Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 23 mei 2025, nr. FEZ/50777613, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor de pilot meer uren werken in het primair onderwijs (Subsidieregeling Meerurenmaatwerk)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-06-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikel 71 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 71 van de Wet op de expertisecentra;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan aan een bevoegd gezag van een school subsidie verstrekken ten behoeve van het op één of meerdere onder het bevoegd gezag ressorterende scholen aanbieden en uitvoeren van:

2.

Onder ondersteunende activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt in ieder geval verstaan:

3.

Als keuzeoptie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, biedt het bevoegd gezag in ieder geval de optie van een geldbedrag bovenop het salaris aan. Daarnaast biedt het bevoegd gezag ten minste twee van de volgende opties aan:

4.

De keuzeopties, bedoeld in het derde lid, kan het bevoegd gezag enkel aan leraren aanbieden binnen één van de volgende varianten:

Artikel 4. Subsidieplafond
1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in 2025 tot en met 2028 een totaalbedrag van € 14.812.000 beschikbaar, waarvan:

2.

Indien één van de bedragen, genoemd in het voorgaande lid niet volledig wordt benut, worden de resterende middelen toegevoegd aan het andere in het voorgaande lid genoemde subsidieplafond.

3.

Indien één van de bedragen, bedoeld in het eerste lid, in zijn geheel niet wordt benut, is het tweede lid niet van toepassing.

Artikel 5. Hoogte subsidiebedrag
1.

De subsidie voor de variant bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, bedraagt ten hoogste € 8.695.000,– per bevoegd gezag. Het totale subsidiebedrag per bevoegd gezag bestaat uit:

2.

De subsidie voor de variant bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, bedraagt ten hoogste € 2.485.000,– per bevoegd gezag. Het totale subsidiebedrag per bevoegd gezag bestaat uit:

3.

Onverminderd het eerste lid bedraagt de subsidie voor de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, niet meer dan 90% van de gerealiseerde kosten.

4.

Onverminderd het tweede lid bedraagt de subsidie voor de variant, bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel b, niet meer dan 97,5% van de gerealiseerde kosten.

Artikel 6. Aanvraag subsidie
1.

Een aanvraag voor de subsidie kan worden ingediend van 1 juli 2025 9:00 uur tot en met 5 september 2025 13:00 uur. Aanvragen die buiten het aanvraagtijdvak worden ingediend, worden afgewezen.

2.

Per bevoegd gezag kan één aanvraag worden ingediend.

3.

Subsidieaanvragen waarbij de mogelijk toe te wijzen subsidie minder dan € 125.000 zou bedragen, worden afgewezen.

4.

De aanvraag bevat een activiteitenplan en een begroting.

5.

In aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan:

6.

De subsidie wordt aangevraagd met het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op www.dus-i.nl. Het activiteitenplan en de begroting worden opgesteld met gebruik making van de formats die daartoe op www.dus-i.nl beschikbaar zijn gesteld.

Artikel 7. Wijze van verdeling beschikbare middelen
1.

De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.

2.

Indien een aanvraag niet volledig gehonoreerd kan worden in verband met het bereiken van het subsidieplafond wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te passen. In het geval dat de aanvrager hier geen gebruik van maakt, wordt de aanvraag afgewezen.

3.

Indien de aanvrager geen gebruik maakt van de gelegenheid de aanvraag aan te passen, bedoeld in het tweede lid, wordt aan de aanvrager van de eerstvolgende binnengekomen aanvraag op de ranglijst de gelegenheid, bedoeld in het tweede lid, geboden totdat het subsidieplafond bereikt is of geen aanvragers meer op de ranglijst staan.

Artikel 8. Verplichtingen subsidie

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

Artikel 9. Verstrekking, betaling, besteding en verantwoording subsidie
1.

De minister beslist op de aanvragen binnen 13 weken na het einde van het in artikel 6, eerste lid, bedoelde aanvraagtijdvak.

2.

Indien een aanvraag voor subsidie in aanmerking komt, wordt in afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel b, van de Kaderregeling, de subsidie door de minister verleend. De minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na het moment van indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de besteding.

3.

De minister verstrekt een voorschot van 100% dat in vier termijnen wordt uitbetaald zoals vastgelegd in bijlage 2.

4.

De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2.

5.

De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.

Artikel 10. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 mei 2030, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft ten aanzien van de subsidies die voor die datum op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 11. Hardheidsclausule
1.

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Meerurenmaatwerk.

Bijlage 1

Deze bijlage behoort bij artikel 8, vierde lid, van de Subsidieregeling Meerurenmaatwerk

Voor de variant 4 en 5 dagen werken, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a

Opties Minimaal 0,8 fte1 1,0 fte
*Geld (bruto per maand)* € 250 € 500
*Geld tbv kinderopvang (bruto per maand)* € 250 € 500
*Snipperdagen (dagen per jaar)* 3 6
*Flexibel rooster (uren per maand)* 3 6
*Andere niet-lesgevende taken (uren per maand)* 3 6

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.