Regeling van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van 1 juni 2025, nr. LO2527, tot vaststelling van een subsidieregeling professionalisering Lokale Publieke Media-instellingen 2025–2027
Handelend in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a). lokale publieke media-instelling: instelling die op grond van titel 2.3 van de Mediawet 2008 is aangewezen voor de verzorging van een lokale publieke mediadienst voor een of meer gemeenten;
- b). agendabericht: informatie in de vorm van geschreven tekst, audio of video met als doel burgers op de hoogte te stellen van aankomende uiteenlopende activiteiten en evenementen;
- c). eigen nieuwsgaring: het zelfstandig en op eigen initiatief verzamelen en publiceren van nieuwsberichten, tot stand gekomen door journalistiek handelen;
- d). DAEB: dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- e). DAEB-vrijstellingsbesluit: Besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang laste ondernemingen (PB L 7 van 11/01/2012, blz. 3–10);
- f). journalistiek handelen: het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij:
-
- het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen openbare berichtgeving die bestemd is voor een breed publiek en die bestaat uit originele eigen content die niet machine-gegenereerd is;
-
- gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
-
- verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
- g). nieuwsapp: Een app, oftewel applicatie van de lokale publieke media-instelling voor de smartphone, tablet of via een webbrowser waarmee gebruikers toegang krijgen tot nieuwsberichten en het ontvangen van push-notificaties;
- h). nieuwsbericht: mededeling op een website in de vorm van geschreven tekst, video of audio bestaande uit actuele informatie van een zeker algemeen belang, voortgekomen uit journalistiek handelen, niet zijnde een agendabericht;
- i). NLPO: Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen;
- j). PBO: Programmabeleidbepalend orgaan als bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c, van de Mediawet 2008;
- k). professionalisering: het toevoegen van professionals, het ontwikkelen van journalistieke werkprocessen en organisatorische (door)ontwikkeling met als doel het journalistiek handelen te verbeteren of uit te bouwen;
- l). programmagids of uitzendschema (televisie en radio): een overzicht van de programma’s die op televisie of radio worden uitgezonden waaruit blijkt:
-
- Welke programma’s worden uitgezonden;
-
- Wanneer programma’s worden uitgezonden (dag en tijd); en
-
- Wat de inhoud is van de programma’s die worden uitgezonden.
- m). samenwerkingsverband: een verband tussen meerdere lokale publieke media-instellingen op basis van een samenwerkingsovereenkomst met het oog op de gezamenlijke uitvoering van subsidiabele activiteiten;
- n). Stimuleringsfonds: het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008;
- o). streek: een streek zoals opgenomen in de streekomroepenkaart, zoals opgesteld door de NLPO en de VNG, die is bijgevoegd als bijlage 1 bij deze regeling;
- p). website: een openbare weblocatie met informatie in de vorm van tekst, foto’s, audio of video’s die als zelfstandig geheel onder eigen verantwoordelijkheid en beheer van een lokale publieke media-instelling of meerdere lokale publieke media-instellingen valt.
Artikel 1.2. Doel van de subsidie, subsidieperiode en subsidiabele activiteiten
Subsidieverstrekking op grond van deze regeling heeft tot doel het stimuleren van professionalisering van lokale publieke media-instellingen, teneinde de kwaliteit van het journalistiek handelen te waarborgen.
Het Stimuleringsfonds kan aan een lokale publieke media-instelling en aan een samenwerkingsverband subsidie verstrekken voor de kosten van activiteiten ten behoeve van professionalisering die worden uitgevoerd in de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027.
Artikel 1.3. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal 40.000.000 euro beschikbaar.
Het Stimuleringsfonds kan besluiten het subsidieplafond te verhogen. Een besluit tot het verhogen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt door middel van publicatie in de Staatscourant.
Het Stimuleringsfonds weigert een subsidieaanvraag voor zover door de verstrekking van de subsidie een subsidieplafond zou worden overschreden.
Artikel 1.4. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Voor subsidie komen uitsluitend de in het vierde lid genoemde kosten in aanmerking die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.
Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening door de subsidieontvanger zijn gemaakt voor uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.
Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gefinancierd.
Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor de volgende kosten, inclusief btw:
- a). de kosten van een passende beloning van medewerkers die activiteiten verrichten in het kader van professionalisering, tot maximaal 85.000 euro naar rato per medewerker per kalenderjaar, inclusief werkgeverslasten;
- b). bijkomende kosten tot ten hoogste 60.000 euro die vallen onder een of meer van de volgende posten:
- i). aanschaf/afschrijving van hardware en software voor nieuwe medewerkers;
- ii). kosten voor de professionalisering van de infrastructuur van kanalen die relevant zijn voor het verzorgingsgebied;
- iii). inhuur administratiekantoor/salarisadministratie;
- iv). opleidingskosten voor vrijwilligers en/of medewerkers;
- v). kosten voor werving van nieuwe medewerkers;
- vi). reiskosten medewerkers/leaseauto voor verslaggeving binnen het verzorgingsgebied;
- vii). diverse onkosten, waaronder kosten in verband met penvoerderschap, tot een maximum van 5.000 euro;
- viii). accountantskosten voor het opstellen van een rapport feitelijke bevindingen ter verantwoording van de subsidieverlening.
Verschuldigde omzetbelasting komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de aanvrager deze niet kan verrekenen.
Artikel 1.5. Staatssteun
De activiteiten voor de professionalisering van de lokale publieke media-instelling(en) voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht, als bedoeld in artikel 2.1 van de Mediawet 2008, worden aangewezen als DAEB.
De activiteiten die met de uitvoering van de DAEB verband houden zien op de journalistieke en organisatorische ontwikkeling van de lokale publieke media-instelling. De kosten die voor vergoeding in aanmerking komen zijn omschreven in artikel 1.4, vierde lid.
De aanvrager wordt in de subsidieverleningsbeschikking met de uitvoering van de DAEB belast. Subsidie wordt alleen verstrekt als wordt voldaan aan de voorwaarden van het DAEB-vrijstellingsbesluit.
Hoofdstuk 2. Aanvraag tot subsidieverlening
Artikel 2.1. Subsidieaanvrager
Subsidie wordt op aanvraag verleend.
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door:
- a). een individuele lokale publieke media-instelling; en
- b). een lokale publieke media-instelling die optreedt als penvoerder namens de deelnemers aan een samenwerkingsverband.
Een lokale publieke media-instelling kan niet zowel een aanvraag indienen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, alsook deelnemer zijn aan het samenwerkingsverband bij een subsidieaanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
Voor de toepassing van dit artikel wordt mede als lokale publieke media-instelling beschouwd een instelling ten aanzien van welke een procedure tot vernieuwing van de aanwijzing van het Commissariaat voor de Media loopt en deze instelling aantoont dat hernieuwde aanwijzing naar alle waarschijnlijkheid zal worden toegekend voor of op 1 januari 2026.
Artikel 2.2. Subsidieaanvraag
Een aanvraag wordt ingediend door middel van het invullen en ondertekenen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier dat beschikbaar is op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:
- a). een beschrijving van de voorgenomen activiteiten, voorzien van een realistische begroting, conform een door het Stimuleringsfonds vastgestelde modelbegroting, van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten;
- b). een beschrijving van in hoeverre de lokale publieke media-instelling, dan wel de deelnemers aan een samenwerkingsverband, voldoet/voldoen aan de drie organisatorische doelen;
- c). een beschrijving van de wijze waarop de lokale publieke media-instelling, dan wel de deelnemers aan een samenwerkingsverband, de drie organisatorische doelen willen realiseren in 2026–2027;
- d). een motivatie waarom de lokale publieke media-instelling dan wel de deelnemers aan een samenwerkingsverband wil, respectievelijk willen professionaliseren;
- e). documentatie waaruit blijkt dat de lokale publieke media-instelling dan wel de deelnemers aan een samenwerkingsverband door het Commissariaat voor de Media op grond van titel 2.3 van de Mediawet 2008 is aangewezen of zijn aangewezen als lokale publieke media-instelling. Indien artikel 2.1, vierde lid van toepassing is, dient documentatie aangeleverd te worden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat de hernieuwde aanwijzing naar alle waarschijnlijkheid zal worden toegekend voor of op 1 januari 2026;
- f). de webadressen voor elk te beoordelen inhoudelijk criterium, zoals bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onder a en b;
- g). documentatie waaruit blijkt welke publicatiekanalen (televisie, radio, website, app, tenminste één social media kanaal) de aanvrager bedient;
- h). indien beschikbaar: een onderbouwde berekening, conform een door het Stimuleringsfonds vastgesteld format, die laat zien hoeveel journalistieke fte's er in loondienst of als freelancer werken bij de lokale publieke media-instelling of bij de deelnemers aan een samenwerkingsverband in twee opeenvolgende maanden tussen 1 januari 2025 en 30 mei 2025;
- i). de meest recente jaarrekening van de lokale publieke media-instelling dan wel meest recente jaarrekeningen van alle deelnemers aan een samenwerkingsverband;
- j). indien beschikbaar: drie meest actuele vastgestelde vergaderverslagen uit 2024 of 2025 van het PBO van de lokale publieke media-instelling dan wel van de deelnemers aan een samenwerkingsverband.
Bij een aanvraag van een penvoerder, namens de deelnemers aan een samenwerkingsverband, wordt aanvullend verstrekt:
- a). een door alle deelnemers aan het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst waaruit ten minste blijkt:
- i). dat de penvoerder door elk van de deelnemers gemachtigd is tot het indienen van aanvragen tot subsidieverlening en subsidievaststelling;
- ii). dat de penvoerder door elk van de deelnemers is gemachtigd tot ontvangst van voorschotten en het doen van terugbetalingen;
- iii). dat de penvoerder verantwoordelijk is voor doorbetaling van ontvangen voorschotten en betalingen aan de overige deelnemers en voor eventuele terugbetaling van hetgeen van de subsidieontvangers wordt teruggevorderd;
- iv). dat de penvoerder namens alle deelnemers in het samenwerkingsverband alle correspondentie en communicatie verzorgt met het Stimuleringsfonds;
- v). op welke wijze de penvoerder door de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband van informatie wordt voorzien van alle informatie die nodig is in verband met correspondentie in het kader van de subsidieverlening en subsidievaststelling;
- vi). op welke wijze kosten en risico’s worden gedeeld tussen de deelnemers aan het samenwerkingsverband en op welke wijze de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen is geborgd;
- vii). indien van toepassing: op welke wijze de betaalde journalistieke fte’s worden verdeeld onder de deelnemers voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027.
- b). een toelichting waarin beschreven wordt wat de samenhang is tussen de verschillende deelnemers aan het samenwerkingsverband, het doel van de samenwerking en welke rol de penvoerder heeft in het begeleiden van het samenwerkingsverband en zijn deelnemers en het begeleiden en uitvoeren van administratieve activiteiten; en
- c). gegevens over de contactpersoon bij de penvoerder, waaronder de naam, het telefoonnummer, het e-mailadres en het postadres;
- d). de keuze voor wat betreft de te beoordelen webadressen en kanalen.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze volledig is. Het Stimuleringsfonds beoordeelt binnen een week na indiening van de aanvraag de volledigheid daarvan. In voorkomend geval krijgt de aanvrager bericht over ontbrekende gegevens, met de eenmalige uitnodiging om de ontbrekende gegevens alsnog binnen één week aan te leveren. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de aanvraag geweigerd.
Artikel 2.3. Aanvraagtermijn
Een aanvraag wordt ingediend in de periode van 2 juni 2025 tot en met 14 juli 2025, 23:59 uur.
Hoofdstuk 3. Subsidieverlening
Artikel 3.1. Verdeling subsidie
Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van een rangschikking van de aanvragen.
Artikel 3.2. Drempelcriteria
Aanvragen worden door het Stimuleringsfonds beoordeeld aan de hand van de volgende drempelcriteria:
- a). de aanvrager voldoet aan artikel 2.1, tweede lid, onderdeel a of b; en
- b). de aanvrager en de deelnemers aan een samenwerkingsverband bezitten op 1 januari 2026 een aanwijzing van het Commissariaat voor de Media.
Als een aanvraag niet aan de drempelcriteria voldoet, wijst het Stimuleringsfonds de aanvraag af.
Artikel 3.3. Inhoudelijke criteria
Bij beoordeling van aanvragen kent het Stimuleringsfonds punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal:
- a). journalistieke productie als resultaat van journalistiek handelen (maximaal 12 punten):
- i). gemiddeld aantal nieuwsberichten per dag:
- (1). 5 of meer nieuwsberichten op de website (5 punten);
- (2). 2 tot 5 nieuwsberichten op de website (3 punten);
- (3). 1 nieuwsbericht op de website (1 punt).
- ii). gemiddeld percentage nieuwberichten op basis van eigen nieuwsgaring:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.