Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film
gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,
gelet op artikel 10, lid 4, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 november 2024,
besluit:
Artikel 1. - definities -
In dit reglement wordt verstaan onder:
- animatiefilm: een filmproductie met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten primair bestemd voor bioscoopuitbreng die een kunstmatige filmtechniek hanteert waarbij door het na elkaar afspelen van verschillende stilstaande beelden de illusie van beweging ontstaat;
- bestuur: het bestuur van het Fonds;
- bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première -voorafgaand aan de non-theatrical release – in een periode van tenminste 12 weken en in een significant aantal bioscopen of filmtheaters voor een betalend publiek in Nederland wordt uitgebracht;
- code diversiteit & inclusie: de gedragscode gericht op een gelijkwaardige en toegankelijke cultuursector voor makers, producenten, werkenden en publiek, zoals van tijd tot tijd gepubliceerd op de website van het Fonds;
- completion bond: de verzekering die waarborgt dat de filmproductie zal worden afgemaakt en opgeleverd onder in de verzekeringspolis opgenomen (budgettaire) voorwaarden, of dat – als de productie zou worden gestaakt – de tot dan toe gemaakte productiekosten worden terugbetaald;
- DAC-landenlijst: de door de Development Assistance Committee (DAC) van de OESO opgestelde lijst met landen die ontwikkelingshulp ontvangen;
- DCP: de digitaal opgeslagen kopie van de filmproductie (digital cinema package), die in een bioscoop kan worden vertoond;
- documentairefilm: een non-fictie filmproductie met een vertoningsduur van tenminste 70 minuten primair bestemd voor bioscoopuitbreng die een aspect van de werkelijkheid belicht waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl;
- eindexploitant: een marktpartij die via vertoningen in bioscopen- of filmtheaters, publieke of commerciële omroepkanalen dan wel op basis van een verdienmodel van abonnementen, advertenties of transacties filmproducties en andere audiovisuele werken openbaar maakt;
- Fair practice code: de gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie, zoals van tijd tot tijd gepubliceerd op de website van het Fonds;
- filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de distributie en exploitatie van filmproducties in de bioscoop en via andere distributiekanalen. De rechtspersoon is ten tijde van de aanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;
- filmplan: het plan van de aanvrager tot uitvoering van een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten dat bestaat uit het financieren, het tot stand brengen en (doen) exploiteren van een filmproductie;
- filmproductie: een animatiefilm, of een documentairefilm of een speelfilm, al dan niet tot stand gebracht in de vorm van een internationale coproductie, primair bestemd voor bioscoopuitbreng;
- filmprofessional/filmbedrijf: een natuurlijk persoon of onderneming met gedegen kennis en ervaring op het gebied van filmproductie;
- Financieel & Productioneel Protocol Stimuleringsmaatregel: het protocol waarin specifieke financiële en productionele vereisten die het Fonds in dit reglement aan filmproducties stelt, zijn opgenomen;
- het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film;
- governance code cultuur: normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties, zoals van tijd tot tijd gepubliceerd op de website van het Fonds;
- internationale coproductie: een grensoverstijgende filmproductie in de vorm van een animatiefilm, documentairefilm of speelfilm, primair bestemd voor bioscoopuitbreng waarbij Nederland één van de landen van herkomst van de coproducenten is en die voldoet aan de criteria van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de Cinematografische Coproductie, of voldoet aan de criteria van door Nederland met andere staten afgesloten bilaterale verdragen voor filmproducties, of door het Fonds met andere filmfondsen afgesloten overeenkomsten gericht op internationale coproductie;
- kwalificatietoets: het in de bijlage bij dit reglement opgenomen overzicht van productiekosten die kwalificeren als grondslag voor een bijdrage op grond van dit reglement en de voorwaarden waaronder deze daarvoor kwalificeren;
- majoritair (co)producent: een producent van een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen majoritaire filmproductie, die risicodragend investeert, hoofdverantwoordelijk en in doorslaggevende mate beslissingsbevoegd is en die een meerderheid van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht (of zal brengen);
- majoritaire filmproductie: een (internationale) filmproductie waarbij de Nederlandse producent een majoritair (co)producent is en de filmproductie, op basis van de samenstelling van het artistieke team, als Nederlands aan te merken is;
- mediabedrijf: een rechtspersoon die zich bezighoudt met het verspreiden dan wel doen verspreiden van audiovisuele media-inhoud aan het algemene publiek of delen daarvan;
- minoritair coproducent: een productiemaatschappij van een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen (internationale) coproductie, die risicodragend investeert maar in beperkte mate, te weten primair voor het Nederlandse deel van de filmproductie, beslissingsbevoegd en verantwoordelijk is en die een minderheid van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht (of zal brengen);
- minoritaire coproductie: een internationale filmproductie waarbij de Nederlandse producent een minoritaire coproducent is;
- non theatrical release: alle mogelijke vormen van distributie van een filmproductie, uitgezonderd die via bioscopen en filmtheaters, waaronder in ieder geval wordt begrepen de distributie op DVD en Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view- en online distributiekanalen;
- onafhankelijkheidstoets: het in een bijlage van dit reglement opgenomen puntensysteem om de onafhankelijkheid van een filmproductie te bepalen;
- openbaarmaking: het aan het publiek bekend maken middels vertoning van een filmproductie;
- open orders: nog niet gefactureerde productiekosten;
- overbruggingskrediet: een gegarandeerd financieel krediet ten behoeve van de totstandkoming van een filmproductie dat beschikbaar is gesteld door een derde gedurende de gehele productieperiode van waaruit productiekosten in afwachting van de betalingstermijnen van financiers worden voorgefinancierd;
- picture lock: de door producent en regisseur definitief vastgestelde montageversie van de filmproductie, op basis waarvan de verdere nabewerking plaatsvindt;
- producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is;
- productiekosten: de kosten gemoeid met de realisering van een filmproductie;
- productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en/of mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de aanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;
- puntensysteem: de in de bijlage bij dit reglement opgenomen puntentelling voor het bepalen of de aanvraag in aanmerking komt voor een bijdrage en om de de rangorde te bepalen waarin aanvragen in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage op grond van dit reglement;
- referentiefilm: filmproductie met een productiebudget van tenminste 500.000 euro met een bioscoopuitbreng in Nederland;
- speelfilm: een filmproductie in het genre fictie met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten, die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng;
- subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten;
- territorium: grondgebied dat meerdere landen beslaat, maar op het vlak van verkoop en distributie van filmproducties een eenheid vormt;
- uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst tussen het Fonds en de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 4:36 Awb ter uitvoering van het besluit tot verlening van die bijdrage.
Artikel 2. - doel en toepasselijkheid -
Deze regeling is erop gericht een gezond filmproductieklimaat in Nederland te bevorderen en de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse filmindustrie te versterken. Met de op grond van deze regeling verleende subsidies wordt beoogd de aantrekkingskracht van Nederland voor zowel majoritaire als buitenlandse filmproducties te vergroten en daarmee de productieactiviteit van creatieve en technische filmprofessionals en filmbedrijven in Nederland te verhogen. Daarnaast wordt beoogd de ontplooiing van filmtalent in Nederland en de diversiteit, kwaliteit en verspreiding van filmproducties te stimuleren.
Dit reglement is van toepassing op subsidies die het bestuur verstrekt voor de tegemoetkoming in de productiekosten van filmproducties met een culturele waarde die primair gericht zijn op bioscoopuitbreng, en die aantoonbaar in Nederland zijn besteed.
Artikel 3. - subsidieplafonds, verdeling budget & begrotingsvoorbehoud -
Het bestuur stelt per kalenderjaar en per aanvraagronde een subsidieplafond vast, waarbij een subsidieplafond kan worden vastgesteld voor internationale coproducties en een subsidieplafond voor filmproducties die niet zijn aan te merken als internationale coproductie, alsmede voor verschillende categorieën van filmproducties.
Het subsidieplafond wordt gepubliceerd in de Staatscourant en tevens bekendgemaakt op de website van het Fonds: www.filmfonds.nl
Aanvragen die aan de voorwaarden voldoen om voor een subsidie in aanmerking te komen, worden in een rangorde geplaatst aan de hand van het puntensysteem.
Het bestuur honoreert de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen in volgorde van de rangorde als bedoeld in het vorige lid, totdat het betreffende subsidieplafond voor de aanvraagronde is bereikt.
Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen die voldoen aan de vereisten van dit reglement in een kalenderjaar of een aanvraagronde te honoreren, verlaagt het bestuur de subsidie van de in de rangorde als laagste geplaatste aanvraag tot een bedrag waardoor het subsidieplafond niet wordt overschreden. De overige aanvragen die voldoen aan de vereisten van dit reglement worden op grond van overschrijding van het subsidieplafond afgewezen. De aanvraag die op grond van overschrijding van het subsidieplafond slechts gedeeltelijk is toegewezen, kan voor het deel waarvoor de aanvraag is afgewezen, evenals de overige aanvragen die voldoen aan de vereisten van dit reglement en die op grond van overschrijding van het subsidieplafond zijn afgewezen, opnieuw ingediend worden bij een volgende aanvraagronde.
Een onderbesteding van het beschikbare subsidiebudget van een aanvraagronde wordt toegevoegd aan het subsidiebudget van de daaropvolgende aanvraagronde. Een onderbesteding van het beschikbare subsidiebudget in de laatste aanvraagronde van het kalenderjaar wordt toegevoegd aan het beschikbare subsidiebudget van het volgende kalenderjaar.
Een subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking zijn gesteld door de minister.
Artikel 4. - culturele criteria en staatssteunpercentages -
Om in aanmerking te komen voor een subsidie in de zin van dit reglement dient de filmproductie, onverminderd het bepaalde in Europese staatsteun regelgeving, tenminste aan drie van de volgende kenmerken te voldoen:
speelfilm:
- a. het scenario waarop de filmproductie is gebaseerd speelt zich in overwegende mate af in Nederland, of in een andere lidstaat van de Europese Unie, of in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;
- b. de regisseur of de scenarist is gevestigd in Nederland, of in een andere lidstaat van de Europese Unie, of in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;
- c. tenminste één van de hoofdpersonages of twee van de bijpersonages heeft respectievelijk hebben op basis van het scenario een bijzondere band met de Nederlandse cultuur;
- d. het originele scenario waarop de filmproductie is gebaseerd is grotendeels geschreven in de Nederlandse taal en de hoofdpersonages drukken zich grotendeels uit in de Nederlandse taal;
- e. het scenario is gebaseerd op een origineel literair werk of is geïnspireerd op een ander auteursrechtelijk beschermd werk;
- f. de filmproductie heeft als hoofdthema kunst of één of meerdere (uitvoerende) kunstenaars;
- g. de filmproductie handelt over historische personen of gebeurtenissen;
- h. de filmproductie handelt over actuele maatschappelijke of culturele thema's die relevant zijn voor Nederland;
- i. de filmproductie draagt bij aan de grensoverschrijdende promotie van Nederlandse herkenningspunten;
- j. de filmproductie draagt bij aan de ontsluiting en grensoverschrijdende promotie van de Nederlandse of Europese filmcultuur en de diversiteit daarvan. animatiefilm: aan tenminste drie van de voor speelfilm genoemde kenmerken, met dien verstande dat in plaats van scenario ook ‘story board’ wordt gelezen en in plaats van scenarist ook ‘de ontwerper van het story board’, waarbij: het onder a. genoemde kenmerk ook van toepassing is, indien het story board waarop de filmproductie is gebaseerd een herkenbare relatie legt met één van de onder a. genoemde landen; het onder c. genoemde kenmerk ook van toepassing is indien de hoofdkarakters een bijzondere band hebben met de Nederlandse (film)cultuur; het onder i. genoemde kenmerk ook van toepassing is indien een herkenningspunt op herkenbare wijze is geanimeerd. documentairefilm: aan tenminste drie van de voor speelfilm genoemde kenmerken, met dien verstande dat in plaats van scenario ‘documentairescript’ wordt gelezen en in plaats van scenarist ‘de schrijver van het documentairescript’, en dat in plaats van personages zoals benoemd in kenmerk c. ook geportretteerde personen wordt gelezen.
Voor een filmproductie, waarvoor van een ander (Nederlands) bestuursorgaan en/of van het Fonds een subsidie is ontvangen, kan slechts een zodanig bedrag aan subsidie worden verleend dat het totaal aan staatssteun niet meer bedraagt dan 50% van de productiekosten
Voor een internationale coproductie als bedoeld in artikel 1, die door meer dan één lidstaat van de EU wordt gefinancierd, kan het in het tweede lid genoemde percentage aan staatssteun maximaal 60% van het productiebudget bedragen.
Voor een ‘moeilijke’ film of een grensoverschrijdende filmproductie waarbij landen uit de DAC-landenlijst van de OESO betrokken zijn en die derhalve beperkte commerciële waarde hebben, kan een hoger percentage worden verleend dan het in het tweede en derde lid genoemde percentage, mits de producent en eventueel de regisseur bij de aanvraag een schriftelijke visie hebben gevoegd waaruit naar het oordeel van het bestuur blijkt dat de filmproductie:
- a. bijdraagt aan de diversiteit van film in Nederland; en daarnaast:
- b. een opvallende artistieke verrijking of een innovatieve aanvulling betekent op het reguliere filmaanbod in Nederland.
Artikel 5. - vereisten aanvrager -
Aanvragen op grond van dit reglement worden gedaan door een productiemaatschappij.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.