Wet van 11 juni 2025, houdende regels met betrekking tot het tegemoetkomen van burgers ten aanzien van wie door de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen ten onrechte geen medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling is gegeven (Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing schuldregeling)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is aan personen van wie een verzoek tot medewerking aan een buitengerechtelijke schuldregeling of stabilisatieverzoek in voorbereiding op een buitengerechtelijke schuldregeling onterecht is afgewezen, een onverplichte tegemoetkoming kan worden toegekend waarmee recht wordt gedaan aan het leed dat deze personen hebben ervaren door een fout van de Belastingdienst;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- afloscapaciteit: het bedrag dat de belanghebbende beschikbaar dient te stellen voor de aflossing van zijn schulden in het kader van een buitengerechtelijke schuldregeling of schuldsaneringsregeling natuurlijke personen waarbij dit bedrag wordt vastgesteld aan de hand van het vrij te laten bedrag, het aanwezige vermogen en de te verwachte baten;
- afwijzingsbrief: de brief waarin de ontvanger, al dan niet namens de Dienst Toeslagen, meedeelt dat een MSNP-verzoek wordt afgewezen;
- buitengerechtelijke schuldregeling: een schuldregeling waarbij schuldeisers op basis van een buitengerechtelijk akkoord finale kwijting verlenen jegens de belanghebbende, nadat de belanghebbende de op hem rustende verplichtingen die voortvloeien uit de schuldregelingsovereenkomst is nagekomen;
- Dienst Toeslagen: de Dienst Toeslagen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
- MSNP-verzoek: een verzoek dat door de schuldhulpverlener namens de belanghebbende na ondertekening van de schuldregelingsovereenkomst aan de ontvanger wordt gedaan met als doel een buitengerechtelijke schuldregeling tot stand te laten komen, alsmede een stabilisatieverzoek dat door de ontvanger is behandeld als voornoemd verzoek;
- nabestaande:
- a. de partner, bedoeld in artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de belanghebbende op het moment dat die belanghebbende is komen te overlijden;
- b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon, het kind, zijnde bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn van de belanghebbende;
- onterechte afwijzingsbrief: de brief waarin de ontvanger, al dan niet namens de Dienst Toeslagen, meedeelt dat een MSNP-verzoek is afgewezen op grond van een registratie in de Fraude Signalering Voorziening van de Belastingdienst, een kwalificatie opzet of grove schuld, een indicatie van fraude of een belastingschuld of toeslagschuld boven een door de ontvanger gehanteerd normbedrag en hiernaast in de brief geen andere grond voor afwijzing is aangevoerd;
- ontvanger: de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990;
- Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
- schuldhulpverlener: een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet, die namens de belanghebbende een buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert;
- schuldsaneringsregeling natuurlijke personen: de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet;
- stabilisatieverzoek: een verzoek van een schuldhulpverlener namens de belanghebbende aan een schuldeiser om gedurende een periode van maximaal 240 dagen geen dwanginvorderingsmaatregelen te treffen ter zake van een openstaande schuld van de belanghebbende teneinde de belanghebbende in de gelegenheid te stellen om een stabiele situatie met betrekking tot zijn inkomsten en uitgaven te bereiken.
Hoofdstuk 2. Tegemoetkoming
Artikel 2. Tegemoetkoming voor een onterechte afwijzing van een MSNP-verzoek
De ontvanger kent ambtshalve een tegemoetkoming toe aan een belanghebbende namens wie in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 maart 2021 een MSNP-verzoek is gedaan, dat door de ontvanger is afgewezen vanwege:
- 1°. een registratie in de Fraude Signalering Voorziening van de Belastingdienst;
- 2°. een kwalificatie opzet of grove schuld;
- 3°. een indicatie van fraude; of
- 4°. een belastingschuld of toeslagschuld boven een door de ontvanger gehanteerd normbedrag.
De tegemoetkoming bedraagt € 500 per MSNP-verzoek dat door de ontvanger is afgewezen, met dien verstande dat opeenvolgende MSNP-verzoeken die binnen een periode van 240 dagen na elkaar worden gedaan, als een verzoek worden aangemerkt en die periode steeds aanvangt op de datum waarop de ontvanger het eerst ontvangen MSNP-verzoek onterecht heeft afgewezen.
De tegemoetkoming blijft achterwege indien de afwijzing het gevolg is van een opgelegde vergrijpboete, een strafrechtelijke veroordeling, fraude met betrekking tot toeslagschulden of indien er naast de grond voor afwijzing, bedoeld in het eerste lid, een andere grond voor de afwijzing bestond en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de afwijzingsbrief.
Hoofdstuk 3. Schulden
Artikel 3. Betalen bedrag gelijk aan de afloscapaciteit
Indien na de datum van inwerkingtreding van dit artikel een buitengerechtelijke schuldregeling of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen nog niet is afgerond of aanvangt, betaalt de ontvanger op een gemotiveerde aanvraag de openstaande bedragen die de belanghebbende na de datum van inwerkingtreding van dit artikel dient af te dragen op basis van diens afloscapaciteit ten behoeve van een buitengerechtelijke schuldregeling of schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
De aanvraag wordt gedaan door of namens de belanghebbende die in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Het eerste lid vindt geen toepassing indien:
- a. namens de belanghebbende is verzocht om een heroverweging van de afwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en die afwijzing bij de heroverweging heeft standgehouden ingevolge een grond voor afwijzing die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief;
- b. namens de belanghebbende op een later moment een nieuw MSNP-verzoek is gedaan en dit verzoek is afgewezen, waarbij een grond voor afwijzing is aangevoerd die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, en deze grond is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief;
- c. naar aanleiding van de beslissing van de ontvanger om geen medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke schuldregeling de belanghebbende aan de rechtbank het verzoek heeft gedaan om de ontvanger te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en de rechtbank dit verzoek heeft afgewezen op basis van een andere grond dan genoemd in artikel 2, eerste lid; of
- d. tussen de onterechte afwijzingsbrief en de datum van inwerkingtreding van dit artikel een buitengerechtelijke schuldregeling of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is aangevangen en vervolgens voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel is beëindigd.
De ontvanger betaalt de bedragen op grond van artikel 30 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek uit aan:
- a. de schuldhulpverlener die namens de belanghebbende de buitengerechtelijke schuldregeling heeft aangeboden;
- b. de bewindvoerder die namens de belanghebbende het gerechtelijk akkoord in het kader van een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen heeft aangeboden; of
- c. de kredietverstrekker die een saneringskrediet ter beschikking heeft gesteld voor de buitengerechtelijke schuldregeling.
Artikel 4. Bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen
De ontvanger betaalt ambtshalve het bedrag gelijk aan de bedragen die zien op belastingschulden of toeslagschulden die betrekking hebben op een tijdvak gelegen voor de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief of een tijdvak dat liep ten tijde van de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en die zijn voldaan of verrekend, met inbegrip van de met de schuld samenhangende betaalde renten en kosten van invordering, in de periode tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en de datum van inwerkingtreding van deze wet aan de belanghebbende die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en waarbij tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en de datum van inwerkingtreding van deze wet:
- a. geen buitengerechtelijke schuldregeling of geen schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is aangevangen; of
- b. een buitengerechtelijke schuldregeling of een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is aangevangen die niet voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is afgerond.
Het eerste lid vindt geen toepassing indien:
- a. namens de belanghebbende is verzocht om een heroverweging van de afwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en die afwijzing bij de heroverweging heeft standgehouden ingevolge een grond voor afwijzing die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief;
- b. namens de belanghebbende op een later moment een nieuw MSNP-verzoek is gedaan en dit verzoek is afgewezen, waarbij een grond voor afwijzing is aangevoerd die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, en deze grond is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief; of
- c. naar aanleiding van de beslissing van de ontvanger om geen medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke schuldregeling de belanghebbende aan de rechtbank het verzoek heeft gedaan om de ontvanger te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en de rechtbank dit verzoek heeft afgewezen op basis van een andere grond dan genoemd in artikel 2, eerste lid.
Het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen wordt verminderd met het bedrag dat aan de belanghebbende reeds op grond van artikel 3.13 van de Wet hersteloperatie toeslagen is toegekend vanwege betalingen die zien op belastingschulden of toeslagschulden die betrekking hebben op een tijdvak gelegen voor de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief of een tijdvak dat liep ten tijde van de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en hebben plaatsgevonden na de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief.
Artikel 5. Kwijtschelding van belastingschulden
De ontvanger verleent ambtshalve kwijtschelding van het op de datum van inwerkingtreding van deze wet openstaande bedrag van een belastingaanslag van de belastingschuldige die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en ten aanzien van wie tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief en datum van inwerkingtreding van deze wet:
- a. geen buitengerechtelijke schuldregeling tot stand is gekomen of niet de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, is aangevangen; of
- b. een buitengerechtelijke schuldregeling of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, is aangevangen die niet voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is afgerond.
Het eerste lid vindt geen toepassing indien:
- a. namens de belanghebbende is verzocht om een heroverweging van de afwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en die afwijzing bij de heroverweging heeft standgehouden ingevolge een grond voor afwijzing die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief;
- b. namens de belanghebbende op een later moment een nieuw MSNP-verzoek is gedaan en dit verzoek is afgewezen, waarbij een grond voor afwijzing is aangevoerd die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, en deze grond is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief; of
- c. naar aanleiding van de beslissing van de ontvanger om geen medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke schuldregeling de belanghebbende aan de rechtbank het verzoek heeft gedaan om de ontvanger te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en de rechtbank dit verzoek heeft afgewezen op basis van een andere grond dan genoemd in artikel 2, eerste lid.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op belastingaanslagen die niet voor de datum van inwerkingtreding van deze wet bekend zijn gemaakt en betrekking hebben op een tijdvak dat is geëindigd, dan wel zien op een tijdvak dat is aangevangen, voor de datum van inwerkingtreding van deze wet.
De ontvanger verleent de belanghebbende die op grond van artikel 49 van de Invorderingswet 1990 aansprakelijk is gesteld voor rijksbelastingen of voor andere bedragen, als bedoeld in het eerste en derde lid, ontslag van de verplichting tot betaling van die belastingen of bedragen.
In afwijking van het eerste en derde lid verleent de ontvanger kwijtschelding van een voorlopige aanslag nadat de aanslag over hetzelfde tijdvak is opgelegd en bekendgemaakt.
Hoofdstuk 4. Echtgenoot en geregistreerd partners ten tijde van het verzoek om medewerking
Artikel 6. Tegemoetkoming echtgenoot en geregistreerd partner
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.