Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 juni 2025, nr. MBO/[52787847], houdende regels voor de subsidieverstrekking voor Subsidieregeling Nationaal Groeifonds LLO Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-08-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-05
State In force
Source BWB
artikelen 22
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

1.

De minister kan subsidie verstrekken voor de uitvoering van de volgende cumulatieve activiteiten in een project door een samenwerkingsverband:

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, starten vanaf 1 januari 2026 en worden uiterlijk op 31 december 2027 afgerond.

3.

De minister kan de periode waarin de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht met negen maanden verlengen bij onvoorziene omstandigheden in de uitvoering van de activiteiten. De activiteiten worden bij toepassing van de mogelijkheid tot verlenging uiterlijk op 30 september 2028 voltooid.

Artikel 4. Hoogte subsidiebedrag

1.

Per project in het Europese deel van Nederland is een bedrag van ten minste € 125.000,– en ten hoogste € 2.200.000,– beschikbaar.

2.

Per project in Caribisch Nederland is een bedrag van ten minste € 125.000,– en ten hoogste € 500.000,– beschikbaar.

Artikel 5. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een bedrag van ten hoogste € 40.000.000,– beschikbaar.

Artikel 6. Penvoerder

1.

Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend door een penvoerder, niet-zijnde een gemeente, een provincie of een openbaar lichaam, namens een samenwerkingsverband.

2.

Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.

Artikel 7. Samenstelling samenwerkingsverband

Een samenwerkingsverband bestaat ten minste uit:

Artikel 8. Aanvraag subsidie

1.

De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 15 september 2025 13.00 uur CET tot en met vrijdag 31 oktober 13 uur CET.

2.

Aanvragen die buiten de in het eerste lid genoemde periode worden ingediend, worden afgewezen.

3.

Een aanvraag wordt afgewezen indien uit de begroting blijkt dat het aangevraagde bedrag onder de € 125.000,– is.

4.

Per samenwerkingsverband kan slechts één aanvraag worden ingediend. Eventuele tweede of opvolgende aanvragen voor hetzelfde samenwerkingsverband worden afgewezen.

Artikel 9. In te dienen documenten

1.

Een subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe is bekendgemaakt op de website van DUS-I.

2.

Onverminderd artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag de volgende documenten:

Artikel 10. Visiedocument

In het visiedocument beschrijft de aanvrager:

Artikel 11. Activiteitenplan

Onverminderd artikel 3.4 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan in ieder geval:

Artikel 12. Begroting

1.

De begroting bevat een overzicht van de kosten van de activiteiten, voorzien van een toelichting.

2.

De begroting gaat in op de kosteneffectiviteit door inzichtelijk te maken wat de kosten per bereikte kandidaat zijn.

3.

Voor het bepalen van de uurtarieven van personen die belast worden met de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt aansluiting worden gezocht bij de Handleiding Overheidstarieven 2025.

4.

De begroting wordt ingediend in het hiervoor bestemde format, dat bekend zal worden gemaakt op de website van DUS-I.

Artikel 13. Samenwerkingsovereenkomst

1.

De deelnemers aan een samenwerkingsverband sluiten een overeenkomst die wordt opgesteld met gebruikmaking van het format dat DUS-I hiervoor beschikbaar stelt.

2.

De samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door alle partijen in het samenwerkingsverband.

3.

In de samenwerkingsovereenkomst is in ieder geval vastgelegd:

Artikel 14. Verdeling van de beschikbare middelen

1.

De minister bepaalt de rangschikking van de aanvragen op basis van een onderlinge afweging van de aanvragen.

2.

De rangschikking vindt plaats aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen als bijlage bij deze regeling. Hiervoor geldt hoe meer punten hoe hoger de rangschikking.

3.

Om voor subsidie in aanmerking te komen geldt dat minimaal 5 punten moeten zijn toegekend op elk van de criteria van het beoordelingskader.

4.

Bij de beoordeling wordt een hoger aantal punten toegekend naarmate de score op Impact, Kwaliteit en Verankering hoger is, blijkend uit:

5.

De subsidieaanvraag uit Caribisch Nederland met de hoogste score op de rangschikking, krijgt voorrang, ook al heeft deze aanvraag een lagere score dan de aanvraag uit Europees Nederland.

6.

Indien het subsidieplafond door toekenning van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen zou worden overschreden en twee of meer aanvragers een gelijke score hebben gehaald bij de rangschikking van de aanvragen, dan worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst.

7.

Per regio wordt aan maximaal één aanvrager subsidie toegekend.

8.

In Caribisch Nederland wordt per openbaar lichaam aan maximaal één samenwerkingsverband subsidie toegekend.

9.

De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de periode waarin de aanvragen kunnen worden ingediend gelijktijdig op de aanvragen.

Artikel 15. Verplichtingen

Voor de ontvanger van de subsidie gelden de volgende verplichtingen:

Artikel 16. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 17. Bevoorschotting

Voor de verleende subsidie wordt een voorschot van 100% gefaseerd verstrekt. Het eerste voorschot bedraagt 30% van het toegekende subsidiebedrag, en wordt uitbetaald uiterlijk 6 weken na ontvangst van de beschikking. Het resterende deel van het subsidiebedrag wordt in gelijke delen uitbetaald, verdeeld over de kwartalen van de activiteitenperiode, bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Artikel 18. Verantwoording en besteding subsidie aan bekostigde instellingen

1.

Indien de penvoerder van het samenwerkingsverband een bekostigde instelling is als bedoeld in artikel 1.1.1 van de WEB of artikel 1.1.1 van de WEB BES, geschiedt verantwoording van de subsidie in de jaarverslaggeving met model G, onderdeel 2 als bedoeld in bijlage 4 bij de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

2.

De subsidie kan uitsluitend worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.

3.

De vaststelling van de subsidie vindt plaats binnen een jaar na de indiening van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.

Artikel 19. Verantwoording subsidie aan anderen dan bekostigde instellingen

1.

Indien de penvoerder van het samenwerkingsverband geen bekostigde instelling is als bedoeld in artikel 1.1.1 van de WEB of artikel 1.1.1 van de WEB BES, geschiedt de verantwoording onder toepassing van artikel 7.8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

2.

Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten verminderd met de gerealiseerde bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage of de gerealiseerde eigen bijdrage indien deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

3.

De subsidie kan uitsluitend worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt. Niet bestede middelen worden teruggevorderd.

Artikel 20. Hardheidsclausule

De minister kan een of meer bepalingen van de regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 21. Inwerkingtreding en vervaldatum

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 oktober 2028.

Artikel 22. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Nationaal Groeifonds LLO Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden.

Bijlage. – Beoordelingskader kwalitatieve beoordeling Subsidieregeling Nationaal Groeifonds LLO Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden

Deze bijlage behoort bij artikel 14, tweede lid, van de Subsidieregeling Nationaal Groeifonds LLO Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden.

Beoordelingskader

Artikel 14, vierde lid, bevat criteria die getoetst zullen worden bij de beoordeling van de rangschikking van de aanvragen. Deze criteria zijn hieronder uitgewerkt in een beoordelingskader. De rangschikking van de aanvraag wordt aan de hand van deze criteria beoordeeld. Voor ieder criterium dienen minimaal 5 punten, van maximaal 10 punten, behaald te worden. 5 punten worden als voldoende beoordeeld. De onderdelen binnen het criterium laten zien hoe dit onderbouwd kan worden. De invulling van de losse onderdelen samen bepaalt het puntenaantal per criterium. De punten per criterium worden vervolgens conform het aangegeven percentage gewogen en bij elkaar opgeteld. Het eindoordeel wordt eveneens een cijfer tussen de 0 en 10 punten. Aan de hand hiervan wordt een ranking bepaald van de projecten van hoog naar laag.

In de regeling zijn naast onderstaande inhoudelijke minimumvereisten ook de minimumvereisten voor het visiedocument, activiteitenplan en de begroting opgenomen. Deze dienen voldoende uitgewerkt te zijn om de minimaal te behalen 5 punten te kunnen ontvangen.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)