Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 13 februari 2025, nr. 47049187, houdende regels voor de subsidiëring van een verrijkte schooldag voor leerlingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs 2025–2028 (Subsidieregeling School en Omgeving 2025–2028)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- AVG: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- CBS: Centraal bureau voor de statistiek als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek;
- coalitie-aanmelding: aanmelding als bedoeld in artikel 4, derde lid;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- GKA: Gelijke Kansen Alliantie;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
- leerling: leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022, artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022, of artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, tenzij anders geregeld in deze regeling;
- leerling met niet-Nederlandse culturele achtergrond: een leerling met een achtergrond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022;
- lokale coalitie: groep van lokale partijen, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, die gezamenlijk betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van het programma School en Omgeving;
- lokale partij: partij die opereert in de fysieke omgeving van een school, zoals een zorginstelling, bibliotheek, instelling op het gebied van sociaal werk, welzijnsorganisatie, sportvereniging, cultuurinstelling of kinderopvang;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- ontwikkelaanbod: aanbod op het gebied van sport, cultuur, cognitieve ontwikkeling, sociale ontwikkeling of het gebied van oriëntatie op jezelf of op de wereld;
- praktijkonderwijsvestiging: vestiging waar op 1 oktober 2022 meer dan 50% van de leerlingen conform artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 praktijkonderwijs volgt, met dien verstande dat artikel 6.10 lid 2 en lid 3 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 hierbij niet van toepassing zijn.
- primair onderwijs: onderwijs dat gegeven wordt op een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of onderwijs dat gegeven wordt op een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
- programma School en Omgeving: lokaal programma verrijkte schooldag met activiteiten buiten de reguliere onderwijstijd van een vestiging, aangeboden door een lokale coalitie ten behoeve van leerlingen op scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand;
- regievoerder: regievoerder als bedoeld in artikel 4;
- relatief aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op de vestiging gedeeld door het totale aantal leerlingen dat op de vestiging is ingeschreven op 1 februari 2024 zoals bekend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs, zoals opgenomen in bijlage 3;
- relatieve onderwijsachterstandsscore: Deze scores zijn opgenomen in bijlagen 1, 2, 3 en 4;
- a. Voor het primair onderwijs: achterstandsscore zonder drempel als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022 op 1 februari 2024, zoals gepubliceerd door het CBS op 7 oktober 2024;
- b. Voor vestigingen in het voortgezet onderwijs: of achterstandsscore zonder drempel per vestiging op 1 oktober 2022 zoals gepubliceerd door het CBS op 7 maart 2024.
- school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- vestiging: hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 76a van de Wet op de expertisecentra, hoofdvestiging als bedoeld artikel 4.13 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
Artikel 3. Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten
De minister kan voor de schooljaren 2025–2026, 2026–2027 en 2027–2028 subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag van een school met een vestiging die is opgenomen in bijlage 1 tot en met 4, als deelnemer aan een lokale coalitie voor het uitvoeren van een programma School en Omgeving, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school en ten dienste staat van een succesvolle schoolloopbaan.
De subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een programma School en Omgeving voor de volgende ontwikkelgebieden:
- a. sport;
- b. cultuur;
- c. cognitieve ontwikkeling;
- d. sociale ontwikkeling;
- e. oriëntatie op jezelf; of
- f. oriëntatie op de wereld.
Van het programma School en Omgeving kunnen geen deel uitmaken:
- a. uren die behoren tot de onderwijstijd;
- b. activiteiten die betrekking hebben op trainingen voor de eindtoets of examentraining;
- c. buitenlandse reizen.
Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt aan een bevoegd gezag voor een vestiging die deel uitmaakt van een lokale coalitie waarvoor middelen zijn aangevraagd door een gemeente op grond van de Regeling kansrijke wijk.
Artikel 4. Regievoerder en coalitie-aanmelding
Eén bevoegd gezag van één van de deelnemende vestigingen in de lokale coalitie treedt namens de lokale coalitie op als regievoerder.
Een lokale coalitie bestaat uit een bevoegd gezag van ten minste één deelnemende vestiging, ten minste één gemeente, waaronder in ieder geval de gemeente waarin ten minste één van de deelnemende vestigingen gelegen is, en ten minste één lokale partij.
De regievoerder dient, tijdens de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, tweede lid, namens de lokale coalitie een coalitie-aanmelding in via de website van DUS-I voor de vorming van een coalitie. Bij de coalitie-aanmelding wordt een plan van aanpak als bedoeld in het vierde lid ingediend.
Het plan van aanpak bevat voor de periode, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling, in ieder geval:
- a. de contactgegevens van de regievoerder;
- b. een beschrijving van de samenwerkende partijen die deelnemen aan de lokale coalitie, met vermelding van een contactpersoon, de naam van de organisatie, het e-mailadres van de organisatie en indien beschikbaar het RIO geïdentificeerde nummer;
- c. indien vestigingen aan een bestaande lokale coalitie worden toegevoegd of uit een coalitie gaan, de naam van de betreffende vestiging, met vermelding van een contactpersoon, het e-mailadres van de vestiging en het RIO geïdentificeerde nummer;
- d. het geschatte totaal aantal leerlingen dat deelneemt aan activiteiten in de lokale coalitie;
- e. een beschrijving van de visie en doelen van het aanbod in de lokale coalitie in het kader van het programma School en Omgeving;
- f. een beschrijving van welk ontwikkelaanbod wordt georganiseerd, welke ontwikkelgebieden hiermee worden bereikt, naar welke kwaliteit wordt gestreefd, waarbij in ieder geval aannemelijk wordt gemaakt dat een Verklaring Omtrent Gedrag van betrokkenen bij het ontwikkelaanbod verplicht is gesteld en hoe de kwaliteit zal worden gemonitord en geëvalueerd;
- g. een beschrijving van de activiteiten om doelen te bereiken;
- h. proces- en samenwerkingsafspraken in de lokale coalitie, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan de vormgeving van de samenwerking tussen de gemeente en de vestiging binnen de lokale coalitie.
Indien de regievoerder zijn taken aan een nieuwe regievoerder overdraagt, maakt de oorspronkelijke regievoerder daar melding van bij DUS-I.
Artikel 5. Aanvraag subsidie
De subsidie wordt door het bevoegd gezag van een vestiging aangevraagd. Het bevoegd gezag kan per vestiging maximaal één aanvraag indienen.
Een aanvraag wordt afgewezen als er geen coalitie-aanmelding als bedoeld in artikel 4, derde lid, is gedaan.
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend van 3 maart 2025, 09:00 uur tot en met 31 maart 2025, 16:00 uur. Aanvragen die na 31 maart 2025, 16:00 uur worden ingediend, worden afgewezen.
De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier dat daartoe op de website van de DUS-I beschikbaar wordt gesteld. In dit aanvraagformulier vermeldt de aanvrager:
- a. de naam van de vestiging;
- b. het in RIO geïdentificeerde nummer van de vestiging waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
- c. de contactpersoon van de vestiging;
- d. het referentienummer van de lokale coalitie waar de vestiging deel van uitmaakt;
- e. het geschatte totaal aantal klokuren ontwikkelaanbod per schooljaar, bestaande uit 40 weken, met een minimum van vier klokuren en een maximum van tien klokuren per week, verdeeld over de schooljaren 2025–2026, 2026–2027 en 2027–2028;
- f. het geschatte aantal leerlingen op vestigingsniveau dat zal deelnemen aan de activiteiten.
Het ontwikkelaanbod gedurende de geschatte klokuren, bedoeld in het derde lid onderdeel e, is gericht op één of meer van de in artikel 3, tweede lid, bedoelde ontwikkelgebieden.
Indien een bevoegd gezag op grond van artikel 3, eerste lid, een subsidieaanvraag doet, maakt het plan van aanpak van de lokale coalitie, bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel uit van deze subsidieaanvraag.
Artikel 6. Subsidieplafond, maximale hoogte subsidie en activiteitenperiode
Voor subsidieverstrekking overeenkomstig artikel 9 is op grond van deze regeling in totaal een bedrag beschikbaar van € 835.976.165,40, waarvan:
- a. € 479.957.070,20 beschikbaar is voor aanvragen voor het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal onderwijs, het speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;
- b. € 289.213.424,– beschikbaar is voor aanvragen voor het voortgezet onderwijs, niet zijnde praktijkonderwijs;
- c. € 38.012.015,– beschikbaar is voor aanvragen voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; en
- d. € 28.793.656,20 beschikbaar is voor het praktijkonderwijs.
Indien een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, worden de aanvragen gerangschikt op aflopende relatieve onderwijsachterstandsscore, waarbij de subsidie voor de vestigingen met de hoogste scores wordt toegekend:
- a. in het primair onderwijs, met uitzondering van het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs, wordt gekeken naar de in bijlage 1 opgenomen relatieve onderwijsachterstandsscores;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.