Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 19 juni 2025, nr. 2025-0000019371, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering ten behoeve van het uitvoeren van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (Regeling kansrijke wijk (tweede tranche))
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Besluit:
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- alliantie: samenwerkingsverband van publiek-private organisaties, dat
- a. met bestuurlijke vertegenwoordigers van ten minste een deel van die organisaties in een stuurgroep of dagelijks bestuur, samen met of in samenspraak met inwoners en onder voorzitterschap van de burgemeester, stuurt op de ambities en hoofdlijnen uit het door deze alliantie opgestelde integrale langjarige gebiedsplan;
- b. dit integrale langjarige gebiedsplan vertaalt in een uitvoeringsprogramma; en
- c. stuurt op de inhoudelijke en financiële voortgang van het uitvoeringsprogramma, gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in het stedelijk focusgebied;
- alliantieoverleg: periodiek bestuurlijk overleg tussen publieke en private organisaties en met of in samenspraak met inwoners, onder voorzitterschap van de burgemeester, waarin de voortgang, knelpunten en doorbraken bij het uitvoeren van het uitvoeringsprogramma worden besproken en waarin waar nodig bijsturing plaatsvindt;
- college: college van burgemeester en wethouders van een ontvangende gemeente;
- gemeente: gemeente waarin een stedelijk focusgebied ligt;
- leerkracht: degene die bevoegd is om schoolonderwijs als bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 3 van de Wet op de expertisecentra te geven;
- lokale coalitie: groep van lokale partijen:
- a. die gezamenlijk betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van een lokaal programma School en Omgeving; en
- b. waartoe ten minste de ontvangende gemeente, een school binnen die ontvangende gemeente en een lokale maatschappelijke organisatie behoren;
- minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
- ontvangende gemeente: gemeente die de uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, ontvangt;
- programmaorganisatie: organisatie met een onafhankelijke rol ten opzichte van alle alliantieleden en die is belast met het ondersteunen van de alliantie en haar periodieke overleg en met het aanjagen en bewaken van de voortgang van de uitvoering van het uitvoeringsprogramma;
- te behalen resultaten: te behalen resultaten die zijn gebaseerd op de ambities uit het langjarige gebiedsplan van het stedelijk focusgebied en die met een schriftelijk akkoord van de alliantie zijn opgenomen in de aanvraag voor de uitkering;
- stedelijk focusgebied: de gebieden Zuidoost in Amsterdam, Nieuw-West in Amsterdam, Oost in Arnhem, Noord in Breda, West in Delft, West in Dordrecht, Zuidwest in Den Haag, Woensel-Zuid in Eindhoven, Noord in Groningen, Noord in Heerlen, Oost in Leeuwarden, Oost in Lelystad, Centrale-As in Nieuwegein, Roosendaal-stad in Roosendaal, Zuid in Rotterdam, Nieuwland-Oost in Schiedam, Noordwest in Tilburg, Overvecht in Utrecht, Westwijk in Vlaardingen en Zaandam-Oost in Zaanstad;
- thema: beleidsthema als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
- uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
- uitvoeringsprogramma: integraal gebiedsprogramma van de alliantie voor een looptijd variërend tussen één en vier jaren, waarin de ambities uit het langjarige gebiedsplan zijn vertaald naar concrete inzet, afspraken en een begroting.
Artikel 2. Specifieke uitkering
De minister kan voor de jaren 2026, 2027 en 2028 aan een gemeente die deelneemt aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid een specifieke uitkering verstrekken voor:
- a. de organisatie van een uitvoeringsprogramma in het stedelijk focusgebied of de stedelijke focusgebieden;
- b. de bekostiging van activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten die bijdragen aan de doelstellingen van het onderdeel ‘meedoen in de samenleving’ van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid;
- c. de bekostiging van integrale activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten als bedoeld in artikel 4.
De te behalen resultaten, bedoeld in het eerste lid, onder b, hebben betrekking op de volgende thema’s:
- a. re-integratie en preventie geldzorgen, genoemd in artikel 5;
- b. school en omgeving, genoemd in artikel 6;
- c. ontwikkeling van het jonge kind, genoemd in artikel 7;
- d. maatschappelijke samenhang, genoemd in artikel 7a;
- e. financiële educatie, genoemd in artikel 7b.
De uitkering wordt verleend onder de voorwaarde dat in de begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld. Ten aanzien van de uitkering is artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Aan de bekostiging van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden voorwaarden gesteld die in de artikelen 3 tot en met 8 zijn genoemd.
Artikel 3. Bijdrage aan organisatie uitvoeringsprogramma
Voor de organisatie van het uitvoeringsprogramma worden de uitgekeerde middelen besteed aan het in stand houden van een programmaorganisatie, het in stand houden en ondersteunen van de alliantie en het alliantieoverleg, het aanjagen en bewaken van de voortgang van de uitvoering van het uitvoeringsprogramma, en het equiperen van inwoners ten behoeve van de invulling van hun rol in de alliantie en het alliantieoverleg.
De partners in het alliantieoverleg dragen gezamenlijk in euro’s of natura bij aan de programmaorganisatie, bedoeld in het eerste lid, en aan de realisatie van het uitvoeringsprogramma, en leggen deze bijdragen in afspraken vast.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen en is gebaseerd op het aantal focusgebieden binnen een ontvangende gemeente.
Artikel 4. Bijdrage aan integraliteit
Voor de bekostiging van integrale activiteiten kunnen de uitgekeerde middelen worden besteed aan de uitvoering van activiteiten binnen het stedelijk focusgebied ten behoeve van te behalen resultaten, die bijdragen aan een of meer doelstellingen als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, 7a, eerste lid, en 7b, eerste lid.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.
Artikel 5. Bijdrage aan re-integratie en preventie geldzorgen
Voor het thema re-integratie en preventie geldzorgen worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten binnen het stedelijk focusgebied die bijdragen aan:
- a. de preventie van armoede en schulden; of
- b. de begeleiding van inwoners die aanspraak maken op ondersteuning bij arbeidsinschakeling als bedoeld in de Participatiewet, waarbij die begeleiding is gericht op het vinden van duurzame betaalde arbeid.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.
Artikel 6. Bijdrage aan school en omgeving
Voor het thema school en omgeving worden de uitgekeerde middelen besteed aan een programma School en Omgeving, dat aansluit bij het curriculum van de desbetreffende school en ten dienste staat van een succesvolle schoolloopbaan. Een programma School en Omgeving wordt ontwikkeld en uitgevoerd door een lokale coalitie en kan activiteiten omvatten ten behoeve van te behalen resultaten op de volgende ontwikkelgebieden:
- a. sport;
- b. cultuur;
- c. cognitieve ontwikkeling;
- d. sociale ontwikkeling;
- e. oriëntatie op jezelf; of
- f. oriëntatie op de wereld.
De uitgekeerde middelen worden niet besteed aan:
- a. uren die behoren tot de onderwijstijd;
- b. activiteiten die betrekking hebben op trainingen voor de eindtoets of examentraining;
- c. buitenlandse reizen.
De minister kent uitsluitend ten behoeve van de volgende stedelijk focusgebieden een uitkering toe: Zuidoost in Amsterdam, Nieuw-West in Amsterdam, Oost in Arnhem, Noord in Breda, West in Delft, West in Dordrecht, Noord in Groningen, Noord in Heerlen, Oost in Leeuwarden, Zuid in Rotterdam, Westwijk in Vlaardingen en Zaandam-Oost in Zaanstad.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.
Artikel 7. Bijdrage aan ontwikkeling van het jonge kind
Voor het thema ontwikkeling van het jonge kind worden de uitgekeerde middelen besteed aan activiteiten ten behoeve van te behalen resultaten die bijdragen aan het versterken van de voorschoolse en vroegschoolse periode van de kinderen binnen het stedelijke focusgebied, met als doel ervoor te zorgen dat ieder kind zich in de eerste belangrijke levensjaren zo goed mogelijk kan ontwikkelen en een goede start heeft van diens schoolloopbaan, en daarmee de kansengelijkheid te vergroten.
De maximale hoogte van de uitkering inclusief btw per ontvangende gemeente is in de bijlage bij deze regeling opgenomen.
Artikel 8. Inzet uitgekeerde middelen buiten het stedelijk focusgebied
In afwijking van de artikelen 4, eerste lid, 5, eerste lid, 7, eerste lid, 7a, eerste lid, en 7b, eerste lid, kan op voorstel van het college en beargumenteerd door de alliantie, bij uitzondering, een deel van de uitgekeerde middelen worden besteed aan activiteiten buiten het stedelijk focusgebied, mits deze activiteiten hoofdzakelijk ten goede komen aan de inwoners van of de betrokken organisaties in het stedelijk focusgebied.
Het programma School en Omgeving wordt aangeboden voor leerlingen op alle scholen die vallen binnen de lokale coalitie, mits ten minste 85% van de scholen in die lokale coalitie in het postcodegebied van het stedelijk focusgebied staat, waarvoor de uitkering wordt aangevraagd.
Artikel 9. Aanvraag voor de specifieke uitkering of wijziging van de uitkering
Een uitkering kan worden aangevraagd van 7 juli 2025 tot en met 17 oktober 2025.
De uitkering wordt aangevraagd door het college met gebruikmaking van het door de minister ter beschikking gestelde formulier, waarin het college aangeeft wat de te behalen resultaten zijn. Een aanvraag kan enkel worden ingediend met een bijgevoegd schriftelijk akkoord van de alliantie van het desbetreffende stedelijk focusgebied.
Een wijziging van de uitkering, bedoeld in artikel 12, eerste lid, kan door het college worden aangevraagd van 1 september 2026 tot en met 31 oktober 2026 en van 1 september 2027 tot en met 31 oktober 2027. Voor de aanvraag tot wijziging is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
Een aanvraag tot wijziging van de uitkering, bedoeld in het derde lid, die ziet op aanpassing van de te behalen resultaten en het daarvoor benodigde budget, kan uitsluitend worden ingediend indien:
- a. ten minste 25% van het budget voor een thema of voor de integrale activiteiten, bedoeld in artikel 4, gewijzigd wordt; of
- b. de wijziging ziet op een nieuw te behalen resultaat dat niet in de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is omschreven.
Indien de minister de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk heeft afgewezen, kan het college een nieuwe aanvraag indienen voor een uitkering die betrekking heeft op de afgewezen onderdelen. Deze aanvraag kan worden ingediend van 1 januari 2026 tot en met 28 februari 2026. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10. Reserveringsregeling en bestedingstermijn
Het college zal, in samenspraak met de alliantie, in de aanvraag, bedoeld in artikel 9, de door de minister in 2026, 2027 en 2028 uit te keren middelen reserveren voor besteding tijdens de periode 2026 tot en met 2028 aan activiteiten binnen hetzelfde thema of het integrale deel ten behoeve van te behalen resultaten.
Het college kan, in samenspraak met de alliantie, de uit te keren middelen voor het thema school en omgeving, bedoeld in artikel 6, ook besteden aan activiteiten op scholen tijdens de periode 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025, tenzij de gemeente voor deze scholen eerder middelen heeft ontvangen op grond van de Regeling kansrijke wijk voor het thema school en omgeving, genoemd in artikel 8 van die regeling.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.