Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 november 2024, kenmerk 4013782-1075740-GMT, houdende het niet handhavend optreden tegen het collegiaal doorleveren en ter hand stellen van apotheekbereidingen (Beleidsregel collegiaal doorleveren en ter hand stellen van apotheekbereidingen)

Type Beleidsregel
Publication 2025-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In aanvulling op artikel 1 van de Geneesmiddelenwet wordt in deze beleidsregel verstaan onder:

Artikel 2. Niet handhavend optreden bij het collegiaal doorleveren en ter hand stellen van apotheekbereidingen
1.

Als een apotheekbereiding collegiaal wordt doorgeleverd, treedt de Minister niet handhavend op tegen het overtreden van de artikelen 18 en 40 van de Geneesmiddelenwet door de bereidende apotheek indien de bereidende apotheek in het bezit is van een geldige gedoogverklaring als bedoeld in artikel 3 en voldoet aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 3, derde lid en 4 tot en met 6.

2.

Als een apotheekbereiding collegiaal wordt doorgeleverd, treedt de Minister niet handhavend op tegen het overtreden van de artikelen 18 en 40 van de Geneesmiddelenwet door de ter hand stellende apotheek indien de ter hand stellende apotheek voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 7.

Artikel 3. Gedoogverklaring
1.

Voor het verkrijgen van een gedoogverklaring dient een bereidende apotheek een schriftelijk verzoek in bij de inspectie door middel van een door de inspectie beschikbaar gesteld formulier.

2.

De beoordeling door de inspectie van het schriftelijk verzoek en de toetsing aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid, geschiedt na een inspectie.

3.

De inspectie geeft een gedoogverklaring af indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

4.

Een gedoogverklaring wordt voor één of meerdere toedieningsvormen of bereidings-handelingen afgegeven. Daarbij wordt, indien van toepassing, tevens vermeld of de gedoogverklaring geldt voor geneesmiddelen met speciale eisen zoals beschreven in het GMP-richtsnoer.

5.

De gedoogverklaring is maximaal drie jaar geldig.

6.

De inspectie kan, teneinde de naleving van deze beleidsregel te verzekeren, voorschriften verbinden aan een gedoogverklaring.

7.

De inspectie kan een gedoogverklaring wijzigen of intrekken indien blijkt dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden uit de artikelen 3, derde lid en 4 tot en met 6 of wanneer de bereidende apotheek zich niet aan de specifieke gedoogverklaring verbonden voorschriften houdt.

8.

Een gedoogverklaring kan ambtshalve telkens worden verlengd voor maximaal drie jaar indien voldaan wordt aan de voorwaarden uit de artikelen 3, derde lid en 4 tot en met 6.

Artikel 4. Vermelding in Z-index
1.

De bereidende apotheek meldt een apotheekbereiding die collegiaal wordt doorgeleverd, binnen vijf werkdagen na de eerste doorlevering aan bij de G-Standaard van Z-index.

2.

De aanmelding dient te resulteren in een vermelding in de G-Standaard onder Productgroep DB.

3.

Indien de vermelding in de G-Standaard komt te vervallen of in zijn geheel niet tot stand komt, is collegiaal doorleveren van de betreffende apotheekbereiding niet langer toegestaan.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing indien sprake is van een individuele apotheekbereiding voor een van tevoren geïdentificeerde patiënt, waarbij de bereidende apotheek bij het collegiaal doorleveren aan de ter hand stellende apotheek, de betreffende patiënt voldoende nauwkeurig heeft vermeld. De patiënt zoals vermeld op het recept, dient bekend te zijn vóór elke apotheekbereiding van de betreffende collegiaal door te leveren apotheekbereiding en de apotheekbereiding wordt specifiek voor die patiënt verricht. Het expliciet vermelden van de naam van de patiënt is niet noodzakelijk.

Artikel 5. Productdossier
1.

De bereidende apotheek heeft een productdossier op productniveau voor iedere collegiaal doorgeleverde apotheekbereiding.

2.

De bereidende apotheek legt op productniveau in het productdossier vast dat er geen geregistreerd adequaat alternatief beschikbaar is in Nederland dan wel, wanneer er wel een geregistreerd product beschikbaar is, legt de bereidende apotheek vast waarom hiermee geen sprake is van een geregistreerd adequaat alternatief.

3.

Het productdossier voldoet aan de in de bijlage I vastgestelde vereisten.

4.

De apotheker van de bereidende apotheek werkt het productdossier bij indien nieuwe informatie of inzichten verkregen zijn.

5.

Minimaal één keer per twee jaar beoordeelt de apotheker van de bereidende apotheek of het productdossier actueel is.

6.

Het productdossier is direct ter inzage beschikbaar bij een inspectie.

Artikel 6. Melden van bijwerkingen
1.

De bereidende apotheek meldt onverwijld bijwerkingen die optreden bij het gebruik van collegiaal doorgeleverde apotheekbereidingen bij Bijwerkingencentrum Lareb. Ernstige bijwerkingen worden gemeld binnen vijftien kalenderdagen en niet-ernstige bijwerkingen binnen negentig kalenderdagen.

2.

De bereidende apotheek wijst een voldoende gekwalificeerd persoon aan die verantwoordelijk is voor het farmacovigilantieproces.

3.

Deze voldoende gekwalificeerd persoon is te allen tijde beschikbaar, ook buiten kantoortijden. Bij afwezigheid van de verantwoordelijk persoon dient de apotheek een waarneemregeling te hanteren.

4.

Deze voldoende gekwalificeerd persoon dient te allen tijde toegang te hebben tot het farmacovigilantiesysteem.

5.

Het farmacovigilantiesysteem wordt ondersteund door een kwaliteitssysteem dat bestaat uit procedures, nalevingsbeheer en documentbeheer volgens de voorwaarden opgenomen in bijlage II.

Artikel 7. Ter hand stellende apotheek
1.

De ter hand stellende apotheek kan uitsluitend een collegiaal doorgeleverde apotheekbereiding ter hand stellen indien er geen geregistreerd adequaat alternatief beschikbaar is.

2.

De ter hand stellende apotheek beoordeelt voorafgaand aan de terhandstelling per patiënt of sprake is van een geregistreerd adequaat alternatief en draagt er zorg voor dat uit het patiëntendossier blijkt waarom geregistreerd adequate alternatieven ontbreken.

Artikel 8. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel collegiaal doorleveren en ter hand stellen van apotheekbereidingen.

Artikel 9. Inwerkingtreding en overgangsrecht
1.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 februari 2025.

2.

Bereidende apotheken die vóór 1 februari 2025 reeds collegiaal doorleveren en vóór 1 maart 2025 een schriftelijk verzoek hebben ingediend bij de inspectie op de door de inspectie aangewezen wijze, mogen collegiaal blijven doorleveren onder de voorwaarden van de circulaire ‘Handhavend optreden bij collegiaal doorleveren van eigen apotheekbereidingen door apothekers, 2023-01-IGJ’ tot de inspectie heeft bepaald of aan de betreffende apotheek een gedoogverklaring wordt afgegeven.

3.

Het overgangsrecht zoals bedoeld in het tweede lid geldt tot uiterlijk 1 februari 2029.

4.

Bij de beoordeling van het verzoek om een gedoogverklaring door de reeds bereidende apotheek bedoeld in het tweede lid, toetst de inspectie aan de voorwaarden uit de artikelen 3, derde lid en 4 tot en met 6.

Bijlage I. als bedoeld in artikel 5

In het productdossier bedoeld in artikel 5 zijn in ieder geval de volgende elementen opgenomen en uitgewerkt:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.