Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 juni 2025, nr. 2025-0000016894, houdende regels inzake een borgstelling door de Staat ten behoeve van krediet aan MKB-ondernemers in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (Subsidieregeling Borgstelling MKB-kredieten Aruba, Curaçao en Sint Maarten)
Gelet op artikel 3, eerste lid, en 4 van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 11, derde lid, en 14, van het Kaderbesluit BZK-subsidies
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
- Kaderbesluit: Kaderbesluit BZK-subsidies;
- minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- ondernemer: een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een vennootschap, die een onderneming in stand houdt, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld;
- MKB-ondernemer: ondernemer die een onderneming in stand houdt waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt;
- kredietverstrekker: een onderneming of een instelling die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten op grond van de Landsverordening toezicht kredietwezen Aruba, de Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen 1994 Curaçao of de Landsverordening bank- en kredietwezen Sint Maarten, bevoegd is om kredieten of andere vormen van financiering aan te bieden aan het publiek.
Artikel 2. Subsidieverstrekking
De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een kredietverstrekker voor het sluiten van een kredietovereenkomst met een MKB-ondernemer die betrekking heeft op een bedrijfsborgstellingskrediet.
De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een borgstelling voor de terugbetaling van een krediet dat de kredietverstrekker op grond van een kredietovereenkomst aan een MKB-ondernemer heeft verstrekt voor de duur van de kredietovereenkomst.
Artikel 3. Afwijzingsgronden
De minister beslist afwijzend op een subsidieaanvraag indien:
- a. een kredietverstrekker een kredietovereenkomst sluit met een MKB-ondernemer die geen onderneming in stand houdt die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten is gevestigd; of
- b. de MKB-ondernemer het krediet niet aanwendt voor activiteiten op Aruba, Curaçao of Sint Maarten.
Artikel 4. Subsidieplafond en verdeling van het subsidieplafond
Het subsidieplafond bedraagt € 6.100.000 per kalenderjaar.
De verdeling van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op basis van volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 5. Omvang borgstelling
De subsidie bestaat uit een borgstelling voor 90 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet, tot ten hoogste € 1,5 miljoen per MKB-ondernemer.
Artikel 6. Bedrijfsborgstellingsovereenkomst
Het model voor de bedrijfsborgstellingsovereenkomst is opgenomen in de bijlage.
Artikel 7. Voorwaarden voor de kredietverstrekker
De beschikking tot verlenen van een subsidie aan een kredietverstrekker wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken na de beschikking een bedrijfsborgstellingsovereenkomst tot stand is gekomen tussen de Staat en de kredietverstrekker.
Het eerste lid is niet van toepassing indien tussen de Staat en de kredietverstrekker reeds een overeenkomst is gesloten.
Artikel 8. Informatieverplichtingen
Een aanvraag als bedoeld in artikel 2 bevat in ieder geval:
- a. gegevens over de aanvrager, waaronder:
- 1°. de naam van de organisatie;
- 2°. het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid in Aruba, de Kamer van Koophandel en Industrie in Curaçao of de Kamer van Koophandel en Nijverheid in Sint Maarten;
- 3°. het post- en bezoekadres; en
- 4°. het (bank)rekeningnummer;
- b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder:
- 1°. de naam;
- 2°. het telefoonnummer; en
- 3°. het e-mailadres;
- c. een verklaring van de Centrale Bank van Aruba of de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten dat de aanvrager een kredietverstrekker is als bedoeld in artikel 1; en
- d. een uittreksel uit het Handelsregister.
Artikel 9. Inwerkingtreding, evaluatiebepaling en vervaltermijn
Deze regeling treedt in werking op een bij besluit van de minister te bepalen tijdstip dat voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten verschillend kan luiden.
Een ministerieel besluit als bedoeld in het eerste lid wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.
Onverminderd artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht publiceert de minister in 2027 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidieregeling in de praktijk.
De regeling vervalt met ingang van 1 juli 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling voor die datum zijn verstrekt of aangevraagd.
Artikel 10. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Borgstelling MKB-kredieten Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Bijlage 1. behorende bij artikel 6, van de Subsidieregeling Borgstelling MKB-Kredieten Aruba, Curaçao en Sint Maarten
Model voor een bedrijfsborgstellingskredietovereenkomst met een kredietverstrekker
Overeenkomst tussen:
Partijen zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Definitiebepalingen
De begrippen die in het Kaderbesluit BZK-subsidies en de Regeling Borgstelling MKB-kredieten Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn gedefinieerd hebben in deze overeenkomst de in deze regelingen gegeven betekenis.
Voorts wordt in deze overeenkomst verstaan onder:
- a. financieringsfaciliteit: krediet of een deel van een krediet waarvoor de Staat niet borg of garant staat op grond van de Regeling Borgstelling MKB-kredieten Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
- b. kredietverstrekker-gelieerde: een rechtspersoon waaraan de kredietverstrekker direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft of voor het handelen waarvan de kredietverstrekker volledig aansprakelijk is, en die als kredietverstrekker-gelieerde is vermeld in artikel 24 van deze overeenkomst;
- c. bedrijfsborgstellingskrediet: krediet of een deel van een krediet dat overeenkomstig artikel 5 is getoetst en gemeld;
- d. één onderneming: één onderneming of alle ondernemingen die ten minste één van de volgende banden met elkaar onderhouden, waarbij ondernemingen die via één of meer andere ondernemingen één van de onder 1° tot en met 4° bedoelde banden onderhouden, ook als één onderneming worden beschouwd:
- 1°. één onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een andere onderneming;
- 2°. één onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan;
- 3°. één onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op grond van een met die onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van laatstgenoemde onderneming;
- 4°. één onderneming die aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming, heeft op grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggenschap over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van laatstgenoemde onderneming;
- e. krediet: bedrag dat de kredietverstrekker uit hoofde van een kredietovereenkomst verstrekt of zal verstrekken;
- f. kredietovereenkomst: overeenkomst uit hoofde waarvan:
- 1°. de kredietverstrekker aan een MKB-ondernemer geld ter leen verstrekt of zal verstrekken, of
- 2°. de MKB-ondernemer tot een bepaald bedrag trekt of zal kunnen trekken op de kredietverstrekker, of
- 3°. de kredietverstrekker tegenover een derde, niet zijnde een rechtspersoon waarmee de kredietverstrekker in een groep verbonden is of een kredietverstrekker-gelieerde, onherroepelijk een verplichting is aangegaan om ten laste van de kredietverstrekker-ondernemer aan de derde een of meer betalingen te doen, welke verplichting niet afhankelijk is van voorwaarden op de vervulling waarvan het handelen van de kredietverstrekker van invloed is;
- g. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- h. starter:
- 1°. een MKB-ondernemer, die een natuurlijk persoon is en die niet langer dan drie jaar een onderneming in stand houdt;
- 2°. een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal, tevens MKB-ondernemer, waarvan de bestuurder een natuurlijk persoon is die ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst direct of indirect de meerderheid van het geplaatst en gestort kapitaal houdt en deze meerderheid niet langer dan drie jaar houdt;
- i. starters-borgstellingskrediet: bedrijfsborgstellingskrediet dat uitsluitend wordt verstrekt aan een starter;
- j. uitwinning:
- 1°. uitwinning door de kredietverstrekker van de door de MKB-ondernemer aan de kredietverstrekker verstrekte zekerheden, zoals een redelijk handelend en bekwaam kredietverstrekker in het kader van een actief en winstgericht beleid zou hebben gedaan zonder borgstelling;
- 2°. onderhandse verkoop met toestemming van de kredietverstrekker door de MKB-ondernemer van de vermogensbestanddelen van de MKB-ondernemer, inning van vorderingen daaronder begrepen;
- 3°. executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de MKB-ondernemer; en
- 4°. indien het faillissement van de MKB-ondernemer is uitgesproken of aan hem surseance van betaling is verleend de onderhandse of executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de MKB-ondernemer door of met medewerking van de curator of de bewindvoerder;
- k. liquiditeitsopslag: een door een kredietverstrekker aan een ondernemer in rekening gebracht percentage van de lening, waarvan de hoogte gelijk is voor alle door de desbetreffende kredietverstrekker op dezelfde dag afgesloten of af te sluiten leningen met dezelfde looptijd. Indien een dergelijk percentage niet beschikbaar is, zal in overleg met de kredietverstrekker een ander redelijk, transparant en verifieerbaar percentage worden vastgesteld.
Artikel 2. Borgstelling
De Staat stelt zich borg ten behoeve van de kredietverstrekker voor de terugbetaling van bedrijfsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Kaderbesluit BZK subsidies en de Regeling Borgstelling MKB-kredieten Aruba, Curaçao en Sint Maarten en deze overeenkomst door de kredietverstrekker worden verstrekt, met dien verstande dat deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen.
Artikel 3. Voorwaarden bedrijfsborgstellingsovereenkomst
De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen:
- a. indien het krediet is gemeld als bedoeld in artikel 5;
- b. indien de in artikel 3.11.4., eerste lid, van Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies vastgestelde eenmalige provisie, door de kredietverstrekker aan de Staat is betaald binnen 35 dagen na het sluiten van de kredietovereenkomst;
- c. indien en voor zover door de melding, bedoeld onder a, de som van de in een kalenderjaar gemelde kredieten of delen daarvan de door de minister op grond van artikel 5 van de Regeling Borgstelling MKB-kredieten Aruba, Curaçao en Sint Maarten met betrekking tot dat kalenderjaar vastgestelde meldingslimiet niet is overschreden;
- d. indien de natuurlijke persoon die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan de MKB-ondernemer, niet zijnde een natuurlijke persoon, zich borg heeft gesteld voor de nakoming door de MKB-ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt, tot aan een bedrag ter grootte van ten minste 25 procent van het bedrijfsborgstellingskrediet met een minimum van € 5.000;
- e. indien het bedrijfsborgstellingskrediet niet meer bedraagt dan het tekort aan zekerheden dat bij de kredietverstrekker ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst bestaat;
- f. indien de kredietovereenkomst in schriftelijke vorm is aangegaan;
- g. indien in de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt een verplichting voor de MKB-ondernemer is opgenomen om alle medewerking te verlenen aan het uitoefenen door de Staat van de in artikel 19, eerste lid, genoemde bevoegdheden;
- h. indien de kredietverstrekker in de door zijn gesloten borgstellingsovereenkomst met betrekking tot de nakoming door de MKB-ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de uit hoofde waarvan het bedrijfsborgstellingskrediet is verleend een beding ten behoeve van de Staat heeft opgenomen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de Staat en de kredietverstrekker geen bedingen heeft opgenomen, ertoe leidende dat:
- 1°. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de Staat eerst zou moeten worden aangesproken,
- 2°. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de Staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek;
- i. indien door de kredietverstrekker gelijktijdig met het sluiten van de kredietovereenkomst, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan de MKB-ondernemer wordt verstrekt, met de MKB-ondernemer een kredietovereenkomst is gesloten uit hoofde waarvan de MKB-ondernemer over een financieringsfaciliteit beschikt, die niet bestemd is en niet gebruikt wordt voor de aflossing van financieringsfaciliteiten waarover de MKB-ondernemer beschikt bij de kredietverstrekker of een kredietverstrekker-gelieerde of aan een rechtspersoon waarmee de kredietverstrekker in een groep verbonden is;
- j. indien de financieringsfaciliteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, ten minste 100 procent bedraagt van het bedrijfsborgstellingskrediet, of,
- 1°. ten minste 33,3 procent bedraagt van het bedrijfsborgstellingskrediet, indien het bedrijfsborgstellingskrediet wordt verstrekt aan een MKB-ondernemer die ten tijde van de verstrekking starter was;
- 2°. ten minste 33,3 procent bedraagt van het bedrijfsborgstellingskrediet, indien sprake is van een bedrijfsborgstellingskrediet, dat per kalenderjaar het bedrag van € 250.000 niet overschrijdt, indien de kredietverstrekker bij de melding, bedoeld in artikel 5, heeft aangegeven hiervan gebruik te willen maken;
- k. indien de looptijd van de onder j bedoelde financieringsfaciliteit ten minste even lang is als de looptijd van het bedrijfsborgstellingskrediet;
- l. de kredietverstrekker in de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan de MKB-ondernemer over de financieringsfaciliteit, bedoeld in onderdeel i, beschikt, een beding heeft opgenomen, waarmee geborgd wordt dat de financieringsfaciliteit gedurende de gehele looptijd, bedoeld in onderdeel k, ten minste het op grond van onderdeel j van toepassing zijnde percentage van het bedrijfsborgstellingskrediet blijft bedragen.
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen j en l, worden mede in aanmerking genomen de bedragen die een kredietverstrekker-gelieerde gelijktijdig met de gesloten kredietovereenkomst aan de MKB-ondernemer worden verstrekt, indien de zekerheden van de kredietverstrekker-gelieerde ter zake van die bedragen mede strekken tot zekerheid van de kredietverstrekker.
Artikel 4. Criteria voor MKB-ondernemer bij verstrekken bedrijfsborgstellingskrediet
Ten tijde van het sluiten van een kredietovereenkomst uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan een MKB-ondernemer wordt verstrekt, moet aan de volgende criteria zijn voldaan:
-
- de MKB-ondernemer:
- a. beschikt over onvoldoende financiële middelen om zijn onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.