Organisatiebesluit BZK 2025
gelet op artikel 3, tweede lid van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst 2011;
besluit
vast te stellen het navolgende Organisatiebesluit BZK 2025:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. Ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- b. Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- c. bewindspersonen: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, of de Staatssecretaris Digitalisering en Koninkrijksrelaties of de Staatssecretaris Herstel Groningen, afhankelijk van wie het aangaat;
- d. capaciteitsplan: schriftelijk stuk waarin de uitwerking van de flexibele organisatiestructuur van een dienstonderdeel wordt vastgelegd evenals de verdeling van de formatie binnen deze structuur;
- e. BZK Kerndepartement: de Directoraten-Generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat, Volkshuisvesting en Bouwen, Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Overheidsorganisatie, Ruimtelijke Ordening en de clusters Mensen en Middelen en Bestuursondersteuning.
- f. secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Hoofdstuk 2. Hoofd- en overlegstructuur
Artikel 2
Het Ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de volgende dienstonderdelen:
- a. het directoraat-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat (DGOBDR);
- b. het directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen (DGVB);
- c. het directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening (DGRO);
- d. het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties (DGKR);
- e. het directoraat-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie (DGDOO);
- f. het directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst (DGABD);
- g. het directoraat-generaal Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD);
- h. het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR);
- i. de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR);
- j. de regeringscommissaris Omgevingswet;
- k. het cluster Mensen en Middelen (M&M);
- l. het cluster Bestuursondersteuning (BO);
- m. het agentschap Dienst van de Huurcommissie (DHC);
- n. het agentschap Logius;
- o. het agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG);
- p. de dienst Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB);
- q. de dienst Nationaal Coördinator Groningen (NCG).
De dienstonderdelen bestaan uit organisatieonderdelen waarvan de inrichting nader kan worden beschreven op een wijze als bedoeld in artikel 31, tweede lid.
De secretaris-generaal geeft hiërarchisch leiding aan de leidinggevende functionarissen van de dienstonderdelen genoemd in het eerste lid.
De secretaris-generaal geeft ook functioneel leiding aan de leidinggevende functionarissen van de dienstonderdelen genoemd in het eerste lid, met uitzondering van:
- a. het directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen;
- b. het directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening;
- c. het Rijksvastgoedbedrijf dat ressorteert onder het directoraat-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk;
- d. de regeringscommissaris Omgevingswet;
- e. het agentschap Dienst van de Huurcommissie dat ressorteert onder het bestuur van de Huurcommissie;
- f. de dienst Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw die ressorteert onder het bestuur van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw.
De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme genoemd in het eerste lid, onder i, voert de opgedragen taken uit onder verantwoordelijkheid van de Minister. De regeringscommissaris Omgevingswet genoemd in het eerste lid, onder j, voert de opgedragen taken uit onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Artikel 3
Er is een Bestuursraad Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Smal en een Bestuursraad Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Breed.
De Bestuursraad Smal is samengesteld uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat, Volkshuisvesting en Bouwen, Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Overheidsorganisatie, Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk, Ruimtelijke Ordening en de directeuren Constitutionele Zaken en Wetgeving en Financieel-economische Zaken. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers of, in uitzonderlijke gevallen, door een andere rechtstreeks onder hen ressorterende functionaris. De overige directeuren-generaal en de Chief Information Officer BZK (CIO BZK) hebben een staande uitnodiging voor de Bestuursraad Smal.
De Bestuursraad Breed is samengesteld uit de Bestuursraad Smal aangevuld met de directeuren-generaal Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en Algemene Bestuursdienst. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers of, in uitzonderlijke gevallen, door een andere rechtstreeks onder hen ressorterende functionaris. De CIO BZK heeft een staande uitnodiging voor de Bestuursraad Breed.
De secretaris-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening neemt deel aan zowel de Bestuursraad breed en smal alleen voor zover het beleidsonderwerpen betreft die het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan gaan.
Het overleg in de Bestuursraad Smal, respectievelijk de Bestuursraad Breed, heeft, onverminderd het bepaalde in de departementale mandaat- en volmachtsbesluiten over de bevoegdheden van de afzonderlijke leden van de Bestuursraad Smal, respectievelijk de Bestuursraad Breed ten aanzien van de onderwerpen die in het overleg aan de orde komen, ten doel het bespreken en het bereiken van overeenstemming over de departementale beleids- en beheerkaders en het toezien op de uitvoering van deze kaders.
De Bestuursraad Smal, respectievelijk de Bestuursraad Breed, heeft tevens tot doel het bespreken en het bereiken van overeenstemming over aspecten van het departementale personeelsbeleid en personele aangelegenheden alsmede het toezien op de uitvoering hiervan.
Al hetgeen in de vergaderingen aan de orde komt is vertrouwelijk, voor zover niet anders is besloten of indien bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
Een adviseur van de directie Bestuursadvisering voert het secretariaat van de Bestuursraad.
Een adviseur van de directie P&O voert het secretariaat van de bespreking van het departementale personeelsbeleid.
Artikel 4
Overeenkomstig artikel 1 van het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499), is de secretaris-generaal belast met de ambtelijke leiding van al hetgeen het Ministerie betreft. Tot deze taak behoort in ieder geval:
- a. het informeren en adviseren van de bewindspersonen over aangelegenheden, de bewindspersonen of het Ministerie betreffende;
- b. het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het Ministerie;
- c. het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het Ministerie;
- d. het leiding geven aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de directeur FEZ;
- e. het voorzitterschap van de Bestuursraad;
- f. het zorgdragen voor het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van de formatie van het Ministerie;
- g. het voeren van overleg met de Departementale Ondernemingsraad en de Ondernemingsraad BZK Kerndepartement, als bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden, en met de vakbonden zoals bedoeld in paragraaf 26.2 CAO Rijk 2024–2025;
- h. het geven van uitvoering aan de Regeling audit committees van het Rijk;
- i. het verlenen of weigeren van goedkeuring van besluiten tot uitzonderingen op de aanbestedingsregelgeving.
De secretaris-generaal werkt samen met de secretaris-generaal van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op basis van de afspraken die zijn vastgelegd (Besturingsafspraken).
Artikel 5
De plaatsvervangend secretaris-generaal staat onder leiding van de secretaris-generaal.
De plaatsvervangend secretaris-generaal heeft onder meer de volgende taken:
- a. de verantwoordelijkheid voor de departement brede samenhangende bedrijfsvoering georganiseerd in het cluster M&M en cluster BO;
- b. het leiding geven aan en de eindverantwoordelijkheid voor het functioneren van de directeuren Personeel en Organisatie (P&O), Chief Information Officer & Informatiemanagement (CIO&I), Communicatie, Kennis, Internationaal, Europa en Macro-economie (KIEM) en Bestuursadvisering (BA);
- c. de portefeuillehouder in de Bestuursraad voor de onderwerpen P&O, CIO&I, Communicatie, KIEM en BA;
- d. de verantwoordelijkheid voor één of meerdere departement brede portefeuilles;
- e. de continuïteitsverantwoordelijke van alle tot het Ministerie behorende uitvoeringsorganisaties, tenzij deze rol ergens anders is belegd;
- f. de vertegenwoordiging van het Ministerie in de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk;
- g. de beleidsverantwoordelijke met betrekking tot de departementale herindelingen volgens ‘Handboek departementale herschikkingen 2019’ en eventuele vervolgversies;
- h. de beleidsverantwoordelijke van de Beveiligingsautoriteit en het fungeren als contactpersoon bij afwezigheid van de secretaris-generaal en de beslissingsbevoegdheid bij calamiteiten.
De plaatsvervangend secretaris-generaal is plaatsvervanger van de secretaris-generaal, met uitzondering van de inhoudelijke dossiers op het werkgebied van de directeuren-generaal. In voorkomende gevallen kan de secretaris-generaal ervoor kiezen om de plaatsvervangend secretaris-generaal aan te wijzen als vervanger voor:
- a. de bestuurstaken in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden richting de Departementale Ondernemingsraad en de Ondernemingsraad Kerndepartement BZK;
- b. de beleidsverantwoordelijke op het gebied van organisatieontwikkeling en begeleiden van transitie en organisatieveranderingstrajecten die voortvloeien uit wijzigingen in de organisatie;
- c. domein overstijgende onderwerpen zoals vervanging in Secretarissen-Generaal Overleg en crisisbeheersing.
Hoofdstuk 3. Dienstonderdelen
Paragraaf 3.1. Directoraat-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat
Artikel 6
Het directoraat-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat staat onder leiding van een directeur-generaal.
Het directoraat-generaal draagt zorg voor het beschermen en vernieuwen van democratische instituties en het versterken van de rechtsstatelijkheid van overheidshandelen door het uitvoeren van onder andere de volgende taken:
- a. de inrichting en de bekostiging van het openbaar bestuur, de interbestuurlijke en financiële verhoudingen en het vernieuwen van de financieringssystematiek;
- b. de borging van de democratische rechtsstaat;
- c. de borging van de rechtstatelijke instituties, waaronder het parlement, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman;
- d. de borging van fundamentele grondrechten en vrijheid van burgers in de Grondwet en andere wet- en regelgeving;
- f. de rijksbrede coördinatie van het antidiscriminatiebeleid en de beleidsverantwoordelijkheid voor de Algemene wet gelijke behandeling;
- g. voorbereiding van de noodzakelijke wijzigingen in het constitutionele bestel;
- h. de samenwerking met andere overheden aan openbaar bestuur en een weerbare, robuuste democratie;
- i. het versterken van het gebiedsgericht werken en het inzetten op het verbeteren van de onderlinge samenwerking tussen directies, directoraten-generaal en departementen en interbestuurlijk met andere overheidslagen.
- j. het zorgdragen voor het herstel van aardbevingsschade, bestaande uit schadeafhandeling, de versterking van gebouwen in Groningen en het bieden van toekomstperspectief voor de regio op sociaal en economisch gebied en de verantwoordelijkheid over de (publiekrechtelijke en privaatrechtelijke) procedures (NAM) die voortkomen uit het verhalen van de kosten van de schadeafhandeling en versterking.
Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:
- a. de directie Democratie en Bestuur;
- b. de directie Bestuur, Financiën en Regio’s;
- c. de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;
- d. de directie Schadeherstel Groningen;
- e. de directie Versterken en Perspectief Groningen.
Artikel 7
De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving staat onder leiding van een directeur.
De directie is, naast de beleidsmatige taken zoals genoemd in artikel 6, tweede lid, onderdeel b tot en met j van dit besluit, belast met de departement brede juridische taken en zelfstandige advisering over onder meer:
- a. het beheer en onderhoud van de Grondwet en het Statuut van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- b. de toetsing van (concept)regelgeving, beleid en maatregelen aan de Grondwet, het Statuut en relevante internationale verdragen, inclusief het EU-recht, alsmede het vervullen van de functie van Coördinatiepunt staatssteun decentrale overheden (CSDO);
- c. het opstellen van regelgeving waar de bewindspersonen eerstverantwoordelijk voor zijn;
- d. het bijdragen aan de totstandkoming van nationale en internationale wetgeving waarbij de bewindspersonen mede zijn betrokken;
- e. de noodzaak, wenselijkheid en mogelijkheid om door middel van wetgeving bij te dragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen van de bewindspersonen;
- f. het begeleiden en voeren van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke (gerechtelijke) procedures namens de bewindspersonen of de Staat der Nederlanden en de advisering over juridische aangelegenheden in het algemeen, alsmede de advisering in bijzondere opdrachten van bewindspersonen en de ambtelijke top;
- g. de rijksbrede stelselverantwoordelijkheid voor de Omgevingswet van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Paragraaf 3.2. Directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen
Artikel 8
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.