Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor oefentherapie

Type ZBO-regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

Gelet op artikel 59 aanhef en onder b, van de Wmg heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dan wel de Minister voor Medische zorg met brieven van 12 november 2007, met kenmerk MC-U 2807537, 9 januari 2008, met kenmerk CZ/EKZ-2822885, 29 augustus 2008, met kenmerk CZ/TSZ-2873530, en van 29 juni 2020, met kenmerk 1708250‑207156‑PZO, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel aanwijzingen op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven.

Artikel 1. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen op het gebied van oefentherapeutische zorg.

Artikel 2. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op oefentherapeutische zorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw).

Voor zover geen sprake is van zorg als omschreven in de vorige zin, is deze beleidsregel van toepassing op handelingen1Het betreft hier de handelingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van de Wmg. of werkzaamheden2Het betreft hier de werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG. op het terrein van de oefentherapeutische zorg, uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van personen, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) of door personen als bedoeld in artikel 34 van de Wet BIG.

Artikel 3. Prestatiebeschrijvingen

In het kader van deze beleidsregel worden de volgende prestatiebeschrijvingen onderscheiden:

Artikel 4. Specifieke bepalingen bij de prestatiebeschrijvingen

De screening bij directe toegang is een kort contact tussen de zorgverlener en de patiënt die zonder verwijzing van een arts naar de zorgverlener gaat. Gedurende de screening inventariseert de zorgverlener de zorgvraag, bepaalt of er een indicatie is voor oefentherapie en verder onderzoek noodzakelijk is, gaat na of er geen contra-indicaties zijn en informeert/adviseert de patiënt.

Tijdens de intake en onderzoek na screening voert de zorgverlener bij een (nieuwe) indicatie een intake en oefentherapeutisch onderzoek uit en stelt een behandelplan op. De zorgverlener informeert/adviseert de patiënt.

Tijdens de screening, intake en onderzoek voert de zorgverlener bij een patiënt met een nieuwe indicatie, die zonder verwijzing van een arts naar de zorgverlener gaat, een screening, intake en een oefentherapeutisch onderzoek uit op één dag en stelt een behandelplan op. De zorgverlener informeert/adviseert de patiënt.

Tijdens de intake en onderzoek na verwijzing voert de zorgverlener bij een nieuwe indicatie een intake en onderzoek uit en stelt een behandelplan op. De zorgverlener informeert/adviseert de patiënt.

De patiënt is verwezen door een arts (of onder verantwoordelijkheid van een arts) of de regiebehandelaar in het kader van de geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (gzsp). Intake en onderzoek na verwijzing kan alleen in rekening worden gebracht indien voor dezelfde aandoening geen screening bij directe toegang heeft plaatsgevonden.

Het eenmalig onderzoek heeft als doel om meer informatie te genereren ten behoeve van de diagnose en prognose met het oog op het (be)handelbeleid en de oefentherapeutische (on)mogelijkheden.

Een eenmalig onderzoek kan alleen in rekening worden gebracht indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

Het eenmalig onderzoek kan niet worden opgevolgd door een zitting voor dezelfde aandoening. Als de verwijzer na de schriftelijke rapportage verwijst voor behandeling oefentherapie, dan zal gestart moeten worden met intake en onderzoek na verwijzing, alvorens een zitting voor dezelfde aandoening plaats kan vinden.

De individuele zitting reguliere oefentherapie is een ononderbroken tijdspanne, waarin de zorgverlener de patiënt één-op-één voor één of meerdere aandoeningen begeleidt, adviseert en/of behandelt ongeacht de tijdsduur en de inhoud van de behandeling.

De individuele zitting kinderoefentherapie is een ononderbroken tijdspanne, waarin de zorgverlener de patiënt één-op-één voor één of meerdere aandoeningen begeleidt, adviseert en/of behandelt ongeacht de tijdsduur en de inhoud van de behandeling.

De individuele zitting bekkenoefentherapie is een ononderbroken tijdspanne, waarin de zorgverlener de patiënt één-op-één voor één of meerdere aandoeningen begeleidt, adviseert en/of behandelt ongeacht de tijdsduur en de inhoud van de behandeling.

De individuele zitting psychosomatische oefentherapie is een ononderbroken tijdspanne, waarin de zorgverlener de patiënt één-op-één voor één of meerdere aandoeningen begeleidt, adviseert en/of behandelt ongeacht de tijdsduur en de inhoud van de behandeling.

De individuele zitting geriatrie oefentherapie is een ononderbroken tijdspanne, waarin de zorgverlener de patiënt één-op-één voor één of meerdere aandoeningen begeleidt, adviseert en/of behandelt ongeacht de tijdsduur en de inhoud van de behandeling.

De lange zitting is bedoeld voor patiënten met complexe en/of meervoudige zorgvragen. De aandoening(en) en de situatie van de patiënt zorgen ervoor dat het niet mogelijk is om de behandeling in een individuele zitting uit te voeren. Het gaat om de volgende specifieke aandoeningen:

Daarnaast kan de lange zitting als onderdeel van de zorgverlening in het kader van geneeskundige zorg aan specifieke patiëntgroepen (gzsp) in rekening worden gebracht. Aanvullende voorwaarden hierbij zijn dat de zorgverlening is voorgeschreven door de regiebehandelaar van de gzsp en dat de zorgverlening onderdeel uitmaakt van het behandelplan gzsp.

De groepszitting voor behandeling van twee, drie, vier of vijf tot en met tien personen betreft een prestatie per patiënt. Er is sprake van een groepsbehandeling indien meerdere personen tegelijkertijd starten met de zitting bij één behandelaar.

De complexiteit van de zorgvraag en de benodigde individuele aandacht bepalen de grootte van de groep. Deze prestatie kan alleen in rekening worden gebracht indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

De groepszitting voor behandeling van meer dan tien personen betreft een prestatie per patiënt. Bij de groepszitting voor behandeling van meer dan tien personen gaat het om begeleiding en activering. De rol van de zorgverlener is coachend en de deelnemer is meer op zichzelf aangewezen dan in de groepszitting van twee tot en met tien personen. De behandelruimte(n) en de gebruikte materialen dienen geschikt te zijn voor de te geven behandeling van de doelgroep. Er is sprake van een groepsbehandeling indien meerdere personen tegelijkertijd starten met de zitting bij één behandelaar.

Indien het voor de behandeling kinderoefentherapie noodzakelijk is, kan de zorgverlener, in overleg met de ouders/verzorgers, hen ondersteunen bij de verzorging van het kind. Daartoe wordt informatie overgedragen en/of instructie gegeven gericht op het optimaliseren van de gezondheidstoestand en eventueel de behandeling.

Indien het voor de behandeling geriatrie oefentherapie noodzakelijk is, kan de zorgverlener, in overleg met de mantelzorger(s), hen ondersteunen bij de zorg voor de patiënt. Daartoe wordt informatie overgedragen en/of instructie gegeven gericht op het optimaliseren van de gezondheidstoestand en eventueel de behandeling.

In het geval de zorgverlener de patiënt thuis behandelt, kan een toeslag voor zorg aan huis in rekening worden gebracht ter compensatie van tijd en reiskosten indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

In het geval de zorgverlener de patiënt in een instelling als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen behandelt, kan een toeslag voor zorg in een instelling in rekening worden gebracht ter compensatie van tijd en reiskosten indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

In het geval de zorgverlener de patiënt op de werkplek behandelt, kan een toeslag voor zorg op de werkplek in rekening worden gebracht ter compensatie van tijd en reiskosten indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

Voor informatieverstrekking aan derden wordt één prestatie onderscheiden met een vrij tarief.

Het betreft hier werkzaamheden die niet tot de te verzekeren prestaties bij of krachtens de Zorgverzekeringswet behoren en aldus door de aanvrager zelf moeten worden betaald, althans niet bij de zorgverzekeraar van de betreffende patiënt ten laste van de Zvw in rekening kunnen worden gebracht.

Voor het declareren van deze prestatie gelden de volgende voorwaarden, voorschriften en beperkingen:

Deze prestatie mag niet in rekening worden gebracht:

Met de prestatie meekijkconsult wordt de zorgverlener werkzaam in de eerste lijn de mogelijkheid geboden om tijdens een behandeltraject de expertise van een andere zorgverlener in te roepen. Dit kan zowel een medisch specialist zijn als een andere zorgverlener in het zorgveld (bijvoorbeeld in de eerste lijn). De zorgverlener in de eerste lijn die expertise inroept, blijft tijdens het meekijkconsult de eindverantwoordelijke.

Het doel van de prestatie meekijkconsult is zorg op de juiste plek te bevorderen. Zorg in de tweede lijn kan hiermee bijvoorbeeld worden voorkomen.

Er geldt een contractvereiste voor het in rekening brengen van onderhavige prestatie. In het contract dat wordt afgesloten tussen de zorgverzekeraar van de patiënt en de zorgverlener in de eerste lijn kunnen nadere afspraken worden gemaakt over de scope, voorwaarden en hoogte van de vergoeding van de prestatie.

De zorgverlener in de eerste lijn kan de prestatie meekijkconsult declareren bij de zorgverzekeraar van de patiënt. De andere zorgverlener die is ingeroepen in verband met zijn/haar expertise, kan deze inzet declareren bij de zorgverlener in de eerste lijn door middel van de prestatie onderlinge dienstverlening.

Voorafgaand aan een valpreventieve beweeginterventie vindt een intake plaats. Tijdens de intake worden de zorgvraag en doelen van de patiënt met een hoog valrisico in kaart gebracht. Aan de hand hiervan en met inachtneming van de mate van kwetsbaarheid en mobiliteit van de patiënt wordt beoordeeld welke valpreventieve beweeginterventie hierop kan aansluiten.

Een valpreventieve beweeginterventie is een gestructureerd en in tijd afgebakend trainingsprogramma voor patiënten met een hoog valrisico. Valpreventieve beweeginterventies kunnen inhoudelijk verschillen net als de duur. De valpreventieve beweeginterventie kan per maand in rekening worden gebracht en wordt indien mogelijk afgerond met een evaluatie.

Onderlinge dienstverlening betreft de levering van een (deel)prestatie of van een geheel van prestaties op het gebied van oefentherapie door een ‘andere zorgverlener’ in opdracht van een ‘zorgverlener’. De andere zorgverlener wordt in dit kader ook wel aangeduid als de ‘uitvoerende zorgverlener’. De zorgverlener wordt in dit kader ook wel aangeduid als de ‘opdrachtgevende zorgverlener’.

De NZa kan een prestatiebeschrijving vaststellen voor de in artikel 2 aangeduide zorg die afwijkt van de hiervoor vermelde prestatiebeschrijvingen, indien tenminste één zorgverlener en tenminste één ziektekostenverzekeraar gezamenlijk daarom verzoeken. Andere verzoeken dan gezamenlijke worden zonder inhoudelijke beoordeling afgewezen.

De door de NZa vastgestelde prestatie kan in rekening worden gebracht door een zorgverlener indien hier een schriftelijke overeenkomst met een ziektekostenverzekeraar aan ten grondslag ligt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.