Besluit houdende vaststelling van de Aanwijzingsregeling 2024 ex. artikelen 4, tweede lid, en 49, eerste lid, onder b, van de Wet militair tuchtrecht
Gelet op de artikelen 4, tweede lid, en 49, eerste lid, onder b, van de Wet militair tuchtrecht;
Besluit:
Artikel 1. Aanwijzing ex. artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrecht
Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrecht worden als beklagmeerdere bij de Bestuursstaf aangewezen:
- a. bij de Defensiestaf:
- 1°. Bij het Kabinet Defensiestaf: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- 2°. Bij de Directie Aansturen Operationele Gereedstelling: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- 3°. Bij de Directie Internationale Militaire Samenwerking: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- 4°. Bij de Directie Plannen: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- 5°. Bij de Directie Operaties: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- 6°. Bij het Defensie Cyber Commando: de Commandant Defensie Cybercommando;
- 7°. Bij het Special Operations Command: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- 8°. Voor overig bij de Defensiestaf geplaatst personeel: de Commandant der Strijdkrachten;
- 9°. Voor de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten: de Commandant der Strijdkrachten.
- b. bij het Directoraat-Generaal Beleid: de Commandant der Strijdkrachten;
- c. bij de Hoofddirectie Financiën en Control: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- d. bij de Directie Juridische Zaken: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- e. bij de Directie Communicatie: de Commandant der Strijdkrachten;
- f. bij het Bureau Secretaris-Generaal: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- g. bij de Directie HR & Bedrijfsvoering: de Commandant der Strijdkrachten;
- h. bij de Directie Financiën & Control: de Commandant der Strijdkrachten;
- i. bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: de Directeur Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
- j. bij de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht: de Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- k. bij de Inspectie Veiligheid Defensie: de Commandant der Strijdkrachten;
- l. bij de Militaire Luchtvaart Autoriteit: de Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- m. bij de Centrale Organisatie Integriteit Defensie: de Commandant der Strijdkrachten;
- n. bij de Inspectie Militaire Gezondheidszorg: de Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- o. bij het Militair Huis van de Koning: de Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- p. voor het militaire personeel van de Bestuursstaf waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen: de Commandant der Strijdkrachten.
Als militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrecht worden bij het Commando Zeestrijdkrachten(CZSK) aangewezen:
- a. de Commandant Zeestrijdkrachten;
- b. de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied.
Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrecht worden als beklagmeerdere bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) aangewezen:
- a. de plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten;
- b. de Commandant van een schietserie;
- c. de plaatsvervangend Commandant van het Staff Support Battalion van het Hoofdkwartier van 1 Duits/Nederlands Legerkorps (HQ 1(GE/NL) Corps);
- d. de Senior National Staff Officer (NL) van HQ 1(GE/NL) Corps voor het personeel van het Staff Support Battalion en het CIS Battalion van HQ 1(GE/NL) Corps waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
- e. de Senior National Officer (NL) voor het Nederlandse personeel werkzaam bij HQ 1(GE/NL) Corps waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
- f. de Commandant 43 Brigade Verkenningseskadron (BVE) voor het NLD Personeel Panzerbataillon 414, buiten de 4e Compagnie.
Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrecht worden als beklagmeerdere bij het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) aangewezen:
- a. de Commandant Luchtstrijdkrachten;
- b. de plaatsvervangend Commandant Luchtstrijdkrachten;
- c. de Commandant van een onderdeel van het Commando Luchtstrijdkrachten;
- d. de Commandant van het Defensie Helikopter Commando (DHC) voor het personeel werkzaam op DHC;
- e. de Commandant van het Nederlands Administratief Korps Verenigde Staten (NAK VS) ten aanzien van de in de Verenigde Staten aanwezige commandanten van het detachement van het Commando Luchtstrijdkrachten;
- f. de National Military Representative Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) tevens Commandant Nederlands Administratief Korps.
Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrecht worden als beklagmeerdere bij de Koninklijke Marechaussee aangewezen:
- a. de Commandant Koninklijke Marechaussee;
- b. de Commandant Landelijk Tactisch Commando;
- c. de Commandant Opleidings-, Trainings- en Kenniscentrum.
Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrecht worden als beklagmeerdere bij het Defensie Ondersteuningscommando aangewezen:
- a. Bij de staf DOSCO:
- 1°. de Commandant Defensie Ondersteuningscommando;
- 2°. de Plaatsvervangend Commandant Defensie Ondersteuningscommando;
- 3°. de Commandant Divisie Facilitair, Logistiek & Beveiliging;
- 4°. de Commandant Divisie Personeel & Organisatie Defensie;
- 5°. de Divisie Defensie Gezondheidszorg Organisatie;
- 6°. de Commandant Nederlandse Defensie Academie.
- b. Voor het militaire personeel van het Defensie Ondersteuningscommando waarvoor geen andere beklagmeerdere is aangewezen: de Commandant Defensie Ondersteuningscommando.
Als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrecht worden als beklagmeerdere bij het Commando Materieel en IT (COMMIT) aangewezen:
- a. de plaatsvervangend Commandant COMMIT voor al het personeel waarvoor binnen COMMIT geen andere beklagmeerdere is aangewezen;
- b. de plaatsvervangend Directeur Joint Informatievoorziening Commando (JIVC) voor het personeel van de afdelingen Maritieme IT, Landgebonden IT, Luchtgebonden & Joint IT, COC2-I&V en Defensie Cyber Security Center (DCSC).
In geval vanuitzendingen worden als andere militairen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, Wet militair tuchtrecht als beklagmeerdere aangewezen:
- a. de Senior National Representative of de Commandant van het Nederlandse Contingentscommando (CONTCO) voor het personeel waarvoor ter plaatse geen beklagmeerdere aanwezig is, met uitzondering van het personeel van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel en met uitzondering van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
- b. de Directeur van de Directie Operaties voor het personeel waarvoor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO de tot straffen bevoegde meerdere is;
- c. de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten voor de Senior National Representative of de Commandant CONTCO in het betreffende uitzendgebied;
- d. de Directeur Operaties van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel;
- e. de plaatsvervangend Commandant der Koninklijke Marechaussee voor de Commandant van het detachement van de Koninklijke Marechaussee belast met de uitvoering van de politietaak ten behoeve van het uitgezonden Nederlands militair personeel;
- f. het Hoofd Afdeling Inlichtingenondersteuning van de MIVD voor het personeel rechtstreeks ressorterend onder het hoofd van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
- g. de Directeur MIVD voor het hoofd van het personeel van de MIVD belast met de uitvoering van de nationale inlichtingentaak;
- h. de Directeur van de Directie Operaties voor het personeel waarvoor geen Senior National Representative of Commandant van een Operationeel Commando is aangewezen.
Artikel 2. Aanwijzing ex. artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrecht
Als bevelvoerende militairen, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrecht worden als tot opleggen van straffen bevoegden bij de Bestuursstaf aangewezen:
- a. bij de Defensiestaf:
- 1°. de Commandant der Strijdkrachten voor de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- 2°. de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten voor het personeel behorende tot de Defensiestaf waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
- 3°. de Chef Kabinet;
- 4°. de Directeur Aansturen Operationele Gereedheid;
- 5°. de Directeur Internationale Militaire Samenwerking;
- 6°. de Directeur Plannen;
- 7°. de Directeur Directie Operaties;
- 8°. de Chef Staf Defensie Cyber Commando;
- 9°. de Commandant NLD SOCOM;
- 10°. de Commandant Cyber Operations;
- 11°. de Commandant Cyber Warfare and Training Center;
- 12°. de Commandant Cyberreservisten.
- b. Bij het Directoraat-Generaal Beleid: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- c. Bij de Hoofddirectie Financiën en Control: de Directeur Begroting;
- d. Bij de Directie Juridische Zaken: het Hoofd Militair Juridische Dienst;
- e. Bij Bureau SG: de Projectdirecteur Versterken Bestuursondersteuning en Advies;
- f. Voor het militaire personeel van het Kerndepartement waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- g. Bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: het Hoofd Beveiliging en Ondersteuning;
- h. Bij de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht: de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht;
- i. Bij de Inspectie Veiligheid Defensie: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- j. Bij de Militaire Luchtvaart Autoriteit: de Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit;
- k. Bij de Centrale Organisatie Integriteit Defensie: de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten;
- l. Bij de Inspectie Militaire Gezondheidszorg: de Inspecteur Militaire Gezondheidszorg;
- m. Bij het Militair Huis van de Koning: de Chef Militair Huis van de Koning.
Als bevelvoerende militairen, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrecht worden als tot opleggen van straffen bevoegden bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) aangewezen:
- a. bij de Staf van het Commando Zeestrijdkrachten:
- 1°. de Plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten;
- 2°. de Groepscommandant Groot Boven Water;
- 3°. de Groepscommandant Mijnendienst;
- 4°. de Groepscommandant Onderzeedienst;
- 5°. de Groepscommandant Operationele Eenheden Mariniers;
- 6°. de Directeur Kustwacht;
- 7°. de Commandant van een detachement van het Commando Zeestrijdkrachten;
- 8°. de voor een oefening buiten Nederland aangewezen commandant van een samengestelde eenheid onder bevel van het Commando Zeestrijdkrachten;
- 9°. het Hoofd Bureau Flexibele Capaciteit voor de reservist, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerde is aangewezen;
- b. bij de Directie Operaties:
- 1°. de Directeur Operaties;
- 2°. de Chef der Hydrografie;
- 3°. de Commandant Defensie Duikgroep;
- 4°. de Commandant Netherlands Maritime Force;
- 5°. het Hoofd Maritime Warfare Center;
- 6°. het Hoofd Maritiem Hoofdkwartier ABNL;
- 7°. de Commandant Marine Training Command;
- 8°. de Commandant van een Marine Combat Group;
- 9°. de Commandant Surface Assault and Training Group;
- 10°. de Commandant Netherlands Maritime Special Operations Force;
- 11°. de Commandant Sea-based Support Group;
- c. bij de Directie Materiële Instandhouding:
- 1°. de Algemeen Directeur Materiële Instandhouding;
- 2°. het Hoofd Maritieme Ondersteuning;
- 3°. de Commandant van de Marinekazerne Amsterdam voor het militair personeel werkzaam bij het Commando Zeestrijdkrachten met de standplaats Amsterdam, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
- 4°. de Commandant van de Van Ghentkazerne voor het militair personeel werkzaam bij het Commando Zeestrijdkrachten met de standplaats Rotterdam, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
- 5°. de Commandant van de Van Braam Houckgeestkazerne voor het militair personeel werkzaam bij het Commando Zeestrijdkrachten met de standplaats Doorn, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere is aangewezen;
- 6°. de Commandant van de kazerne, waarop de Sociaal Medische Dienst is gehuisvest, voor het militair personeel werkzaam bij de Sociaal Medische Dienst;
- 7°. het Hoofd Afdeling Maritieme Instandhouding;
- 8°. het Hoofd Afdeling Maritieme Logistiek;
- d. bij de Directie Personeel en Organisatie:
- 1°. de Directeur Personeel en Organisatie;
- 2°. Hoofd Personeel en Organisatie Koninklijke Marine;
- 3°. het Hoofd Opleidingen Koninklijke Marine;
- 4°. de Commandant, dan wel de Chef Staf, van de Nederlands Belgische Operationele School, afhankelijk van welke van deze twee functies de hoogst geplaatste Nederlandse militair bij de school is;
- 5°. de Commandant van de Koninklijke Marine Technische Opleidingen;
- 6°. de Commandant van de School voor Militaire Vorming Bedrijfsvoering en Onderwijskunde;
- 7°. de Commandant van de School voor Chemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire Verdediging, Damage Control en bedrijfsveiligheid;
- 8°. de Commandant van de Defensie Duikschool;
- 9°. de Commandant van het Mariniers Opleidingscentrum;
- 10°. de Chef Staf Naval Academy;
- 11°. het Hoofd Geneeskundige en Personele Zorg;
- 12°. het Hoofd Juridische Zaken;
- 13°. het Hoofd Afdeling Communicatie;
- 14°. de Chef Kabinet;
- e. bij de Directie Integrale Bedrijfsvoering en Bestuur
- 1°. de Directeur Integrale Bedrijfsvoering en Bestuur;
- 2°. het Hoofd Bedrijfsvoering en Informatievoorziening;
- 3°. het Hoofd Beheer kustwacht NL en CARIB;
- 4°. het Hoofd Buro Strategie en Advies;
- 5°. het Hoofd Integratie;
- 6°. het Hoofd Stafbureau Integrale Beveiliging;
- 7°. het Hoofd Stafbureau Veiligheid en Milieu;
- 8°. het Hoofd Stafbureau Vastgoed;
- 9°. het Hoofd Verander en Innovatie Management;
- f. bij de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied:
- 1°. de plaatsvervangend Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied voor het militair personeel geplaatst binnen het bevelsgebied van de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied, waarvoor geen andere tot straffen bevoegde meerdere binnen dit bevelsgebied is aangewezen;
- 2°. de officier belast met het bevel over een vaartuig van de kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied;
- 3°. het Hoofd Operatien Kustwacht CARIB.
Als bevelvoerende militairen, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onder b, Wet militair tuchtrecht worden als tot opleggen van straffen bevoegden bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) aangewezen:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.