Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 3 juni 2025, nr. IENW/BSK-2025/130201, houdende regels met betrekking tot de centrale database taxivervoer (Regeling centrale database taxivervoer) [KetenID WGK026754]

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 83b, derde lid, van het Besluit personenvervoer 2000;

BESLUIT:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Registratie en aanlevering van taxivervoergegevens

Artikel 2. (Registreren en aanleveren van taxivervoergegevens)
1.

De centrale applicatie waarvan de vervoerder gebruik maakt, wordt aangesloten op de CDT als het registratiemiddel en de centrale applicatie voldoen aan de in deze regeling opgenomen voorwaarden.

2.

Via de CDT Meldingen API meldt de vervoerder van welke ICT-oplossing gebruik wordt gemaakt.

3.

De bestuurder maakt gebruik van het registratiemiddel, dat ter beschikking is gesteld door de vervoerder, om taxivervoergegevens te registreren.

4.

De taxivervoergegevens worden door het registratiemiddel geregistreerd en via de centrale applicatie realtime aangeleverd aan de CDT Meldingen API, tenzij sprake is van omstandigheden ten gevolge waarvan deze gegevens niet realtime kunnen worden geregistreerd of aangeleverd.

5.

De omstandigheden waaronder taxivervoergegevens niet realtime kunnen worden aangeleverd, bedoeld in het vijfde lid, zijn beperkt tot:

6.

De niet tijdig aangeleverde taxivervoergegevens, bedoeld in het vierde lid, worden onverwijld aangeleverd aan de CDT Meldingen API zodra de omstandigheden, bedoeld in het vijfde lid, zich niet meer voordoen.

7.

Het registreren en aanleveren van taxivervoergegevens vindt plaats aan de hand van de beschrijving, bedoeld in de bijlage.

Artikel 3. (Zorgplichten vervoerder)
1.

De vervoerder stelt aan de bestuurder een deugdelijk registratiemiddel ter beschikking.

2.

De vervoerder draagt er zorg voor dat de bestuurder een registratie bijhoudt van de gegevens als genoemd in artikel 83b, tweede lid, van het Besluit.

3.

Indien het registratiemiddel ondeugdelijk, defect of verloren gegaan is, zorgt de vervoerder binnen drie werkdagen voor herstel of een vervangend registratiemiddel.

4.

De vervoerder draagt er zorg voor dat de gegevens, als bedoeld in artikel 7, zesde lid, onverwijld en waarheidsgetrouw worden aangeleverd aan de CDT Meldingen API.

5.

De vervoerder draagt er zorg voor dat de aanlevering aan de CDT Meldingen API zonder foutmeldingen en waarschuwingsberichten verloopt.

6.

Als foutmeldingen of waarschuwingsberichten worden ontvangen, verhelpt de vervoerder onverwijld de oorzaken ervan.

Artikel 4. (Validatie van de bestuurder)
1.

De vervoerder valideert de gegevens van de bestuurder bij de CDT Meldingen API voordat de bestuurder voor de eerste keer met het registratiemiddel taxivervoer verricht voor de vervoerder.

2.

Validatie vindt plaats door het aanleveren van het chauffeursnummer en de rijbewijsgegevens van de bestuurder zoals omschreven in de bijlage.

3.

De bestuurder is gevalideerd als:

4.

Een niet-gevalideerde bestuurder mag geen taxivervoer voor een vervoerder verrichten, tenzij de CDT Meldingen API niet beschikbaar is ten tijde van de validatiepoging.

5.

Als sprake is van een situatie als bedoeld in het vierde lid, valideert de vervoerder de gegevens als bedoeld in het tweede lid, onverwijld, zodra de CDT Meldingen API weer beschikbaar is.

6.

Als de bestuurder niet in het bezit is van een Nederlands rijbewijs, maar van een niet-Nederlands rijbewijs, valideert de vervoerder het chauffeursnummer van de bestuurder.

7.

De bestuurder met een niet-Nederlands rijbewijs is gevalideerd als het chauffeursnummer van een geldige bevoegdheid taxivervoer is.

Artikel 5. (Validatie van de auto waarmee taxivervoer wordt verricht)
1.

De vervoerder valideert een auto waarmee taxivervoer wordt verricht voordat deze voor de eerste keer voor de vervoerder met het registratiesysteem van de CDT wordt gebruikt en legt dit vast.

2.

Validatie vindt plaats door het elektronisch valideren van het kentekenbewijs.

3.

In een niet door de vervoerder gevalideerde auto waarmee taxivervoer wordt verricht, wordt door een bestuurder geen taxivervoer verricht.

Artikel 6. (Aanmelden van de bestuurder)
1.

Bij aanvang van de werkzaamheden aan boord van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht meldt de bestuurder zich aan op het registratiemiddel.

2.

De bestuurder die in het bezit is van een Nederlands rijbewijs meldt zich aan door zijn Nederlands rijbewijs elektronisch te authentiseren op het registratiemiddel.

3.

Als het Nederlands rijbewijs defect is, meldt de bestuurder zich gedurende een periode van maximaal tien aaneengesloten dagen aan door middel van twee factor authenticatie.

4.

De bestuurder die niet in het bezit is van een Nederlands rijbewijs en wel in het bezit is van een niet-Nederlands rijbewijs meldt zich aan door middel van twee factor authenticatie.

5.

Zonder aanmelden is het een bestuurder niet toegestaan om taxivervoer te verrichten.

Artikel 7. (Gebruik van het registratiemiddel door de bestuurder)
1.

Indien de bestuurder, voorafgaand aan de melding, bedoeld in artikel 6, eerste lid, andere werkzaamheden heeft verricht na zijn laatste afmelding als bedoeld in het zevende lid van dit artikel, registreert hij de begin- en eindtijden van de andere werkzaamheden bij de melding als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

2.

De bestuurder meldt een rit aan op het registratiemiddel op het moment dat het vervoeren van personen aanvangt.

3.

De bestuurder meldt een rit af op het registratiemiddel op het moment dat het vervoeren van personen is beëindigd.

4.

Ingeval het registratiemiddel niet gekoppeld is aan de taxameter, bedoeld in artikel 78 van het Besluit personenvervoer 2000, voert de bestuurder handmatig de door de taxameter aangegeven totaalprijs in. Als voor het vervoer geen taxameter verplicht is en de volledige ritprijs direct na de rit wordt voldaan voert de bestuurder de door de reiziger verschuldigde vergoeding in.

5.

Gedurende de periode dat er geen registratiemiddel beschikbaar is, als genoemd in artikel 3, derde lid, registreert de bestuurder zijn taxivervoersgegevens op een andere inzichtelijke en controleerbare wijze.

6.

De bestuurder levert de registratie, genoemd in het vijfde lid, uiterlijk de derde werkdag als bedoeld in artikel 3, derde lid, aan bij de vervoerder.

7.

Bij beëindiging van de werkzaamheden aan boord van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht meldt de bestuurder zich af op het registratiemiddel.

8.

De bestuurder meldt op het moment dat deze plaats vinden op het registratiemiddel het begin en einde van pauzes die hij tijdens zijn werkzaamheden aan boord van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht geniet.

§ 3. Techniek

Artikel 8. (Registratiemiddel)
1.

Het registratiemiddel bevat of heeft de volgende eigenschappen:

2.

Het is niet toegestaan het registratiemiddel op een wijze te gebruiken die maakt dat taxivervoergegevens kunnen worden gewijzigd of verwijderd voordat deze zijn aangeleverd in de CDT.

Artikel 9. (Centrale applicatie)
1.

Het aanleveren van taxivervoergegevens vanaf het registratiemiddel aan de CDT vindt plaats via een centrale applicatie.

2.

De centrale applicatie bevat of heeft de volgende eigenschappen:

Artikel 10. (Informatiebeveiliging)
1.

De vervoerder maakt gebruik van een ICT-oplossing en een organisatie die zijn gecertificeerd voor ISO 27001. De certificatie wordt verricht door een certificerende instelling die is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie of een andere accreditatie instelling die is erkend in een lidstaat van de Europese Unie.

2.

De certificering, bedoeld in het eerste lid, heeft als werkingsgebied alle functionaliteit die gegevens levert aan de CDT Meldingen API. De functionaliteit omvat ten minste alle registratiemiddelen en de centrale applicatie.

§ 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11. (Inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2025.

Artikel 12. (Citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling centrale database taxivervoer.

Bijlage. Technische beschrijving van de berichtenuitwisseling voor het aanleveren van taxivervoergegevens aan de CDT Meldingen API (koppelvlakspecificatie CDT)

(bijlage als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van de Regeling centrale database taxivervoer)

1. Inleiding

Deze koppelvlakspecificatie geeft een beschrijving van de volgende functies van de CDT-Meldingen-API:

1.1. Context

De chauffeur maakt gebruik van een Registratiemiddel Chauffeur om realtime relevante informatie over de uitvoering van taxivervoer te registreren voor de ondernemer in de centrale applicatie, die de gegevens realtime levert aan de CDT. Voor de uitwisseling van berichten met de ILT is de CDT-Meldingen-API (op basis van REST) ontwikkeld die aangeroepen dient te worden door de Centrale Applicatie.

1.2. Doel

Dit document is een bijlage bij de Regeling CDT. Het doel van dit document is om aan partijen die gebruik willen maken van de CDT Meldingen API inzicht te verschaffen in de functies en werking van de CDT-Meldingen-API.

2. Processen

In deze koppelvlakspecificatie wordt de term ‘dienst’ gebruikt zoals dat in het dagelijks spraakgebruik wordt gedaan. De betekenis van dienst in dit document is daardoor niet de definitie van Dienst in art 1.7 eerste lid onder c van de Arbeidstijdenwet. Met ‘dienst’ wordt in deze koppelvlakspecificatie ‘de werkzaamheden als taxichauffeur aan boord van de auto waarmee taxivervoer wordt verricht’ bedoeld.

De volgende processen zijn in scope voor de aanlevering bij de CDT:

2.1. Aanmelden dienst (relateren chauffeur, ondernemer en voertuig)

De ondernemer heeft ervoor gezorgd dat:

De chauffeur:

De aanmelding van de dienst is geregistreerd voor de chauffeur, het voertuig en de ondernemer in de centrale applicatie en in de CDT. De optionele aanmelding van de andere werkzaamheden is geregistreerd voor de chauffeur.

2.2. Aanmelden rit en aanmelden pauze

De aanmelding van de rit of pauze is geregistreerd binnen de dienst van de chauffeur in de centrale applicatie en de CDT.

2.3. Afmelden rit en afmelden pauze

De rit of pauze is geregistreerd in de centrale applicatie en de CDT.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.