Aanwijzing van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 maart 2025, kenmerk 4063416-1079243-PZO, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake bekostigingsexperiment tijdelijk verblijf en ambulante geriatrische revalidatiezorg

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-03-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Na op 6 november 2024 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II, 2024/25, 29 689, nr. 1270) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg over het voornemen om een aanwijzing te geven aan de Nederlandse Zorgautoriteit inzake het invoeren van een experiment in de bekostiging voor het tijdelijk verblijf en de ambulante geriatrische revalidatiezorg.

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

Artikel 2. Werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op geriatrische revalidatiezorg, verblijf met laagcomplexe medisch-specialistische zorg, eerstelijnsverblijf en psychologische zorg binnen het eerstelijnsverblijf, met uitzondering van het verblijf als bedoeld in artikel 2.12 Besluit zorgverzekering in verband met palliatief terminale zorg.

Artikel 3. Opdracht experiment

De zorgautoriteit voorziet met ingang van 1 januari 2026 in een experiment met modulaire bekostiging voor de bekostiging van de geriatrische revalidatiezorg, het verblijf met laagcomplexe medisch-specialistische zorg, het eerstelijnsverblijf en de psychologische zorg binnen het eerstelijnsverblijf. Het verblijf als bedoeld in artikel 2.12 Besluit zorgverzekering in verband met palliatief terminale zorg is hiervan uitgezonderd.

De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2026 prestatiebeschrijvingen met zorgmodules per tijdseenheid met een maximumtarief vast. Daarnaast stelt de zorgautoriteit met ingang van 1 januari 2026 een prestatiebeschrijving zorgvernieuwing en resultaatbeloning en een prestatiebeschrijving onderlinge dienstverlening met een vrij tarief vast.

Artikel 4. Uitgangspunten experiment
1.

Doel van het experiment is om door middel van prestatiebeschrijvingen met eenduidige zorgmodules voor verschillende zorgvormen te onderzoeken of de bekostiging beter aansluit bij de praktijk en daarmee leidt tot meer passende zorginzet.

2.

De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2026 prestatiebeschrijvingen met zorgmodules per tijdseenheid met een maximumtarief vast voor de in artikel 2 bedoelde zorg. Dit betreft in elk geval modules voor: verblijf inclusief verpleging en verzorging en een module voor verblijf bij laagcomplexe medisch-specialistische zorg en modules voor: behandeling medisch, behandeling paramedisch, behandeling gedragswetenschappelijk en behandeling laagcomplexe medisch-specialistische zorg bij tijdelijk verblijf. Naast de genoemde modules kan de zorgautoriteit binnen de werkingssfeer van het experiment modules met een maximumtarief toevoegen en waar nodig modules aanpassen.

3.

De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2026 een prestatiebeschrijving zorgvernieuwing en resultaatbeloning en een prestatiebeschrijving onderlinge dienstverlening vast. Voor beide prestaties geldt een vrij tarief.

4.

De zorgautoriteit voorziet met ingang van 1 januari 2026 waar nodig in regelgeving ter uitvoering van deze aanwijzing.

5.

Op grond van dit experiment krijgt een zorgaanbieder de mogelijkheid om op basis van een overeenkomst met de zorgverzekeraar af te wijken van de reguliere prestaties.

6.

De zorgautoriteit neemt bij de vaststelling van het experiment als bedoeld in artikel 3 de volgende uitgangspunten in acht:

7.

De zorgautoriteit informeert de Staatssecretaris onmiddellijk indien zij het niet langer verantwoord vindt het experiment onveranderd voort te zetten.

Artikel 5. Looptijd

Het experiment heeft een looptijd van maximaal vijf jaar en loopt uiterlijk tot 1 januari 2031.

Artikel 6. Evaluatie en rapportage

De zorgautoriteit evalueert de effecten van het experiment overeenkomstig het bepaalde in artikel 58, zesde lid van de wet. De zorgautoriteit rapporteert over de uitslag van het experiment overeenkomstig het bepaalde in artikel 58, zevende lid van de wet. Daarnaast rapporteert zij over de jaarlijkse evaluatie van het experiment.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.