Beleidsregel van de directie van de Dienst Wegverkeer van 1 januari 2025 betreffende de verlening van nationale typegoedkeuring en individuele goedkeuring van mobiele machines (Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines)

Type ZBO-regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4b, eerste lid, aanhef en onder a en hoofdstuk III van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 3.6.0., 3.6.1, tweede lid en 3.6.3, tweede lid van de Regeling voertuigen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begrippen in besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie

In deze beleidsregel zijn de begripsbepalingen van Verordening (EU) nr. 167/2013 van overeenkomstige toepassing. Dit geldt ook voor daarop gebaseerde gedelegeerde verordeningen en van de VN/ECE Reglementen zoals vermeld in de artikelen 3.6.0, 3.6.1, eerste lid, onderdeel a en 3.6.3 van de Regeling voertuigen, en de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2. Definities

In aanvulling op artikel 1 wordt in deze beleidsregel verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling

Artikel 3. Aanvraag individuele goedkeuring

Een aanvraag voor een individuele goedkeuring wordt bij de RDW ingediend door middel van een door de RDW vastgesteld aanvraagformulier individuele goedkeuring mobiele machine. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.

Artikel 4. Aanvraag typegoedkeuring
1.

Een aanvraag voor een typegoedkeuring mobiele machines wordt bij de RDW ingediend door middel van een door de RDW vastgesteld aanvraagformulier typegoedkeuring. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.

2.

De aanvraag moet aantoonbaar worden ingediend door een marktdeelnemer als bedoeld in Verordening (EU) nr. 167/2013.

3.

Voor de indiening van een aanvraag is het reserveren van een typegoedkeuringsnummer noodzakelijk met het daarvoor bestemde formulier (reserve approval numbers). De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW. Dit dient bij voorkeur te worden gedaan door de Technische Dienst.

4.

Voor een aanvraag van een eerste beoordeling en de overeenstemming van de productie moet de aanvrager een CoP-formulier volledig invullen en indienen bij de RDW via cop@rdw.nl. De actuele versie van het formulier wordt op verzoek toegezonden via dat e-mailadres.

5.

Een informatiegesprek tussen de aanvrager en RDW dient plaats te vinden voordat de aanvraag voor een eerste beoordeling bedoeld in het vierde lid wordt ingediend.

6.

Indien de marktdeelnemer de benodigde tests door de RDW wil laten uitvoeren dient het formulier ‘Product assessment’ te worden ingevuld en ingediend bij RDW. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.

Artikel 5. Behandeling aanvraag typegoedkeuring
1.

Voor het in behandeling nemen van de aanvraag vraagt de RDW naast een volledig ingevuld aanvraagformulier de volgende documenten:

2.

Het Basis inlichtingenformulier ten behoeve van het informatiedossier en een Concept nationaal Certificaat van Overeenkomst zijn op verzoek verkrijgbaar via SDS@rdw.nl.

3.

Als de aanvraag niet volledig is verzoekt RDW om de aanvraag aan te vullen binnen een termijn van twee weken. Als die termijn ongebruikt verstrijkt zal de aanvraag niet inhoudelijk worden behandeld.

Artikel 6. Eerste beoordeling
1.

De RDW deelt de rapportage met resultaten van de uitgevoerde administratieve documentbeoordeling met de fabrikant en bevestigt een positieve beoordeling door middel van een e-mailbericht.

2.

De RDW maakt direct na toezending van de positieve beoordeling als bedoeld in het eerste lid een afspraak voor de beoordeling van de productielocatie(s) binnen 12 maanden.

3.

RDW kan besluiten een bezoek aan productielocatie(s) plaats te laten vinden voordat een besluit over de administratieve documentbeoordeling als bedoeld in het eerste lid wordt genomen. Dit geldt in ieder geval indien de fabrikant geen gecertificeerd kwaliteitssysteem heeft.

4.

Indien de fabrikant binnen 12 maanden na de positieve beoordeling bedoeld in het eerste lid nog niet heeft geproduceerd, moet de fabrikant dit melden aan de RDW door middel van een verklaring van niet produceren, waarna de beoordeling van de productielocatie(s) bedoeld in het tweede lid één keer met maximaal 12 maanden uitgesteld kan worden.

5.

De geldigheidsduur van de positieve beoordeling bedoeld in het eerste lid verloopt na twee jaar. Indien binnen deze twee jaar geen typegoedkeuring is verleend, of de fabrikant niet heeft geproduceerd, verloopt de geldigheid van die positieve beoordeling.

6.

Indien een beoordeling van productielocatie(s) niet kan worden uitgevoerd wegens onvoorziene omstandigheden, is het bepaalde in artikel 12, lid 1 en 2 en 4 van overeenkomstige toepassing.

7.

Indien RDW afwijkingen van de vereisten constateert bij de administratieve documentbeoordeling of bij de beoordeling van de productielocatie(s) kan de fabrikant in de gelegenheid worden gesteld om corrigerende maatregelen te treffen. Corrigerende maatregelen moeten binnen de door de RDW gestelde termijn, uiterlijk drie maanden na het opleveren van de beoordeling getroffen te zijn. De opvolging van de voorgestelde maatregelen dient de fabrikant tijdig en schriftelijk te communiceren aan de RDW. De fabrikant heeft in totaal drie mogelijkheden (bij de aanvraag en twee herbeoordelingen) om documenten correct en volledig aan te leveren.

8.

De eerste beoordeling wordt negatief beoordeeld wanneer de fabrikant corrigerende maatregelen niet binnen drie maanden heeft getroffen of gecommuniceerd naar de RDW, of wanneer de fabrikant na twee pogingen na de eerste aanvraag de afwijkingen niet heeft verholpen.

Artikel 7. Uitgangspunten beoordeling mobiele machine
1.

Indien een goedkeuringsdocumentatie wordt overgelegd waaruit blijkt dat een bepaald voorschrift op basis van een andere of buitenlandse norm is goedgekeurd, kan de RDW besluiten dat met die goedkeuring deels of geheel aan de gestelde goedkeuringseis is voldaan. De aanvrager van de goedkeuring dient hiertoe inhoudelijke informatie over de gehanteerde eisen van deze norm aan te leveren, op grond waarvan RDW beoordeelt of die norm minimaal gelijkwaardige goedkeuringseisen stelt.

2.

Een testrapport moet voor het betreffende (type) mobiele machine, onder vermelding van het type, en indien van toepassing, variant en uitvoering en voertuigidentificatienummer, zijn afgegeven. Het testrapport moet zijn afgegeven door de RDW.

3.

Indien een geldig (deel-)certificaat wordt overgelegd, is voldaan aan de goedkeuringseis voor het onderwerp dat wordt afgedekt door dit betreffende (deel-)certificaat. Bij twijfel aan de geldigheid of juistheid van het betreffende (deel-)certificaat, stelt de RDW nader onderzoek in. De aanvrager is gehouden tot volledige medewerking aan dit onderzoek.

Artikel 8. Beslissing op de Aanvraag typegoedkeuring

Bij verlening van een goedkeuring wordt het goedkeuringscertificaat toegezonden conform de bij de RDW vastgelegde modellen voor typegoedkeuringscertificaten.

Artikel 9. Voertaal typegoedkeuring
1.

Schriftelijke en mondelinge communicatie tussen de RDW en de marktdeelnemer vindt plaats in de Nederlandse taal.

2.

Tijdens de aanvraagprocedure en tijdens de audit in het kader van de eerste beoordeling of het toezicht op de Overeenstemming van de productie moet fabrikant zorgdragen voor een gemachtigde die de Nederlandse taal op technisch inhoudelijk niveau voldoende beheert of een tolk, dan wel een vertegenwoordiger van de technische dienst die de Nederlandse taal naar het oordeel van de RDW voldoende beheerst.

3.

Uitsluitend met schriftelijke instemming van de RDW kan op verzoek van de aanvrager de voertaal Engels zijn. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is in dat geval van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10. Kosten aanvraag en toezicht typegoedkeuring
1.

De kosten voor de behandeling van de aanvraag en het toezicht worden achteraf in rekening gebracht bij de aanvrager conform de geldende Regeling tarieven Dienst Wegverkeer en met inachtneming van artikel 28, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

2.

Bij betalingen moet de aanvrager de factuurnummers en debiteurennummers volledig vermelden. De RDW hanteert een betalingstermijn van 30 dagen. In uitzonderlijke gevallen kan RDW een andere termijn hanteren. Dit wordt op de desbetreffende factuur vermeld.

Hoofdstuk 3. Toezicht nationale typegoedkeuring mobiele machine

Artikel 11. Wijze en frequentie toezicht
1.

De RDW houdt toezicht op de fabrikanten in relatie met door de RDW verleende typegoedkeuring. De RDW doet dit door middel van respectievelijk document beoordeling, audits en zo nodig productbeoordeling.

2.

De fabrikant moet met behulp van de van toepassing zijnde procedures van de RDW aantonen dat aan de vanuit de nationale wetgevingen gestelde eisen en de overeenkomstig van toepassing zijnde artikelen 8 tot en met 16, 20 tot en met 23, artikel 24, derde lid, eerste zin en tiende lid, 29, 30, 32 tot en met 34 en de artikelen 51 en 52 van Verordening (EU) 167/2013, wordt voldaan om de overeenstemming van productie te waarborgen.

3.

De fabrikant bepaalt aan de hand van een risicoanalyse de noodzakelijke controles die essentieel zijn om de overeenstemming van productie te waarborgen en zorgt ervoor dat hij deze controles zelf uitvoert, vastlegt, analyseert en tijdens het productieproces bijstuurt waar nodig op de punten en/of momenten (in de tijd).

4.

De productielocaties van de fabrikant worden door de RDW beoordeeld en indien akkoord door de RDW erkend. Uitbreiding of wijziging van de productielocaties is alleen mogelijk met instemming van de RDW en nadat een verzoek daartoe is gedaan met behulp van het CoP-formulier genoemd in artikel 4.

5.

De fabrikant toont aan dat hij in de fasen vóór, tijdens en na het productieproces, zelf de regie voert over alle essentiële aspecten die van belang zijn voor de waarborg van de overeenstemming van de productie.

6.

Het is niet toegestaan om een of meerdere aspecten van productieactiviteiten op een locatie plaats te laten vinden welke niet door de RDW is erkend. De fabrikant is en blijft verantwoordelijk voor de overeenstemming van de productie.

7.

De frequentie van het toezicht wordt naast de eventuele voorschriften in de specifieke regelgeving, mede bepaald op basis van een risicoanalyse van de RDW. De laagst mogelijke frequentie voor een bedrijfsbezoek bedraagt één bezoek in drie jaar.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.