Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 juni 2025, nr. MBO/[52787847], houdende regels voor de subsidieverstrekking voor Subsidieregeling Nationaal Groeifonds LLO Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-02
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan subsidie verstrekken voor de uitvoering van de volgende cumulatieve activiteiten in een project door een samenwerkingsverband:

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, starten vanaf 1 januari 2026 en worden uiterlijk op 31 december 2027 afgerond.

3.

De minister kan de periode waarin de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht met negen maanden verlengen bij onvoorziene omstandigheden in de uitvoering van de activiteiten. De activiteiten worden bij toepassing van de mogelijkheid tot verlenging uiterlijk op 30 september 2028 voltooid.

Artikel 4. Hoogte subsidiebedrag
1.

Per project in het Europese deel van Nederland is een bedrag van ten minste € 125.000,– en ten hoogste € 2.200.000,– beschikbaar.

2.

Per project in Caribisch Nederland is een bedrag van ten minste € 125.000,– en ten hoogste € 500.000,– beschikbaar.

Artikel 5. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een bedrag van ten hoogste € 40.000.000,– beschikbaar.

Artikel 6. Penvoerder
1.

Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend door een penvoerder, niet-zijnde een gemeente, een provincie of een openbaar lichaam, namens een samenwerkingsverband.

2.

Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.

Artikel 7. Samenstelling samenwerkingsverband

Een samenwerkingsverband bestaat ten minste uit:

Artikel 8. Aanvraag subsidie
1.

De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 15 september 2025 13.00 uur CET tot en met vrijdag 31 oktober 13 uur CET.

2.

Aanvragen die buiten de in het eerste lid genoemde periode worden ingediend, worden afgewezen.

3.

Een aanvraag wordt afgewezen indien uit de begroting blijkt dat het aangevraagde bedrag onder de € 125.000,– is.

4.

Per samenwerkingsverband kan slechts één aanvraag worden ingediend. Eventuele tweede of opvolgende aanvragen voor hetzelfde samenwerkingsverband worden afgewezen.

Artikel 9. In te dienen documenten
1.

Een subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe is bekendgemaakt op de website van DUS-I.

2.

Onverminderd artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag de volgende documenten:

Artikel 10. Visiedocument

In het visiedocument beschrijft de aanvrager:

Artikel 11. Activiteitenplan

Onverminderd artikel 3.4 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan in ieder geval:

Artikel 12. Begroting
1.

De begroting bevat een overzicht van de kosten van de activiteiten, voorzien van een toelichting.

2.

De begroting gaat in op de kosteneffectiviteit door inzichtelijk te maken wat de kosten per bereikte kandidaat zijn.

3.

Voor het bepalen van de uurtarieven van personen die belast worden met de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt aansluiting worden gezocht bij de Handleiding Overheidstarieven 2025.

4.

De begroting wordt ingediend in het hiervoor bestemde format, dat bekend zal worden gemaakt op de website van DUS-I.

Artikel 13. Samenwerkingsovereenkomst
1.

De deelnemers aan een samenwerkingsverband sluiten een overeenkomst die wordt opgesteld met gebruikmaking van het format dat DUS-I hiervoor beschikbaar stelt.

2.

De samenwerkingsovereenkomst wordt ondertekend door alle partijen in het samenwerkingsverband.

3.

In de samenwerkingsovereenkomst is in ieder geval vastgelegd:

Artikel 14. Verdeling van de beschikbare middelen
1.

De minister bepaalt de rangschikking van de aanvragen op basis van een onderlinge afweging van de aanvragen.

2.

De rangschikking vindt plaats aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen als bijlage bij deze regeling. Hiervoor geldt hoe meer punten hoe hoger de rangschikking.

3.

Om voor subsidie in aanmerking te komen geldt dat minimaal 5 punten moeten zijn toegekend op elk van de criteria van het beoordelingskader.

4.

Bij de beoordeling wordt een hoger aantal punten toegekend naarmate de score op Impact, Kwaliteit en Verankering hoger is, blijkend uit:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.