Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 juni 2025, kenmerk 4136017-1084380-MEVA, houdende regels voor de verstrekking van subsidie ter ondersteuning van samenwerkingsverbanden bij het inrichten van een vernieuwde opleidingsstructuur voor helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen (Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen) [KetenID WGK027676]

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling
1.

Op deze regeling is de Kaderregeling van toepassing, met uitzondering van artikel 10.1.

2.

De subsidie is een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel c of d, van de Kaderregeling.

Artikel 3. Doel van de regeling

Deze regeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten ten behoeve van de totstandkoming van vernieuwde opleidingsstructuren die bijdragen aan het vergroten van de opleidingscapaciteit voor helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen en die passen bij de regionale arbeidsmarktopgave.

Artikel 4. Voorwaarden samenwerkingsverband en penvoerder
1.

Een samenwerkingsverband bestaat uit ten minste één onderwijsinstelling die een opleiding verzorgt, blijkens de Registratie instellingen en opleidingen, en

2.

De penvoerder is een zorg- of welzijnsaanbieder binnen het samenwerkingsverband.

3.

De penvoerder treedt op als subsidieaanvrager namens een samenwerkingsverband en is verantwoordelijk voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

4.

Subsidie kan enkel worden verstrekt indien de penvoerder en ten minste een andere zorg- of welzijnsaanbieder beschikt over een toelatingsvergunning en AGB-code.

5.

In afwijking van het eerste en vierde lid, kan subsidie worden verstrekt indien naar het oordeel van de minister op de in artikel 11, zesde lid, aangegeven wijze is aangetoond dat het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste twee zorgaanbieders of één welzijnsaanbieder en één zorgaanbieder, waaronder de penvoerder.

6.

Indien de penvoerder mbo-leerlingen begeleidt, kan subsidie enkel worden verstrekt indien het een erkend leerbedrijf betreft.

Artikel 5. Subsidiabele activiteiten
1.

De minister kan op aanvraag aan een penvoerder subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van het doel van de regeling en betreffen:

2.

De activiteit, bedoeld in het eerste lid, onder a, dient uiterlijk 31 december 2026 te zijn afgerond.

3.

De activiteit, bedoeld in het eerste lid, onder b, dient uiterlijk 24 maanden na de datum van de verleningsbeschikking te zijn afgerond.

4.

Een aanvrager kan niet gelijktijdig subsidie aanvragen voor de activiteit, bedoeld in het eerste lid, onder a, en de activiteit, bedoeld in het eerste lid, onder b.

Artikel 6. Staatssteun
1.

De activiteit, zoals genoemd in artikel 5, eerste lid, onder b, wordt aangewezen als een DAEB.

2.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de penvoerder met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat hem belast met en hij zich verplicht tot het verrichten van de DAEB, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie voor de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, bedraagt:

2.

De subsidie voor de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, bedraagt per aanvraag minimaal € 125.000 en maximaal € 750.000.

Artikel 8. Subsidiabele kosten voor activiteit artikel 5, eerste lid, onder b
1.

Het subsidiabele bedrag bestaat voor ten hoogste 40% uit andere kosten dan personele kosten.

2.

Personele kosten zijn subsidiabel tot ten hoogste de uurtarieven zoals opgenomen in de Handleiding Overheidstarieven van het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend.

3.

De kosten voor begeleiding van helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 9. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt:

2.

De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, met dien verstande dat wanneer de penvoerder krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst geldt.

Artikel 10. Activiteitenplan voor activiteit artikel 5, eerste lid, onder b

In aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling, vermeldt de penvoerder voor de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, in het activiteitenplan:

Artikel 11. Aanvraag tot subsidieverlening
1.

De subsidieaanvraag voor de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, kan worden ingediend in de periode van 18 augustus 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 13.00 uur.

2.

De subsidieaanvraag voor de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, kan worden ingediend in de periode:

3.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling gaat de aanvraag vergezeld van:

4.

Indien sprake is van de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, gaat de aanvraag in aanvulling op het derde lid vergezeld van een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening.

5.

Indien sprake is van de activiteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, gaat de aanvraag in aanvulling op het derde lid vergezeld van:

6.

Indien de penvoerder of de andere zorg- of welzijnsaanbieder niet beschikt over een toelatingsvergunning en AGB-code, bedoeld in artikel 4, vierde lid, dan dient de aanvraag vergezeld te gaan van:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.