Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2026

Type ZBO-regeling
Publication 2026-01-03
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het toekennen van een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

Op grond van artikel 56a, tweede lid, onder a en artikel 59, aanhef en onder e van de Wmg geeft de NZa op aanvraag toepassing aan artikel 56a, eerste tot en met negende lid, van de Wmg. Gelet op artikel 59, aanhef en onder e, van de Wmg, heeft de Minister van VWS, ten behoeve van de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist als bedoeld in artikel 1, tweede lid van deze beleidsregel, aanwijzingen aan de NZa gegeven op grond van artikel 7 van de Wmg. Deze aanwijzingen dateren van 17 september 2012 (kenmerk MC-U-3131142), 28 juni 2013 (kenmerk MC-125996-105636), 17 oktober 2013 (kenmerk 132010-106827-MC), 30 juni 2015 (kenmerk 776201-137544-MC) 6 juli 2016 (kenmerk 984591-152516-MC), 26 juni 2018 (kenmerk 1355023-177350-PZo), 6 juli 2020 (kenmerk 1713658-207569-PZo), 23 juni 2023 (kenmerk 3611583-1049617-PZo), 28 juni 2024 (kenmerk 3861777-1067529-PZo) en 30 juni 2025 (4141183-1084694-PZo).

Op de beschikbaarheidbijdrage zijn titel 4.2 (‘subsidies’) en 4.4 (‘bestuursrechtelijke geldschulden’) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG van toepassing. De beschikbaarheidbijdrage wordt beschikbaar gesteld uit het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en het Fonds langdurige zorg (Flz).

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

De (medische) vervolgopleidingen waarop deze beleidsregel van toepassing is, zijn te verdelen in twee categorieën:

De vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zijn:

De vervolgopleidingen tot gespecialiseerd verpleegkundige en medisch ondersteunend personeel zijn:

Eén EPA of EOL is een leereenheid (module) van flexibele ziekenhuisopleidingen.

Functie-overstijgende modules:

AZ-FO-1 (BAZ), AZ-FO-2 (BAZ), AZ-FO-3 (BAZ), AZ-FO-4 (BAZ), AZ-FO-5, AZ-FO-6, AZ-FO-7, AZ-FO-8, AZ-FO-9, AZ-FO-10, AZ-FO-11, AZ-FO-12, AZ-FO-13

Kern modules en specifieke modules per opleiding:

Functie-overstijgende modules:

MK-FO-1, MK-FO-2, MK-FO-3, MK-FO-4

Kern modules en specifieke modules per opleiding:

Functie-overstijgende modules:

LZ-FO-1, LZ-FO-2, LZ-FO-3, LZ-FO-4, LZ-FO-5, LZ-FO-6

Kern modules en specifieke modules per opleiding:

Hieronder valt ook de opleiding tot kinderoncologieverpleegkundige uit het cluster moeder en kind: MK-KO-1, MK-KO-EOL-1

Functie-overstijgende modules:

MO-FO-1, MO-FO-2

Kern modules en specifieke modules per opleiding:

De zorgaanbieder die zorg levert als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) en door de daartoe bevoegde instantie is erkend voor het verzorgen van een (deel van een) (medische) vervolgopleiding. Voor de opleidingen als genoemd in artikel 1.2, sub e wordt met de opleidende zorgaanbieder (praktijkopleidingsinstelling) bedoeld een zorgaanbieder die een samenwerkingsovereenkomst heeft met een door de Minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) aangewezen opleidingsinstelling.

De instelling die het cursorisch gedeelte verzorgt van de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut of een van hun specialismen en die als zodanig door de Minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) is aangewezen of als zodanig door de CRT is erkend.

Bijdrage als bedoeld in artikel 56a Wmg.

Een opleidingsplaats die in aanmerking komt voor een subsidie.

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Full time equivalent (voltijdse plaats).

Het startmoment van de opleiding is dat moment waarop de (medisch) specialist in opleiding met zijn opleiding begint.

Jaar t is het lopende subsidiejaar waarin de opleiding plaatsvindt.

Het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa omschrijft de uniforme

procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verstrekking van alle beschikbaarheidbijdragen door de NZa. Dit kader is ook van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage voor de (medische) vervolgopleidingen. In enkele gevallen geldt een uitzondering op de uniforme procedure. Deze uitzondering staat dan omschreven in deze beleidsregel.

Artikel 1.14 tot en met 1.25 beschrijven de begripsbepalingen die van toepassing zijn op de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zoals genoemd in artikel 1.2.

Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:

Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:

Het kalenderjaar (jaar t) waarin de (medisch) specialist in opleiding start met de opleiding op een subsidiabele opleidingsplaats.

Een boventallige (medisch) specialist in opleiding is iemand die wordt opgeleid voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden. Deze (medisch) specialist in opleiding is niet subsidiabel en de zorgaanbieder kan voor deze (medisch) specialist in opleiding geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.

De registratiecommissies voor (medische) specialismen zijn:

De instituten die erkenningen afgeven aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 zijn:

Voor enkele opleidingen geldt dat de (medisch) specialist in opleiding niet in dienst is bij een opleidende zorgaanbieder, maar bij een stichting die verantwoordelijk is voor het gehele proces van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van de opleiding. Deze wordt in deze beleidsregel beschouwd als opleidende zorgaanbieder en is verantwoordelijk voor het gehele proces van aanvragen van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van deze opleidingen.

Deze stichtingen zijn:

Overzicht uit het opleidingsregister van de per opleiding tot (medisch) specialist gerealiseerde opleidingsplaatsen per opleidende zorgaanbieder, uitgesplitst naar instroomplaatsen (medisch) specialist en doorstroomplaatsen (medisch) specialist.

Het aantal uren dat de (medisch) specialist in opleiding feitelijk heeft besteed aan zijn opleiding. Hierbij gaan wij uit van de berekening zoals genoemd in artikel 4.3.

Overzicht met de aan individuele zorgaanbieders door de NZa toegekende instroomplaatsen en bijbehorende fte per opleiding voor het jaar t, te vinden in de bijlage bij de verleningsbeschikking.

Natuurlijk persoon die vóór 1 januari 2025 is gestart met een ziekenhuisopleiding als genoemd in artikel 1.3 sub a en b en met goed gevolg een volledige ziekenhuisopleiding heeft voltooid bij een erkende opleidende zorgaanbieder en een diploma heeft van het CZO. Dit betreft alle ziekenhuisopleidingen.

Het College Zorgopleidingen (CZO) is de stichting die verantwoordelijk is voor het toekennen van erkenningen aan opleidingen en zorgaanbieders waarmee men een CZO-erkende opleiding kan aanbieden. Daarnaast registreert het CZO opleidelingen in een CZO-opleiding om vervolgens geregistreerd te worden als gecertificeerde of gediplomeerde.

Het CZO geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3 en/of losse EPA’s/EOL als genoemd in artikel 1.4.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.