Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 22 mei 2025, nr. 2025-0000305917, houdende regels met betrekking tot de stimulering van verduurzaming van maatschappelijk vastgoed
Gelet op de artikelen 3, eerste en tweede lid, en 4, eerste lid, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 6, vierde lid, vijfde lid, onderdeel b, en zevende lid, 8, eerste en tweede lid, 11, 14, 16, 17, 18 en 24, vijfde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;
BESLUIT
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- adres: adres als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;
- algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 zoals laatst gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/1315, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2023, L 167);
- bovenlokale onderneming: iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent, waarvan de activiteit invloed kan hebben op het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Europese Unie;
- economische eigendom: het krachtens een rechtsverhouding gerechtigd zijn tot alle rechten en bevoegdheden ten aanzien van een goed, met uitzondering van het recht op levering, en het gehouden zijn om alle verplichtingen ten aanzien van dat goed voor zijn rekening te nemen en daarmee het volledige risico van waardeverandering of tenietgaan van het goed te dragen, zonder dat het goed geleverd is;
- eigenaar: eigenaar, eigenaar van het economische eigendom, erfpachter of opstalhouder van maatschappelijk vastgoed die niet in eigendom is van de Staat der Nederlanden.
- eigendom: eigendom, economische eigendom, erfpachtrecht of opstalrecht van maatschappelijk vastgoed die niet in eigendom is van de Staat der Nederlanden;
- energieadviseur: onderneming die bedrijfsmatig onderzoek doet naar en adviseert over mogelijke te nemen verduurzamingsmaatregelen en die niet werkzaam is bij de eigenaar van het maatschappelijk vastgoed;
- energie-etiketteringverordening: verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU (PbEU 2017, L 198/1);
- energielabel: energielabel als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en die is vastgesteld volgens de eisen van NTA 8800 zoals die is opgesteld na 1 januari 2021;
- energieprestatie: berekende of gemeten hoeveelheid energie die nodig is om aan de vraag naar energie te voldoen die verband houdt met een normaal gebruik van een gebouw, waaronder energie die wordt gebruikt voor verwarming, koeling, ventilatie, warmwatervoorziening en verlichting;
- gebouwde onroerende zaak: gebouwde onroerende zaak of gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan die staan ingeschreven in de basisregistratie kadaster op één adres of één gebouwde onroerende zaak die staat ingeschreven in de basisregistratie kadaster op meerdere adressen;
- hoge energieprestatie: hoge energieprestatie van het gebouw, afhankelijk van de aanwezige gebruiksfuncties, als bedoeld in bijlage 4;
- integraal verduurzamingsproject: project met een hoge duurzaamheidsambitie op basis van een verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P;
- gebruiksoppervlakte: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580;
- Kaderbesluit: Kaderbesluit BZK-subsidies;
- maatregelen voor de verbetering van energie-efficiëntie in het gebouw: de maatregelen onder codes C, E, F en L en de maatregelen D.4, D.5, D.6, D.7 en D.10 uit de maatregelenlijst van bijlage 3;
- maatschappelijk vastgoed:
- a. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een provincie, een gemeente, een waterschap of een veiligheidsregio;
- b. schoolgebouw;
- c. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een uit ’s Rijks kas bekostigde instelling als bedoeld in hoofdstuk 1, titel 3, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of hoofdstuk 1, titel 2, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- d. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een zorgaanbieder met een in bijlage 2, onderdeel A, opgenomen SBI-code;
- e. gebouwde onroerende zaak in eigendom van een culturele instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling of in eigendom van een culturele instelling gelieerd aan een instelling met een door de Belastingdienst aangewezen status als culturele algemeen nut beogende instelling;
- f. monument;
- g. gebouwde onroerende zaak met een publieksfunctie in eigendom van kerkgenootschappen, stichtingen, verenigingen of coöperaties met een in bijlage 2, onderdeel B, opgenomen SBI-code, waaronder in elk geval behoort een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum, gebedshuis of gemeenschapscentrum; of
- h. sportaccommodatie;
- minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
- monument: gebouwde onroerende zaak of deel van een gebouwde onroerende zaak die is ingeschreven als:
- a. rijksmonument in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet;
- b. gemeentelijk monument in een gemeentelijk erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet; of
- c. provinciaal monument in een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17 van de Erfgoedwet;
- onderdeel van een gebouw: technisch bouwsysteem of onderdeel van de bouwschil;
- portefeuilleroutekaart: een handelingsplan van eigenaren van maatschappelijk vastgoed met te nemen maatregelen om de CO2-uitstoot te verminderen;
- primaire energie: energie uit hernieuwbare en niet-hernieuwbare bronnen die geen omzetting of transformatie heeft ondergaan;
- projectkosten: kosten van ontwerp, bouwmateriaal, bouwmaterieel, gebouwgebonden installaties, projectmanagement en arbeid, inclusief kosten voor indexering, sloop en lood- en asbestverwijdering;
- publieksfunctie: gebouwde onroerende zaak die openbaar toegankelijk is voor het publiek of bedoeld is voor gemeenschappelijk gebruik;
- reguliere de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2023, L 2023/2831);
- residentiële ventilatie-eenheid: elektrisch toestel uitgerust met ten minste één waaier, één motor en een kast, dat bedoeld is om in een gebouw of een deel van een gebouw vervuilde lucht door buitenlucht te vervangen:
- a. met een maximaal debiet van niet meer dan 250 m3/h; of
- b. met een maximaal debiet tussen 250 en 1.000 m3/h, die volgens de producent uitsluitend voor residentiële ventilatie bedoeld is;
- SBI-code: code van de Standaard Bedrijfsindeling 2008 zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische hoofd- of nevenactiviteit van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister;
- schoolgebouw: uit ’s Rijks kas bekostigde gebouwde onroerende zaak, waar onderwijs wordt gegeven, van een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- slimme meter: elektronisch systeem dat het energieverbruik kan meten, meer informatie levert dan een traditionele meter, en data kan doorgeven en ontvangen middels een vorm van elektronische communicatie;
- sportaccommodatie: gebouwde onroerende zaak die kwalificeert als sportaccommodatie als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de Subsidieregeling BOSA, gebruikt voor amateursport als bedoeld in artikel 4 van de Subsidieregeling BOSA, in eigendom van:
- a. een openbaar lichaam genoemd in onderdeel a van de definitie van maatschappelijk vastgoed; of
- b. een amateursportorganisatie die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5, eerste en tweede lid, van de Subsidieregeling BOSA;
- Unienorm: Unienorm als bedoeld in artikel 2, onderdeel 102, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- verduurzamingsmaatregel: maatregel die aantoonbaar direct leidt tot energiebesparing of reductie van koolstofdioxide-emissies, niet zijnde een gedragsmaatregel.
Artikel 2. Doel van de regeling
Deze regeling heeft tot doel eigenaren van bestaand maatschappelijk vastgoed te stimuleren om te investeren in ten hoogste drie verduurzamingsmaatregelen of een integraal verduurzamingsproject ten behoeve van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie van maatschappelijk vastgoed en bouwwerken op hetzelfde perceel die het doel van het maatschappelijk vastgoed ondersteunen.
Artikel 3. Activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt
De minister kan aan een eigenaar van bestaand maatschappelijk vastgoed op aanvraag subsidie verstrekken voor een investering in maatregelen bestaande uit:
- a. ten hoogste drie verduurzamingsmaatregelen die zijn opgenomen in bijlage 3 van deze regeling; of
- b. een integraal verduurzamingsproject.
Artikel 4. Aanvraagperiode en wijze van indienen
Een aanvraag voor een subsidie kan worden ingediend van 2 juni 2025 tot en met 31 oktober 2025 of tot en met de dag waarop het subsidieplafond wordt bereikt.
Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat door de minister ter beschikking is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 09:00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17:00 uur zijn ontvangen.
Artikel 5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 121.500.000 voor aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel a.
Het subsidieplafond bedraagt € 283.500.000 voor aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel b.
Voor zover de aanvraag het voor die subsidie geldende subsidieplafond overschrijdt, of als dat subsidieplafond al volledig aangewend is, kunnen vanaf 1 oktober 2025:
- a. aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel a, gebruik maken van het subsidieplafond als bedoeld in het tweede lid, en
- b. aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel b, gebruik maken van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid.
De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 6. Staatssteun
Een subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de reguliere de-minimisverordening.
Een subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door artikelen 38 bis, 41 en 46 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Een subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door artikel 38 bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Een subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de reguliere de-minimisverordening.
Een subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel c, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de reguliere de-minimisverordening.
Artikel 7. Openbaarmaking van gegevens over steunverlening
De minister publiceert binnen zes maanden nadat de subsidie is verleend de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, als de subsidie aan een project meer bedraagt dan € 100.000.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, blijven voor ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.
Hoofdstuk 2. Subsidie voor (combinaties van) verduurzamingsmaatregelen
Artikel 8. Subsidiabele kosten
Een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, kan worden verleend voor:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.