Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2026
Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het toekennen van een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.
Op grond van artikel 56a, tweede lid, onder a en artikel 59, aanhef en onder e van de Wmg geeft de NZa op aanvraag toepassing aan artikel 56a, eerste tot en met negende lid, van de Wmg. Gelet op artikel 59, aanhef en onder e, van de Wmg, heeft de Minister van VWS, ten behoeve van de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist als bedoeld in artikel 1, tweede lid van deze beleidsregel, aanwijzingen aan de NZa gegeven op grond van artikel 7 van de Wmg. Deze aanwijzingen dateren van 17 september 2012 (kenmerk MC-U-3131142), 28 juni 2013 (kenmerk MC-125996-105636), 17 oktober 2013 (kenmerk 132010-106827-MC), 30 juni 2015 (kenmerk 776201-137544-MC) 6 juli 2016 (kenmerk 984591-152516-MC), 26 juni 2018 (kenmerk 1355023-177350-PZo), 6 juli 2020 (kenmerk 1713658-207569-PZo), 23 juni 2023 (kenmerk 3611583-1049617-PZo), 28 juni 2024 (kenmerk 3861777-1067529-PZo) en 30 juni 2025 (4141183-1084694-PZo).
Op de beschikbaarheidbijdrage zijn titel 4.2 (‘subsidies’) en 4.4 (‘bestuursrechtelijke geldschulden’) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG van toepassing. De beschikbaarheidbijdrage wordt beschikbaar gesteld uit het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en het Fonds langdurige zorg (Flz).
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
De (medische) vervolgopleidingen waarop deze beleidsregel van toepassing is, zijn te verdelen in twee categorieën:
- •. Vervolgopleidingen tot (medisch) specialist;
- •. Ziekenhuisopleidingen en/of Entrustable Professional Activities (EPA’s) en/of EPA-overstijgende leeractiviteiten (EOL) als genoemd in artikel 1.3 en/of 1.4.
De vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zijn:
- a. De 28 erkende medisch specialismen: anesthesiologie, cardiologie, cardio-thoracale chirurgie, dermatologie en venerologie, heelkunde, interne geneeskunde, keel-neus-oorheelkunde, kindergeneeskunde, klinische genetica, klinische geriatrie, longziekten en tuberculose, maag-darm-leverziekten, medische microbiologie, neurochirurgie, neurologie, obstetrie en gynaecologie, oogheelkunde, orthopedie, pathologie, plastische chirurgie, psychiatrie, radiologie, radiotherapie, reumatologie, revalidatiegeneeskunde, SEH-arts, sportgeneeskunde en urologie;
- b. De technische zorg specialismen: klinische chemie, klinische fysica en ziekenhuisfarmacie;
- c. De tandheelkundige specialismen: orthodontie en kaakchirurgie;
- d. De overige specialismen: arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts, specialist ouderengeneeskunde en verslavingsarts;
- e. Gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut;
- f. Klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog;
- g. Verpleegkundig specialist in de ggz.
De vervolgopleidingen tot gespecialiseerd verpleegkundige en medisch ondersteunend personeel zijn:
- a. Deskundige infectiepreventie, gipsverbandmeester en gespecialiseerd verpleegkundigen, te weten: IC-verpleegkundige, IC-neonatologieverpleegkundige, IC-kinderverpleegkundige, kinderverpleegkundige, dialyseverpleegkundige, oncologieverpleegkundige1Hieronder valt ook de vervolgopleiding tot kinderoncologieverpleegkundige., SEH-verpleegkundige en obstetrie-verpleegkundige;
- b. Operatieassistent, anesthesiemedewerker, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch laborant en klinisch perfusionist.
- c. cardiaccareverpleegkundige, mediumcareverpleegkundige, recoveryverpleegkundige, highcare-neonatologieverpleegkundige, highcare-kinderverpleegkundige, dialyse assistent, geriatrieverpleegkundige, neuroverpleegkundige, endoscopieverpleegkundige, medewerker operatieve zorg, sedatiepraktijkspecialist, medewerker interventiecardiologie.
Eén EPA of EOL is een leereenheid (module) van flexibele ziekenhuisopleidingen.
Functie-overstijgende modules:
AZ-FO-1 (BAZ), AZ-FO-2 (BAZ), AZ-FO-3 (BAZ), AZ-FO-4 (BAZ), AZ-FO-5, AZ-FO-6, AZ-FO-7, AZ-FO-8, AZ-FO-9, AZ-FO-10, AZ-FO-11, AZ-FO-12, AZ-FO-13
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
- •. -Cardiaccareverpleegkundige: AZ-CCU-1, AZ-CCU-2, AZ-CCU-3, AZ-CCU-4, AZ-CCU-5, AZ-CCU-6, AZ-CCU-EOL-1
- •. -Intensivecareverpleegkundige: AZ-IC-1, AZ-IC-2, AZ-IC-3, AZ-IC-4, AZ-IC-5, AZ-IC-6, AZ-IC-EOL-1
- •. -Mediumcareverpleegkundige: AZ-MC-1, AZ-MC-EOL-1
- •. -Recoveryverpleegkundige: AZ-REC-1, AZ-REC-2, AZ-REC-3, AZ-REC-4, AZ-REC-5, AZ-REC-6, AZ-REC-EOL-1
- •. -Spoedeisendehulpverpleegkundige: AZ-SEH-1, AZ-SEH-2, AZ-SEH-3, AZ-SEH-4, AZ-SEH-5, AZ-SEH-EOL-1
Functie-overstijgende modules:
MK-FO-1, MK-FO-2, MK-FO-3, MK-FO-4
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
- •. -Highcare-kinderverpleegkundige: MK-HC-IC-K-1, MK-HC-IC-K-2, MK-HC-IC-K-3, MK-HC-K-EOL-1
- •. -Highcare-neonatologieverpleegkundige: MK-HC-IC-N-1, MK-HC-IC-N-2, MK-HC-IC-N-3, MK-HC-N-EOL-1
- •. -Intensivecare-kinderverpleegkundige: MK-IC-K-1, MK-IC-K-2, MK-HC-IC-K-1, MK-HC-IC-K-2, MK-HC-IC-K-3, MK-IC-K-EOL-1
- •. -Intensivecare-neonatologieverpleegkundige: MK-IC-N-1, MK-IC-N-2, MK-HC-IC-N-1, MK-HC-IC-N-2, MK-HC-IC-N-3, MK-IC-N-EOL-1
- •. -Kinderverpleegkundige: MK-KIN-1, MK-KIN-2, MK-KIN-3, MK-KIN-4, MK-KIN-5, MK-KIN-6, MK-KIN-EOL-1
- •. -Obstetrieverpleegkundige: MK-OBS-1, MK-OBS-2, MK-OBS-3, MK-OBS-4, MK-OBS-5, MK-OBS-6, MK-OBS-7, MK-OBS-8, MK-OBS-EOL-1
Functie-overstijgende modules:
LZ-FO-1, LZ-FO-2, LZ-FO-3, LZ-FO-4, LZ-FO-5, LZ-FO-6
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
- •. -Geriatrieverpleegkundige: LZ-GER-1, LZ-GER-2, LZ-GER-3, LZ-GER-EOL-1
- •. -Neuroverpleegkundige: LZ-NEU-1, LZ-NEU-2, LZ-NEU-3, LZ-NEU-EOL-1
- •. -Oncologieverpleegkundige: LZ-ONCO-1, LZ-ONCO-EOL-1
Hieronder valt ook de opleiding tot kinderoncologieverpleegkundige uit het cluster moeder en kind: MK-KO-1, MK-KO-EOL-1
- •. -Endoscopieverpleegkundige: LZ-END-1, LZ-END-2, LZ-END-3, LZ-END-4, LZ-END-5, LZ-END-6, LZ-END-EOL-1
- •. -Dialyseverpleegkundige: LZ-DIA-1, LZ-DIA-2, LZ-DIA-3, LZ-DIA-4, LZ-DIA-5, LZ-DIA-6, LZ-DIA-7, LZ-DIA-8, LZ-DIA-EOL-1
- •. -Dialyse-assistent: LZ-DIA-1, LZ-DIAA-EOL-1
Functie-overstijgende modules:
MO-FO-1, MO-FO-2
Kern modules en specifieke modules per opleiding:
- •. Medewerker operatieve zorg: MO-MOZ-1, MO-MOZ-2, MO-MOZ-3, MO-OA-MOZ-1, MO-OA-MOZ-2, MO-OA-MOZ-3, MO-OA-MOZ-4, MO-OA-MOZ-5, MO-OA-MOZ-6, MO-OA-MOZ-7, MO-OA-MOZ-8, MO-MOZ-EOL-1
- •. Operatieassistent: MO-OA-MOZ-1, MO-OA-MOZ-2, MO-OA-MOZ-3, MO-OA-MOZ-4, MO-OA-MOZ-5, MO-OA-MOZ-6, MO-OA-MOZ-7, MO-OA-MOZ-8, MO-OA-1, MO-OA-2, MO-OA-3, MO-OA-4, MO-OA-5, MO-OA-6, MO-OA-7, MO-OA-8, MO-OA-9, MO-OA-10, MO-OA-11, MO-OA-12, MO-OA-EOL-1
- •. Anesthesiemedewerker: MO-AM-1, MO-AM-2, MO-AM-3, MO-AM-4, MO-AM-5, MO-AM-6, MO-AM-7, MO-AM-8, MO-AM-9, MO-AM-10, MO-AM-11, MO-AM-12, MO-AM-13, MO-AM-14, MO-AM-15, MO-AM-16, MO-AM-17, MO-AM-18, MO-AM-19, MO-AM 20, MO-AM-21, MO-AM-22, MO-AM-23, MO-AM-24, MO-AM-25, MO-AM-26, MO-AM-27, MO-AM-28, MO-AM-29, MO-AM-30, MO-AM-31, MO-AM-32, MO-AM-33, MO-AM-EOL-1
- •. Sedatiepraktijkspecialist: MO-SPS-1, MO-SPS-2, MO-SPS-3, MO-SPS-4, MO-SPS-5, MO-SPS-6, MO-SPS-EOL-1
- •. Radiodiagnostisch laborant: MO-RDL-1, MO-RDL-2, MO-RDL-3, MO-RDL-4, MO-RDL-5, MO-RDL-6, MO-RDL-7, MO-RDL-8, MO-RDL-9, MO-RDL-10, MO-RDL-11, MO-RDL-12, MO-RDL-13, MO-RDL-EOL-1, MO-RDL-EOL-SH
- •. Radiotherapeutisch laborant: MO-RTL-1, MO-RTL-2, MO-RTL-3, MO-RTL-4, MO-RTL-5, MO-RTL-6, MO-RTL-7, MO-RTL-8, MO-RTL-9, MO-RTL-10, MO-RTL-EOL-1, MO-RTL-EOL-SH
- •. Gipsverbandmeester: MO-GVM-1, MO-GVM-2, MO-GVM-3, MO-GVM-4, MO-GVM-5, MO-GVM-6, MO-GVM-7, MO-GVM-8, MO-GVM-EOL-1
- •. Deskundige infectiepreventie: MO-DI-1, MO-DI-2, MO-DI-3, MO-DI-4, MO-DI-5, MO-DI-6, MO-DI-EOL-1
- •. Medewerker Interventiecardiologie: MO-MIC-1, MO-MIC-2, MO-MIC-3, MO-MIC-4, MO-MIC-5, MO-MIC-6, MO-MIC-7, MO-MIC-8, MO-MIC-9, MO-MIC- 10, MO-MIC-11, MO-MIC-12, MO-MIC-EOL-1
- •. Klinisch perfusionist: MO-KP-1, MO-KP-2, MO-KP-3, MO-KP-4, MO-KP-5, MO-KP-6, MO-KP-7, MO-KP-EOL-1, MO-KP-EOL-SC
De zorgaanbieder die zorg levert als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) en door de daartoe bevoegde instantie is erkend voor het verzorgen van een (deel van een) (medische) vervolgopleiding. Voor de opleidingen als genoemd in artikel 1.2, sub e wordt met de opleidende zorgaanbieder (praktijkopleidingsinstelling) bedoeld een zorgaanbieder die een samenwerkingsovereenkomst heeft met een door de Minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) aangewezen opleidingsinstelling.
De instelling die het cursorisch gedeelte verzorgt van de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut of een van hun specialismen en die als zodanig door de Minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) is aangewezen of als zodanig door de CRT is erkend.
Bijdrage als bedoeld in artikel 56a Wmg.
Een opleidingsplaats die in aanmerking komt voor een subsidie.
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Full time equivalent (voltijdse plaats).
Het startmoment van de opleiding is dat moment waarop de (medisch) specialist in opleiding met zijn opleiding begint.
Jaar t is het lopende subsidiejaar waarin de opleiding plaatsvindt.
Het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa omschrijft de uniforme
procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verstrekking van alle beschikbaarheidbijdragen door de NZa. Dit kader is ook van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage voor de (medische) vervolgopleidingen. In enkele gevallen geldt een uitzondering op de uniforme procedure. Deze uitzondering staat dan omschreven in deze beleidsregel.
Artikel 1.14 tot en met 1.25 beschrijven de begripsbepalingen die van toepassing zijn op de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zoals genoemd in artikel 1.2.
- a. Om de opleidingen longziekten en tuberculose, maag-, darm- en leverziekten, cardiologie, klinische geriatrie of reumatologie te mogen volgen, dient de (medisch) specialist in opleiding tevens de vooropleiding interne geneeskunde te volgen.
- b. Om de opleidingen orthopedie, urologie en plastische chirurgie te mogen volgen, dient de (medisch) specialist in opleiding tevens de vooropleiding heelkunde te volgen.
Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:
- a. In het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist begint op een subsidiabele opleidingsplaats, of;
- b. Voorafgaand aan het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een niet-subsidiabele opleidingsplaats, maar in jaar t alsnog op een subsidiabele instroomplaats de opleiding vervolgt.
Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:
- a. In een eerder jaar met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een subsidiabele instroomplaats of;
- b. In het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een subsidiabele instroomplaats en om inhoudelijke redenen in jaar t doorstroomt naar een andere opleidende zorgaanbieder.
Het kalenderjaar (jaar t) waarin de (medisch) specialist in opleiding start met de opleiding op een subsidiabele opleidingsplaats.
Een boventallige (medisch) specialist in opleiding is iemand die wordt opgeleid voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden. Deze (medisch) specialist in opleiding is niet subsidiabel en de zorgaanbieder kan voor deze (medisch) specialist in opleiding geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.
De registratiecommissies voor (medische) specialismen zijn:
- a. Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG);
- b. Stichting Opleiding Klinisch Fysicus (OKF);
- c. Specialisten Registratiecommissie (SRC-ZF) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP);
- d. Registratiecommissie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC);
- e. Registratiecommissie Tandheelkundig Specialismen (RTS) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT);
- f. Commissie Registratie en Toezicht (CRT) van de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten (FGzPt);
- g. Registratiecommissie Specialismen Verpleegkunde (RSV) van de Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN).
De instituten die erkenningen afgeven aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 zijn:
- a. De RGS van de KNMG geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub a en d.
- b. De Stichting OKF geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, klinische fysica.
- c. De SRC-ZF van de KNMP geeft erkenningen af aan de opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, ziekenhuisfarmacie.
- d. De Registratiecommissie van de NVKC geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, klinische chemie.
- e. De RTS van de KNMT geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub c.
- a. De CRT van de FGzPt geeft erkenningen af aan de opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub f.
- b. De RSV van V&VN geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub g.
Voor enkele opleidingen geldt dat de (medisch) specialist in opleiding niet in dienst is bij een opleidende zorgaanbieder, maar bij een stichting die verantwoordelijk is voor het gehele proces van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van de opleiding. Deze wordt in deze beleidsregel beschouwd als opleidende zorgaanbieder en is verantwoordelijk voor het gehele proces van aanvragen van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van deze opleidingen.
Deze stichtingen zijn:
- a. SBOH. SBOH is de werkgever van huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, artsen voor verstandelijk gehandicapten en verslavingsartsen in opleiding.
- b. De Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts (SBOS). De SBOS is de werkgever van sportartsen in opleiding.
Overzicht uit het opleidingsregister van de per opleiding tot (medisch) specialist gerealiseerde opleidingsplaatsen per opleidende zorgaanbieder, uitgesplitst naar instroomplaatsen (medisch) specialist en doorstroomplaatsen (medisch) specialist.
Het aantal uren dat de (medisch) specialist in opleiding feitelijk heeft besteed aan zijn opleiding. Hierbij gaan wij uit van de berekening zoals genoemd in artikel 4.3.
Overzicht met de aan individuele zorgaanbieders door de NZa toegekende instroomplaatsen en bijbehorende fte per opleiding voor het jaar t, te vinden in de bijlage bij de verleningsbeschikking.
Natuurlijk persoon die vóór 1 januari 2025 is gestart met een ziekenhuisopleiding als genoemd in artikel 1.3 sub a en b en met goed gevolg een volledige ziekenhuisopleiding heeft voltooid bij een erkende opleidende zorgaanbieder en een diploma heeft van het CZO. Dit betreft alle ziekenhuisopleidingen.
Het College Zorgopleidingen (CZO) is de stichting die verantwoordelijk is voor het toekennen van erkenningen aan opleidingen en zorgaanbieders waarmee men een CZO-erkende opleiding kan aanbieden. Daarnaast registreert het CZO opleidelingen in een CZO-opleiding om vervolgens geregistreerd te worden als gecertificeerde of gediplomeerde.
Het CZO geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3 en/of losse EPA’s/EOL als genoemd in artikel 1.4.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.