Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 juni 2025, nr. 2025-0000136340, over het handhavings- en sanctioneringskader ten aanzien van artikel 6 van de Arbeidsomstandighedenwet
Gelet op de artikelen 6, eerste lid, 33, eerste en tweede lid en 34, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, 13.25, 13.26 en 13.27 van het Omgevingsbesluit, 9.9c en 9.9d van het Arbeidsomstandighedenbesluit en 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling en 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1. Type overtredingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a. zware overtreding: een overtreding die in de Tabellen 1 of 2 van Bijlage 1 als ZO is aangemerkt en waarvoor direct een boete wordt opgelegd;
- b. overtreding met directe boete: een overtreding die in de Tabellen 1 of 2 van Bijlage 1 als ODB is aangemerkt en waarvoor direct een boete wordt opgelegd;
- c. een overige overtreding, oftewel een overtreding die in Tabel 1 of 2 van Bijlage 1 als OO is aangemerkt en waarvoor eerst een waarschuwing of een kennisgeving van een eis tot naleving is gegeven, of een eis tot naleving was gesteld, voordat wordt overgegaan tot boeteoplegging indien:
- i. na ommekomst van de gegeven hersteltermijn de overtreding niet ongedaan is gemaakt; of
- ii. dezelfde of soortgelijke overtreding opnieuw wordt geconstateerd.
Hiernaast geldt in deze beleidsregel als overtreding met directe boete de overtreding die de directe aanleiding is geweest voor een zwaar ongeval als bedoeld in Bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving of artikel 2.2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Artikel 2. Berekening bestuurlijke boete
De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald aan de hand van het boetenormbedrag dat op de betreffende overtreding van toepassing is en het bepaalde in dit artikel.
De boetenormbedragen, bedoeld in het eerste lid, zijn:
- a. de bedragen die zijn opgenomen in de Tabellen 1 en 2 van Bijlage 1 bij deze beleidsregel voor de artikelen, leden en onderdelen die bestuurlijk beboetbaar zijn volgens artikel 13.27, tweede lid, van het Omgevingsbesluit, artikel 9.9d van het Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling met uitzondering van de artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, 2.5, derde lid en 2.5a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, en 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling;
- b. de overeenkomstig Bijlage 2 bij deze beleidsregel berekende bedragen, voor zover het overtredingen van de verplichtingen zijn, die niet onder onderdeel a vallen.
De boetenormbedragen, bedoeld in het tweede lid, zijn uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete voor werkgevers met 150 of meer werknemers. In de overige gevallen geldt het volgende:
- a. voor zelfstandigen wordt het boetenormbedrag 10 procent;
- b. bij werkgevers die de arbeid zelf verrichten of werkgevers met minder dan 10 werknemers wordt het boetenormbedrag 25 procent;
- c. bij werkgevers met 10 of meer maar minder dan 40 werknemers wordt het boetenormbedrag 40 procent;
- d. bij werkgevers met 40 of meer maar minder dan 70 werknemers wordt het boetenormbedrag 55 procent;
- e. bij werkgevers met 70 of meer maar minder dan 100 werknemers wordt het boetenormbedrag 70 procent;
- f. bij werkgevers met 100 of meer maar minder dan 150 werknemers wordt het boetenormbedrag 85 procent.
Voor de boeteberekening van een of meer overtredingen geconstateerd op locaties, vestigingen of in filialen, wordt als bedrijfsgrootte het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd dat in Nederland werkzaam is.
Het boetenormbedrag wordt in geval van een zwaar ongeval vermenigvuldigd met een factor 2.
Meerdere overtredingen van hetzelfde artikel, artikellid of onderdeel, zijn aparte beboetbare feiten.
Artikel 3. Relatie overtredingen Seveso en Arbeidsomstandighedenbesluit
Bedrijven of inrichtingen, die zowel onder de Seveso-paragraaf van het Besluit activiteiten leefomgeving als onder afdeling 2 van hoofdstuk 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit en hoofdstuk 2 van de Arbeidsomstandighedenregeling vallen, en waar een feit is geconstateerd dat zowel op grond van het Omgevingsbesluit als het Arbeidsomstandighedenbesluit of de Arbeidsomstandighedenregeling een beboetbare overtreding is, worden beboet op grond van de artikelen 13.25 en 13.27 van het Omgevingsbesluit.
Artikel 4. Zelfstandige nevenvestiging
Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.
Het eerste lid is niet van toepassing op ernstige overtredingen als bedoeld in artikel 13.27, tweede lid, van het Omgevingsbesluit en artikel 9.10b van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Artikel 5. Het vaststellen van recidive
Er is sprake van recidive, als overtreding van dezelfde of soortgelijke verplichtingen en verboden, als bepaald in artikel 13.27, derde lid, van het Omgevingsbesluit, aan de orde is, mits het te hanteren boetenormbedrag bij elk van deze overtredingen hoger is dan € 12.500,00.
In afwijking van het eerste lid, is bij overtreding van de in artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving vervatte verplichtingen sprake van recidive in het volgende geval.
Als het te hanteren boetenormbedrag, als opgenomen in Tabel 1 van Bijlage 1, van de volgende overtreding binnen dezelfde boetecategorie valt als het boetenormbedrag, als opgenomen in Tabel 1 van Bijlage 1, van de eerdere overtreding. De boetecategorieën voor het bepalen van recidive van deze overtredingen zijn:
- a. € 125.000 – € 249.999;
- b. € 250.000 – € 499.999;
- c. ≥ € 500.000.
Er is sprake van recidive, als overtreding van dezelfde of soortgelijke verplichtingen en verboden, als bepaald in artikel 8.29c van de Arbeidsomstandighedenregeling aan de orde is.
In afwijking van het derde lid, is bij overtreding van de in artikelen 2.5, derde lid, en 2.5a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de artikelen 2.0a en 2.0c van de Arbeidsomstandighedenregeling vervatte verplichtingen sprake van recidive in het volgende geval.
Als het te hanteren boetenormbedrag, als opgenomen in Tabel 2 van Bijlage 1, van de volgende overtreding binnen dezelfde boetecategorie valt als het boetenormbedrag, als opgenomen in Tabel 2 van Bijlage 1, van de eerdere overtreding. De boetecategorieën voor het bepalen van recidive van deze overtredingen zijn:
- a. € 125.000 – € 249.999;
- b. € 250.000 – € 499.999;
- c. ≥ € 500.000.
Artikel 6. Boetesom
De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meer dan één overtreding, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
Artikel 7. Handhavingsbeleid
De Minister stelt handhavingsbeleid vast voor de bepalingen waarop deze beleidsregel betrekking heeft. Het beleid is uniform en gelijk voor alle bedrijven, die vallen onder de hiervoor bedoelde bepalingen.
De Minister zorgt dat de Seveso-handhavingsstrategie met dit beleid in overeenstemming wordt gebracht.
De Minister draagt zorg voor de openbaarmaking van het handhavingsbeleid en dat eenieder van dit beleid kennis kan nemen.
Artikel 8. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Artikel 9. Intrekking
De Beleidsregel Artikel 6 wordt ingetrokken.
Artikel 10. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als:Beleidsregel boeteoplegging artikel 6 Arbeidsomstandighedenwet.
Bijlage 1. Boete- en tarieflijst, behorende bij artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Beleidsregel artikel 6 arbowetgeving
In Tabel 1 of 2 staan de artikelen, die volgens artikel 13.27, eerste lid, van het Omgevingsbesluit, artikel 9.9d van het Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling, bestuurlijk beboetbaar zijn. Er wordt in de tabellen vermeld welke type overtreding het betreft en het boetenormbedrag van elk artikel, lid of onderdeel.
Indien er in Tabel 1 of 2 meerdere type overtredingen zijn opgenomen bij een artikel, artikellid of onderdeel, dan kunnen in Tabel 3, 4, 5 en 6 de zware overtredingen of overtredingen met een directe boete specifiek benoemd zijn voor de Seveso-paragraaf of de ARIE-regeling.
ZO staat voor een zware overtreding, ODB voor een overtreding met een directe boete en OO voor overige overtreding.
De in Tabel 1 gegeven boetenormbedragen voor de artikelen 4.9, eerste lid en 4.11, eerste en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden aangepast op basis van de beoordelingssystematiek, vermeld in Bijlage 2.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.