Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp van 20 december 2024, nr. BZ2410991, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Mine Action en Clustermunitie Programma III 2025–2030)
Gelet op de artikelen 6, 7 en 10 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op de artikelen 2.5 en 2.6, sub d, f en h, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.5 en 2.6, sub d, f en h, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten op het gebied van ontmijnen, het verwijderen van clustermunitie en capaciteitsversterking van nationale mine action autoriteiten, die strekken tot het bevorderen van vrede en veiligheid na afloop van een gewapend conflict (Mine Action en Clustermunitie Programma III 2025–2030), gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Voor subsidieverlening in het kader van het Mine Action en Cluster Munitie Programma III 2025–2030 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 een subsidieplafond van € 78.750.000, dat als volgt over de afzonderlijke typen activiteiten wordt verdeeld:
- a). € 60.750.000 voor activiteiten gericht op mine action activiteiten;
- b). € 14.000.000 voor activiteiten gericht op capaciteitsversterking van nationale mine action autoriteiten.
- c). € 4.000.000 voor activiteiten in het kader van contingency funding.
Voor subsidieverlening ten laste van het plafond, bedoeld in het eerste lid, sub c, komen uitsluitend in aanmerking organisaties die in aanmerking komen voor subsidieverlening ten laste van de plafonds, bedoeld in het eerste lid, sub a en sub b.
Indien middelen resteren van de middelen die zijn bedoeld voor een van beide typen activiteiten als bedoeld in het eerste lid, sub a en sub b, komen deze beschikbaar voor subsidiëring van aanvragen gericht op het andere type activiteiten, voor zover deze aanvragen voldoen aan de maatstaven die in de beleidsregels bij dit besluit zijn neergelegd. Daarbij geldt dat geen middelen worden overgeheveld voor subsidiëring van activiteiten als bedoeld in het eerste lid, sub b, indien reeds subsidie is verleend voor activiteiten in elk van de in de beleidsregels bij dit besluit vastgestelde focuslanden.
Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.
Artikel 3
Aanvragen voor een subsidie in het kader van het Mine Action en Cluster Munitie Programma III 2025–2030 worden ingediend aan de hand van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op dat aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1Het aanvraagformulier is te vinden op https://www.government.nl/topics/grant-programmes/mine-action-and-cluster-munitions-programme-2025–2030.
Aanvragen voor een subsidie in het kader van het Mine Action en Cluster Munitie Programma 2025–2030 voor activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub a en sub b, worden ingediend in de periode vanaf 6 januari 2025 om 00:00 CET tot en met uiterlijk 23 februari 2025 om 23:59 CET.
Aanvragen voor een subsidie in het kader van het Mine Action en Cluster Munitie Programma 2025–2023 voor activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub c, worden ingediend in een of meerdere nader door de minister bekend te maken periode of perioden.
Artikel 4
De verdeling van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.
Bijlage
Bijlage. Subsidiebeleidskader Mine Action en Clustermunitie Programma III 2025–2030
Inhoudsopgave
Begrippenlijst
1. Inleiding
Dit subsidiebeleidskader bevat beleidsregels voor het verstrekken van subsidie in het kader van het Mine Action en Clustermunitie Programma III 2025–2030 (MACM III).
2. Beleidsachtergrond
Na afloop van gewapende conflicten leiden explosieve oorlogsresten (Explosive Remnants of War, ERWs) zoals landmijnen, geïmproviseerde explosieven (IEDs) en clustermunitie vaak tot langdurige onveiligheid voor burgers.3Voor een volledige definitie van ERW zie: https://www.mineactionstandards.org/ Dit belemmert humanitaire hulp, stabilisatie (vredesmissies), wederopbouw en sociaaleconomische ontwikkeling. Wegen, grensgebieden en de omgeving van huizen en scholen blijven onbegaanbaar, waardoor burgers geen veilige toegang hebben tot voedsel, water en andere basisbehoeften. De aanwezigheid van ERW is een potentiële barrière voor terugkeer naar huis van vluchtelingen en ontheemden.
Humanitaire ontmijning, internationaal bekend onder de term mine action , richt zich op het verminderen van de sociale, economische en ecologische impact van ERW. Daarom kan mine action niet los worden gezien van humanitaire- en ontwikkelingshulp en, in sommige gevallen, vredesopbouw en ondersteunende operaties.4Zie: http://www.mineactionstandards.org/standards/
De afgelopen jaren is er door Nederland en andere donoren fors ingezet op het verkleinen van gebied dat besmet is met ERW. Mine action gaat niet alleen over ontmijning maar ook over mensen en samenlevingen en hoe zij getroffen worden door aanwezigheid van landmijnen. Er is daarom ook geïnvesteerd in slachtofferhulp en risicovoorlichting. Verder wordt er steeds meer synergie gezocht tussen mine action en humanitaire hulp, stabiliteit, wederopbouw en sociaaleconomische ontwikkeling (triple nexus), waardoor de impact van mine action activiteiten vergroot kan worden.
2.1. Nederlandse beleidsprioriteiten
Het Nederlandse mine action beleid is gebaseerd op twee beleidsdocumenten:
In beide beleidsnotities wordt de nadruk gelegd op preventie. Nederland onderschrijft daarmee de doelstellingen uit het VN-rapport Pathways to Peace voor een verschuiving van conflictbeheersing en -oplossing naar het voorkomen van geweld en bevorderen van duurzame vrede.7Pathways for Peace | Inclusive Approaches to Preventing Violent Conflict Nederland ziet mine action als integraal onderdeel van de conflictpreventie-agenda en van het bevorderen van duurzame vrede, doordat het verschillende facetten van grondoorzaken van conflict en armoede aanpakt. De inzet op mine action maakt dan ook onderdeel uit van het Nederlandse Veiligheid en Rechtsorde-beleid, dat zich richt op het promoten van vreedzame, eerlijke en inclusieve samenlevingen. De impact van het MACM III Programma maakt onderdeel uit van prioriteitsgebied 1 van het Nederlandse Veiligheid en Rechtsorde-beleid: veiligheid van mensen door de toegang tot bruikbaar land. Het MACM III Programma draagt bij aan SDG1 (geen armoede), SDG2 (geen honger), SDG3 (goede gezondheid en welzijn), SDG5 (gendergelijkheid), en SDG8 (eerlijk werk en economische groei).
Het Nederlandse mine action beleid draagt daarnaast bij aan het opbouwen van rechtvaardige en vreedzame samenlevingen, conform SDG16 (vrede, justitie en sterke publieke diensten). Het aantal vierkante meters ontmijnde grond is daarbij een begrotingsindicator voor de bovengenoemde BHOS-nota (# of m2 land released from mines), waarover jaarlijks wordt gerapporteerd in het BHO-jaarverslag. Daarnaast draagt mine action bij aan het Nederlandse beleid ten behoeve van ontwapening en wapenbeheersing.
Nederland is een belangrijke donor op het gebied van mine action.8https://www.the-monitor.org/country-profile/netherlands/support?year=2023 In de afgelopen jaren zette Nederland zich naast het MACM II Programma 2020–2024 voor mine action in met bijdragen aan UNMAS, UNDP en UNOPS. Naar aanleiding van de situatie in Oekraïne is de Nederlandse bijdrage aanzienlijk verhoogd.
De impact en risico’s van explosieve oorlogsresten hangen af van gender, leeftijd en andere diversiteitsaspecten zoals bevolkingsgroep. Daarom is voor Nederland gender en diversiteit een belangrijk onderwerp binnen mine action. Uit de evaluatie van het MACM II Programma9Mid-Term Evaluation of Mine Action and Cluster Munitions Programme II | Publication | Government.nl bleek dat door de gehanteerde gender-sensitieve benadering, meer vrouwen deelnamen en betrokken waren bij door Nederland gefinancierde ontmijningsprojecten. Ook hadden ze betere toegang tot diensten en er werd een afname van genderdiscriminatie gerapporteerd. Focus op inclusiviteit zorgde voor verbeterde aanvaarding door gemeenschappen, aangepaste diensten en leidde tot meer duurzaamheid van het programma. De conflictsensitieve benadering die de partners hanteerden, versterkte de betrokkenheid van gemeenschappen bij ontmijningsactiviteiten.
2.1.1. Lokalisering
Met het ondertekenen van de Grand Bargain10De Grand Bargain, is een initiatief van grote donoren en humanitaire organisaties om door directe betrokkenheid van lokale actoren besteding van middelen efficiënter en effectiever te maken. About the Grand Bargain | IASC (interagencystandingcommittee.org) heeft Nederland zich gecommitteerd om financiering van ontwikkelingshulp ‘as local as possible and as international as necessary’ in te zetten.11Beleidsnotitie 2022 – Doen waar Nederland goed in is (overheid.nl) (p.39) Onder lokalisering wordt verstaan: het proces waarin lokale actoren – waaronder individuen, gemeenschappen, netwerken, organisaties, particuliere entiteiten en overheden – hun eigen agenda bepalen, oplossingen ontwikkelen en de capaciteit, het leiderschap en de middelen inbrengen om deze oplossingen te realiseren.12Grant Policy Framework Contributing to Peaceful and Safe Societies 2024–2031 (p.4) Dit omvat zowel de wijze waarop aanvragers lokale gemeenschappen betrekken bij hun activiteiten, als de wijze waarop aanvragers invulling geven aan hun partnerschap met lokale organisaties.
Lokale actoren zijn, samen met de direct betrokken mensen en gemeenschappen, bij uitstek in staat om de grondoorzaken van conflict te identificeren en adresseren en probleemoplossende ideeën aan te dragen.
Lokalisering vindt plaats op verschillende niveaus en is contextspecifiek. Lokalisering kan bijvoorbeeld door internationale organisaties plaatsvinden, als zij lokale actoren en organisaties direct en voor de duur van het hele programma betrekken bij het ontwerpen en implementeren van mine action activiteiten, of door het ondersteunen van lokale ngo’s die actief zijn op het gebied van mine action, of door andere activiteiten binnen de triple nexus. Met dit subsidiebeleidskader zet Nederland zich in voor het vergroten van lokaal eigenaarschap.13Aanbevelingen in het eindrapport van de Programmatic Learning Initiative pilots in Afghanistan (https://reliefweb.int/report/afghanistan/localization-humanitarian-mine-action-afghanistan-october-2023-endarips) en Irak (HALO IHSCO Research Paper.pdf), alsook die uit de evaluatie van het MACM II Programma (https://www.government.nl/topics/grant-programmes/documents/publications/2024/05/01/mid-term-evaluation-of-mine-action) op het gebied van lokalisering, zijn meegenomen in het MACM III Programma.
2.1.2. Ontmijning binnen de triple nexus Humanitair-Ontwikkeling-Vredesopbouw
Nederland ziet mine action niet alleen als middel om de veiligheid van mensen te verbeteren. Mine action draagt ook op verschillende manieren bij aan de zogenaamde Humanitair-Ontwikkeling-Vredesopbouw Nexus, ook wel triple nexus genoemd. Mine action creëert daarbij de randvoorwaarden voor toegang tot humanitaire hulp en sociaaleconomische wederopbouw. Voorbeelden hiervan uit vanuit het MACM II Programma gesteunde activiteiten zijn het financieren van zaaien van gewassen op vrijgegeven landbouwgrond of bijdragen aan de rehabilitatie van infrastructuur of gebouwen zoals scholen. Het langs dergelijke wegen versterken van de weerbaarheid (‘resilience’) van lokale gemeenschappen draagt bij aan stabilisatie in door mijnen getroffen gebieden. Daarnaast komt mine action de nationale veiligheid ten goede: de explosieven kunnen na het ruimen niet meer in handen komen van bijvoorbeeld Armed Groups and Defacto Authorities (AGDA).14The Humanitarian-Development-Peace Nexus Interim Progress Review | en | OECD Via de subsidieverlening voor activiteiten gericht op de triple nexus (zie paragraaf 4.1.1.) streeft Nederland ernaar de impact van het MACM III Programma te vergroten.
2.1.3. Capaciteitsversterking
Het versterken van de capaciteit van lokale ngo's is essentieel voor duurzame en inclusieve ontwikkeling. Het World Bank Annual Report 2023 benadrukt de noodzaak van duurzame ontwikkeling en capaciteitsversterking in samenwerkingen met lokale ngo’s wereldwijd.15World Bank Annual Report 2023: A New Era in Development (zie: Open Knowledge Repository) Capaciteitsversterking van lokale ngo's is gericht op duurzame en onafhankelijke ontwikkeling, waarbij lokale ngo's worden ondersteund om hun eigen doelen en prioriteiten te realiseren. Dit beleidsprincipe vereist een aanpak die gericht is op een lange-termijnrelatie en vereist een flexibele aanpak die zich voortdurend aanpast aan veranderende omstandigheden en uitdagingen. Dit proces van capaciteitsversterking bestaat niet enkel uit technische ondersteuning, maar omvat een holistische benadering waarbij er rekening wordt gehouden met verschillende factoren.Via subsidieverlening voor activiteiten gericht op capaciteitsversterking (zie paragraaf 4.1.1) streeft Nederland ernaar de capaciteit van de lokale ngo's die actief zijn in de ontmijningssector te versterken.
2.2. Internationale afspraken
Nederland heeft het Verdrag tegen Antipersoneelsmijnen (APMBC/Ottawaverdrag), het Verdrag over Clustermunitie (CCM/Osloverdrag) en Protocol V van de Convention on Certain Conventional Weapons (CCW) ondertekend en geratificeerd. Hiermee heeft Nederland zich gecommitteerd om landen te ondersteunen die zelf niet, of minder goed, in staat zijn landmijnen en clustermunitie te verwijderen, voorraden ERW te vernietigen, slachtoffers te ondersteunen en andere mine action activiteiten uit te voeren. Het MACM III Programma geeft hier uitvoering aan.
3. Doelstellingen Mine Action en Clustermunitie Programma III
3.1. Primaire doelstellingen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.