Regeling van het College voor toetsen en examens van 3 februari 2025, Cvte-25.00469, houdende vaststelling van de toetswijzer voor de doorstroomtoets in het primair onderwijs op Bonaire (Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire)

Type ZBO-regeling
Publication 2025-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel V, onderdeel G, van de Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs, enz. (aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs) in werking treedt.

Artikel 1. Toetswijzer

De toetswijzer, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel e, van de Wet College voor toetsen en examens wordt vastgesteld als bijlage bij deze regeling.

Artikel 2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel V, onderdeel G, van de Wet van 9 februari 2022 tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met aanpassingen op het gebied van de doorstroom van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en wijziging van de stelselinrichting van doorstroomtoetsen en toetsen verbonden aan leerling- en onderwijsvolgsystemen in het basisonderwijs (Stb. 2022, 135) in werking treedt.

Artikel 3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire.

Bijlage 1. Toetswijzer doorstroomtoets PO Bonaire

Bijlage behorende bij artikel 1.

1. Inleiding: Context van de toetswijzer

1.1. Achtergrond

De Wet doorstroomtoetsen po (Stb. 2022,135) wijzigt de WPO BES. De WPO BES schrijft na inwerkingtreding van de wetswijziging voor dat leerlingen op Bonaire in het laatste schooljaar van het primair onderwijs (po) verplicht een onafhankelijke, objectieve doorstroomtoets maken.

Met het Toetsbesluit PO wordt beoogd een zorgvuldige en betrouwbare afname te verzekeren van de doorstroomtoets en het goede gebruik van leerling- en onderwijsvolgsystemen te regelen. Het besluit stelt voorschriften om de kwaliteit van de doorstroomtoets po Bonaire en de leerling- en onderwijsvolgsystemen te waarborgen. Het besluit geldt zowel voor Europees Nederland als voor het openbaar lichaam Bonaire (Bonaire). Deze toetswijzer is een nadere uitwerking van deze voorschriften en geeft weer aan welke eisen de doorstroomtoets po Bonaire moet voldoen voor wat betreft inhoud en vorm. In deze toetswijzer worden de inhoudelijke kwaliteitseisen voor de wettelijk verplichte (sub)domeinen en vaardigheden die gelden verder uitgewerkt. Daarnaast worden de kwaliteitseisen beschreven voor de domeinen en vaardigheden die optioneel in de doorstroomtoets po Bonaire kunnen worden opgenomen.

1.2. Relatie (toetswijzer) doorstroomtoets po Bonaire en (toetswijzer) doorstroomtoetsen po Europees Nederland

De doorstroomtoets po Bonaire verschilt inhoudelijk van de doorstroomtoetsen die in Europees Nederland worden aangeboden, aangezien deze is aangepast aan de Caribische context. Voor de doorstroomtoets po Bonaire is het om die reden noodzakelijk om een aparte toetswijzer te ontwikkelen. De Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO voor Europees Nederland houdt geen rekening met de Caribische context en bevat geen terrein Papiamentu. Ook is bij deze reeds bestaande toetswijzer het terrein Nederlandse taal gekoppeld aan de referentieniveaus van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen (het referentiekader)1De term rekenen wordt gebruikt om rekenen-wiskunde kort aan te duiden., waarbij bij de doorstroomtoets po Bonaire Nederlands als vreemde taal geldt en gekoppeld is aan het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (ERK).

In 2022 hebben de toetswijzercommissies rekenen, Papiamentu en Nederlands als vreemde taal, onder regie van het College voor toetsen en examens (CvTE), de voorliggende toetswijzer ontwikkeld. De commissies zijn samengesteld uit inhoudsexperts en velddeskundigen van het primair en secundair onderwijs op Bonaire.

1.3. Relatie toetswijzer en beoordelingskader

Het CvTE beoordeelt de doorstroomtoets po Bonaire en besluit over de erkenning van de doorstroomtoets voor vier jaren en stelt steeds jaarlijks vast of de toets voor dat jaar voldoet aan de voorwaarden waaronder die erkenning is verleend. Stichting Cito adviseert over de erkenning aan de hand van het Beoordelingskader voor de doorstroomtoets po Bonaire. De toetswijzer indiceert aan welke eisen de doorstroomtoets po Bonaire moet voldoen voor wat betreft inhoud en vorm, en kan daarmee niet los gezien worden van het Beoordelingskader.

1.4. Besluit kerndoelen WPO BES en referentieniveaus

Het Besluit kerndoelen WPO BES en de referentiekaders vormen het wettelijk kader waarbinnen de toetsinhouden voor de doorstroomtoets po Bonaire worden beschreven. In het Besluit kerndoelen WPO BES staan de inhouden beschreven die leerkrachten de leerlingen aanbieden, opdat zij deze doelen in voldoende mate kunnen bereiken eind groep 8. Daarbij gaat het om aanbodsdoelen. De referentieniveaus beschrijven wat leerlingen moeten kennen, kunnen en begrijpen aan het einde van de basisschool. Hierbij gaat het om beheersingsdoelen. De referentieniveaus dekken het Besluit kerndoelen WPO BES.

Het Besluit kerndoelen WPO BES en het Referentiekader voor taal en rekenen vormen het wettelijk kader waarbinnen de toetsinhouden voor het terrein rekenen in de doorstroomtoets po Bonaire worden beschreven. Voor het einde van de basisschool zijn twee referentieniveaus van belang bij het terrein rekenen: 1F en 1S.

Het Besluit kerndoelen WPO BES en het Referentiekader Papiamentu vormen het wettelijk kader waarbinnen de toetsinhouden voor het terrein Papiamentu in de doorstroomtoets po Bonaire worden beschreven. Voor het einde van de basisschool is één referentieniveau van belang: 1F.

Het Referentiekader Papiamentu is terug te vinden in het Toetsbesluit PO. De laatste versie van het Referentiekader Papiamentu, waarop deze toetswijzer is gebaseerd, is echter te vinden op de SLO website via: https://www.slo.nl/thema/meer/caribisch-nederland/@23180/referentiekader-papiamentu/.

Het Besluit kerndoelen WPO BES en het Europees Referentiekader voor de Talen vormen het wettelijk kader waarbinnen de toetsinhouden voor het terrein Nederlands als vreemde taal in de doorstroomtoets po Bonaire worden beschreven. Het Europees Referentiekader voor de Talen is terug te vinden in bijlage 1 van het Toetsbesluit PO. Voor het einde van de basisschool zijn twee referentieniveaus van belang: A2 en B1.

1.5. Doel van de doorstroomtoets op leerlingniveau

Het doel van de doorstroomtoets op leerlingniveau is tweeledig: voorspellend en niveaubepalend. Een doorstroomtoets is voorspellend in die zin dat het resultaat van de leerling op de toets aangeeft hoe een leerling het naar verwachting zal doen in het voortgezet onderwijs. Een doorstroomtoets is niveaubepalend in die zin dat het resultaat van de leerling op de doorstroomtoets indicatief aangeeft welk beheersingsniveau een leerling heeft aan het einde van het basisonderwijs ten aanzien van de referentie- en ERK-niveaus. Deze twee punten worden verwerkt in het leerlingrapport.

1.6. Toetsvorm van de doorstroomtoets

De toetsvorm van de doorstroomtoets po Bonaire is vrij. Hieronder wordt bijvoorbeeld verstaan: het aantal toetsopgaven, het soort toetsopgaven (bijvoorbeeld meerkeuzevragen, open vragen), het direct of indirect toetsen van kennis of vaardigheden, en het schriftelijk, mondeling of via de computer toetsen. Keuzes die worden gemaakt ten aanzien van de vorm van een doorstroomtoets, mogen niet ten koste van de validiteit en betrouwbaarheid van de betreffende doorstroomtoets gaan. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van open vragen moeten de antwoorden van de leerlingen objectief scoorbaar zijn, of er is voorzien in een intersubjectief antwoordmodel. Verder kunnen bepaalde toetsvormen nadere eisen stellen aan de gang van zaken bij het afnemen en beoordelen van een doorstroomtoets.

2. De toetswijzer in hoofdlijnen

De toetswijzer expliciteert de minimale inhoudelijke kwaliteitseisen die gelden. Daarnaast geeft de toetswijzer aan welke ruimte er is voor inhoudelijke keuzes.

2.1. Minimale inhoudelijke kwaliteitseisen

Als de doorstroomtoets po Bonaire voldoet aan de eisen 2, 3 en 4, wordt deze geacht ook aan eis 1 te voldoen. De algemene uitwerking van eis 5, 6, 7 en 8 staat hieronder. In de hoofdstukken over rekenen, Papiamentu en Nederlands als vreemde taal staan de vakspecifieke uitwerkingen van deze eisen.

2.2. Niveaubepaling (kwaliteitseis 5, 6 en 7)

De doorstroomtoets po Bonaire meet het beheersingsniveau dat de leerling heeft behaald aan het einde van het primair onderwijs ten aanzien van de referentie- en ERK-niveaus. Het grootste deel van de leerlingen zal een beheersingsniveau hebben dat valt rondom het bereik van het referentieniveau 1F (Papiamentu), en binnen het bereik van de referentieniveaus 1F en 1S (rekenen) en de ERK-niveaus A2 en B1 (Nederlands als vreemde taal).

2.3. Verantwoordingsdocumenten (kwaliteitseis 8)

De verantwoordingsdocumenten van de doorstroomtoets po Bonaire beschrijven de inhoud van de betreffende doorstroomtoets en geven inzicht in de gemaakte keuzes. Daarmee bieden de documenten tevens informatie voor andere belanghebbenden, zoals scholen. De verantwoordingsdocumenten omvatten ten minste:

Het CvTE beoordeelt niet de verantwoordingsdocumenten op zich, maar gebruikt de documenten om na te gaan of de betreffende doorstroomtoets voldoet aan de kwaliteitseisen 1 tot en met 7.

3. Rekenen

3.1. Wat toetst de doorstroomtoets po Bonaire bij het terrein rekenen?

De doorstroomtoets po Bonaire toetst voor het terrein rekenen leerlingen op de inhouden van en meet hun beheersingsniveau ten aanzien van het Referentiekader rekenen, met daarbinnen alle domeinen, te weten: Getallen, Verhoudingen, Meten en Meetkunde en Verbanden.

In het Referentiekader rekenen zijn de referentieniveaus beschreven. Deze niveaus beschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen op bepaalde momenten in de schoolloopbaan. Voor het einde van het po betreft het voor rekenen de twee referentieniveaus 1F en 1S. Het niveau 1F staat voor het fundamentele niveau en het niveau 1S voor het streefniveau. In onderstaande tabel staat kort weergegeven wat deze niveaus omvatten. Een uitgebreide beschrijving van de niveaus staat in de publicatie ‘Over de drempels met rekenen’.2Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen (2008).Over de drempels met rekenen. Consolideren, onderhouden, gebruiken en verdiepen. Onderdeel van de eindrapportage van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen.Enschede: SLO.

In het po is het streefniveau de basis die de meerderheid van de leerlingen moet beheersen. Referentieniveau 1S omvat het niveau 1F.

Elk domein van het terrein rekenen is opgebouwd uit drie elementen:

Elk van deze drie elementen is steeds opgebouwd in drie typen inzicht, kennis en vaardigheden. Die zijn als volgt te karakteriseren:

In het Referentiekader worden bij elk type inzicht, kennis en vaardigheden per niveau, per domein en per element korte beschrijvingen en/of voorbeelden gegeven. In de omschrijvingen in het Referentiekader zijn dat echter voorbeelden uit de Europees Nederlandse context.

3.2. Rapportage van de niveaubepaling voor het terrein rekenen (kwaliteitseis 5)

De doorstroomtoets po Bonaire meet welk eindniveau de leerling heeft behaald ten opzichte van de referentieniveaus rekenen. Daarbij worden alle domeinen Getallen, Verhoudingen, Meten en Meetkunde en Verbanden getoetst. Voor het terrein rekenen zijn referentiesets en ankersets (www.referentiesets.nl) van opgaven beschikbaar, waarmee de referentiecesuur van de referentieniveaus rekenen op de doorstroomtoets kan worden overgebracht.

3.3. Inhoudsbeschrijving voor het terrein rekenen in de verantwoordingsdocumenten (kwaliteitseis 8)

In de verantwoordingsdocumenten van de doorstroomtoets po van de toetsconstructeur wordt een eigen domeinbeschrijving gegeven van alle vier de domeinen, met inachtneming van de hieronder vermelde inhoudelijke kwaliteitseisen. De gemaakte keuzes bij de domeinbeschrijvingen worden beschreven.

3.4. Minimale inhoudelijke kwaliteitseisen

De doorstroomtoets po Bonaire dient te voldoen aan de volgende inhoudelijke kwaliteitseisen:

De doorstroomtoets po moet voor rekenen zowel 1F als 1S opgaven bevatten. Ongeacht de toetsvorm, moet de toets het mogelijk maken om voor elke leerling – met uitzondering van de leerlingen die vallen onder de ontheffingsgrond – uitspraken te doen ten aanzien van de beheersing van het 1F niveau en het 1S niveau. Dat betekent dat de opgaven van de doorstroomtoets po Bonaire breed zijn samengesteld qua moeilijkheid; tenminste de inhouden van 1F en 1S moeten in de doorstroomtoets zijn vertegenwoordigd.

De relatieve verdeling van opgaven over de domeinen is als volgt:

In de verantwoordingsdocumenten van de doorstroomtoets po Bonaire wordt de onderverdeling van opgaven over de domeinen gegeven. Daarbij geldt dat elke opgave onder één (primair) domein wordt geplaatst.

Voor de domeinen zijn de beschrijvingen op niveau 1F en 1S in het Referentiekader leidend. Het gaat daarbij om de inhouden uit het Referentiekader die in de tabel hieronder zijn opgenomen. De asterisk (*) in de tabel geeft aan dat hiervoor belangrijke aandachtspunten voor de Bonairiaanse situatie en context zijn, welke in de paragraaf 'Domein Meten en Meetkunde specifieke aandachtspunten' verderop in het hoofdstuk worden toegelicht.

De relatieve verdeling van opgaven over de onderscheiden onderdelen: Notatie, taal en betekenis (A); Met elkaar in verband brengen (B); en Gebruiken (C) is als volgt:

Voor A is geen minimum vereist omdat deze inhouden ook kunnen worden gebruikt en toegepast bij de inhouden van B en C.

In de verantwoordingsdocumenten van de doorstroomtoets po Bonaire wordt de onderverdeling van opgaven over de onderdelen A, B en C gegeven en toegelicht. Daarbij geldt dat elke opgave onder één (primair) onderdeel wordt geplaatst, met uitzondering van onderdeel A.

Het taalgebruik dat gehanteerd wordt voor de rekenopgaven dient afgestemd te worden op de groep leerlingen voor wie de toets bestemd is. In het geval van de doorstroomtoets po Bonaire betreft het taalgebruik een complex fenomeen, waarin het Nederlands de instructietaal is, maar als vreemde taal wordt getoetst. Minder algemeen gangbare begrippen en woorden kunnen worden verduidelijkt in woorden dan wel met geschikt beeldmateriaal. Hierdoor wordt het taalgebruik een minder belemmerende factor bij het omzetten van de context naar een rekenwiskundig probleem. Een klassiek voorbeeld is in rekenopgaven de begrippen ‘stad’ en ‘dorp’. Leerlingen op Bonaire moeten deze woorden wel kennen, maar deze begrippen worden in de praktijk zelden tot nooit daadwerkelijk gebruikt. Het woord ‘bario’ (buurt, wijk) is in deze Bonairiaanse context wel herkenbaar en geniet daarom de voorkeur. Laagfrequente rekenbegrippen (bijvoorbeeld kwartaal) worden gebruikt als het nodig is om het toetsdoel te toetsen.

In de doorstroomtoets po Bonaire moeten zowel opgaven met context als zonder context (zogenaamde ‘kale opgaven’) opgenomen worden. Een contextopgave is een opgave met benoemde getallen en betekenisvol voor de leerlingen.

Bij een contextopgave wordt de probleemoplossingscyclus van figuur 1 volledig doorlopen. Dit is schematisch weergegeven in figuur 2a. Een kale opgave is een opgave zonder benoemde getallen en waarbij alleen stap 4 van het oplossingsproces wordt doorlopen (zie ook figuur 2b). Onder kale opgaven worden ook omzettingen in het metriek stelsel verstaan die alleen rechtstreeks via stap 4 worden opgelost.

De context in de opgaven moet betekenisvol en voorstelbaar zijn voor de doelgroepen op Bonaire. Daar wordt onder verstaan: dat waar leerlingen mee bekend zijn, ook als ze het niet zelf meemaken. Denk bijvoorbeeld aan een groot inwoneraantal, grote temperatuurverschillen tot onder de 0, andere valuta en het maken van een vliegreis. Daarnaast dienen de gebruikte namen in de context bij voorkeur herkenbare namen op Bonaire te zijn.

In de doorstroomtoets is minimaal 20% en maximaal 35% van de opgaven kaal. De rest van de opgaven zijn contextopgaven. De toetsconstructeur beschrijft in diens verantwoordingsdocument wat de verdeling is van contextopgaven en kale opgaven.

Binnen het domein Meten en Meetkunde horen de onderdelen temperatuur, tijd en geld. Op Bonaire is er in de dagelijkse context geen sprake van grote temperatuurverschillen. Leerlingen moeten hier wel bekend mee zijn en berekeningen mee uit kunnen voeren. Voor het onderdeel tijd is een aandachtspunt dat tijd een ander soort rol speelt in de Bonairiaanse situatie. Leerlingen zijn minder gericht op horloges en klokkijken doordat hun dagelijkse situatie dat minder van ze vraagt dan leerlingen in Europees Nederland. Daarnaast is het belangrijk dat tijden op Bonaire op een andere manier worden benoemd dan in Europees Nederland. 15:40 uur wordt bijvoorbeeld benoemd als ’20 minuten voor 4 uur’. Ten aanzien van het onderdeel geld is de munteenheid op Bonaire de Amerikaanse dollar. Deze eenheid dient bij voorkeur bij het onderdeel geldrekenen gebruikt te worden, behalve als het gaat om het omrekenen van koersen.

In een doorstroomtoets is het voor de leerlingen toegestaan bij alle opgaven uitrekenpapier te gebruiken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.