceerd op de website van het Fonds;
- filmconsulent: een gespecialiseerd filmprofessional die voor een beperkte periode door het Fonds is aangesteld om te adviseren over aanvragen bij het Fonds;
- financieel & productioneel protocol: het protocol waarin specifieke financiële en productionele vereisten die het Fonds aan filmproducties en filmactiviteiten stelt, zijn opgenomen;
- filmactiviteit: activiteiten op het gebied van film, concreet in de tijd afgebakend, die niet als filmproductie kunnen worden aangemerkt;
- filmplan: het plan van de aanvrager tot uitvoering van een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten dat bestaat uit het financieren, voortbrengen en (doen) exploiteren van een filmproductie;
- filmproductie: een cinematografisch werk;
- filmprofessional: een natuurlijk persoon met aantoonbare gedegen en actuele kennis en ervaring op het gebied van filmproductie;
- het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film;
- governance code cultuur: normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties, zoals van tijd tot tijd gepubliceerd op de website van het Fonds;
- internationale coproductie: een in de Nederlandse bioscoop of filmtheaters uit te brengen internationaal gecoproduceerde filmproductie. Bij een minoritaire coproductie is de Nederlandse producent in beperkte mate beslissingsbevoegd en verantwoordelijk en brengt tevens minder dan vijftig procent van de financiering van de filmproductie bijeen. Bij een majoritaire coproductie is de Nederlandse producent hoofdverantwoordelijk en beslissingsbevoegd en brengt tevens meer dan vijftig procent van de financiering van de filmproductie bijeen;
- korte film: een filmproductie met een vertoningsduur tot 60 minuten
- mainstream film: een speelfilm waarbij de nadruk ligt op de publiekspotentie, dat wil zeggen de grootte van het publieksbereik in samenhang met de beoogde commerciële resultaten;
- marktpartijen: partijen wier reguliere professionele activiteiten zijn gericht op het distribueren en exploiteren van filmproducties, in de ruimste zin des woords, ofwel partijen die risicodragende investeringen doen;
- mediabedrijf: een rechtspersoon die zich bezighoudt met het verspreiden, dan wel doen verspreiden, van audiovisuele media-inhoud aan het algemene publiek of delen daarvan;
- non theatrical release: alle mogelijke vormen van distributie van een filmproductie, uitgezonderd die via bioscopen en filmtheaters, waaronder in ieder geval wordt begrepen de distributie op DVD en Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view- en online distributiekanalen;
- onderzoek & experiment: een filmproductie, in welke categorie dan ook, die naar het oordeel van het bestuur onderzoekend of grensverleggend is;
- ontwikkeling: alle werkzaamheden verbonden aan de ontwikkeling van een filmproductie tot aan de productie ervan;
- producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is;
- productiekosten: de kosten gemoeid met de realisering van een filmproductie;
- productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties of mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de aanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;
- realisering: alle werkzaamheden na de fase van ontwikkeling die verbonden zijn aan het tot stand brengen en voor vertoning gereed maken van een filmproductie die bestemd is voor bioscoopuitbreng in Nederland;
- regisseur: een natuurlijk persoon die de artistieke regie voert over de uitvoering van een filmproductie;
- scenario: een beschrijving van opeenvolging van scènes en geschreven tekst met dialoog geschikt om te verfilmen tot een filmproductie;
- scenarist: de schrijver van een synopsis, treatment, scenario of documentaire script;
- speelfilm: een filmproductie in het genre fictie met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten, die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng;
- storyboard: een opeenvolging van op papier uitgewerkte shots van scènes uit een scenario bestaande uit tekeningen aangevuld met uitgeschreven informatie zoals de dialoog, het geluid en een korte beschrijving en de duur van elk shot;
- subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door het Fonds verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het Fonds geleverde goederen of diensten;
- synopsis: een korte omschrijving van het verhaal en de belangrijkste personages van het te schrijven scenario;
- treatment: een per scène of cluster van scènes, geconcentreerd geschreven weergave van het te schrijven scenario, zonder dialogen;
- uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst tussen het Fonds en de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 4:36 Awb ter uitvoering van het besluit tot verlening van die subsidie.
Artikel 2. Toepasselijkheid
Het Algemeen Reglement is van toepassing naast en in aanvulling op de deelreglementen Ontwikkeling, Realisering, Distributie en Filmactiviteiten tenzij in de betreffende deelreglementen anders is bepaald.
Artikel 3. Subsidieverlening
Het bestuur verstrekt, ter bevordering van de kwaliteit en de diversiteit van filmproducties in Nederland en voor een voor de filmkunst ontvankelijk klimaat in Nederland, subsidies ten behoeve van professionele filmproducties en filmactiviteiten.
Subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd als niet wordt voldaan aan de culturele criteria zoals bedoeld in artikel 4.
Onverminderd het bepaalde in dit reglement neemt het bestuur bij zijn besluit op de aanvraag tot subsidieverlening het volgende in overweging:
- –. de vereisten en beoordelingscriteria genoemd in dit reglement;
- –. de vereisten en beoordelingscriteria in de deelreglementen;
- –. de door het bestuur vastgestelde en gepubliceerde beleidsprioriteiten;
- –. de noodzaak en omvang van de gevraagde subsidie;
- –. de beschikbare middelen;
- –. de vereisten en richtlijnen vermeld in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds;
- –. de projectanalyse van het subsidiebureau; en,
- –. het advies van de filmconsulent(en) of ad hoc adviseur(s) of hoofd(en), desgevraagd.
De rechten en verplichtingen die uit de subsidieverlening voortvloeien zijn niet overdraagbaar, te bezwaren, tot zekerheid te stellen of te cederen aan derde partijen.
Artikel 4. Culturele criteria en staatssteunpercentages filmproducties
Om in aanmerking te komen voor subsidie in de zin van dit reglement dient een filmproductie, onverminderd het bepaalde in Europese staatsteun regelgeving, in het geval van speelfilms ten minste aan drie en, in het geval van de overige categorieën en minoritaire coproducties, aan twee van de hierna volgende kenmerken te voldoen:
- a. het scenario waarop de filmproductie is gebaseerd speelt zich in overwegende mate af in Nederland, of in een andere lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;
- b. ten minste één van de hoofdpersonages behoort tot de Nederlandse cultuur of het Nederlandse taalgebied;
- c. het scenario waarop de filmproductie is gebaseerd is hoofdzakelijk in de Nederlandse taal geschreven;
- d. het scenario van de filmproductie is gebaseerd op een van origine Nederlandstalig literair werk;
- e. het hoofdthema van de filmproductie heeft betrekking op kunst dan wel kunstenaars;
- f. het hoofdthema van de filmproductie heeft betrekking op historische figuren of gebeurtenissen;
- g. het hoofdthema van de filmproductie heeft betrekking op voor de Nederlandse bevolking relevante actuele culturele, maatschappelijke dan wel politieke kwesties.
Voor een filmproductie, waarvoor van een ander (Nederlands) bestuursorgaan of van het Fonds een subsidie is ontvangen, kan slechts een zodanig bedrag aan subsidie worden verleend dat het totaal aan staatssteun verleende subsidies niet meer bedraagt dan 50% van de productiekosten.
Voor een grensoverschrijdende filmproductie die door subsidies van meer dan een lidstaat van de Europese Unie wordt gefinancierd en waarbij producenten uit meer dan één lidstaat betrokken zijn, kan het in het tweede lid genoemde percentage aan staatssteun maximaal 60% van het productiebudget bedragen.
Voor een ‘moeilijke’ film (zie toelichting) of een grensoverschrijdende filmproductie waarbij landen uit de DAC-landenlijst van de OESO betrokken zijn en die derhalve beperkte commerciële waarde hebben, kan een hoger percentage worden verleend dan het in het tweede en derde lid genoemde percentage, mits producent en eventueel de regisseur bij de subsidieaanvraag een schriftelijke visie hebben gevoegd waaruit naar het oordeel van het bestuur blijkt dat de filmproductie:
- (i). bijdraagt aan de diversiteit van film in Nederland; en daarnaast:
- (ii). een opvallende artistieke verrijking of een innovatieve aanvulling betekent op het reguliere filmaanbod in Nederland.
Artikel 5. Beoordelingscriteria
Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag hanteert het bestuur de volgende criteria ter beoordeling van de kwaliteit van de filmproductie of filmactiviteit. De filmproductie of filmactiviteit dient:
- a. inhoudelijke kwaliteit te hebben, en,
- b. gebaseerd te zijn op een solide filmplan of activiteitenplan en een haalbaar bereik te hebben.
Bij de beoordeling van de staat van dienst beoordeelt het bestuur de resultaten die de betrokken scenarist, regisseur, producent of betrokken organisaties met eerdere filmproducties of filmactiviteiten hebben behaald.
Bij de beoordeling van de bijdrage aan de diversiteit en het filmklimaatbeoordeelt het bestuur in welke mate de filmproductie of filmactiviteit bijdraagt aan:
- a. de diversiteit van het (film)aanbod en van de daarbij betrokken filmprofessionals in Nederland, en,
- b. de professionalisering, verduurzaming van de filmsector en versterking van het Nederlandse filmklimaat.
Om in aanmerking te komen voor toekenning van de aanvraag dient het oordeel over de in het eerste tot en met het derde lid genoemde beoordelingscriteria positief te zijn waarbij de onderlinge samenhang tussen deze criteria eveneens bij dit oordeel wordt betrokken.
Het bestuur kan in de deelreglementen nadere beoordelingscriteria opnemen.
Artikel 6. Subsidievormen
Het bestuur verstrekt projectsubsidies, meerjarige activiteitensubsidies dan wel subsidies in de vorm van slate funding.
Het bestuur kan aan het verstrekken van deze subsidies de voorwaarde verbinden dat de inkomsten die worden verkregen uit exploitatie van de op de aanvraag betrekking hebbende filmproductie of filmactiviteit worden terugbetaald aan het Fonds.
Het bestuur kan een subsidie in de vorm van een garantstelling verstrekken.
Artikel 7. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
Het bestuur kan per kalenderjaar een subsidieplafond vaststellen en bepalen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
Het bestuur kan per deelreglement, binnen de verschillende deelreglementen, programma’s en categorieën als ook per subsidieronde afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen en bepalen hoe de beschikbare bedragen worden verdeeld.
De subsidieplafonds kunnen per kalenderjaar verschillen en worden gepubliceerd in de Staatscourant en bekendgemaakt op de website van het Fonds: www.filmfonds.nl.
De subsidieverlening wordt geweigerd indien door het verlenen van de subsidie de subsidieplafonds, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden overschreden.
Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 8. Hoogte van het subsidiebedrag
De hoogte van een subsidie kan door het bestuur per geval worden bepaald aan de hand van maximale bijdragen, eventueel vermeerderd met eventuele aanvullende subsidies die worden gepubliceerd in het Financieel & Productioneel Protocol.
Het bestuur kan de in het vorige lid bedoelde subsidies vaststellen per categorie, per programma, voor internationale coproducties en voor filmproducties waarbij het Fonds samenwerkt met andere (subsidie verlenende) instellingen.
Artikel 9. Aanvrager
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.