Kaderbesluit bpm
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 12 december 2022, nr. 2022-264440. Diverse onderdelen zijn ingekort ten behoeve van de leesbaarheid. Daarnaast zijn enkele onderdelen komen te vervallen omdat het belang hiervan is komen te vervallen, o.a. vanwege codificatie en wetswijzigingen. In onderdeel 3 (nieuw) zijn diverse standpunten van de kennisgroep Auto verwerkt die zien op het bepalen van de handelsinkoopwaarde in de aangifte bpm. Tot slot is de goedkeuring in onderdeel 7.2 in lijn gebracht met de wijziging van de uitvoeringsregeling per 1 januari 2024.
1. Inleiding
In dit besluit zijn standpunten aangepast, verduidelijkt of toegevoegd over de volgende onderwerpen:
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Maatstaf van heffing
Voor een bijzondere personenauto en een motorrijwiel wordt de bpm berekend over de netto catalogusprijs. Hoofdregel is dat de bpm (per 1 januari 2025) berekend wordt over de CO2-uitstoot. Er zijn echter situaties waarin de catalogusprijs voor personenauto’s en bestelauto’s alsnog van belang kan zijn voor de berekening van de bpm.
Is er geen catalogusprijs bekend, dan moet deze door vergelijking worden bepaald. Tot de catalogusprijs behoort de waarde van de voorzieningen die zijn aangebracht door of namens de fabrikant of importeur (artikel 9, negende lid, van de wet). Voor een aantal van deze situaties geef ik hierna aan hoe de catalogusprijs door vergelijking kan worden vastgesteld.
2.1. Kampeerauto
Als een gesloten bestelauto wordt gebruikt als basis voor een qua wielbasis van die bestelauto afwijkende kampeerauto en voldoet aan de voorwaarden in artikel 5aa van het uitvoeringsbesluit, wordt de bpm berekend over de catalogusprijs van een zoveel mogelijk met de verkregen kampeerauto vergelijkbare gesloten bestelauto. Dit geldt ook als een kampeerauto is afgeleid van een ander soort auto (bijvoorbeeld een chassis cabine). Daarbij wordt achtereenvolgens rekening gehouden met:
Als de wielbasis van de verkregen kampeerauto afwijkt van de wielbasis van de vergelijkbare bestelauto of chassis cabine, wordt uitgegaan van de vergelijkbare auto met de in centimeters meest nabij gelegen wielbasis die de feitelijke wielbasis van de kampeerauto niet te boven gaat.
Voor het bepalen van de catalogusprijs is het uiteindelijke resultaat, de vervaardigde kampeerauto, doorslaggevend.
2.2. Kosten die bij het bepalen van de catalogusprijs buiten beschouwing mogen worden gelaten
Van sommige kosten vind ik het niet wenselijk dat deze worden meegenomen bij de heffing van bpm. Daarom keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat in de volgende situaties de genoemde kosten niet in de catalogusprijs inbegrepen hoeven te worden, voor zover de catalogusprijs voor het bepalen van de hoogte van de bpm een relevant gegeven is.
*Motorrijtuigen speciaal ingericht of aangepast voor gehandicapten*
Motorrijtuigen kunnen door of namens de fabrikant of importeur speciaal worden ingericht of aangepast voor gehandicapten. Dit geldt zowel voor individueel vervoer van gehandicapten als voor groepsvervoer van rolstoelgebruikers.
Onder inrichtings- en/of aanpassingskosten die geen onderdeel zijn van de catalogusprijs voor de berekening van de hoogte van de bpm, worden de kosten van de volgende voorzieningen verstaan:
Als een niet onder de heffing van bpm vallende bestelauto wordt omgebouwd tot personenauto speciaal ingericht voor het vervoer van gehandicapten in de laadruimte, kunnen ook de ombouwkosten die samenhangen met deze voorzieningen bij het vaststellen van de catalogusprijs voor het bepalen van de hoogte van de bpm buiten beschouwing worden gelaten. Dit moet blijken uit de aanwezigheid van onder andere de hierboven genoemde voorzieningen.
*Recreatieve functie kampeerauto*
Een kampeerauto heeft twee functies. Enerzijds dient deze voor het vervoer van personen. Anderzijds heeft deze een recreatieve functie, die vergelijkbaar is met die van tenten en caravans.
Voor het bepalen van de maatstaf van heffing van een kampeerauto wordt uitgegaan van de catalogusprijs van een met die kampeerauto vergelijkbare bestelauto. Het deel van de catalogusprijs dat is toe te rekenen aan de recreatieve functie behoeft hierbij niet meegenomen te worden.
*Bepantserde auto's*
Motorrijtuigen kunnen door of namens de fabrikant of importeur worden bepantserd. De kosten die specifiek op de bepantsering betrekking hebben, kunnen bij het vaststellen van de catalogusprijs voor het bepalen van de hoogte van de bpm buiten beschouwing worden gelaten.
*Motorrijtuigen voor het vervoer van zieken en gewonden*
Motorrijtuigen kunnen door of namens de fabrikant of importeur geschikt zijn gemaakt of ingericht als motorrijtuig voor het vervoer van zieken en gewonden (artikel 15, eerste lid onder d, van de wet). De kosten die specifiek zijn verbonden aan het inrichten of geschikt maken voor het vervoer van zieken en gewonden, kunnen bij het vaststellen van de catalogusprijs voor het bepalen van de hoogte van de bpm buiten beschouwing worden gelaten.
*Motorrijtuigen die worden ingezet bij rampen en dergelijke*
Motorrijtuigen kunnen door of namens de fabrikant of importeur multifunctioneel zijn ingericht om te worden ingezet bij rampen en calamiteiten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om zogenoemde GNK-motorrijtuigen (motorrijtuigen die worden gebruikt door een geneeskundige combinatie) en commandovoertuigen, die dienen voor het vervoer van mensen en materieel en hiervoor ook speciaal zijn ingericht. Het gedeelte van de voor de motorrijtuigen geldende catalogusprijzen, dat is toe te rekenen aan de op de motorrijtuigen aangebrachte hulpverleningsvoorzieningen, kan bij het vaststellen van de catalogusprijs buiten beschouwing worden gelaten.
*Bestelauto’s van het type chassis cabine met specifieke voorzieningen*
Er zijn bestelauto’s die veelal op basis van een zogenoemde chassis cabine naar de specifieke wensen van de klant zijn aangepast. Bij dergelijke bestelauto’s is in de uiteindelijke uitvoering niet altijd een catalogusprijs bekend.
De kosten van specifieke aanpassingen voor het bedrijfsmatige gebruik kunnen bij het vaststellen van de catalogusprijs buiten beschouwing worden gelaten. Dit betekent dat tot de catalogusprijs van een chassis cabine of een bestelauto met specifieke voorzieningen niet behoren de voorzieningen die zijn aangebracht in of aan de laadruimte.
*Afleveringskosten*
Bij aflevering kunnen diverse kosten in rekening worden gebracht (rijklaar maken). Het gaat hier bijvoorbeeld om kosten van schoonmaken, kentekenbewijs, bijgeleverde benzine, vervoer naar de dealer en de zogenoemde 0-beurt. Deze kosten, voor zover zij reëel zijn, maken geen onderdeel uit van de catalogusprijs voor het bepalen van de hoogte van de bpm, ook niet als zij door de importeur in de catalogusprijs zijn inbegrepen.
*Verzekeringskosten*
In de catalogusprijs kan een bedrag begrepen zijn waarvoor importeurs of fabrikanten de uiteindelijke afnemers van motorrijtuigen een verzekeringspakket aanbieden. Dat pakket geeft recht op één of meer voorzieningen, zoals gratis transport naar de woonplaats bij pech of ongeval, gratis transport van de auto of motor naar een garage waar herstel zal plaatsvinden, gratis verblijf in een hotel, en dergelijke gedurende de periode van reparatie.
De waarde van een dergelijk verzekeringspakket behoeft niet meegenomen te worden bij het vaststellen van de catalogusprijs voor het bepalen van de hoogte van de bpm, mits aan onderstaande voorwaarden is voldaan:
*Let op!*
Een verzekering die recht geeft op één of meer jaren gratis reparatie valt niet onder deze goedkeuring. Hoewel een dergelijke voorziening verzekeringstechnische aspecten in zich heeft is er in feite sprake van een garantie en niet van een verzekering.
*Recyclingbijdrage*
In de situatie dat de fabrikant of importeur de recyclingbijdrage in de catalogusprijs opneemt zonder verdere vermelding hiervan, is deze bijdrage onderdeel van de catalogusprijs.
Als de fabrikant of importeur bij het kenbaar maken van de catalogusprijs er echter afzonderlijk melding van maakt dat de recyclingbijdrage in de (gepubliceerde) catalogusprijs is inbegrepen, kan deze bij het vaststellen van de catalogusprijs voor het bepalen van de hoogte van de bpm, buiten beschouwing worden gelaten.
3. Bepalen handelsinkoopwaarde gebruikte motorrijtuigen
3.1. Voorwaarden taxatierapport in Bijlage I bij de uitvoeringsregeling
Als voor het aantonen van de afschrijving op een gebruikt motorrijtuig gebruik wordt gemaakt van een taxatierapport, moet dit rapport aan de voorwaarden voldoen zoals gesteld in Bijlage I bij de uitvoeringsregeling.
3.2. Toegang tot de aangiftemethode met taxatierapport
Indien een motorrijtuig meer dan normale gebruiksschade heeft, kan de afschrijvingsmethode taxatie gebruikt worden. Ook staat de afschrijvingsmethode taxatie open voor motorrijtuigen die niet als zodanig (vgl. merk, model, transmissie, brandstof, vermogen, carrosserie en uitvoering, HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:640) in een koerslijst voorkomen. Een geringe afwijking in CO2-uitstoot betekent niet dat het motorrijtuig als zodanig niet in de koerslijst voorkomt. Dit is anders als de uitvoering dusdanig afwijkt dat er sprake is van een grote CO2-uitstoot, zoals bijvoorbeeld het geval is bij een motorrijtuig dat afkomstig is van de Amerikaanse markt. De CO2-afwijking vloeit in die gevallen voort uit een afwijking van één van de hiervoor limitatief opgesomde voertuigeigenschappen.
Het missen van een onderhoudsboekje, een ontbrekende alarminstallatie van een bepaalde klasse of een schadeverleden zijn géén onderscheidende criteria voor de toets of er sprake is van een (gelijksoortig) motorrijtuig ‘als zodanig’ en worden ook niet gezien als meer dan normale gebruiksschade, als geen sprake meer is van aanwijsbare schade op het afschrijvingsmoment (zie HR 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:147, r.o. 3.6.1 over het schadeverleden). Dit betekent dat de enkele aanwezigheid van de hiervoor genoemde elementen bij het motorrijtuig waarvoor aangifte wordt gedaan niet voldoende zijn om een aangifte met een taxatierapport in te dienen. De aangifte kan dan alleen worden gedaan met een uitdraai van de koerslijst of op basis van de wettelijke afschrijvingstabel. Onder omstandigheden is het wel mogelijk rekening te houden met de hiervoor genoemde kenmerken. Dit wordt nader toegelicht in onderdeel 3.3.
Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van de kennisgroepstandpunt KG:013:2023:2 en KG:013:2023:7, die eerder zijn gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.
3.3. Correcties op de handelsinkoopwaarde bij gebruik koerslijst in taxatierapport
In zijn arresten van 17 november 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1499) en 22 december 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1703) geeft de Hoge Raad aan op welke wijze de taxateur als referentie voor het bepalen van een (bij benadering) reële waardedaling van het te registreren motorrijtuig gebruik kan maken van de handelsinkoopwaarde die is opgenomen in een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor een referentievoertuig.
Het moet dan gaan om een vergelijkbaar motorrijtuig dat is opgenomen in een koerslijst. In dat geval is de handelsinkoopwaarde uit de koerslijst slechts een uitgangspunt waarbij de getaxeerde waarde van die koerslijstwaarde zal verschillen vanwege meer dan normale gebruiksschade en/of andere bijzondere of afwijkende kenmerken en eigenschappen van het te waarderen motorrijtuig ten opzichte van gebruikte motorrijtuigen zoals deze in de regel op de binnenlandse markt worden ingekocht. Dergelijke kenmerken en eigenschappen leiden tot een bij de taxatie in aanmerking te nemen verschil ten opzichte van de koerslijstwaarde voor zover zij in die waarde niet of niet volledig zijn verdisconteerd. De invloed van dergelijke kenmerken en eigenschappen kan zowel waardedrukkend als waardeverhogend zijn.
Ook betekent het voorgaande dat de taxateur, rekening houdend met de beperkingen zoals geformuleerd in onderdeel 3.2, op basis van individuele omstandigheden van het betreffende geval rekening kan houden met bijvoorbeeld het waardedrukkende effect van het schade- of verhuurverleden van het motorrijtuig. (HR 12 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:692) voor zover zij in de handelsinkoopwaarde uit de koerslijst niet of niet volledig zijn verdisconteerd. Daarbij geldt nog het volgende.
*Schadeverleden*
Onder schadeverleden wordt verstaan een motorrijtuig met in het verleden opgelopen en herstelde schade van grotere omvang dan normale gebruiksschade (HR 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:147).
Het is aan de taxateur om aannemelijk te maken wat het schadeverleden voor gevolg voor de handelsinkoopwaarde heeft.
*Ex-rental*
Onder ex-rental wordt verstaan een motorrijtuig met een aantoonbaar huurverleden. Dit is een specifiek kenmerk van dat motorrijtuig.
Ook hier geldt dat de bewijslast voor de aanwezigheid van een huurverleden bij de taxateur ligt. Het enkel overleggen van een buitenlands kentekenbewijs of de inkoopfactuur is niet voldoende.
Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:013:2023:7, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl
3.4. Toepassing variabelen die zijn opgenomen in de koerslijst
Wanneer in een in de handel algemeen toegepaste koerslijst een kenmerk of eigenschap zoals bijvoorbeeld ‘ex-rental’ als variabele is opgenomen, moet ervan worden uitgegaan dat het in de handel voor de waardebepaling van een motorrijtuig binnen die koerslijst verschil maakt of het desbetreffende motorrijtuig als ‘rental’ is gebruikt of niet. Daaruit volgt dat bij toepassing van die koerslijst de aan deze variabele te verbinden waardevermindering alleen kan worden toegepast op motorrijtuigen die een ‘ex-rental’ zijn (HR 8 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331, r.o. 2.3.2).
Is een dergelijk kenmerk of eigenschap niet als variabele opgenomen in de toegepaste koerslijst, dan is het binnen de afschrijvingsmethode koerslijst in beginsel niet mogelijk om hier rekening mee te houden. Er moet immers van worden uitgegaan dat de variabelen die de betreffende koerslijst in aanmerking neemt, een samenhangend geheel vormen (HR 8 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:331, r.o. 2.3.3).
Onder omstandigheden is met een beroep op artikel 110 VWEU een uitzondering op de hierboven geformuleerde hoofdregel mogelijk. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 2 februari 2024 één specifieke situatie benoemd, die ziet op een naheffingsaanslag van een motorrijtuig met een schadeverleden. Er moet namelijk rekening worden gehouden met een aanvullende waardevermindering als belanghebbende aannemelijk kan maken dat het geheven bedrag aan bpm hoger is voor het in te schrijven motorrijtuig dan het restbedrag aan bpm dat is vervat in de handelswaarde van een of meer gelijksoortige, gebruikte motorrijtuigen die al in het binnenland zijn geregistreerd. Daartoe moet de belastingplichtige de werkelijke handelswaarde van het in te schrijven motorrijtuig aantonen. Om dat te staven moet de belastingplichtige op basis van deskundigenonderzoek aantonen dat er ten tijde van de registratie een gelijksoortig, gebruikt motorrijtuig met een vergelijkbaar schadeverleden in Nederland was geregistreerd en wat de waardeverminderende invloed van dat schadeverleden op de handelsinkoopwaarde werkelijk is geweest ten opzichte van een gelijksoortige, gebruikte motorrijtuigen die toentertijd in Nederland waren geregistreerd en niet een dergelijk schadeverleden kenden. Een verwijzing naar een algemeen bekend feit en/of een schatting in goede justitie is niet voldoende (HR 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:147, r.o. 3.6.2).
3.5. Wijzigen van afschrijvingsmethode
Artikel 10 van de wet kent geen verbod op een wijziging in de afschrijvingsmethode bij het aanwenden van een rechtsmiddel. In het negende lid van dit artikel is echter opgenomen dat het niet mogelijk is gegevens die niet bij de aangifte zijn gebruikt, op een later tijdstip alsnog te gebruiken om de bij de aangifte toegepaste afschrijving te wijzigen. In de nota van wijziging1Kamerstukken II 2011/12, 33 004, nr. 6, p. 9–10 is hierover het volgende opgenomen: de keus van de aangever voor een bepaalde afschrijvingsmethodiek bepaalt mede op welke wijze de aangifte wordt gecontroleerd. Om de juistheid van een aangifte op basis van de individuele afschrijving te kunnen beoordelen is het van belang, dat op het moment van de aangifte alle gegevens worden overgelegd waarop de aangifte is gebaseerd. Het betreffende motorrijtuig is immers uit het zicht waardoor de staat van het motorrijtuig op het moment van het belastbaar feit en op het moment van bezwaar gewijzigd kan zijn.
In zijn arrest van 18 maart 2016 (ECLI:NL:HR:2016:421) heeft de Hoge Raad deze wettelijke beperking verruimd. Belastingplichtige kan na indiening van de aangifte wijzigen van afschrijvingsmethode onder de voorwaarde dat voor het vaststellen van de juistheid van de (nieuw) ingebrachte gegevens geen (tweede) fysieke controle van het motorrijtuig nodig is. Het wijzigen van een aangifte met taxatierapport of koerslijst naar de tabel is dus toegestaan. Hiervoor zijn immers geen gegevens nodig die niet al eerder bij de aangifte zijn ingebracht. Het wijzigen van bijvoorbeeld tabel naar koerslijst of van taxatierapport naar koerslijst is mogelijk indien de nieuw ingebrachte gegevens te controleren zijn zonder dat een (tweede) fysieke controle van het motorrijtuig noodzakelijk is.
Dit beleidsonderdeel is tot stand gekomen naar aanleiding van het kennisgroepstandpunt KG:013:2023:5, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl
4. Vrijstellingen
4.1. Tijdelijke vrijstelling voor rally-auto’s en -motoren
Nederlandse ingezetenen die deelnemen aan rally's, kunnen gebruik maken van niet in Nederland geregistreerde rally-auto’s en -motoren. Als het parcours van deze wedstrijden geheel of gedeeltelijk over de Nederlandse weg gaat, is bpm verschuldigd.
Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat in dit soort gevallen (tijdelijke) vrijstelling van bpm kan worden verleend. Ik stel hierbij de volgende voorwaarden:
De vrijstelling geldt niet voor het gebruik van het motorrijtuig voor persoonlijke doeleinden, zoals het rijden van en naar de wedstrijden.
5. Ondernemersvrijstelling
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.