Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 april 2025, kenmerk 4083501-1081010-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2024 (Regeling risicoverevening 2024)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-04-29
State In force
Source BWB
artikelen 23
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, aa en ii, 3.1, derde lid, 3.2, 3.4, derde lid, 3.6, derde lid, 3.8, tweede lid, 3.10, tweede lid, 3.11, derde, vijfde en zesde lid, 3.12a, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en derde lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2024 bedraagt € 60.663,9 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

  • a. het macro-deelbedrag variabele zorgkosten ter grootte van € 54.369,2 miljoen;
  • b. het macro-deelbedrag vaste zorgkosten ter grootte van € 998,8 miljoen;
  • c. het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg ter grootte van € 5.295,8 miljoen.

Artikel 3

1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2024 geraamd op € 24.837,7 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2024 geraamd op € 3.418,0 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de wet, omvatten voor het jaar 2024, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 32.408,1 miljoen.

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 5

1.

De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.6 van het Besluit zorgverzekering, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 3.

2.

Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium MHK laat het Zorginstituut de kosten van verpleging en verzorging buiten beschouwing.

3.

Bij de indeling van verzekerden in de klassen van het vereveningscriterium GGZ-MHK laat het Zorginstituut de kosten van het tweede en derde jaar intramurale geestelijke gezondheidszorg buiten beschouwing, voor zover dat een ander jaar dan 2022 of 2023 betreft.

Artikel 6

1.

In afwijking van artikel 5 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4 en 1.10, en bijlage 3, tabellen 3.2 en 3.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

2.

In afwijking van artikel 5 en bijlage 1, tabel 1.12, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klasse ‘Geen HSM’.

3.

In afwijking van artikel 5 en bijlage 1, tabel 1.14, en bijlage 3, tabel 3.9, wordt een verzekerde die in Nederland woont, niet ingedeeld bij het vereveningscriterium SEI.

Artikel 7

1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.708 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van 18 jaar of ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet.

Artikel 8

1.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, door per verzekerde van 18 jaar of ouder, met uitzondering van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet, de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico te bepalen en vervolgens de geraamde opbrengsten per zorgverzekeraar te sommeren.

2.

Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van 18 jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, regio, MHK en SEI en de in bijlage 5 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 5 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

In afwijking van het tweede lid worden verzekerden die in het buitenland wonen niet ingedeeld bij het criterium regio en verzekerden die in Nederland wonen niet bij het criterium SEI.

4.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor verzekerden van 18 jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is:

  • a. voor seizoenarbeiders: € 250,41;
  • b. voor in het buitenland woonachtige verzekerden die geen seizoenarbeider zijn: € 276,95;
  • c. voor overige verzekerden: € 357,81.

Artikel 9

1.

Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen van een vereveningscriterium alleen de hoogste klasse van dat criterium die voor de betreffende verzekerde van toepassing is toe.

2.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen toe van de volgende vereveningscriteria:

  • a. FKG’s, voor zover de in bijlage 6, tabel 6.1, opgenomen restricties die toewijzing niet verhinderen;
  • b. DKG’s, waarbij een klasse meerdere malen kan worden toegewezen;
  • c. HKG’s; en
  • d. FKG’s psychische aandoeningen, voor zover de in bijlage 6, tabel 6.2, opgenomen restricties die toewijzing niet verhinderen.
3.

Het Zorginstituut deelt bij het vereveningscriterium FKG’s een verzekerde niet in op basis van de verstrekking van een geneesmiddel die in een van de vier aan het vereveningsjaar voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn.

4.

Voor de indeling van een verzekerde bij het vereveningscriterium AVI geldt dat:

  • a. het Zorginstituut een verzekerde van 18 tot en met 64 jaar die in meerdere klassen van het vereveningscriterium AVI is in te delen, in afwijking van het eerste lid, indeelt op basis van de volgorde in de volgende trechtering:
    1. duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA);
    1. arbeidsongeschikten;
    1. bijstandsgerechtigden;
    1. studenten van 18 tot en met 34 jaar;
    1. werklozen en loontrekkers, behalve als zij hoogopgeleid en 18 tot en met 44 jaar zijn;
    1. zelfstandigen;
    1. hoogopgeleiden van 18 tot en met 44 jaar;
    1. alle verzekerden die niet zijn ingedeeld onder 1 tot en met 7, zij vormen samen met de verzekerden onder 5 de referentiegroep;
  • b. het Zorginstituut een verzekerde van 0 tot en met 17 jaar indeelt op basis van de AVI-indeling van de volwassenen op hetzelfde adres. Indien er meerdere volwassenen op hetzelfde adres wonen, deelt het Zorginstituut de verzekerde, bedoeld in de vorige zin, in de relevante AVI-klasse in die het eerst voorkomt in de trechtering van onderdeel a, bij die indeling worden alleen volwassenen betrokken die jonger zijn dan 65 jaar en die ten minste 15 jaar ouder zijn dan de betreffende verzekerde van 0 tot en met 17 jaar;
  • c. het Zorginstituut een verzekerde van 65 tot en met 69 jaar indeelt op basis van de laatst bekende AVI-indeling van voordat de verzekerde 65 jaar werd.
5.

Het Zorginstituut deelt:

  • a. verzekerden instromend of blijvend in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in;
  • b. verzekerden ingedeeld in de klassen ‘14’ tot en met ‘16’ van het vereveningscriterium DKG’s psychische aandoeningen bij het vereveningscriterium SES in de klasse ‘1 (zeer laag)’ in; en
  • c. verzekerden van 18 jaar of ouder blijvend in een Wlz-instelling bij het vereveningscriterium MVV in de klasse ‘Geen MVV’ in en bij het vereveningscriterium MHK in de klasse ‘Geen MHK’.
6.

Het Zorginstituut deelt:

  • a. bij het vereveningscriterium GGZ-MHK verzekerden met kosten op de percentielgrens ’98,5 procent met kosten >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen;
  • b. bij het vereveningscriterium MVV verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.
7.

Indien een percentielgrens als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van dat onderdeel, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’.

8.

Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de wet, referentiebestanden vast voor de gehanteerde vereveningscriteria, met uitzondering van SEI, ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het desbetreffende vereveningscriterium.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 10

1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 11

1.

Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’ en ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen met gebruik van de referentiebestanden, bedoeld in artikel 9, achtste lid.

2.

Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van beide clusters en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 4 toe.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

  • a. leeftijd en geslacht: 2024;
  • b. FKG’s: 2023;
  • c. DKG’s: 2023;
  • d. HKG’s: 2023;
  • e. AVI: 2024;
  • f. regio: 2024;
  • g. SES: 2023 en 2024;
  • h. MHK: 2021, 2022 en 2023;
  • i. GGZ-regio: 2024;
  • j. FKG’s psychische aandoeningen: 2023;
  • k. DKG’s psychische aandoeningen: 2021, 2022 en 2023;
  • l. PPA: 2023 en 2024;
  • m. GGZ-MHK: 2019, 2020, 2021, 2022 en 2023;
  • n. FDG: 2023;
  • o. MVV: 2021, 2022 en 2023;
  • p. HSM: 2021;
  • q. IBZ: 2023 en 2024;
  • r. SEI: 2023 en 2024.
4.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van een in bijlage 7, tabel 7.1 en tabel 7.2, genoemde aanpassingsklasse zodanig dat het voor de in die tabel bij die aanpassingsklasse genoemde betrokken klassen gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in de relevante tabel in bijlage 2 of 4 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in die tabel, teniet wordt gedaan.

5.

Het Zorginstituut rondt de op grond van het vierde lid herberekende gewichten af op twee decimalen.

Artikel 12

1.

Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg:

  • a. die zodanig zijn gespecificeerd dat uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1.095 dagen, aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’; en
  • b. waarvan de specificatie niet voldoet aan onderdeel a aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.
2.

Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 13

1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 14

Het Zorginstituut merkt de kosten van bij een experiment als bedoeld in artikel 58 van de Wet marktordening gezondheidszorg betrokken prestaties:

  • a. die zodanig zijn gespecificeerd dat uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch psychologen en psychiaters die plegen te bieden die gericht is op het herstel van een psychische aandoening alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van niet meer dan 1.095 dagen, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’; en
  • b. waarvan de specificatie niet voldoet aan onderdeel a voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 15

1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van bij een experiment als bedoeld in artikel 58 van de Wet marktordening gezondheidszorg betrokken prestaties voor 100 procent minus het op basis van artikel 14 resulterende percentage, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van een verstrekking van een geneesmiddel die in het vereveningsjaar of de vier daaraan voorafgaande kalenderjaren is opgehouden een verstrekking van een duur intramuraal geneesmiddel te zijn, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

3.

Het Zorginstituut merkt de kosten ter zake van prestaties voor impactvolle transformaties, die de zorgautoriteit op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg heeft beschreven, en waarvan de plausibiliteit is gebleken, aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

4.

Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste en tweede lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering anderzijds.

Artikel 16

1.

Het Zorginstituut past als volgt hogekostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag variabele zorgkosten, bedoeld in artikel 3.12, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering:

  • a. de drempelwaarde bedraagt 400.000 euro;
  • b. 75% van de variabele zorgkosten van de verzekerde, voor zover deze kosten de drempelwaarde overschrijden, wordt berekend;
  • c. vervolgens worden de uitkomsten uit onderdeel b per zorgverzekeraar gesommeerd;
  • d. daarna wordt het percentage berekend dat voortvloeit uit de verhouding tussen de som van de uitkomsten van onderdeel c van alle zorgverzekeraars samen en de herberekende deelbedragen variabele kosten van alle zorgverzekeraars samen, en dit percentage wordt toegepast op het corresponderende herberekende deelbedrag van een zorgverzekeraar;
  • e. ten slotte wordt het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar nogmaals herberekend door hierbij het resultaat van onderdeel c op te tellen en vervolgens te verminderen met het resultaat van onderdeel d.
2.

Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, de toepassing van hogekostencompensatie achterwege laten. Het Zorginstituut past dan in afwijking van artikel 11, tweede lid, voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele kosten’ de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe.

Artikel 17

1.

Het Zorginstituut past als volgt hogekostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.12, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering:

  • a. de drempelwaarde wordt bepaald, zodanig dat 0,5% van de verzekerden met kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg kosten gelijk aan of boven deze drempelwaarde heeft;
  • b. 90% van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van de verzekerde, voor zover deze kosten de drempelwaarde overschrijden, wordt berekend;
  • c. vervolgens worden de uitkomsten uit onderdeel b per zorgverzekeraar gesommeerd;
  • d. daarna wordt het percentage berekend dat voortvloeit uit de verhouding tussen de som van de uitkomsten van onderdeel c van alle zorgverzekeraars samen en de herberekende deelbedragen kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van alle zorgverzekeraars samen, en dit percentage wordt toegepast op het corresponderende herberekende deelbedrag van een zorgverzekeraar;
  • e. ten slotte wordt het herberekende deelbedrag per zorgverzekeraar nogmaals herberekend door hierbij het resultaat van onderdeel c op te tellen en vervolgens te verminderen met het resultaat van onderdeel d.
2.

Het Zorginstituut kan bij een voorlopige vaststelling als bedoeld in artikel 3.20, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering, de toepassing van hogekostencompensatie achterwege laten. Het Zorginstituut past dan in afwijking van artikel 11, tweede lid, voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ de gewichten in de tabellen van bijlage 3 toe.

Artikel 18

1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 7, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal verzekerden van 18 jaar of ouder verminderd met het gerealiseerde aantal verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de wet.

Artikel 19

De artikelen 5, tweede en derde lid, 6 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar met dien verstande dat bij toepassing van hogekostencompensatie een verzekerde die in het buitenland woont, in afwijking van bijlage 2, tabellen 2.2, 2.3, 2.4, 2.10 en 2.12, en bijlage 4, tabellen 4.2 en 4.3, wordt ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen FDG’, ‘Geen HSM’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ en ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, en een verzekerde die in Nederland woont, in afwijking van bijlage 2, tabel 2.14, en bijlage 4, tabel 4.9, niet wordt ingedeeld bij het vereveningscriterium SEI.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 20

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 41.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar door het Zorginstituut

Artikel 21

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 22

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 30 september 2023.

Artikel 23

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2024.

Bijlage 1. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten (behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2024)

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Variabele zorgkosten
Mannen 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 12.868.97
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 3.772.87
1–4 jaar 2.972.54
5–9 jaar 2.587.44
10–14 jaar 2.606.04
15–17 jaar 2.708.87
18–24 jaar 2.437.91
25–29 jaar 2.458.04
30–34 jaar 2.471.21
35–39 jaar 2.523.38
40–44 jaar 2.576.60
45–49 jaar 2.701.29
50–54 jaar 2.862.57
55–59 jaar 3.124.09
60–64 jaar 3.370.92
65–69 jaar 3.713.43
70–74 jaar 4.152.43
75–79 jaar 4.488.52
80–84 jaar 4.804.72
85–89 jaar 5.481.19
90+ jaar 6.498.39
Vrouwen en onbepaald geslacht 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 11.222.00
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 3.411.84
1–4 jaar 2.673.16
5–9 jaar 2.562.79
10–14 jaar 2.638.82
15–17 jaar 2.851.93
18–24 jaar 2.604.64
25–29 jaar 2.588.94
30–34 jaar 2.498.79
35–39 jaar 2.570.01
40–44 jaar 2.704.34
45–49 jaar 2.832.65
50–54 jaar 2.902.13
55–59 jaar 2.955.70
60–64 jaar 3.072.16
65–69 jaar 3.329.85
70–74 jaar 3.580.49
75–79 jaar 3.870.83
80–84 jaar 4.288.83
85–89 jaar 4.845.17
90+ jaar 5.248.41
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FKG –528.05
COPD/astma: Medicatie 373.56
Diabetes: Insuline 2.935.25
Diabetes: Orale medicatie 695.53
CVRM: Medicatie Licht 163.52
CVRM: Medicatie Zwaar 499.49
Schildklieraandoeningen 83.88
Glaucoom 272.17
Depressie 206.05
Psychose 414.62
Epilepsie 585.18
Chronische antistolling 1.027.12
Transplantaties 4.706.25
Parkinson 2.711.74
Hartaandoeningen: overig 2.159.43
Chronische pijn exclusief opioïden 1.089.27
Neuropatische pijn 1.857.34
Diabetes type II zonder hypertensie 869.56
Diabetes type II met hypertensie 1.407.52
Diabetes type I zonder hypertensie 2.885.24
Diabetes type I met hypertensie 3.350.06
Cystic fibrosis/pancreasenzymen 2.310.54
Groeistoornissen o.b.v. add-on 3.498.57
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig 4.794.66
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose 1.664.60
HIV/AIDS 356.38
Psoriasis 1.227.33
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 799.61
Reuma 802.86
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on 3.057.63
Nieraandoeningen o.b.v. add-on 8.988.31
Acromegalie 11.918.91
Immunoglobuline o.b.v. add-on 16.545.56
Astma 661.08
COPD/Zware astma 1.610.92
COPD/Zware astma o.b.v. add-on 10.499.04
Hormoongevoelige tumoren 1.075.68
Kanker 827.62
Kanker o.b.v. add-on 9.708.82
Pulmonale arteriële hypertensie 18.661.12
Maculadegeneratie o.b.v. add-on 2.696.60
Hypercholesterolemie 2.548.72
Hartaandoeningen: anti-aritmica 1.174.55
Verslaving exclusief nicotine 1.559.73
Cystic fibrosis: CFTR-modulatoren 76.611.77
Extreem hoge kosten cluster 1 114.543.06
Extreem hoge kosten cluster 2 212.987.18
Extreem hoge kosten cluster 3 406.024.26
Extreem hoge kosten cluster 4 567.894.83
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen DKG –482.41
1 461.68
2 1.164.26
3 1.709.46
4 2.422.70
5 2.832.75
6 3.912.34
7 4.428.66
8 4.398.37
9 5.791.31
10 5.085.89
11 6.316.02
12 6.589.75
13 10.186.50
14 12.179.61
15 11.634.63
16 10.176.26
17 15.163.13
18 13.750.88
19 17.684.96
20 14.179.39
21 15.157.74
22 16.713.26
23 24.666.59
24 37.421.32
25 24.528.33
26 61.144.67
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HKG –48.03
CPAP apparatuur 605.99
Zuurstofapparaten met toebehoren 3.902.39
Therapeutische elastische kousen 530.37
Orthopedisch schoeisel 581.65
Incontinentie- en stomamateriaal 0.00
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen) 0.00
Insulinepompen 0.00
Glucosemonitor 0.00
Draagbare infuuspompen 0.00
Compressiehulpmiddelen 2.054.72
Orthesen 1.345.84
Variabele zorgkosten
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 0–17 jaar 180.47
18–34 jaar 2.077.09
35–44 jaar 859.30
45–54 jaar 756.30
55–64 jaar 562.35
65–69 jaar 433.18
Arbeidsongeschikten excl. IVA 0–17 jaar 195.73
18–34 jaar 573.86
35–44 jaar 535.21
45–54 jaar 485.11
55–64 jaar 394.38
65–69 jaar 532.56
Bijstandsgerechtigden 0–17 jaar 186.59
18–34 jaar 285.46
35–44 jaar 290.29
45–54 jaar 263.92
55–64 jaar 257.10
65–69 jaar 381.77
Studenten 0–17 jaar –5.35
18–34 jaar –54.09
Zelfstandigen 0–17 jaar –139.70
18–34 jaar –78.26
35–44 jaar –123.59
45–54 jaar –151.31
55–64 jaar –202.41
65–69 jaar –29.76
Hoogopgeleiden 0–17 jaar –95.51
18–34 jaar –89.04
35–44 jaar –154.07
Referentiegroep 0–17 jaar 0.25
18–34 jaar 6.77
35–44 jaar 13.65
45–54 jaar –47.13
55–64 jaar –63.97
65–69 jaar –129.43
Variabele zorgkosten
--- ---
1 99.04
2 59.87
3 27.72
4 10.88
5 –6.28
6 –13.92
7 –30.92
8 –35.64
9 –47.27
10 –59.28
Variabele zorgkosten
--- --- ---
1 (zeer laag) 0–17 jaar 71.20
18–69 jaar 39.99
70+ jaar –8.55
2 (laag) 0–17 jaar 45.03
18–69 jaar 23.67
70+ jaar 13.58
3 (midden) 0–17 jaar –38.04
18–69 jaar –1.36
70+ jaar 34.14
4 (hoog) 0–17 jaar –39.93
18–69 jaar –42.19
70+ jaar –35.81
Variabele zorgkosten
--- --- ---
0–17 jaar 0.00
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar 275.81
70–79jaar –813.86
80+ jaar –1.958.71
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 2.774.94
70–79jaar 4.916.25
80+ jaar 1.854.71
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 46.83
70–79jaar 222.28
80+ jaar 466.60
Overig 18–69 jaar –12.51
70–79jaar –96.00
80+ jaar –170.32
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MHK –635.72
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 158.08
2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 2.828.85
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent 2.285.74
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 3.674.80
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent 5.812.47
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent 10.454.78
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent 21.029.83
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent 50.941.48
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FDG –39.05
1 637.52
2 1.900.05
3 5.842.15
4 6.065.41
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MVV –222.60
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent 1.514.43
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent 2.291.95
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent 3.587.78
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent 5.914.79
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent 8.557.56
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent 12.118.98
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent 16.524.76
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent 27.838.08
Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0 – 17 jaar 86.307.48
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HSM –134.63
Ten minste 1 keer in positieve somatische morbiditeitsklasse in vereveningsjaar 3 jaar eerder 163.75
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen IBZ –79.51
Zwanger in het vereveningsjaar, maar niet bevallen in het vereveningsjaar 2.529.06
Bevallen in het vereveningsjaar, start zwangerschap in het daaraan voorafgaande kalenderjaar 5.904.86
Bevallen in het vereveningsjaar, start zwangerschap in het vereveningsjaar 7.832.65
Variabele zorgkosten
--- ---
Seizoenarbeider –204.44
Geen seizoenarbeider 277.37

Bijlage 2. Normbedragen vereveningsmodel variabele zorgkosten bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2024)

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot het cluster ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie

Variabele zorgkosten
Mannen 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 12.863.62
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 3.763.70
1–4 jaar 2.968.01
5–9 jaar 2.581.07
10–14 jaar 2.593.16
15–17 jaar 2.702.08
18–24 jaar 2.430.01
25–29 jaar 2.452.26
30–34 jaar 2.469.13
35–39 jaar 2.522.59
40–44 jaar 2.575.13
45–49 jaar 2.701.37
50–54 jaar 2.861.98
55–59 jaar 3.122.80
60–64 jaar 3.373.53
65–69 jaar 3.718.70
70–74 jaar 4.160.76
75–79 jaar 4.501.15
80–84 jaar 4.820.88
85–89 jaar 5.497.48
90+ jaar 6.507.00
Vrouwen en onbepaald geslacht 0 jaar, geboren in het vereveningsjaar 11.200.59
0 jaar, geboren in het voorafgaande jaar 3.403.84
1–4 jaar 2.667.21
5–9 jaar 2.553.97
10–14 jaar 2.626.21
15–17 jaar 2.846.13
18–24 jaar 2.599.41
25–29 jaar 2.586.54
30–34 jaar 2.498.59
35–39 jaar 2.568.66
40–44 jaar 2.703.96
45–49 jaar 2.834.35
50–54 jaar 2.905.22
55–59 jaar 2.958.50
60–64 jaar 3.077.13
65–69 jaar 3.337.22
70–74 jaar 3.590.25
75–79 jaar 3.882.38
80–84 jaar 4.300.42
85–89 jaar 4.859.37
90+ jaar 5.269.60
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FKG –523.58
COPD/astma: Medicatie 378.56
Diabetes: Insuline 2.686.76
Diabetes: Orale medicatie 695.10
CVRM: Medicatie Licht 165.98
CVRM: Medicatie Zwaar 499.38
Schildklieraandoeningen 86.81
Glaucoom 277.28
Depressie 211.99
Psychose 420.27
Epilepsie 579.60
Chronische antistolling 1.024.34
Transplantaties 4.530.00
Parkinson 2.726.07
Hartaandoeningen: overig 2.152.15
Chronische pijn exclusief opioïden 1.094.31
Neuropatische pijn 1.868.25
Diabetes type II zonder hypertensie 874.76
Diabetes type II met hypertensie 1.407.62
Diabetes type I zonder hypertensie 2.891.88
Diabetes type I met hypertensie 3.357.36
Cystic fibrosis/pancreasenzymen 2.326.52
Groeistoornissen o.b.v. add-on 3.422.36
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig 4.904.02
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose 1.747.55
HIV/AIDS 295.64
Psoriasis 1.241.57
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 798.94
Reuma 792.44
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on 3.032.92
Nieraandoeningen o.b.v. add-on 9.126.79
Acromegalie 12.004.96
Immunoglobuline o.b.v. add-on 15.033.62
Astma 651.39
COPD/Zware astma 1.615.09
COPD/Zware astma o.b.v. add-on 10.489.25
Hormoongevoelige tumoren 1.071.63
Kanker 829.25
Kanker o.b.v. add-on 9.725.46
Pulmonale arteriële hypertensie 18.836.62
Maculadegeneratie o.b.v. add-on 2.678.73
Hypercholesterolemie 2.534.99
Hartaandoeningen: anti-aritmica 1.168.08
Verslaving exclusief nicotine 1.571.82
Cystic fibrosis: CFTR-modulatoren 78.047.39
Extreem hoge kosten cluster 1 115.501.72
Extreem hoge kosten cluster 2 203.450.01
Extreem hoge kosten cluster 3 322.182.72
Extreem hoge kosten cluster 4 387.893.62
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen DKG –481.32
1 464.89
2 1.177.41
3 1.720.71
4 2.429.95
5 2.857.75
6 3.860.59
7 4.288.20
8 4.435.90
9 5.838.34
10 4.908.10
11 6.364.81
12 6.680.51
13 10.164.29
14 9.230.46
15 11.455.01
16 10.212.17
17 14.441.11
18 13.744.95
19 17.778.12
20 14.372.07
21 14.151.59
22 16.910.19
23 24.312.37
24 37.132.55
25 24.036.97
26 62.133.19
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HKG –47.34
CPAP apparatuur 601.94
Zuurstofapparaten met toebehoren 3.841.36
Therapeutische elastische kousen 536.50
Orthopedisch schoeisel 513.83
Incontinentie- en stomamateriaal 0.00
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen) 0.00
Insulinepompen 0.00
Glucosemonitor 0.00
Draagbare infuuspompen 0.00
Compressiehulpmiddelen 2.072.91
Orthesen 1.282.20
Variabele zorgkosten
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 0–17 jaar 195.40
18–34 jaar 2.120.32
35–44 jaar 896.19
45–54 jaar 805.59
55–64 jaar 587.41
65–69 jaar 468.32
Arbeidsongeschikten excl. IVA 0–17 jaar 191.13
18–34 jaar 541.66
35–44 jaar 538.96
45–54 jaar 478.83
55–64 jaar 396.72
65–69 jaar 535.77
Bijstandsgerechtigden 0–17 jaar 188.60
18–34 jaar 279.87
35–44 jaar 290.21
45–54 jaar 264.45
55–64 jaar 256.36
65–69 jaar 384.08
Studenten 0–17 jaar 6.62
18–34 jaar –53.77
Zelfstandigen 0–17 jaar –140.48
18–34 jaar –77.26
35–44 jaar –123.12
45–54 jaar –152.84
55–64 jaar –206.36
65–69 jaar –29.39
Hoogopgeleiden 0–17 jaar –105.16
18–34 jaar –89.15
35–44 jaar –154.57
Referentiegroep 0–17 jaar 1.13
18–34 jaar 8.68
35–44 jaar 12.86
45–54 jaar –47.41
55–64 jaar –64.85
65–69 jaar –131.94
Variabele zorgkosten
--- ---
1 97.09
2 58.42
3 28.03
4 12.17
5 –7.34
6 –11.69
7 –30.84
8 –35.01
9 –46.48
10 –60.16
Variabele zorgkosten
--- --- ---
1 (zeer laag) 0–17 jaar 70.95
18–69 jaar 40.26
70+ jaar –6.68
2 (laag) 0–17 jaar 43.38
18–69 jaar 24.97
70+ jaar 12.91
3 (midden) 0–17 jaar –37.35
18–69 jaar –1.47
70+ jaar 33.26
4 (hoog) 0–17 jaar –39.36
18–69 jaar –43.14
70+ jaar –36.09
Variabele zorgkosten
--- --- ---
0–17 jaar 0.00
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar 290.22
70–79 jaar –818.03
80+ jaar –1.968.09
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 2.756.82
70–79 jaar 4.940.78
80+ jaar 1.872.29
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 45.83
70–79 jaar 223.24
80+ jaar 469.14
Overig 18–69 jaar –12.46
70–79 jaar –96.42
80+ jaar –172.01
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MHK –637.94
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 156.52
2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 2.872.19
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 15 procent 2.307.82
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent 3.706.17
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 7 procent 5.865.47
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent 10.577.68
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent 21.223.92
3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent 49.678.03
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FDG –39.01
1 634.92
2 1.898.88
3 5.912.14
4 6.298.37
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MVV –222.09
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3,5 procent 1.498.11
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 3 procent 2.282.78
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2,5 procent 3.599.03
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 2 procent 5.904.06
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1,5 procent 8.556.49
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 1 procent 12.105.58
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,5 procent 16.541.09
Gesommeerde kosten V&V 3 voorafgaande jaren in top 0,25 procent 27741.11
Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0–17 jaar 83.702.06
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HSM –135.55
Ten minste 1 keer in positieve somatische morbiditeitsklasse in vereveningsjaar 3 jaar eerder 164.87
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen IBZ –79.69
Zwanger in het vereveningsjaar, maar niet bevallen in het vereveningsjaar 2.533.77
Bevallen in het vereveningsjaar, start zwangerschap in het daaraan voorafgaande kalenderjaar 5.918.02
Bevallen in het vereveningsjaar, start zwangerschap in het vereveningsjaar 7.851.18
Variabele zorgkosten
--- ---
Seizoenarbeider –204.17
Geen seizoenarbeider 276.71

Bijlage 3. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ(behorende bij artikel 5 van de Regeling risicoverevening 2024)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’. De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar of ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 5). De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 394.30
25–29 jaar 412.38
30–34 jaar 384.91
35–39 jaar 375.30
40–44 jaar 359.45
45–49 jaar 341.43
50–54 jaar 333.11
55–59 jaar 325.06
60–64 jaar 325.06
65–69 jaar 323.20
70–74 jaar 328.98
75–79 jaar 328.98
80–84 jaar 316.64
85–89 jaar 316.64
90+ jaar 316.64
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 551.05
25–29 jaar 484.65
30–34 jaar 419.11
35–39 jaar 396.16
40–44 jaar 369.81
45–49 jaar 360.91
50–54 jaar 337.94
55–59 jaar 325.06
60–64 jaar 325.06
65–69 jaar 323.20
70–74 jaar 328.98
75–79 jaar 328.98
80–84 jaar 316.64
85–89 jaar 316.64
90+ jaar 316.64
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen –33.06
ADHD 109.88
Verslaving exclusief nicotine –33.06
Angststoornissen (benzodiazepinen) 1.105.69
Chronische stemmingsstoornissen 262.40
Bipolaire stoornissen regulier 766.80
Bipolaire stoornissen complex 2.699.13
Psychose 1.957.51
Chronische stemmingsstoornissen complex 1.716.22
Psychose depot 4.292.82
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen DKG psychische aandoeningen –200.94
1 1.466.80
2 1.081.49
3 3.265.80
4 5.256.18
5 6.531.55
6 7.463.31
7 11.889.21
8 15.131.33
9 16.849.67
10 26.194.28
11 33.826.87
12 53.309.56
13 47.077.53
14 73.000.97
15 34.029.42
16 22.169.14
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 292.59
35–44 jaar 79.98
45–54 jaar –9.90
55–64 jaar –1.86
65–69 jaar 0.00
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 423.35
35–44 jaar 282.53
45–54 jaar 150.47
55–64 jaar 20.37
65–69 jaar 0.00
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 545.04
35–44 jaar 139.46
45–54 jaar –3.85
55–64 jaar –1.86
65–69 jaar 0.00
Studenten 18–34 jaar –47.08
Zelfstandigen 18–34 jaar –61.28
35–44 jaar –36.24
45–54 jaar –9.90
55–64 jaar –1.86
65–69 jaar 0.00
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –53.08
35–44 jaar –24.27
Referentiegroep 18–34 jaar –10.29
35–44 jaar –17.43
45–54 jaar –9.90
55–64 jaar –1.86
65–69 jaar 0.00
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
1 45.71
2 7.52
3 –2.94
4 –7.19
5 –7.19
6 –7.19
7 –7.19
8 –7.19
9 –7.19
10 –7.19
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
1 (zeer laag) 18–69 jaar 21.79
70+ jaar 16.60
2 (laag) 18–69 jaar –11.43
70+ jaar –4.92
3 (midden) 18–69 jaar –11.43
70+ jaar –4.61
4 (hoog) 18–69 jaar 3.93
70+ jaar –6.41
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar –43.69
70–79 jaar –44.27
80+ jaar –31.93
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 699.64
70–79 jaar 853.20
80+ jaar 196.35
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 61.36
70–79 jaar 41.34
80+ jaar –2.01
Overig 18–69 jaar –10.46
70–79 jaar –19.77
80+ jaar –6.33
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen GGZ-MHK –60.12
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro –60.12
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille1 2.095.49
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille1 4.376.65
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille1 7.831.03
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille1 17.574.88
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 19.105.40
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 33.052.52

1 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Kosten van geneeskundige GGZ
Seizoenarbeider –194.43
Geen seizoenarbeider –146.86

Bijlage 4. Normbedragen vereveningsmodel geneeskundige GGZ bij toepassing van hogekostencompensatie (behorende bij artikel 11, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2024)

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’. De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar of ouder; de gewichten vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 11, tweede lid). De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige GGZ
Mannen 18–24 jaar 395.84
25–29 jaar 411.47
30–34 jaar 386.78
35–39 jaar 376.94
40–44 jaar 361.46
45–49 jaar 341.69
50–54 jaar 331.26
55–59 jaar 322.97
60–64 jaar 322.97
65–69 jaar 321.17
70–74 jaar 325.32
75–79 jaar 325.32
80–84 jaar 315.95
85–89 jaar 315.95
90+ jaar 315.95
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 551.10
25–29 jaar 486.08
30–34 jaar 425.29
35–39 jaar 401.13
40–44 jaar 372.55
45–49 jaar 363.44
50–54 jaar 340.86
55–59 jaar 322.97
60–64 jaar 322.97
65–69 jaar 321.17
70–74 jaar 325.32
75–79 jaar 325.32
80–84 jaar 315.95
85–89 jaar 315.95
90+ jaar 315.95
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen FKG psychische aandoeningen –33.09
ADHD 133.19
Verslaving exclusief nicotine –33.09
Angststoornissen (benzodiazepinen) 1.032.57
Chronische stemmingsstoornissen 277.32
Bipolaire stoornissen regulier 786.87
Bipolaire stoornissen complex 2.561.68
Psychose 1.921.89
Chronische stemmingsstoornissen complex 1.702.65
Psychose depot 4.122.30
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen DKG psychische aandoeningen –198.82
1 1.515.32
2 1.125.94
3 3.359.65
4 5.311.59
5 6.716.72
6 7.564.22
7 11.741.40
8 14.774.19
9 15.916.91
10 23.177.06
11 28.837.46
12 41.531.41
13 37.921.28
14 55.949.49
15 26.966.43
16 21.504.28
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 219.50
35–44 jaar 99.28
45–54 jaar –10.09
55–64 jaar –1.80
65–69 jaar 0.00
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 363.36
35–44 jaar 287.78
45–54 jaar 153.59
55–64 jaar 19.77
65–69 jaar 0.00
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 546.96
35–44 jaar 148.00
45–54 jaar –4.20
55–64 jaar –1.80
65–69 jaar 0.00
Studenten 18–34 jaar –41.23
Zelfstandigen 18–34 jaar –60.13
35–44 jaar –40.29
45–54 jaar –10.09
55–64 jaar –1.80
65–69 jaar 0.00
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –51.92
35–44 jaar –24.34
Referentiegroep 18–34 jaar –9.09
35–44 jaar –17.43
45–54 jaar –10.09
55–64 jaar –1.80
65–69 jaar 0.00
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
1 39.19
2 9.64
3 –0.64
4 –6.89
5 –6.89
6 –6.89
7 –6.89
8 –6.89
9 –6.89
10 –6.89
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
1 (zeer laag) 18–69 jaar 23.87
70+ jaar 15.23
2 (laag) 18–69 jaar –10.23
70+ jaar –5.59
3 (midden) 18–69 jaar –10.23
70+ jaar –3.40
4 (hoog) 18–69 jaar 0.48
70+ jaar –6.00
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- ---
Wlz-instelling, blijvend 18–69 jaar –45.63
70–79 jaar –41.13
80+ jaar –31.76
Wlz-instelling, instromend 18–69 jaar 859.36
70–79 jaar 865.31
80+ jaar 208.86
Eenpersoonshuishouden 18–69 jaar 67.04
70–79 jaar 36.75
80+ jaar –2.13
Overig 18–69 jaar –11.53
70–79 jaar –18.34
80+ jaar –7.14
Kosten van geneeskundige GGZ
--- ---
Geen GGZ-MHK –60.61
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro –50.53
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 10 promille2 2.232.36
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille2 4.595.82
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille2 8.137.72
Ten minste 2 van de 5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 1 promille2 15.447.06
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille 18.225.51
5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille 28.837.74

2 Voor verzekerden jonger dan 24 jaar: ten minste 1 van de 5 voorafgaande jaren.

Kosten van geneeskundige GGZ
Seizoenarbeider –196.17
Geen seizoenarbeider –148.50

Bijlage 5. Normbedragen vereveningsmodel voor de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico alleen volwassenen zonder FKG/DKG/HKG/FDG/MVV en niet ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger (behorende bij artikel 8, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2024)

De bijlage betreft de eigen betalingen ten gevolge van het verplicht eigen risico. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 8, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 18, tweede lid).

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 130.76
25–29 jaar 129.48
30–34 jaar 129.81
35–39 jaar 131.11
40–44 jaar 133.93
45–49 jaar 138.27
50–54 jaar 146.34
55–59 jaar 159.84
60–64 jaar 172.08
65–69 jaar 185.90
70–74 jaar 201.26
75–79 jaar 213.85
80–84 jaar 222.96
85–89 jaar 217.99
90+ jaar 203.08
Vrouwen en onbepaald geslacht 18–24 jaar 189.61
25–29 jaar 184.91
30–34 jaar 178.33
35–39 jaar 172.28
40–44 jaar 176.38
45–49 jaar 182.03
50–54 jaar 187.05
55–59 jaar 188.33
60–64 jaar 193.10
65–69 jaar 201.35
70–74 jaar 214.71
75–79 jaar 222.50
80–84 jaar 224.74
85–89 jaar 207.94
90+ jaar 166.07
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
70+ jaar 0.00
Duurzaam en volledig arbeidsongeschikten (IVA) 18–34 jaar 74.31
35–44 jaar 71.50
45–54 jaar 57.48
55–64 jaar 42.30
65–69 jaar 23.20
Arbeidsongeschikten excl. IVA 18–34 jaar 52.95
35–44 jaar 64.24
45–54 jaar 56.26
55–64 jaar 38.71
65–69 jaar 25.24
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 46.38
35–44 jaar 42.82
45–54 jaar 34.77
55–64 jaar 15.90
65–69 jaar –3.10
Studenten 18–34 jaar –3.85
Zelfstandigen 18–34 jaar –4.54
35–44 jaar –7.90
45–54 jaar –8.37
55–64 jaar –9.48
65–69 jaar –4.76
Hoogopgeleiden 18–34 jaar –7.15
35–44 jaar –11.02
Referentiegroep 18–34 jaar 0.07
35–44 jaar –0.04
45–54 jaar –2.60
55–64 jaar –2.00
65–69 jaar –1.85
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
1 4.37
2 3.19
3 0.45
4 0.33
5 –0.88
6 –1.04
7 –1.98
8 –1.60
9 –2.37
10 –0.53
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Geen MHK –26.09
Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 30 procent 68.14
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Seizoenarbeider –107.40
Geen seizoenarbeider –80.86

Bijlage 6. Restricties bij samenloop van meerdere indelingen (behorende bij artikel 9, tweede lid, van de Regeling risicoverevening 2024)

De bijlage betreft restricties die gelden bij samenloop van meerdere indelingen bij vereveningscriteria waarbij meervoudige indeling mogelijk is (artikel 9, tweede lid).

Bij samenloop met klasse ..., wordt een verzekerde niet ingedeeld bij klasse(n) ...
Diabetes type I met hypertensie Diabetes type I zonder hypertensie; Diabetes type II met hypertensie; Diabetes type II zonder hypertensie; Diabetes: Insuline; Diabetes: Orale medicatie; CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Diabetes type I zonder hypertensie Diabetes type II met hypertensie; Diabetes type II zonder hypertensie; Diabetes: Insuline; Diabetes: Orale medicatie.
Diabetes type II met hypertensie Diabetes type II zonder hypertensie; Diabetes: Insuline; Diabetes: Orale medicatie; CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Diabetes type II zonder hypertensie Diabetes: Insuline; Diabetes: Orale medicatie.
Diabetes: Insuline Diabetes: Orale medicatie.
Verslaving exclusief nicotine Psychose; Depressie.
Psychose Depressie.
Neuropathische pijn Chronische pijn exclusief opioïden.
COPD/Zware astma o.b.v. add-on COPD/Zware astma; Astma; COPD/astma: Medicatie.
COPD/Zware astma Astma; COPD/astma: Medicatie.
Astma COPD/astma: Medicatie.
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on Reuma; Psoriasis; Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa.
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig.
Kanker o.b.v. add-on Hormoongevoelige tumoren; Kanker.
Hormoongevoelige tumoren Kanker.
Pulmonale arteriële hypertensie Chronische antistolling; Astma; COPD/Zware astma; CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Hartaandoeningen: overig Hartaandoeningen: anti-aritmica; Chronische antistolling; CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Hartaandoeningen: anti-aritmica Chronische antistolling; CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Chronische antistolling CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
Hypercholesterolemie CVRM: Medicatie Zwaar; CVRM: Medicatie Licht.
CVRM: Medicatie Zwaar CVRM: Medicatie Licht.
Chronische pijn exclusief opioïden Psychose.
Schildklieraandoeningen Groeistoornissen o.b.v. add-on.
Cystic fibrosis: CFTR-modulatoren Cystic fibrosis/pancreasenzymen
Extreem hoge kosten cluster 4 Extreem hoge kosten cluster 3; Extreem hoge kosten cluster 2; Extreem hoge kosten cluster 1.
Extreem hoge kosten cluster 3 Extreem hoge kosten cluster 2; Extreem hoge kosten cluster 1.
Extreem hoge kosten cluster 2 Extreem hoge kosten cluster 1.
Bij samenloop met klasse ..., wordt een verzekerde niet ingedeeld bij klasse(n) ...
--- ---
Psychose depot Chronische stemmingsstoornissen complex; Psychose; Bipolaire stoornissen complex; Bipolaire stoornissen regulier; Chronische stemmingsstoornissen.
Chronische stemmingsstoornissen complex Psychose; Bipolaire stoornissen complex; Bipolaire stoornissen regulier; Chronische stemmingsstoornissen.
Psychose Bipolaire stoornissen complex; Bipolaire stoornissen regulier; Chronische stemmingsstoornissen.
Bipolaire stoornissen complex Bipolaire stoornissen regulier; Chronische stemmingsstoornissen.
Bipolaire stoornissen regulier Chronische stemmingsstoornissen.

Bijlage 7. Herberekening van gewichten (behorende bij artikel 11, vierde lid, van de Regeling risicoverevening 2024)

De bijlage betreft de herberekening van gewichten (‘criteriumneutraliteit’) voor de deelbedragen variabele zorgkosten en kosten van geneeskundige GGZ (artikel 11, vierde lid).

Kenmerk Tabel Aanpassingsklasse(n) Betrokken klasse(n)
FKG’s 2.2 Geen FKG. Groeistoornissen o.b.v. add-on; Auto-immuunziekten o.b.v. add-on; Nieraandoeningen o.b.v. add-on; Immunoglobuline o.b.v. add-on; COPD/Zware astma o.b.v. add-on; Kanker o.b.v. add-on; Maculadegeneratie o.b.v. add-on; Cystic fibrosis: CFTR-modulatoren; Extreem hoge kosten cluster 1; Extreem hoge kosten cluster 2; Extreem hoge kosten cluster 3; Extreem hoge kosten cluster 4.
DKG’s 2.3 Geen DKG. Alle klassen.
HKG’s 2.4 Geen HKG. Alle klassen.
IBZ 2.13 Geen IBZ Alle klassen.
Kenmerk Tabel Aanpassingsklasse(n) Betrokken klasse(n)
--- --- --- ---
DKG’s psychische aandoeningen 4.3 Geen DKG psychische aandoeningen. Alle klassen.
GGZ-MHK 4.8 Geen GGZ-MHK. Alle klassen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)