Regeling Leesbevordering Nederlands Letterenfonds

Type ZBO-regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,

gelet op artikel 10, lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

gelet op het Algemeen reglement Nederlands Letterenfonds.

Besluit:

De volgende Regeling Leesbevordering Nederlands Letterenfonds vast te stellen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Met deze regeling wil het Letterenfonds projecten op het gebied van leesbevordering stimuleren en ondersteunen die vanwege hun vernieuwend karakter of innovatief concept een aanvulling vormen op het bestaande aanbod. Ook wil het Letterenfonds de impact van die projecten onderzoeken.

Artikel 3. Activiteiten
1.

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd voor niet-commerciële projecten die zich richten op leesbevordering in het Koninkrijk.

2.

Projecten die zich enkel of grotendeels richten op technisch leren lezen, komen niet in aanmerking.

3.

Projecten zijn gericht op het Nederlands, Fries, NGT, Papiaments, Engels (uitsluitend voor de Cariben), maar ook taalvariëteiten zoals straattaal en streektaal komen voor subsidie in aanmerking, evenals vertalingen naar een of meer van bovenstaande talen of taalvariëteiten, en meertalige projecten (inclusief het Nederlands).

4.

Een project heeft een looptijd van maximaal 1 jaar en dient binnen een periode van maximaal 1,5 jaar na het moment van verlening van de subsidie te zijn afgerond.

5.

De te subsidiëren activiteiten vangen niet eerder aan dan de dag na de dag waarop de subsidie wordt verleend.

Artikel 4. Aanvrager
1.

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk met volledige rechtsbevoegdheid die leesbevorderende of literatuur-educatieve activiteiten produceert en/of uitvoert in het Koninkrijk.

2.

Scholen, universiteiten en gemeentes kunnen geen subsidie op grond van deze regeling aanvragen.

3.

Organisaties die in het jaar van aanvragen een meerjarige subsidie ontvangen van het Letterenfonds, kunnen geen subsidie op grond van deze regeling aanvragen in de eerste twee jaren van de beleidsperiode.

4.

Een aanvrager kan per subsidieronde maximaal één aanvraag indienen.

Artikel 5. Voorwaarden voor ondersteuning

Ten aanzien van de in de sector gangbare codes geldt in deze regeling dat:

Artikel 6. Weigeringsgronden

De subsidie wordt in ieder geval niet verleend indien:

Artikel 7. Aanvraagperiode
1.

Het bestuur behandelt de aanvragen in twee rondes per jaar, met uitzondering van 2025 waarin één aanvraagronde plaatsvindt.

2.

Voor de aanvraagronde in 2025 wordt de regeling opengesteld van 1 augustus 2025 tot en met 3 september 2025 17.00 uur.

3.

Het Letterenfonds publiceert de data van volgende aanvraagrondes in de volgende jaren op zijn website.

4.

Aanvragen die buiten de aanvraagperiode binnenkomen, of op dat moment niet compleet zijn, worden geweigerd.

Artikel 8. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 1.100.000 per jaar. Indien in enig jaar meerdere aanvraagrondes worden gehouden, wordt het subsidieplafond voor dat jaar gelijkelijk over deze aanvraagrondes verdeeld. Dit zijn deelsubsidieplafonds.

2.

Wijzigingen in de hoogte van een subsidieplafond of de verdeling over de aanvraagrondes, worden bekendgemaakt in de Staatscourant en op de website van het Letterenfonds.

Artikel 9. Aanvraag
1.

Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend via de website van het Nederlands Letterenfonds.

2.

Een aanvraag bestaat uit de volgende verplichte onderdelen:

3.

Bij samenwerking met andere organisaties is het indienen van een door beide partijen ondertekende intentieverklaring of samenwerkingsovereenkomst, waarin de samenwerking gedetailleerd wordt beschreven verplicht.

4.

In afwijking van het tweede lid mogen aanvragers voor projecten die betrekking hebben op de NGT, in plaats van een geschreven projectplan, een video-opname indienen.

5.

De aanvraag moet in het Nederlands of Engels zijn opgesteld.

6.

Aanvragen die op het uiterste moment van indiening niet compleet zijn, worden niet in behandeling genomen.

7.

Aanvragen kunnen, na een afwijzend besluit gebaseerd op een negatief oordeel op grond van de toets aan de beoordelingscriteria, genoemd in artikel 11, in een volgende ronde niet meer voor hetzelfde project opnieuw worden ingediend. Aanvragers die vanwege te weinig budget zijn afgewezen, mogen in een volgende ronde eenmalig voor hetzelfde project opnieuw aanvragen.

Artikel 10. Hoogte subsidiebedrag
1.

Het aan te vragen subsidiebedrag bedraagt minimaal € 25.000 en maximaal € 50.000.

2.

Maximaal € 500 van het toegekende subsidiebedrag is bestemd als bijdrage aan kosten voor deelname aan een door of namens het Letterenfonds te verrichten impactonderzoek als bedoeld in artikel 15, eerste lid.

3.

Aanvragers dienen minimaal 25% van de kosten van het project uit eigen middelen of op andere wijze te financieren.

4.

Als de aanvrager is gevestigd in de Cariben, of als een organisatie is gevestigd in Europees Nederland maar voor een project aanvraagt dat in de Cariben met een lokale samenwerkingspartner plaatsvindt, dan dient – in afwijking van het derde lid – de aanvrager minimaal 10% van de kosten van het project uit eigen middelen of op andere wijze te financieren.

5.

Als de aanvrager een bibliotheek, POI (Provinciale Ondersteuningsinstelling) of een landelijke ondersteuningsinstelling voor bibliotheken is, dan dient – in afwijking van het derde lid – de aanvrager minimaal 50% van de kosten van het project uit eigen middelen of op andere wijze te financieren. Indien een bibliotheek is gevestigd in de Cariben bedraagt dit percentage 10%.

Artikel 11. Beoordelingscriteria
1.

Alle aanvragen worden getoetst aan de volgende criteria:

Artikel 12. Adviezen
1.

Aanvragen die in aanmerking komen voor een inhoudelijke beoordeling worden voor advies voorgelegd aan een adviescommissie.

2.

De adviescommissie geeft per beoordelingscriterium als bedoeld in artikel 11 een inhoudelijk advies, met als conclusie het oordeel onvoldoende, zwak, voldoende, goed of zeer goed, en adviseert over het al dan niet toewijzen van de aanvragen en de subsidiehoogte.

Artikel 13. Verdeling budget
1.

Aanvragen die op één of meer onderdelen als onvoldoende of zwak zijn beoordeeld, worden op inhoudelijke gronden afgewezen.

2.

De overige aanvragen worden in een rangorde geplaatst. Daartoe worden de oordelen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, vertaald naar cijfers als bedoeld in onderstaande tabel.

Waardering Cijfer Toelichting
Zeer goed 4 Uitsluitend positief, er is ten hoogste één kritiekpunt.
Goed 3 Overwegend positief, maar met een aantal punten van kritiek.
Voldoende 2 Flinke punten van kritiek, maar de positieve elementen hebben de overhand.
Zwak 1 Matig, met meer kritiekpunten dan positieve punten.
Onvoldoende 0 Onder de maat, nauwelijks positieve elementen te benoemen.
3.

Voor de beoordelingscriteria als bedoeld in artikel 11 eerste lid onder a en b kan maximaal 8 punten per criterium worden behaald omdat deze criteria dubbel meewegen. Voor de beoordelingscriteria als bedoeld in artikel 11 eerste lid onder c en d kan maximaal 4 punten per criterium worden behaald.

4.

De subsidie wordt volgens deze rangorde toegekend, waarbij als eersten de hoogst geëindigde aanvraag van een aanvrager gevestigd inde Cariben voor een project in het Papiaments, de hoogst geëindigde aanvraag van een aanvrager gevestigd in de Cariben voor een project in het Engels en de hoogst geëindigde aanvraag op het gebied van de Nederlandse Gebarentaal (NGT) worden toegekend. Daarna wordt subsidie volgens de rangschikking toegekend, totdat het subsidieplafond is bereikt.

5.

In het geval een subsidie niet volledig verleend kan worden als gevolg van overschrijding van het subsidieplafond, vindt gedeeltelijke verlening plaats aan de eerstvolgende in de rangorde en ter hoogte van het nog beschikbare bedrag. Indien het resterende bedrag minder dan 50% van het aangevraagde bedrag bedraagt, wordt de aanvraag afgewezen en kan het bestuur besluiten het overgebleven bedrag van het subsidieplafond door te schuiven naar de eerstvolgende subsidieronde.

6.

In afwijking van het derde lid is bij het maken van een keuze tussen twee of meer aanvragen die gelijk zijn gerangschikt en niet allemaal kunnen worden gehonoreerd omdat dan het deelsubsidieplafond wordt overschreden, de beoordeling bij het criterium ‘Toegevoegde waarde van het project op het bestaande aanbod’ leidend. Ontstaat daarna nogmaals een gelijke rangschikking, dan is de beoordeling bij het criterium ‘Visie op leesbevordering’ bepalend. Ontstaat dan nogmaals een gelijke rangschikking, dan wordt de aanvraag gehonoreerd die het meest bijdraagt aan de geografische spreiding van gehonoreerde projecten over het gehele Koninkrijk. Ontstaat dan nogmaals een gelijke rangschikking, dan wordt door middel van loting bepaald welke aanvraag alsnog gehonoreerd wordt. Indien het resterende bedrag minder dan 50% van het aangevraagde bedrag bedraagt van de aanvrager die op grond van dit lid wordt gehonoreerd, wordt de aanvraag afgewezen en kan het bestuur besluiten het overgebleven bedrag van het subsidieplafond door te schuiven naar de eerstvolgende subsidieronde.

Artikel 14. Besluit

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 22 weken na de uiterste datum van indiening van de aanvraag, schriftelijk over zijn besluit.

Artikel 15. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger is verplicht om mee te werken aan een door of namens het Letterenfondsingesteld impactonderzoek.

2.

De subsidieontvanger meldt onverwijld aan het bestuur als:

3.

Het bestuur kan in de verleningsbeschikking aanvullende verplichtingen aan de subsidie verbinden.

4.

De subsidieontvanger vermeldt het Nederlands Letterenfonds als subsidiegever met het logo op de website van het project en alle promotie- en documentatiemateriaal, zoals folders, affiches en brochures van het project.

Artikel 16. Verlening, bevoorschotting en vaststelling subsidie
1.

Binnen acht weken na verlening wordt aan de aanvrager het voorschot betaald. De subsidieontvanger ontvangt als voorschot 100% van het toegekende subsidiebedrag.

2.

Een subsidieontvanger dient binnen drie maanden na afloop van het project een aanvraag tot vaststelling in. De aanvraag bevat een inhoudelijke verantwoording, voorzien van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten.

3.

De beschikking tot subsidievaststelling wordt door het bestuur gegeven binnen 22 weken na de aanvraag daarvan.

Artikel 17. Intrekkings- en wijzigingsgronden subsidieverlening

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.