Statuten Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2025
Begripsbepalingen.
Artikel 1
In de statuten wordt verstaan onder:
- a. stichting: Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;
- b. bestuur: het bestuur van de stichting;
- c. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- d. raad van toezicht: de raad van toezicht van de stichting;
- e. schriftelijk: bij brief of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen.
Naam en zetel.
Artikel 2
- 2.1. De stichting draagt de naam: Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.
- 2.2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Utrecht.
Doel en middelen.
Artikel 3
- 3.1. De stichting heeft ten doel het stimuleren van cultuurparticipatie, opdat iedereen in Nederland, te beginnen bij jongeren, actief in aanraking komt met ten minste een cultuurdiscipline.
- 3.2. De stichting richt zich op het ontwikkelen, stimuleren, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden of bevorderen van uitingen op het gebied van cultuureducatie en cultuurparticipatie.
- 3.3. De stichting tracht dit doel te bereiken door het verstrekken van bijdragen ten behoeve van onderzoek, studie, presentaties, uitvoering of anderszins aan individuen, instellingen, gemeenten en/of provincies op het gebied van cultuureducatie en/of cultuurparticipatie.
- 3.4. De stichting beoogt niet het maken van winst met het totaal van haar activiteiten die erop gericht zijn om haar doelstelling te verwezenlijken of te bevorderen.
- 3.5. De stichting zal alle op de stichting van toepassing zijnde governance codes en gedragscodes toepassen.
Vermogen.
Artikel 4
- 4.1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:
- a. subsidies;
- b. bijdragen van instellingen en particulieren;
- c. hetgeen wordt verkregen door erfstellingen en legaten, met dien verstande dat erfstellingen niet anders kunnen worden aanvaard dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving;
- d. andere baten.
- 4.2. De stichting houdt niet meer vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van haar doelstelling.
- 4.3. Onder vermogen dat nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.2 wordt begrepen:
- a. vermogen of bestanddelen daarvan die krachtens uiterste wilsbeschikking of schenking door de stichting zijn verkregen, en die op grond van aan die uiterste wilsbeschikking of schenking verbonden voorwaarden, al dan niet in reële termen, in stand moeten worden gehouden;
- b. vermogensbestanddelen voor zover de instandhouding daarvan voortvloeit uit de doelstelling van de stichting, en
- c. activa en voor de voorziene aanschaf van activa aangehouden vermogensbestanddelen, voor zover de stichting die activa redelijkerwijs nodig heeft ten behoeve van haar doelstelling.
- 4.4. De stichting mag ter financiering van haar doelstelling werkzaamheden verrichten of diensten verlenen tegen commerciële tarieven met het oogmerk hiermee, ter financiering van de activiteiten die erop gericht zijn om haar doelstelling te verwezenlijken of te bevorderen, een positief resultaat te behalen.
Bestuur: samenstelling, benoeming en defungeren.
Artikel 5
- 5.1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal van ten minste één en ten hoogste drie natuurlijke personen. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
- 5.2. De raad van toezicht stelt in overleg met de minister een profielschets op voor de omvang en samenstelling van het bestuur, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de bestuurders.
- 5.3. De functie van bestuurder is onverenigbaar met de functie van directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van de raad van toezicht van instellingen op het gebied van cultuureducatie of cultuurparticipatie, met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden.
- 5.4. De bestuurders worden benoemd, geschorst en ontslagen door de minister. De raad van toezicht is bevoegd een niet-bindende voordracht te doen voor benoeming van bestuurders.
- 5.5. Bestuurders worden benoemd voor de tijd van ten hoogste vijf jaren; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk doch ten hoogste eenmaal herbenoembaar.
- 5.6. Een bestuurder defungeert:
- a. door zijn overlijden;
- b. doordat hij failliet wordt verklaard of wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
- c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
- d. door zijn aftreden;
- e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
- f. door zijn ontslag, verleend door de minister;
- g. door het aanvaarden van een benoeming tot lid van de raad van toezicht;
- h. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling op het gebied van cultuurparticipatie of cultuureducatie, voor welke benoeming door de raad van toezicht geen ontheffing is verleend.
- 5.7. De raad van toezicht stelt de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van de bestuurders vast.
Bestuur: taak en bevoegdheden.
Artikel 6
- 6.1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Tot zijn taken behoort onder meer het vaststellen van een actueel beleidsplan, dat inzicht geeft in de door de stichting te verrichten werkzaamheden ter verwezenlijking van haar doelstelling, de wijze van werving van inkomsten, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan. Het bestuur zorgt er voor dat de beheerkosten van de stichting in redelijke verhouding staan tot de bestedingen ten behoeve van haar doelstelling.
- 6.2. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.
- 6.3. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen. De in de vorige volzin omschreven besluiten zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 10.
- 6.4. Bestuurders doen aan de raad van toezicht opgave van hun nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Een bestuurder dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarbij de betreffende bestuurder, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
- 6.5. Het bestuur stelt de volgende plannen op, welke plannen de goedkeuring van de raad van toezicht behoeven, en herziet deze zonodig:
- a. een jaarlijkse begroting met toelichting;
- b. een voortschrijdend meerjaren beleidsplan;
- c. een adequaat planning- en controlesysteem;
- d. eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door de raad van toezicht te bepalen.
- 6.6. In geval van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuurders. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of de enig bestuurder, berust het bestuur tijdelijk bij een of meer door de raad van toezicht – al dan niet uit zijn midden – aan te wijzen personen.
- 6.7. Bestuurders kunnen niet over het vermogen van de stichting beschikken als ware het hun eigen vermogen.
Bestuur: tegenstrijdig belang.
Artikel 7
- 7.1. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
- 7.2. Wanneer op grond van het bepaalde in artikel 7.1 geen enkele bestuurder aan de besluitvorming kan deelnemen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.
Bestuur: vertegenwoordiging.
Artikel 8
- 8.1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
- 8.2. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan iedere bestuurder.
- 8.3. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan een of meer derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Bestuur: besluitvorming en taakverdeling.
Artikel 9
- 9.1. Het bestuur doet een voorstel aan de raad van toezicht omtrent de besluitvorming en de werkwijze van het bestuur waarin begrepen de informatievoorziening aan de raad van toezicht. In dat kader wordt bepaald met welke taak iedere bestuurder meer in het bijzonder zal zijn belast. Deze regels en taakverdeling worden schriftelijk vastgelegd in een bestuursreglement, welk bestuursreglement wordt vastgesteld door de raad van toezicht, met inachtneming van het bepaalde in artikel 17. Doet het bestuur geen voorstel voor een bestuursreglement, dan is de raad van toezicht bevoegd het bestuursreglement vast te stellen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 17.
- 9.2. Besluiten van het bestuur kunnen te allen tijde schriftelijk worden genomen, mits het desbetreffende voorstel aan alle in functie zijnde bestuurders is voorgelegd en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde bestuurders.
Goedkeuring besluiten van het bestuur.
Artikel 10
- 10.1. Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, zijn aan de goedkeuring van de raad van toezicht onderworpen de besluiten van het bestuur omtrent:
- a. het verkrijgen, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van registergoederen;
- b. de strategie van de stichting, die moet leiden tot realisatie van de statutaire doelstellingen;
- c. de financiering van de strategie van de stichting;
- d. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een aan de stichting verleend bankkrediet;
- e. duurzame rechtstreekse of middellijke samenwerking met een andere organisatie of instelling en het verbreken van zodanige samenwerking;
- f. het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt;
- g. het optreden in rechte, met uitzondering van het nemen van die rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden;
- h. het vaststellen van de hoofdlijnen van het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de medewerkers;
- i. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten waarbij een beloning wordt toegekend boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien;
- j. het treffen van pensioenregelingen en het toekennen van pensioenrechten boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien.
- 10.2. De raad van toezicht kan bepalen dat een in artikel 10.1 bedoeld besluit niet aan zijn goedkeuring is onderworpen, indien het daarmee gemoeide belang een door de raad van toezicht te bepalen en schriftelijk aan het bestuur op te geven waarde niet te boven gaat. Evenmin is een besluit aan de goedkeuring onderworpen wanneer dit voortvloeit uit een van de goedgekeurde plannen genoemd in artikel 6.5.
- 10.3. De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan die in dit artikel 10 zijn genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Deze besluiten dienen duidelijk omschreven te worden en schriftelijk aan het bestuur te worden meegedeeld.
- 10.4. Het ontbreken van goedkeuring van de raad van toezicht voor een besluit als bedoeld in dit artikel 10 tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of de bestuurders niet aan.
Verlenen van bijdragen.
Artikel 11
Het bestuur beslist over het verlenen van bijdragen met inachtneming van een door het bestuur vast te stellen reglement als bedoeld in artikel 17.
Raad van toezicht.
Artikel 12
- 12.1. De stichting heeft een raad van toezicht, bestaande uit een door de minister vast te stellen aantal van ten minste drie en ten hoogste negen natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
- 12.2. De raad van toezicht stelt, in overleg met de minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de raad van toezicht. Deze profielschets vermeldt dat slechts één voormalig bestuurder of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting deel mag uitmaken van de raad van toezicht. De profielschets wordt opgenomen in het bestuursverslag van de stichting. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de raad van toezicht en de minister maar in ieder geval wanneer een vacature vervuld dient te worden.
- 12.3. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
- 12.4. Wanneer op grond van het bepaalde in artikel 12.3 geen enkel lid van de raad van toezicht aan de besluitvorming kan deelnemen, neemt dan wel nemen degene(n) met het belang alsnog deel aan de beraadslaging en de stemming. In dat geval worden de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen schriftelijk vastgelegd en gevoegd bij de staat van baten en lasten over het boekjaar waarin het besluit is genomen.
- 12.5. Leden van de raad van toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de minister, geen directeur of bestuurder zijn van of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de minister vast te stellen periode.
- 12.6. Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met de functie van bestuurder of werknemer van de stichting.
- 12.7. De minister benoemt, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in artikel 12.2, de leden van de raad van toezicht. De minister benoemt de voorzitter van de raad van toezicht in functie. Alvorens de minister overgaat tot benoeming van de overige leden van de raad van toezicht, informeert hij de voorzitter van de raad van toezicht omtrent de voorgenomen benoeming, waarna de voorzitter van de raad van toezicht moet verklaren dat hij geen bezwaar heeft tegen de voorgenomen benoeming. Leden van de raad van toezicht kunnen te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de minister.
- 12.8. Leden van de raad van toezicht worden benoemd voor de tijd van ten hoogste vier jaren en treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden. De raad van toezicht is bevoegd zodanig rooster te wijzigen. Vaststelling van of wijziging in zodanig rooster kan niet meebrengen dat een zittend lid van de raad van toezicht tegen zijn wil defungeert voordat de termijn waarvoor hij is benoemd, verstreken is. Een volgens het rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk doch ten hoogste éénmaal herbenoembaar.
- 12.9. Een lid van de raad van toezicht defungeert:
- a. door zijn overlijden;
- b. doordat hij failliet wordt verklaard dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
- c. door zijn ondercuratelestelling of indien hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
- d. door zijn aftreden, al dan niet volgens het in artikel 12.8 bedoelde rooster;
- e. door zijn ontslag, verleend door de minister;
- f. door het aanvaarden van een benoeming tot bestuurder van de stichting;
- g. doordat hij werknemer wordt van de stichting;
- h. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting, voor welke benoeming door de minister geen ontheffing is verleend.
Raad van toezicht: taak en bevoegdheden.
Artikel 13
- 13.1. De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting. Hij staat het bestuur met raad terzijde. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
- 13.2. Het bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting; ieder lid van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen.
- 13.3. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen.
- 13.4. Leden van de raad van toezicht ontvangen voor de door hen in die hoedanigheid voor de stichting verrichte werkzaamheden geen beloning, middellijk noch onmiddellijk. Onder beloning wordt niet verstaan:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.