Mandaatbesluit BZK 2025

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

handelend in overeenstemming met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Digitalisering en Koninkrijksrelaties) en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Herstel Groningen);

gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst;

vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit BZK:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1.2

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Hoofdstuk 2. Uitzonderingen mandaat

Artikel 2.1

Mandaat wordt niet verleend met betrekking tot:

Artikel 2.2
1.

Mandaat wordt evenmin verleend met betrekking tot stukken bestemd voor:

2.

De beperking in het verlenen van mandaat voor de gevallen genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing indien het een stuk betreft van louter informatieve of administratieve aard, dan wel het een aangelegenheid betreft van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.

Hoofdstuk 3. Secretaris-generaal

§ 1. Mandaat secretaris-generaal

Artikel 3.1

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die, gelet op het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499), behoren tot het werkterrein van de secretaris-generaal.

Artikel 3.2

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

§ 2. Beperkingen mandaat secretaris-generaal

Artikel 3.3
1.

Het mandaat van de secretaris-generaal is niet van toepassing op:

2.

Voor het aangaan van (meerjarige) verplichtingen op het terrein van ICT boven de 10 miljoen euro inclusief BTW per (meerjarige) verplichting heeft de secretaris-generaal volmacht samen met de plaatsvervangend secretaris-generaal respectievelijk de betreffende directeur-generaal.

§ 3. Ondermandaat en plaatsvervanging

Artikel 3.4
1.

De secretaris-generaal is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan.

2.

De secretaris-generaal kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende functionaris of in bijzondere gevallen aan een andere functionaris.

3.

De secretaris-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van deze paragraaf, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval.

Artikel 3.5

De secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 3.4, derde lid, beschreven situatie, na advies van de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving, de directeur FEZ en de directeur P&O.

Artikel 3.6

Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal worden diens taken, met uitzondering van de taken op het gebied van bedrijfsvoering en organisatieaangelegenheden, uitgeoefend door één van de directeuren-generaal van de directoraten-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat, Koninkrijksrelaties en Digitalisering en Overheidsorganisatie, naar anciënniteit van de benoeming in de functie van directeur-generaal. De plaatsvervangend secretaris-generaal vervangt de secretaris-generaal voor de taken op het gebied van de bedrijfsvoering en organisatieaangelegenheden.

Hoofdstuk 4. Plaatsvervangend secretaris-generaal

§ 1. Mandaat plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel 4.1

Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal en de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen en dienstonderdelen.

Artikel 4.2

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.