Beleidsregel van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 6 juni 2025, nr. IENW/BSK-2025/124351, tot vaststelling van de kostenaandelen zwerfafval per kunststofproductsoort, de bijdragen per eenheid kunststofproduct, de wegingsfactoren per overheidsorganisatie en de kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik (Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik)
Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gelezen in samenhang met de artikelen 3.1, tweede, derde en vierde lid, en 3.2, derde, vierde en zesde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik;
BESLUIT:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- grote gemeenten: gemeenten met 300.000 inwoners of meer;
- middelgrote gemeenten: gemeenten met 100.000 tot 300.000 inwoners;
- middelkleine gemeenten: gemeenten met 30.000 tot 100.000 inwoners;
- kleine gemeenten: gemeenten tot 30.000 inwoners;
- kunststofhoudende tabaksfilters: tabaksproducten met kunststofhoudende filters en kunststofhoudende filters die worden verkocht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten als bedoeld in artikel 5 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
Artikel 2. Kostenaandeel per productsoort
Het kostenaandeel zwerfafval per kunststofproductsoort als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik over 2023 onderscheidenlijk 2024 bedraagt voor:
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| a. voedselverpakkingen | € 3.563.591,03 | € 3.260.620,90 |
| b. zakjes en wikkels | € 9.879.142,04 | € 10.054.362,77 |
| c. drankverpakkingen | € 9.992.722,34 | € 9.304.412,33 |
| d. drinkbekers | € 5.389.105,30 | € 4.905.892,45 |
| e. lichte plastic draagtassen | € 2.121.765,27 | € 2.715.409,29 |
| f. vochtige doekjes | € 1.668.445,55 | € 1.880.620,30 |
| g. ballonnen | € 173.972,46 | € 145.036,36 |
| h. kunststofhoudende tabaksfilters | € 36.818.178,57 | € 35.763.465,06 |
| i. bewustmakingsmaatregelen | € 1.413.547,20 | € 1.629.451,84 |
Artikel 3. Totale bijdrage per productsoort over 2023
In verband met de datum van ingang van de verplichting voor producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik om de kosten van overheidsorganisaties te vergoeden, te weten 5 januari 2023 voor kunststofverpakkingen en kunststofhoudende tabaksfilters en 5 april 2023 voor vochtige doekjes en ballonnen, worden de totale bijdragen per productsoort over 2023 bepaald door de bedragen vermeld in artikel 2, onderdelen a tot en met e, h en i, eerste kolom, te vermenigvuldigen met een factor 361/365 en de bedragen vermeld in artikel 2, onderdelen f en g, eerste kolom, te vermenigvuldigen met een factor 271/365.
Artikel 4. Bijdrage per eenheid product
De afgeronde bijdrage per eenheid kunststofproduct als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik bedraagt voor 2023 onderscheidenlijk 2024:
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| a. vochtige doekjes | € 66,08 / 1.000 kg | € 74,13/ 1.000 kg |
| b. ballonnen | € 0,50 / kg | € 0,42 / kg |
| c. kunststofhoudende tabaksfilters | € 3,79 / 1.000 stuks | € 4,87 / 1.000 stuks |
Artikel 5. Bijdrage per producent
De bijdrage per producent bedraagt de niet afgeronde waarde van de in artikel 4 vermelde bijdrage per eenheid kunststofproduct vermenigvuldigd met het aantal of de hoeveelheid in 2023 onderscheidenlijk 2024 door de betreffende producent in de handel gebrachte producten en ten aanzien van 2023 vermenigvuldigd met een factor 361/365 voor kunststofverpakkingen en kunststofhoudende tabaksfilters en een factor 271/365 voor vochtige doekjes en ballonnen.
Het aandeel gerapporteerde op de markt gebrachte vochtige doekjes bedraagt 25.247.664 kg in 2023 en 25.369.786 kg in 2024. Het aandeel gerapporteerde op de markt gebrachte ballonnen bedraagt 392.163 kg in 2023 en 345.620 kg in 2024. Het aantal gerapporteerde op de markt gebrachte kunststofhoudende tabaksfilters bedraagt 9.863.431.200 in 2023 en 7.671.703.554 in 2024.
Artikel 6. Wegingsfactoren per overheidsorganisatie
De wegingsfactor per type overheidsorganisatie bedraagt voor de vergoeding van de kosten voor het opruimen, het vervoer en de verwerking van zwerfafval in zowel 2023 als 2024 het percentage in de eerste kolom en voor de vergoeding van de kosten van bewustmakingsmaatregelen in 2023 het percentage in de tweede kolom en in 2024 het percentage in de derde kolom:
| 2023/2024 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| a. grote gemeenten | 38,19% | 10,99% | 11,02% |
| b. middelgrote gemeenten | 17,11% | 17,74% | 17,83% |
| c. middelkleine gemeenten | 26,58% | 41,98% | 41,75% |
| d. kleine gemeenten | 10,69% | 25,81% | 25,94% |
| e. provincies | 0,75% | 0,01% | 0,01% |
| f. waterschappen | 2,11% | 2,67% | 2,65% |
| g. Rijkswaterstaat | 2,47% | 0,72% | 0,72% |
| h. ProRail | 2,10% | 0,08% | 0,08% |
| i. Staatsbosbeheer | 0% | 0% | 0% |
Artikel 7. Kosten per gebiedskenmerk
De afgeronde gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 3.2, derde lid, aanhef en onder a, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik bedragen voor 2023 onderscheidenlijk 2024:
| 2023 | 2024 | |
|---|---|---|
| a. grote gemeenten | € 10,46 / inwoner | € 10,29 / inwoner |
| b. middelgrote gemeenten | € 2,82 / inwoner | € 2,78 / inwoner |
| c. middelkleine gemeenten | € 2,33 / inwoner | € 2,33 / inwoner |
| d. kleine gemeenten | € 2,55 / inwoner | € 2,53 / inwoner |
| e. provincies | € 12,16 / km2 oppervlakte | € 12,10 / km2 oppervlakte |
| f. waterschappen | € 6,20 / km waterweg | € 6,19 / km waterweg |
Artikel 8. Vergoeding per overheidsorganisatie
De hoogte van de vergoeding als bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik wordt als volgt bepaald:
- a. voor gemeenten: het aantal inwoners vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per inwoner voor gemeenten in de betreffende grootteklasse als bedoeld in artikel 7, onderdelen a tot en met d;
- b. voor provincies: de oppervlakte van de provincie in km2 vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km2 als bedoeld in artikel 7, onderdeel e;
- c. voor waterschappen: de totale lengte van de waterwegen in km vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km waterweg als bedoeld in artikel 7, onderdeel f;
- d. voor Rijkswaterstaat, ProRail onderscheidenlijk Staatsbosbeheer: de wegingsfactor van de betreffende overheidsorganisatie als vermeld in artikel 6, eerste kolom, vermenigvuldigd met de totale kosten voor het opruimen van zwerfafval als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met h, voor 2023 gecorrigeerd als bedoeld in artikel 3, zijnde € 68.389.812,13 voor 2023 en € 68.029.819,47 voor 2024, vermeerderd met de kosten voor bewustmakingsmaatregelen van artikel 2, onderdeel i, voor 2023 gecorrigeerd met een factor 361/365, en vermenigvuldigd met de wegingsfactor vermeld in artikel 6, tweede kolom, en voor 2024 vermenigvuldigd met de wegingsfactor vermeld in artikel 6, derde kolom.
Per overheidsorganisatie zijn het gebiedskenmerk, de maximale vergoeding, gebaseerd op de niet afgeronde waarde van de gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 7, en de afgeronde wegingsfactor binnen de betreffende categorie overheidsorganisaties als bedoeld in artikel 7 voor 2023 en 2024 vermeld in de tabellen van bijlage 1 onderscheidenlijk bijlage 2.
De uit te keren vergoedingen worden overeenkomstig artikel 3.2, tweede lid, eerste volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik gecorrigeerd voor het geïnde bedrag op 1 oktober 2025.
Nadien binnengekomen bijdragen worden overeenkomstig artikel 3.2, vijfde lid, tweede volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik aangehouden en naar rato uitbetaald op een later moment.
Artikel 9. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Artikel 10. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
Bijlage 1. Behorend bij artikel 8: tabellen met maximale vergoeding per gebiedsbeheerder 2023
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.