Besluit van 29 november 2024 tot uitvoering van de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden) en tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van die wet en van de Wet van 26 juni 2024 tot wijziging van de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden in verband met het waarborgen van de parlementaire betrokkenheid bij de aanwijzing van andere samenwerkingsverbanden (Stb. 2024, 254)

Type AMvB
Publication 2025-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid van 13 juni 2024, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 5546793;

Gelet op de artikelen 1.1, derde streepje, 1.4, vierde lid, 1.8, 1.9, vijfde lid, 1.10, vijfde lid, 2.3, eerste lid, onder h, 2.4, tweede lid, 2.6, tweede lid, 2.7, tweede lid, 2.11, eerste lid, onder j, 2.12, derde lid, 2.14, 2.16, tweede lid, 2.19, tweede lid, 2.22, tweede lid, 2.23, negende lid, 2.24, tweede lid, 2.30, tweede lid, 2.31, twaalfde lid, 2.32, vijfde lid, 4.1 en 5.2 van de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 2 oktober 2024, no. W16.24.00142/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, van 26 november 2024, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 5844557;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Aanwijzing contactpunt
1.

De betrokkene richt een verzoek tot uitoefening van diens rechten op grond van hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming aan het contactpunt, voor zover dat verzoek betrekking heeft op persoonsgegevens die door het samenwerkingsverband worden verwerkt. Een verzoek aan het contactpunt geldt als een verzoek aan alle gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken in het samenwerkingsverband.

2.

Als contactpunt voor een betrokkene voor de uitoefening van diens rechten op grond van hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming treedt op namens de deelnemers aan het samenwerkingsverband:

3.

De website van het samenwerkingsverband vermeldt de overheidsinstantie die als contactpunt fungeert en de voor indiening van een verzoek benodigde contactgegevens.

4.

In dit besluit wordt onder «wet» verstaan: Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden.

Artikel 1.2. Verantwoordelijkheid voor nakoming verzoeken AVG
1.

Het contactpunt besluit namens de deelnemers aan het samenwerkingsverband op een verzoek van een betrokkene tot uitoefening van diens rechten op grond van hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming voor zover dat verzoek betrekking heeft op persoonsgegevens die door het samenwerkingsverband worden verwerkt.

2.

Het contactpunt besluit na overleg met de deelnemers die betrokken waren of zijn bij de verwerking van de persoonsgegevens over de betrokkene, en wijst het verzoek af indien of voor zover naar het oordeel van één of meer van die deelnemers een uitzonderingsgrond van toepassing is op grond van artikel 41 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.

3.

Zodra de uitzonderingsgrond naar het oordeel van de betreffende deelnemer niet langer van toepassing is, meldt de deelnemer dit zo spoedig mogelijk aan het contactpunt.

4.

Een andere deelnemende overheidsinstantie of ander deelnemend overheidsorgaan kan met het contactpunt overeenkomen om het besluit te nemen indien die andere deelnemer daartoe beter in staat is. In dat geval informeert het contactpunt de betrokkene hierover. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de andere deelnemer die het besluit neemt.

Artikel 1.3. Verantwoordelijkheid voor nakoming informatieplicht
1.

Het contactpunt draagt namens de deelnemers aan het samenwerkingsverband zorg voor de nakoming van de verplichting om de informatie te verstrekken, bedoeld in artikel 14 van de Algemene verordening gegevensbescherming, inzake de verwerking van persoonsgegevens door het samenwerkingsverband.

2.

Het contactpunt overlegt met de deelnemers die betrokken waren of zijn bij de verwerking van de persoonsgegevens over de betrokkene en laat de uitvoering van het eerste lid achterwege indien naar het oordeel van één of meer van die deelnemers, een uitzonderingsgrond van toepassing is op grond van artikel 14, vijfde lid, onder b, van de Algemene verordening gegevensbescherming of artikel 41 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.

3.

Zodra de uitzonderingsgrond naar het oordeel van de betreffende deelnemer niet langer van toepassing is, meldt de deelnemer dit zo spoedig mogelijk aan het contactpunt.

Artikel 1.4. Verantwoordelijkheid voor nakoming meldplicht datalekken
1.

Het contactpunt draagt namens de deelnemers aan het samenwerkingsverband zorg voor de nakoming van de artikelen 33 en 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door het samenwerkingsverband, mits de deelnemers aan het contactpunt zo spoedig mogelijk de informatie verstrekken die het contactpunt nodig heeft voor de uitvoering van de voornoemde artikelen.

2.

Het contactpunt overlegt met de deelnemers die betrokken waren of zijn bij de verwerking van de persoonsgegevens en laat de uitvoering van artikel 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming achterwege indien naar het oordeel van één of meer van die deelnemers een uitzonderingsgrond van toepassing is op grond van artikel 41 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel 1.5. Rechtmatig verwerkte gegevens

De deelnemers verstrekken uitsluitend gegevens die zij rechtmatig verwerken aan het samenwerkingsverband.

Artikel 1.6. Kwaliteit van een aangemeld signaal, verzoek of casus
1.

Een deelnemer mag uitsluitend een signaal, verzoek of casus aanmelden bij het samenwerkingsverband na, voor zover mogelijk, de feitelijke juistheid en de kwaliteit van de daarbij te verstrekken gegevens te hebben getoetst.

2.

De deelnemer die een signaal, verzoek of casus heeft aangemeld bij het samenwerkingsverband blijft verantwoordelijk voor de feitelijke juistheid van de daarbij verstrekte gegevens.

Artikel 1.7. Correctie van onjuistheden tijdens gezamenlijke gegevensverwerking
1.

Mocht tijdens de verwerking van gegevens door het samenwerkingsverband blijken dat gegevens onjuist zijn, dan wordt de deelnemer die deze aan het samenwerkingsverband heeft verstrekt daarop gewezen en draagt deze deelnemer zorg dat alle redelijke maatregelen worden genomen om de gegevens onverwijld te vernietigen of rectificeren.

2.

De deelnemer die de onjuiste gegevens heeft verstrekt aan het samenwerkingsverband doet, indien van toepassing, een melding aan de organisatie waarvan de gegevens afkomstig zijn, opdat ook in de gegevensbestanden van die organisatie kan worden gecontroleerd of de gegevens juist zijn geregistreerd en deze na validatie kunnen worden gecorrigeerd.

Artikel 1.8. Kwaliteit van de resultaten
1.

Een samenwerkingsverband verstrekt uitsluitend het resultaat van de gezamenlijke gegevensverwerking aan een deelnemer of derde overeenkomstig artikel 1.7 van de wet, na, voor zover mogelijk, de feitelijke juistheid en de kwaliteit van de daarbij te verstrekken gegevens te hebben getoetst.

2.

Voor zover mogelijk vermeldt het samenwerkingsverband bij de verstrekking van een resultaat dat bestaat uit sturingsinformatie of een interventieadvies, op basis van welke informatie het resultaat tot stand is gekomen, tenzij het resultaat is gebaseerd op een casusoverleg of signalenoverleg.

Artikel 1.9. Nationaliteit

De samenwerkingsverbanden verwerken geen persoonsgegevens inzake nationaliteit, tenzij de verwerking geschiedt met het oog op de identificatie van de betrokkene, en slechts voor zover de verwerking voor dat doel onvermijdelijk is.

Artikel 1.10. Nadere inkadering van gegevensuitwisseling tussen samenwerkingsverbanden
1.

De bevoegdheid tot verstrekking van de resultaten aan een ander samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.7, achtste lid, van de wet, kan uitsluitend op de navolgende wijzen worden toegepast:

2.

Tussen samenwerkingsverbanden worden geen gegevens uitgewisseld waarop een wettelijke geheimhoudingsplicht rust als bedoeld in de volgende artikelen:

3.

Bij de toepassing van het eerste lid worden geen gegevens van de rijksbelastingdienst, met uitzondering van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, verstrekt aan een private deelnemer van een samenwerkingsverband voor de behartiging van diens gerechtvaardigde belangen.

Artikel 1.11. Betrouwbaarheid geautoriseerde personen
1.

Personen die zijn aangewezen ten behoeve van de inzet in het samenwerkingsverband worden uitsluitend geautoriseerd voor de toegang tot de systemen waarin de deelnemers gezamenlijk persoonsgegevens verwerken overeenkomstig artikel 1.8, tweede lid, van de wet, indien zij ten minste:

2.

In afwijking van het eerste lid worden personen die zijn aangewezen ten behoeve van de inzet in de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen uitsluitend geautoriseerd indien zij zijn gescreend op basis van de eisen die gelden voor het hoogste rubriceringsniveau dat van toepassing is op de gegevens die de deelnemers verwerken.

Artikel 1.12. Logging

De vastlegging langs elektronische weg (logging) van verwerkingen van persoonsgegevens in de systemen van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.8, vierde lid, van de wet, geschiedt overeenkomstig de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde richtlijnen voor informatiebeveiliging.

Artikel 1.13. Werkwijze van de rechtmatigheidsadviescommissie
1.

De rechtmatigheidsadviescommissie van een samenwerkingsverband kan ter uitoefening van haar taak, bedoeld in artikel 1.8, zesde lid, van de wet, adviseren op verzoek van de deelnemers of op eigen initiatief. De deelnemers zorgen ervoor dat de rechtmatigheidsadviescommissie daartoe naar behoren vooraf wordt betrokken bij in ieder geval nieuwe verwerkingswijzen en wijzigingen daarvan.

2.

De rechtmatigheidsadviescommissie adviseert, zonder voorafgaande toestemming, rechtstreeks aan de bestuurders van de deelnemers die het samenwerkingsverband aansturen.

3.

Een uit te brengen advies wordt vastgesteld in overleg tussen de leden die zijn benoemd door de deelnemers die het advies aangaat dan wel, bij de Regionale Informatie- en Expertisecentra en de Zorg- en Veiligheidshuizen, met personen uit koepelorganisaties of brancheverenigingen, bedoeld in artikel 1.15, tweede lid, indien het advies de deelnemers aangaat die door de koepelorganisaties of brancheverenigingen worden vertegenwoordigd.

4.

Een lid dat een standpunt heeft ingebracht dat afwijkt van het standpunt van de andere leden, kan over dat standpunt een afzonderlijke nota bij het advies voegen.

5.

Een rechtmatigheidsadviescommissie kan haar werkwijze nader vaststellen in een reglement van orde.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.