Beleidsregel zintuiglijk gehandicaptenzorg
Grondslag
Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.
Gelet op artikel 52, aanhef en onderdeel e, van de Wmg, worden tarieven die uit de voorliggende beleidsregel voortvloeien ambtshalve vastgesteld door de NZa.
Gelet op artikel 59, onderdeel a, van de Wmg heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met brief van 14 juli 2014, met kenmerk 642422-123511-MC, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 Wmg, aan de NZa gegeven.
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- NZa: Nederlandse Zorgautoriteit.
- Zorgaanbieder:
- 1°. natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg in de zin van de Wmg verleent als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wmg;
- 2°. natuurlijk persoon of rechtspersoon voor zover deze tarieven in rekening brengt namens, ten behoeve van of in verband met het verlenen van zorg door een zorgaanbieder als bedoeld onder 1°.
Hieronder staan de definities van de begrippen die gehanteerd worden in deze beleidsregel uitgelegd. Waar van toepassing voor een specifieke sector is dit geduid bij het begrip.
- Aandoeningen diagnostiek (visueel, MSZ): Aandoeningen diagnostiek is een onderzoek binnen de visuele Zintuiglijk gehandicaptenzorg, gericht op het stellen van een medische diagnose, wat zich vertaalt in Medische Specialistische Zorg (DBC-OZP 190001/190002).
- Auditieve beperking: Auditieve beperking zoals vastgesteld in de richtlijnen van de Nederlandse Federatie van Audiologische Centra (FENAC) voor vaststelling van een auditieve beperking. Er is sprake van een auditieve beperking indien:
-
- het drempelverlies bij het audiogram ten minste 35 dB bedraagt, verkregen door het gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4.000 Hz te middelen, of
-
- als het drempelverlies groter is dan 25 dB bij meting volgens de Fletcher index, het gemiddelde verlies bij frequenties van 500, 1000 en 2.000 Hz. De mate van gehoorverlies wordt vastgesteld middels audiometrie van het beste oor, zonder gebruik te maken van een eventueel hulpmiddel zoals een gehoorapparaat.
-
- de aandoening chronisch van aard is.
- Behandeling (auditief/ communicatief): Zorg in verband met een auditieve/ communicatieve beperking is multidisciplinaire zorg die bestaat uit diagnostisch onderzoek, interventies die zich richten op het psychisch leren omgaan met de handicap en interventies die de beperking opheffen of compenseren en daarmee de zelfredzaamheid vergroten. Er kunnen meerdere interventies onderdeel zijn van één behandeling. Onder deze interventies vallen ook systeemgerichte behandelingen.
- Behandeling (visueel): De behandeling is gericht op het leren compenseren van de visuele beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden en/of gedrag. De nieuw aan te leren vaardigheden of nieuw aan te leren gedrag richten zich op het leren omgaan met stoornissen en beperkingen. Er kunnen meerdere interventies onderdeel zijn van één behandeling. Onder deze interventies vallen ook systeemgerichte behandelingen. In de behandeling wordt gewerkt aan de behandeldoelen van de cliënt rekening houdend met eventueel bijkomende problematiek en invloed van persoonlijke en externe factoren. De zorg wordt geleverd conform behandelplan.
- Behandelplan: In de met de individuele cliënten af te spreken behandelplannen zijn concrete en haalbare behandeldoelen opgenomen waardoor blijvende verbeteringen in het functioneren worden bereikt/verwacht.
- Belemmerende factoren en bijkomende problematiek: Zijn factoren die de voortgang en/of effectiviteit van de revalidatie/behandeling kunnen vertragen of belemmeren. Belemmerende factoren kunnen persoonlijk, fysiek, psychologisch, sociaal, omgeving en ontwikkelings- gerelateerd of cultureel van aard zijn. Bijkomende problematiek gaat over gezondheidstoestand en functies die van invloed zijn op iemands functioneren en het bereiken van de behandeldoelstellingen.
- Communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis (TOS): TOS of een vermoeden van TOS, vastgesteld volgens de FENAC-richtlijnen voor diagnostiek voor vaststelling van een communicatieve beperking als gevolg van een TOS. Er is sprake van een communicatieve beperking als gevolg van een TOS als de stoornis te herleiden is tot neurobiologische en/of neuropsychologische factoren. Hiervoor geldt als voorwaarde dat de TOS primair is, dat wil zeggen dat andere problematiek (psychiatrisch, fysiologisch, neurologische) ondergeschikt is aan de TOS.
- Communicatieve groepssetting: Een communicatieve groepssetting is een groepsomgeving die zo wordt ingericht/begeleid dat de cliënten onderling communicatie bij elkaar uitlokken. Er wordt gericht gewerkt aan communicatieve redzaamheid van de cliënt onder leeftijdsgenoten. Cliënt heeft omgeving nodig (in de levensfase voordat de cliënt naar school gaat, of in de levensfase dat de cliënt naar school gaat na schooltijd) om intensief te kunnen communiceren en oefenen in een veilige setting met daarbij interactie met leeftijdsgenoten en behandelaren. Er wordt aan meerdere behandeldoelen gewerkt op natuurlijke momenten en in dagelijkse situaties. In groepen gegeven behandeling aan het cliëntsysteem of groepen met een ander behandeldoel dan beschreven in de behandelmodule ‘behandeling in communicatieve groepssetting’ vallen hier niet onder.
- Diagnostisch onderzoek (auditief/ communicatief): Diagnostisch onderzoek bij de zorg aan cliënten met een auditieve en/of communicatieve beperking bestaat uit behandelingsgerichte diagnostiek. Deze maakt integraal onderdeel uit van de behandeling en staat ten dienste van de behandeling. Het betreft verdiepende en evaluerende diagnostiek gericht op het vaststellen van mogelijke bijkomende problematiek (comorbiditeit), het ontwikkelingsperspectief van de cliënt op de verschillende ontwikkelingsdomeinen en de best passende interventies voor de cliënt. Mede op basis hiervan wordt een individueel behandelplan vastgesteld en/of bijgesteld. Het stellen van een diagnose op het gebied van ontwikkeling en gedrag kan nodig zijn, indien niet eerder diagnostiek heeft plaatsgevonden; omdat de client ofwel daarvoor eerder te jong was, ofwel omdat er pas in een latere fase voldoende indicaties zijn om een diagnose te kunnen stellen.
- Directe behandeltijd: Tijd waarin een hulpverlener direct in contact staat met de cliënt, een groep cliënten of het cliëntsysteem.
- Functionele – en handelingsdiagnostiek (visueel): Functionele – en handelingsdiagnostiek bestaat uit onderzoeken die nodig zijn om de hulpvraag (waarbij de visuele aandoening al is vastgesteld) op activiteiten- en participatieniveau te beantwoorden. Hiertoe worden klachten en symptomen vastgesteld alsmede de gevolgen van de beperking op activiteiten- en participatieniveau en de ondersteunende en belemmerende persoonlijke en externe factoren die hierop van invloed zijn. Het doel hiervan is om een passende behandeling te bepalen. Op basis hiervan wordt samen met de cliënt een individueel behandelplan vastgesteld en/of bijgesteld. Het ICF (International Classification of Functioning, Disability and Health) ontwikkelperspectief is leidraad voor het beoordelen van de ontwikkelingstaken en de in te zetten interventies.
- Multidisciplinaire behandeling: Multidisciplinaire behandeling houdt in dat er verschillende disciplines bij de behandeling betrokken zijn die in hetzelfde behandelingstraject gelijktijdig en/of sequentieel interventies inzetten in het kader van zg (zintuiglijk gehandicaptenzorg). Dit vraagt om een programmatische aanpak en specifieke deskundigheid van de beroepsgroep/disciplines. De multidisciplinaire behandeling richt zich op het aanleren van vaardigheden op een of meerdere ICF domeinen en het psychisch en fysiek leren omgaan met de beperking waardoor de zelfredzaamheid van de cliënt vergroot wordt. In de aanspraak zintuiglijk gehandicapten wordt gesproken over multidisciplinaire zorg (behandeling). In de zorgprogramma’s van auditief/communicatief wordt de zorg geduid als interdisciplinair. Doordat bij interdisciplinair ook sprake is van meerdere disciplines die ingezet worden voor de zorg, valt interdisciplinaire zorg onder de aanspraak.
- Multidisciplinair overleg (mdo): Een vooraf geplande overlegsituatie onder regie van de regiebehandelaar waarbij (vanuit verschillende perspectieven) de diagnostiek en behandelmogelijkheden worden besproken. Het mdo fungeert als een beslismoment binnen het zorgtraject van de cliënt. Doel is het komen tot een individueel behandeltraject danwel de evaluatie van de voortgang en/of afronding daarvan. Het overleg vindt plaats op basis van een duidelijke vraagstelling en resulteert in een verslaglegging waarin doelstellingen en afspraken zijn vastgelegd.
- Nieuwe hulpvraag sector visueel: Recente hulpvraag die afwijkt van eerdere hulpvraag en kan voortvloeien uit drie soorten (gewijzigde) omstandigheden:
-
- Een progressieve visuele aandoening/stoornis die al eerder is gediagnosticeerd. De aandoening wordt ernstiger, de visusfunctie gaat verder achteruit en/of;
-
- Belemmerende persoonlijke factoren en/of
-
- Veranderende omstandigheden in de fysieke of sociale omgeving.
- Regiebehandelaar: Functionaris die verantwoordelijk is voor (de samenhang/inhoud van de) behandeling. De prestaties worden uitgevoerd door een regiebehandelaar of worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar. Een regiebehandelaar ziet erop toe dat:
- –. de continuïteit en de samenhang van de zorgverlening aan de cliënt wordt bewaakt en waar nodig een aanpassing van de gezamenlijke behandeling in gang wordt gezet;
- –. er adequate informatie-uitwisseling en voldoende overleg is tussen bij de behandeling betrokken zorgverleners;
- –. er voor de cliënt of diens verwant(en) één aanspreekpunt is voor het tijdig beantwoorden van vragen over de behandeling.
- Revalidatie (visueel): Een handeling gericht op de gezondheidssituatie van mensen met een specifieke aandoening/functionele beperking. Doel is om hun welzijn te verbeteren. Dit wordt gedaan binnen een breed multidisciplinaire context. Binnen zg-visuele sector hebben we het over een visuele aandoening passend binnen de Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) richtlijnen.
- Systeemgerichte behandeling voor cliëntsysteem: Bij systeemgerichte behandeling wordt het cliëntsysteem meebehandeld met betrekking tot het psychisch en fysiek leren omgaan met en het opheffen of het compenseren van de beperking. Onder het cliëntsysteem vallen ouders/ verzorgenden, kinderen en volwassenen rondom de cliënt met een zintuiglijke beperking. Onder het cliëntsysteem valt niet de professionals die in hun bekostiging betaald worden voor hun kennis van en ervaring met de zg problematiek. Zij kunnen geen systeemgerichte behandeling ontvangen, tenzij er sprake is van cliëntspecifieke kennis over de ontwikkeling en het gedrag van de cliënt die wordt overgedragen.
- Verblijf: Er is sprake van verblijf als de cliënt ’s nachts in een instelling verblijft. Hierbij gaat het om verblijf dat geleverd wordt in combinatie met behandeling zintuiglijk gehandicapten en met een medische noodzaak.
- Visuele beperking: Visuele beperking zoals vastgesteld in de richtlijn visusstoornissen, revalidatie en verwijzing van het NOG. Er is sprake van een visuele beperking indien:
-
- een gezichtsscherpte van < 0.3 aan het beste oog en
-
- een gezichtsveld < 30 graden, of
-
- een gezichtsscherpte tussen 0.3 en 0.5 aan het beste oog met daaraan gerelateerde ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren. De diagnostiek van visuele beperkingen vindt plaats door middel van metingen met een hulpmiddel (bril of lenzen).
- Zorgprogramma (auditief/ communicatief): Het zorgprogramma, zoals opgesteld door SIAC (zie www.siac.nu/documenten) beschrijft de behandelaanpak bij een specifieke cliëntengroep. Deze beschrijving bestaat uit: Kenmerken en factoren van de cliënt en zijn omgeving, hulpvraag van de cliënt, focus op behandeldoelen en accent van de behandeling, aanpak om de hulpvraag van de cliënt te beantwoorden, leveringskenmerken en opbouw van zorgtraject.
- Zorgtraject: Een zorgtraject typeert het geheel van de door de zorgaanbieder geleverde zorg, vertaald naar prestaties, voortvloeiend uit de zorgvraag van de cliënt.
Artikel 2. Doel van de beleidsregel
Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen op het gebied van zintuiglijk gehandicaptenzorg.
Artikel 3. Reikwijdte
Deze beleidsregel is van toepassing op zintuiglijk gehandicaptenzorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Voor zover geen sprake is van zorg als omschreven in de vorige zin, is deze beleidsregel van toepassing op handelingen1Het betreft hier de handelingen bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2o, van de Wmg. of werkzaamheden2Het betreft hier de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, aanhef en eerste lid, onderdeel c, van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wmg. op het terrein van zintuiglijk gehandicaptenzorg, uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van personen, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) of door personen als bedoeld in artikel 34 van de Wet BIG.
Artikel 4. Prestaties zintuiglijk gehandicaptenzorg
De prestaties zijn onderverdeeld in:
- •. Zorg in verband met een visuele beperking (lid 1);
- •. Zorg in verband met een auditieve beperking, zorg in verband met doofblindheid, zorg in verband met een auditief communicatief en verstandelijke beperking, zorg in verband met een communicatieve beperking als gevolg van een taalontwikkelingsstoornis, (lid 2);
- •. Reistoeslag zorgverlener (lid 3);
- •. Onderlinge dienstverlening (lid 4).
Let op: bij het leveren van prestaties en het declareren van tarieven zintuiglijk gehandicaptenzorg, moet ook rekening gehouden worden met de Regeling zintuiglijk gehandicaptenzorg en de toelichting bij de beleidsregel.
Prestaties zorg in verband met een visuele beperking
| Code | Prestaties | Prestaties | Declarabele eenheid |
|---|---|---|---|
| V11 | Kind/ jeugd | Behandeling | Direct uur |
| V12 | Kind/ jeugd | Diagnostiek | Direct uur |
| V13 | Kind/ jeugd | Verdiepende diagnostiek | Direct uur |
| V14 | Kind/ jeugd | Uitgebreide behandeling | Direct uur |
| V21 | Volwassenen | Behandeling | Direct uur |
| V22 | Volwassenen | Diagnostiek | Direct uur |
| V23 | Volwassenen | Verdiepende diagnostiek | Direct uur |
| V24 | Volwassenen | Uitgebreide behandeling | Direct uur |
| V31 | Verblijf | Observatie met verblijf | Week |
| V32 | Verblijf | Intensieve behandeling met verblijf | Week |
| V33 | Verblijf | Verblijf in verband met behandeling voor kinderen, jeugdigen en jongvolwassenen t/m 25 jaar als medisch noodzakelijk onderdeel van de intensieve revalidatie | Dag |
| V41 | IVB | Intermitterende visuele behandeling | Direct uur |
| V51 | VEC | Visuele expert consultatie | Traject |
| V52 | VEC | Uitgebreide visuele expert consultatie | Traject |
| V60 | Reistoeslag (voor prestaties V11 t/m V41) | Reistoeslag (voor prestaties V11 t/m V41) | Contact |
V11 / V21 Behandeling
Beschrijving
Behandeling van cliënten waarvan het visueel functioneren bekend is en waarbij belemmerende en persoonlijke factoren géén rol spelen in de behandeling. Er wordt géén psychologische en/of psychosociale behandeling geleverd. De vragen doen zich over het algemeen voor ten gevolge van (kleine) wijzigingen in de omgeving van de cliënt danwel een verandering in de fase van ontwikkeling waarin de cliënt zich bevindt. Omdat het visueel functioneren bekend is, is er alleen diagnostiek nodig die gericht is op de hulpvraag binnen het betreffende ICF-domein.
Voorwaarden
- –. De V11 kan gedeclareerd worden bij cliënten t/m 17 jaar;
- –. De V21 kan gedeclareerd worden bij cliënten vanaf 18 jaar;
- –. Behandeling start met een intake, tenzij er een prestatie Diagnostiek (V12/V22) aan vooraf is gegaan;
- –. De visuele functies en de eventuele bijkomende problematiek en belemmerende factoren zijn bekend en hebben geen belemmerende invloed op het verloop van de behandeling;
- –. Er is sprake van directe tijd besteed aan behandeling en/of diagnostiek;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.