Regeling Talentontwikkeling 2025–2028
gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie;
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 januari 2022; en voor de gewijzigde versie op 27 maart 2023;
besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Gebruikte begrippen
In deze regeling worden onderstaande begrippen gebruikt
- a. Activiteit: een specifieke handeling of bezigheid die door de aanvrager wordt gestart. Bijvoorbeeld brainstorms, repetities, coachingsessies, bijeenkomsten en presentaties. Deze activiteit wordt door, of met, de doelgroep (een persoon, groep of organisatie) uitgevoerd om een specifiek effect te bereiken.
- b. Adviescommissie: een interne of externe adviescommissie zoals bedoeld in het Huishoudelijk Reglement van het Fonds 2019.
- c. Algemeen Subsidiereglement: Algemeen Subsidiereglement van het Fonds 2021.
- d. Caribisch deel van het Koninkrijk: de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- e. Caribisch Nederland: de drie openbare lichamen van het land Nederland, zijnde de eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- f. Coach: persoon die zich via informele routes heeft ontwikkeld als coach voor talenten, en aantoonbaar minstens 3 jaar actief talenten in informele netwerken begeleidt.
- g. Culturele Codes: Code Diversiteit & Inclusie, Fair Practice Code, Governance Code Cultuur.
- h. Cultuur: het dynamische geheel van onder andere normen, waarden, tradities, regels, kunst, erfgoed en identiteiten van een volk, gemeenschap of groep. Cultuur ontstaat door sociale en artistieke processen.
- i. Cultuurbeoefening: het actief beoefenen van of betrokken zijn bij het maken van cultuur in de vrije tijd, door cultuureducatie, co-creatie of amateurkunst. Dit wordt ook wel cultuurparticipatie genoemd.
- j. Culturele instelling: een rechtspersoon die zich inzet binnen de cultuursector en ook zo staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of vergelijkbare organisatie.
- k. Europees deel van Nederland: Nederland, zonder het Caribisch deel van het Koninkrijk.
- l. Fonds: Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.
- m. Informele netwerken: netwerken die spontaan ontstaan en waarbinnen specifieke regels, beeld, taal en waarden gelden, vrijwel los van verbinding met formele opleidingstrajecten.
- n. Koninkrijk der Nederlanden: Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- o. Materiële investeringen: kosten voor de aanschaf van materialen voor een project die aanvrager na dat project nog langere tijd kan gebruiken.
- p. Materiaalkosten: kosten voor aanschaf van materialen zonder welke het project niet kan worden uitgevoerd.
- q. Ministerie van OCW: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
- r. Overheidslichaam: een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon.
- s. Professional: een natuurlijk persoon die
- (1). ten minste een parttime aanstelling bij een organisatie heeft,
- (2). vakbekwaam is door afgestudeerd te zijn aan een erkende opleiding,
- (3). als zelfstandige minimaal drie jaar als ondernemer wordt beschouwd door de Belastingdienst en staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of een vergelijkbare organisatie, en/of
- (4). financiering ontvangt van op professionals gerichte instanties zoals rijkscultuurfondsen.
- t. Project: tijdelijke en doelgerichte activiteiten die de aanvrager onderneemt om een of meerdere specifieke effecten te bereiken. Projecten worden gekenmerkt door een begin- en einddatum, een duidelijk omschreven doel, en activiteiten, instrumenten en processen die moeten worden ingezet om het doel te behalen.
- u. Semi-overheidslichaam: een privaatrechtelijke rechtspersoon die is opgericht door een overheidslichaam, een privaatrechtelijke rechtspersoon waarvan een overheidslichaam voor meer dan 50% van de aandelen bezit, of een privaatrechtelijke rechtspersoon waar een overheidslichaam direct of indirect voor meer dan 50% zeggenschap over het bestuur heeft.
- v. Subsidieplafond: het totaalbedrag binnen een regeling of hoofdstuk dat het Fonds beschikbaar heeft om toe te kennen aan aanvragers.
- w. Talent: een amateur, vanaf acht jaar oud, die
- (1). een sterke behoefte heeft om zichzelf te ontwikkelen in het maken van kunst met de ambitie om professional te worden, en/of
- (2). door een instelling voor talentontwikkeling gezien wordt als talent.
- x. Talentontwikkeling: projecten die zijn gericht op het herkennen, selecteren, begeleiden en ontwikkelen van talent. Deze projecten bereiden talenten voor op eventuele deelname aan het kunstvakonderwijs, of zijn onderdeel van een alternatieve opleidingsroute.
- y. Website van het Fonds: www.cultuurparticipatie.nl.
In de volgende hoofdstukken staan de definities van de begrippen die bij het desbetreffende hoofdstuk horen.
Artikel 1.2. Doel van de regeling
Met deze regeling stimuleert het Fonds het ontwikkelen en uitvoeren van projecten die talentontwikkeling binnen informele netwerken versterken.
Artikel 1.3. Wie kan aanvragen
Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde culturele instelling.
Artikel 1.4. Indieningstermijnen
Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 2 april 2025 13:00 uur tot en met 30 augustus 2028 17:00 uur. De tijdsaanduiding is de tijd die geldt in het Europees deel van Nederland.
Wanneer het budgetplafond per jaar of in totaal bereikt is, kan het Fonds besluiten de mogelijkheid tot indiening vervroegd te sluiten.
Het Fonds kan indieningstermijnen hanteren die van het eerste lid afwijken. Als dat gebeurt, worden de afwijkende indieningstermijnen op de website van het Fonds gepubliceerd.
Artikel 1.5. Subsidieplafond en flexibiliteit
De subsidieplafonds staan vermeld vanaf hoofdstuk 2. Het Fonds kan besluiten de subsidieplafonds te wijzigen. Deze wijzigingen kunnen ook op specifieke categorieën van projecten zijn of gelden voor bepaalde tijdvakken, thema’s, doelgroepen en regio’s.
Ook kan het Fonds besluiten om de subsidiehoogte en het tijdvak waarbinnen kan worden aangevraagd, aan te passen.
Een besluit op grond van het eerste of tweede lid wordt gepubliceerd op de website van het Fonds.
Artikel 1.6. Algemene weigeringsgronden
Het Fonds weigert subsidie als:
- a. voor dezelfde projecten al subsidie is of zal worden verleend:
- 1°. door het Fonds;
- 2°. door een van de andere rijkscultuurfondsen;
- 3°. op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid; of
- 4°. op grond van de Erfgoedwet.
- b. het project waarvoor subsidie wordt gevraagd, op het moment van de aanvraag al wordt uitgevoerd;
- c. de aanvraag is bedoeld voor een seriële productie, waaronder een project dat niet eenmalig door één instelling of persoon wordt georganiseerd, maar een serie is van gelijksoortige producties, waardoor het unieke en experimentele karakter van het project niet meer aanwezig is;
- d. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of omroeporganisatie;
- e. de aanvraag wordt ingediend namens een overheidslichaam of semi-overheidslichaam;
- f. de aanvrager failliet is verklaard of redelijkerwijs te verwachten is dat dit binnenkort gebeurt;
- g. de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling of de doelstellingen van het Fonds; of
- h. de aanvrager een rechtspersoon is die niet voldoet aan de verplichtingen met betrekking tot de culturele codes zoals bedoeld in artikel 1.6, vijfde lid.
Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor subsidie.
Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers, voorafgaand aan de aanvraag, subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
Het Fonds kan weigeren om subsidie te verstrekken als de aanvraag op enige wijze niet in overeenstemming is met de regeling.
Artikel 1.7. Voorwaarden
Alleen kosten die direct verband houden met de projecten komen in aanmerking voor subsidiëring.
Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager:
- a. aantoont dat er een begrotingstekort is, en dat ondersteuning van het Fonds nodig is voor een sluitende begroting;
- b. de mogelijkheid van andere inkomsten dan de gevraagde subsidie onderzoekt, rekening houdend met de aard van het project; en
- c. aannemelijk maakt dat de financiële middelen, samen met de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.
Aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen de benodigde kosten voor het omwisselen van valuta voor het uitvoeren van het project opnemen in de subsidieaanvraag.
Artikel 1.8. Verplichtingen
Met deelname aan deze regeling geeft de aanvrager toestemming aan het Fonds om gegevens uit de aanvraag en de eventuele verantwoording in te zetten voor kennisdeling en onderzoeksdoeleinden. Als het ten dienste staat aan het behalen van de doelstelling van de regeling, kan het Fonds de aanvrager verplichten tot deelname aan een bijeenkomst of begeleidingstraject.
Het project:
- a. start niet eerder dan dertien weken na het indienen van de aanvraag;
- b. heeft een looptijd van maximaal twee jaar;
- c. start binnen zes maanden na het honoreren van de aanvraag.
Het Fonds kan bij besluit van deze termijnen afwijken.
De begroting:
- a. bevat geen post voor onvoorziene kosten;
- b. bevat geen arbeids- en reiskosten voor een vlucht, als de afstand binnen acht uur over land kan worden afgelegd;
- c. bevat maximaal 10% aan materiële investeringskosten.
De aanvrager is gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden en beschikt over een bankrekening in een van de landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden of de Europese Unie.
De aanvrager voldoet aan de culturele codes zoals is bepaald in de toelichting van deze regeling.
Het Fonds moedigt aanvragers aan om een nulmeting met betrekking tot de eigen ecologische voetafdruk te doen.
De activiteiten van de aanvrager zijn toegankelijk voor mensen met speciale behoeften. Daaronder vallen in ieder geval mensen met een beperkte mobiliteit.
Gehonoreerde aanvragers zijn verplicht mee te werken aan monitoring en evaluatie door of namens het Fonds.
Artikel 1.9. Verplichtingen voor het indienen
Aanvragen worden ingediend via een volledig ingevuld digitaal aanvraagformulier in de online aanvraagomgeving Mijn Fonds, via de website van het Fonds.
Aanvragen worden in ieder geval voorzien van:
- a. een projectplan over de gehele looptijd van het project. Het projectplan wordt aangeleverd overeenkomstig het door het Fonds beschikbaar gestelde format;
- b. een sluitende begroting. De begroting mag geen tekort of overschot bevatten. De begroting wordt aangeleverd overeenkomstig het door het Fonds beschikbaar gestelde format.
Artikel 1.10. Beoordeling van aanvragen
Het Fonds beoordeelt de aanvragen overeenkomstig de regeling.
Als de aanvraag compleet is, neemt het Fonds deze in behandeling en neemt het een beslissing over de aanvraag.
Als een onvolledige aanvraag wordt aangevuld, dan geldt de datum dat het Fonds de aanvulling ontvangt als moment van het indienen van de aanvraag.
Aanvragen voor een subsidie tot en met € 25.000 en die voldoen aan de eisen van de regeling, worden door een interne adviescommissie beoordeeld.
Aanvragen voor een subsidie van meer dan € 25.000 en die voldoen aan de eisen van de regeling, worden aan een externe adviescommissie voorgelegd voor advies.
Aanvragen die niet voldoen aan de regeling kunnen worden afgewezen zonder de adviescommissie om advies te vragen.
De aanvragen worden op volgorde van ontvangst beoordeeld, tenzij anders in deze regeling is bepaald.
De aanvraag moet op alle beoordelingscriteria een voldoende scoren om voor subsidieverstrekking in aanmerking te komen, behalve als anders in deze regeling is bepaald.
Op de aanvraag wordt binnen uiterlijk dertien weken beslist.
Artikel 1.11. Voorschotten
Voor subsidie tot en met € 25.000 en die niet direct wordt vastgesteld, verleent het Fonds een voorschot van 100% van het subsidiebedrag.
Voor subsidie van meer dan € 25.000 betaalt het Fonds een voorschot van 90%. Dit doet het Fonds zo spoedig mogelijk na het verzenden van het subsidieverleningsbesluit.
Als bij de vaststelling is gebleken dat het project in overeenstemming met de aanvraag is uitgevoerd en de begrootte kosten zijn gemaakt, wordt de resterende 10% betaald. Dit doet het Fonds zo spoedig mogelijk na het verzenden van het vaststellingsbesluit. Het Fonds kan de bevoorschotting, al dan niet tijdelijk, stoppen als aanvragers hun subsidieverplichtingen onvoldoende nakomen. Dat kan het Fonds ook doen wanneer de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat het aannemelijk is dat de activiteiten of projecten niet op dezelfde manier kunnen worden voortgezet.
Artikel 1.12. Verantwoording en vaststelling
Subsidieontvangers die achteraf verantwoording dienen af te leggen over de activiteiten of projecten, doen dit door middel van een activiteitenverslag en een financieel verslag.
Afhankelijk van de hoogte van de subsidie voldoet de verslaglegging aan de eisen van de artikelen 25, 26 of 27 van het Algemeen Subsidiereglement.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.