Wet van 23 april 2025, houdende vereenvoudiging van de banenafspraak en de quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking (Wet banenafspraak)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de arbeidsdeelname van mensen met een arbeidsbeperking te verbeteren en daarbij de regels inzake de banenafspraak en de quotumregeling voor mensen met een arbeidsbeperking te vereenvoudigen;
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Bepalingen inzake de banenafspraak en quotumregeling voor arbeidsbeperkten
Artikel 1. Definities
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder
- –. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- –. premieplichtig loon: het loon, bedoeld in paragraaf 1 van afdeling 1 van hoofdstuk 3 van de Wfsv, waarover op grond van hoofdstuk 3 van de Wfsv premies worden geheven;
- –. quotumregeling: de regeling waarbij na een activering op grond van artikel 5 de inclusiviteitsopslag, bedoeld in artikel 6, van kracht wordt waarbij tevens het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak, bedoeld in artikel 2.10 van de Wtl, wordt verhoogd met de banenafspraakbonus, bedoeld in artikel 2.13, tweede lid, van de Wtl;
- –. uitgeleende werknemer:
- 1°. werknemer die werkzaam is op grond van een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; of
- 2°. werknemer die werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening, waarbij bij de uitvoering van dat artikel die werknemer ter beschikking wordt gesteld aan een andere werkgever;
- –. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- –. verloonde uren: de uren waarover loon is betaald en waarvan door de werkgever ingevolge artikel 28, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964 opgave aan de inspecteur is gedaan;
- –. werkgever: de werkgever in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
- –. Wfsv: de Wet financiering sociale verzekeringen;
- –. Wtl: de Wet tegemoetkomingen loondomein.
Artikel 2. Doelgroep banenafspraak
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een arbeidsbeperkte verstaan de persoon die is opgenomen in de registratie doelgroep banenafspraak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijnde de persoon:
- a. die met ondersteuning bij de arbeidsinschakeling van het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, of artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, van de Participatiewet naar een dienstbetrekking is of wordt toegeleid of ten behoeve van wie loonkostensubsidie wordt verstrekt op grond van artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet, en van wie op verzoek van het college van burgemeester en wethouders of op eigen verzoek door het UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, dan wel van wie door het college van burgemeester en wethouders in overeenstemming met de eisen gesteld aan een loonwaardevaststelling op grond van artikel 10d, eerste of tweede lid, van de Participatiewet een loonwaarde is vastgesteld die bij voltijdse arbeid minder bedraagt dan het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet;
- b. die geïndiceerd is als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening of een nog geldende indicatiebeschikking heeft op grond van artikel 11 van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014;
- c. die recht heeft op arbeidsondersteuning of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, met dien verstande dat de persoon die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, of 3:8a, eerste lid, van die wet slechts wordt aangemerkt als arbeidsbeperkte indien die persoon arbeid verricht in een dienstbetrekking;
- d. die voldoet aan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde indicatie;
- e. die op of na 1 januari 2013 een persoon was als bedoeld in onderdeel b of c, en op 1 mei 2015 niet langer een zodanige persoon was, met uitzondering van de persoon, bedoeld in onderdeel c, die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie meer heeft als bedoeld in artikel 1a:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
- f. die naar het oordeel van het UWV wegens ziekte of gebrek ontstaan voordat de leeftijd van 18 jaren is bereikt of in de tijd dat hij studerende was als bedoeld in artikel 1:4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten een belemmering ondervindt in het verrichten van arbeid in dienstbetrekking, en zonder een voorziening als bedoeld in artikel 10 van de Participatiewet of artikel 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet; of
- g. die als werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 78d, eerste lid, van de Participatiewet of werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in dat artikel.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder arbeidsbeperkte tevens verstaan de persoon die niet langer aan de voorwaarden op grond van het eerste lid, onderdelen a tot en met g, voldoet, zolang zijn opname in de registratie doelgroep banenafspraak nog niet is geëindigd.
In afwijking van het eerste lid wordt de persoon, van wie door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat hij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, niet opgenomen in de registratie doelgroep banenafspraak.
Met betrekking tot de beoordeling door het UWV of een persoon de kenmerken heeft, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of f, en met betrekking tot de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld.
Artikel 3. Registratie doelgroep banenafspraak
Het UWV draagt zorg voor de inrichting en de adequate werking van de registratie van arbeidsbeperkten in de registratie doelgroep banenafspraak en is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, onderdeel 7, van de Algemene verordening gegevensbescherming met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in die verordening, ten behoeve van deze registratie.
Het UWV verwerkt in de registratie, bedoeld in het eerste lid, de gegevens over arbeidsbeperkten met het oog op het bevorderen van de arbeidsdeelname van deze personen, en ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 4 en 5 van deze wet en van de quotumregeling.
Het college van burgemeester en wethouders verstrekt het UWV uit eigen beweging en verplicht op verzoek van het UWV kosteloos de gegevens over de arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b, d, f en g, die noodzakelijk zijn voor de taak, bedoeld in het eerste lid.
Het UWV verstrekt het college van burgemeester en wethouders en de Belastingdienst uit eigen beweging en verplicht op verzoek kosteloos gegevens uit de registratie, bedoeld in het eerste lid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn taken.
Het UWV is bevoegd gegevens die het verwerkt voor de uitvoering van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 30d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, te verwerken ten behoeve van de registratie, bedoeld in het eerste lid.
Het UWV en de Belastingdienst zijn bevoegd de gegevens, die zij verwerken op grond van artikel 33 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen tevens te verwerken voor zover deze noodzakelijk zijn voor de bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten en voor de uitvoering van de quotumregeling.
Het UWV deelt op verzoek aan een werkgever over een door middel van het burgerservicenummer aangeduide persoon mede:
- a. of de door de werkgever aangeduide werknemer, persoon met wie hij verwacht een dienstbetrekking aan te gaan, of persoon die onder zijn toezicht en leiding arbeid verricht of ter beschikking is gesteld als bedoeld in artikel 4, derde lid, is opgenomen in de registratie, bedoeld in het eerste lid; of
- b. gedurende welke periode in een lopend kalenderjaar of in het voorgaande kalenderjaar deze persoon is opgenomen in de registratie, bedoeld in het eerste lid.
Het college van burgemeester en wethouders en het UWV informeren de persoon op wie de gegevens betrekking hebben over de verwerking van zijn gegevens op grond van dit artikel voordat de gegevens worden vastgelegd in de registratie, bedoeld in het eerste lid, of worden verstrekt met het oog op die vastlegging, tenzij deze persoon redelijkerwijs hiervan kennis draagt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld, in ieder geval met betrekking tot:
- a. de inrichting, de gegevensset en de wijze van verkrijging van de gegevens ten behoeve van de registratie, bedoeld in het eerste lid, en
- b. de geldigheidsduur van de registratie van de persoon en het vervallen van de registratie van de persoon.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de verstrekking door het UWV van gegevens uit de registratie, bedoeld in het eerste lid, aan de werkgevers, bedoeld in het zevende lid; en
- b. de verstrekking van gegevens aan het UWV door de werkgevers, bedoeld in het zevende lid, in verband met het verrichten van arbeid door arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 4, derde lid.
Artikel 4. Monitoring banenafspraak
Indien het aantal banen voor arbeidsbeperkten in een bepaald kalenderjaar in onvoldoende mate is toegenomen ten opzichte van het aantal van deze banen op 1 januari 2013, wordt dit bij regeling van Onze Minister vastgesteld.
Ten behoeve van de vaststelling van de toename, bedoeld in het eerste lid, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur het aantal te realiseren banen in een kalenderjaar bepaald voor arbeidsbeperkten, uitgedrukt in verloonde uren op 1 januari 2013, en wordt per kalenderjaar bepaald:
- a. het cumulatief aantal extra te realiseren banen voor deze arbeidsbeperkten uitgedrukt in verloonde uren;
- b. het cumulatief aantal gerealiseerde banen voor deze arbeidsbeperkten uitgedrukt in verloonde uren, en
- c. de uitkomst van de vergelijking tussen het cumulatief aantal banen, bedoeld in de onderdelen a en b, uitgedrukt in verloonde uren.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt niet als arbeidsbeperkte beschouwd de persoon die arbeid verricht in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening, met dien verstande dat deze persoon voor zover het betreft de verloonde uren in aangiftetijdvakken waarin hij ter beschikking is gesteld aan een andere werkgever om onder zijn leiding en toezicht arbeid te verrichten, wel als arbeidsbeperkte wordt beschouwd.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties rapporteert jaarlijks na afloop van het kalenderjaar hoeveel extra banen voor arbeidsbeperkten zijn gerealiseerd door overheidswerkgevers als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen ten opzichte van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 5. Activering van de quotumregeling
De quotumregeling wordt niet uitgevoerd dan nadat bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, tot activering is besloten indien is gebleken dat het aantal banen voor arbeidsbeperkten in een bepaald kalenderjaar in onvoldoende mate is toegenomen ten opzichte van het aantal van deze banen op 1 januari 2013.
Een krachtens het eerste lid vastgestelde ministeriële regeling wordt gelijktijdig aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan vier weken na de overlegging.
Artikel 6. Inclusiviteitsopslag Aof-premie
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.