Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 augustus 2025, nr 2025-0000177863, houdende verlening mandaat, volmacht en machtiging aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs ten aanzien van de aangelegenheden die inburgering betreffen
Gelet op de artikelen 10:3 en 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht,
Handelende met instemming van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gezien de schriftelijke instemming van de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs van 1 augustus 2025.
Besluit:
Artikel 1
Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de volgende bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de inburgering in Nederland:
- a. het afgeven van een kennisgeving aan de inburgeringsplichtige van de in artikel 3 van de Wet inburgering 2021 bedoelde inburgeringsplicht en het afgeven van een kennisgeving aan de inburgeringsplichtige van de in artikel 11 van de Wet inburgering 2021 bedoelde inburgeringstermijn;
- b. het verlenen van een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en artikel 7, derde lid, van de Wet inburgering 2021;
- c. het innen van het in artikel 2.3, derde lid, van de Regeling inburgering 2021 vermelde bedrag voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot vrijstelling;
- d. het aanwijzen van een onafhankelijke arts, die een deskundigenverklaring afgeeft over ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke beperking, als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit inburgering 2021;
- e. het verlenen van een gehele of gedeeltelijke ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke beperking, als bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit inburgering 2021;
- f. het innen en het terugbetalen van het bedrag dat verschuldigd is voor het onderzoek ten behoeve van het opstellen van een deskundigenverklaring, als bedoeld in artikel 2.7 van de Regeling inburgering 2021;
- g. het verlenen van een gehele ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van bijzondere individuele omstandigheden, als bedoeld in artikel 2.8 van het Besluit inburgering 2021;
- h. het afnemen van het inburgeringsexamen, als bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van het Besluit inburgering 2021;
- i. het schriftelijk bevestigen van de aanmelding van degene die wenst te worden toegelaten tot de examens, als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, van het Besluit inburgering 2021;
- j. het besluiten tot en het uitvoeren van het onder aangepaste omstandigheden afnemen van de examens, als bedoeld in artikel 2.7, vierde lid, en artikel 3.9, eerste lid, van het Besluit inburgering 2021;
- k. het beheren van een geautomatiseerd systeem voor het afleggen en beoordelen van de examens, als bedoeld in artikel 3.7, eerste en derde lid, en artikel 3.8, eerste, tweede en vierde lid, van de Regeling inburgering 2021;
- l. het aanwijzen van beoordelaars van examenonderdelen, als bedoeld in artikel 3.8, tweede en derde lid, van de Regeling inburgering 2021;
- m. het innen van het in artikel 3.4 van de Regeling inburgering 2021 vermelde examengeld;
- n. het ongeldig verklaren van het examen, het bepalen dat het examen(onderdeel) opnieuw moet worden afgelegd en het intrekken van het inburgeringsdiploma, als bedoeld in artikel 3.10 van het Besluit inburgering 2021;
- o. het vaststellen van een examenreglement, als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de Regeling inburgering 2021;
- p. het ondertekenen en verstrekken van het inburgeringsdiploma, het inburgeringscertificaat en duplicaten daarvan, als bedoeld in de artikelen 3.15, tweede, derde en vierde lid, en 3.16, tweede, derde en vierde lid, van het Besluit inburgering 2021;
- q. het verlengen van de inburgeringstermijn als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet inburgering 2021;
- r. het vaststellen, verstrekken en uitbetalen van een lening, als bedoeld in de artikelen 6.2, 6.3 en 6.5 van het Besluit inburgering 2021;
- s. het vaststellen van een rentepercentage, als bedoeld in artikel 6.6 van het Besluit inburgering 2021;
- t. het vaststellen van het termijnbedrag en de terugbetalingsperiode, als bedoeld in artikel 6.9 van het Besluit inburgering 2021 en het innen van het termijnbedrag;
- u. het vaststellen van de draagkracht, als bedoeld in artikel 6.12 van het Besluit inburgering 2021;
- v. het invorderen bij dwangbevel van het terug te betalen bedrag, als bedoeld in artikel 21, vierde lid, van de Wet inburgering 2021;
- w. het opleggen van een bestuurlijke boete en het stellen van een nieuwe termijn, als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Wet inburgering 2021;
- x. het beheren en verwerken van gegevens, als bedoeld in de artikelen 9.1, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 9.2, tweede, vijfde en zesde lid, 9.3, tweede en derde lid, 9.4, tweede lid, 9.5, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 9.6, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, 9.7, 9.8 en 9.9 van het Besluit inburgering 2021;
- y. het verstrekken van gegevens ten behoeve van statistiek, monitoring en evaluatie als bedoeld in artikel 9.1, tweede lid, van de Regeling inburgering 2021.
Artikel 2
Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de volgende bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de inburgering in het buitenland:
- a. het registreren en verwerken van kandidaat-, referent-, aanmeld-, betaal- en examengegevens, nodig voor het afnemen van het in artikel 3.98a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 bedoelde Basisexamen inburgering;
- b. het beheren van het examenafnamesysteem, als bedoeld in artikel 3.98c, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
- c. het (her)beoordelen van de examenresultaten, als bedoeld in artikel 3.98c, derde lid, en artikel 3.98d, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
- d. het aanwijzen van de in artikel 3.98c, derde lid en vierde lid, en artikel 3.98d, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 bedoelde beoordelaars en examinatoren;
- e. het ongeldig verklaren van de uitslag van het Basisexamen inburgering, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Examenreglement basisexamen inburgering;
- f. het innen en zo nodig restitueren van het examengeld, als bedoeld in artikel 3.12 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
Artikel 3
In dit artikel wordt verstaan onder:
- a. Wet inburgering: Wet inburgering zoals die gold op 31 december 2012;
- b. Besluit inburgering: Besluit inburgering zoals dat gold op 31 december 2012;
Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de inburgering in Nederland:
- a. het uitreiken van het inburgeringsdiploma, als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering;
- b. het verstrekken van leningen en het innen van schulden uit verstrekte leningen, bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de Wet inburgering, en het kwijtschelden van schulden, als bedoeld in artikel 4.13 van het Besluit inburgering;
- c. het beheren van het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 47 van de Wet inburgering, en het verwerken van gegevens in het Informatiesysteem Inburgering, als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit inburgering;
- d. het verstrekken van gegevens uit het Informatiesysteem inburgering, als bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de Wet inburgering.
Artikel 4
In dit artikel wordt verstaan onder:
- a. Wet inburgering: Wet inburgering zoals die gold op 31 december 2021;
- b. Besluit inburgering: Besluit inburgering zoals dat gold op 31 december 2021;
- c. Regeling inburgering: Regeling inburgering zoals die gold op 31 december 2021.
Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de volgende bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met de inburgering in Nederland:
- a. het verlenen van een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van een diploma, certificaat of ander document, als bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4 van het Besluit inburgering;
- b. het verlenen van een gehele vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van het met goed gevolg afleggen van een toets, als bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit inburgering;
- c. het aanwijzen van een onafhankelijke arts, die een deskundigenverklaring afgeeft over ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering;
- d. het verlenen van een gehele ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, als bedoeld in artikel 2.8 van het Besluit inburgering;
- e. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die aantoonbaar voldoende is ingeburgerd, als bedoeld in artikel 2.8a van het Besluit inburgering;
- f. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die zich aantoonbaar heeft ingespannen om aan de inburgeringsplicht te voldoen, als bedoeld in artikel 2.8b van het Besluit inburgering;
- g. het verlengen van de inburgeringstermijn, als bedoeld in artikel 2.11 of artikel 2.12 van het Besluit inburgering;
- h. het stellen van een nieuwe inburgeringstermijn, als bedoeld in artikel 32 van de Wet inburgering;
- i. het verstrekken van leningen en het innen van schulden uit verstrekte leningen, als bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de Wet inburgering;
- j. het vaststellen van de hoogte van de draagkracht, als bedoeld in artikel 4.9 van het Besluit inburgering;
- k. het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van schulden, als bedoeld in artikel 4.13 van het Besluit inburgering;
- l. het opleggen van een bestuurlijke boete, als bedoeld in de artikelen 28, 30, 31 of 33 van de Wet inburgering;
- m. het beheren van het Informatiesysteem Inburgering, als bedoeld in artikel 47 van de Wet inburgering;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.