Beleidsregel tariefopbouw prestaties in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg

Type ZBO-regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 57, eerste lid, aanhef en onderdelen b, c en e, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), juncto artikel 2 van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wet marktordening gezondheidszorg (Bub Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen en met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het toekennen van een beschikbaarheidbijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.

Gelet op artikel 52, aanhef en onderdeel e, van de Wmg, worden tarieven die uit de voorliggende beleidsregel voortvloeien ambtshalve vastgesteld door de NZa.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheid om tarieven vast te stellen voor de prestaties in de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de forensische zorg (fz).

Artikel 3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op geestelijke gezondheidszorg, als omschreven bij of krachtens de Zvw, de forensische zorg als omschreven bij of krachtens de Wfz, op Wlz-ggz verblijf inclusief behandeling (ggz-wonen en ggz-b) als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz).

Voor zover geen sprake is van zorg als omschreven in de vorige zin, is deze beleidsregel van toepassing op handelingen1Het betreft hier de handelingen bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, van de Wmg. of werkzaamheden2Het betreft hier de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, aanhef en eerste lid, onderdeel c, van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wmg. op het terrein van geestelijke gezondheidszorg, als omschreven bij of krachtens de Zvw, de forensische zorg als omschreven bij of krachtens de Wfz, verblijf inclusief behandeling (ggz-wonen en ggz-b) als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz), uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van personen, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) of door personen als bedoeld in artikel 34 van de Wet BIG.

Artikel 4. Opbouw van tarieven

4.1. De tarieven voor prestaties in de ggz en fz zijn in beginsel opgebouwd uit de werkelijke kosten voor zorg, zoals gemeten in het kostprijsonderzoek over het jaar 2023. Daar waar werkelijke kosten niet beschikbaar zijn, zoals voor de arbeidskosten van de vrijgevestigde praktijkhouders, passen we normatieve elementen toe,dit wordt verder uitgewerkt in artikel 6 en 7.

De kostprijzen worden, indien van toepassing, aangevuld met een normatieve toeslag voor huisvesting, inventaris en ondernemingsfinanciering zoals verder uitgewerkt in artikel 9r van deze beleidsregel.

De groepsconsulten zijn setting onafhankelijk en voor de tariefbepaling worden de kostprijzen gebruikt van de aanbieders die zorg verlenen in setting 2 tot en met 8. Dit geldt ook voor de toeslagen ‘Reistijd tot 25 minuten – ggz’ (TC0009) en ‘Reistijd vanaf 25 minuten – ggz’ (TC0010).

4.2. De tarieven worden jaarlijks aangepast aan het geldende prijspeil op basis van indexatie. Hiervoor worden verschillende prijsindexcijfers gehanteerd, zoals beschreven in artikel 12 van deze beleidsregel.

4.3. Als tarieven van prestaties op een andere wijze zijn opgebouwd dan de hierboven beschreven wijze, dan wordt dit apart toegelicht in deze beleidsregel of in een sectorspecifieke verantwoording bij een nieuwe release van de regelgeving en tarieven.

Artikel 5. Kostprijsonderzoek naar kostprijzen 2023

5.1.

De NZa heeft een kostprijsonderzoek uitgevoerd naar de kostprijzen 2023 in de ggz en fz. De manier waarop de NZa dit kostprijs heeft uitgevoerd is vastgelegd in de beleidsregel Kostprijsonderzoek ggz-en fz- instellingen en MVO ggz – BR/REG-24139 en de beleidsregel Kostprijsonderzoek over 2023 ten behoeve van tarieven ggz Setting 1- BR/ REG-24153 en in het verantwoordingsdocument behorende bij dat kostprijsonderzoek.

Artikel 6. Kostprijsberekening Setting 1

Overzicht van de prestaties

6.1. In de berekening en toetsing van kostprijzen 2023 onderscheidt de NZa onderstaande groepen prestaties:

Prestaties zoals opgenomen in de Beleidsregel prestaties en tarieven ggz en fz met kenmerk BR/REG-26134a en opvolgers:

Tenzij anders vermeld baseren we kostprijzen 2023 op de gegevens die blijken uit de uitvraag over het jaar 2023.

Voor de prestaties Intercollegiaal overleg, kort (OV0007), Intercollegiaal overleg, lang (OV0008) en Niet basispakketzorg consult (OV0012) indexeren we de bestaande tarieven.

Berekenen van kostprijzen bij vrijgevestigden3Op 2 juli 2025 heeft de rechtbank Midden-Nederland vonnis gewezen in kort geding van de LVVP cs (Zaaknummer: C/16/593263 / KG ZA 25-206). In dit vonnis heeft de rechtbank de NZa opgelegd om bij het bepalen van de tarieven voor vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten voor het contractjaar 2026 geen gebruik te maken van een methodiek waarbij de normatieve arbeidscomponent (nac) wordt gemaximeerd op een werkweek van 36 uur en 46 werkweken per jaar. Als gevolg van deze uitspraak geldt voorgaande onderdeel van het nac berekening niet voor de vrijgevestigde gz-psychologen (beroepscategorie B06), de klinisch (neuro)psychologen (beroepscategorie B03) en de psychotherapeuten (beroepscategorie B07). Dit onderdeel van de beleidsregel is om die reden niet van toepassing op de vrijgevestigde gz-psychologen (beroepscategorie B06), de klinisch (neuro)psychologen (beroepscategorie B03) en de psychotherapeuten (beroepscategorie B07). De NZa zal voor 2026 voor deze beroepen terugvallen op de 2025 kostprijzen en vervolgens de reguliere indexering toepassen.

6.2. Door de uitvraag als bedoeld in artikel 5.1 van deze beleidsregel zijn de gerealiseerde kosten en de geleverde productie 2023 in beeld. De kostprijs 2023 per prestatie wordt in beginsel berekend door de toegerekende totaal kosten 2023 voor een bepaalde prestatie te delen door de productie van die prestatie in 2023.

Artikel 7. Kostprijsberekening instellingen

Wijze van kostprijsberekening

7.1. Door het kostprijsonderzoek zijn de gerealiseerde kosten en de geleverde productie 2023 in beeld. De kostprijs per prestatie 2023 wordt in beginsel berekend door de toegerekende totaal kosten 2023 voor een bepaalde soort prestatie te delen door de productie 2023 van die prestatie.

In de beleidsregel Kostprijsonderzoek ggz-en fz-instellingen en MVO ggz met kenmerk BR-REG-24139 en de beleidsregel Kostprijsonderzoek over 2023 ten behoeve van tarieven ggz Setting 1 met kenmerk BR-24153, voor respectievelijk instellingen en vrijgevestigden hebben we beschreven hoe de NZa kostprijzen en vervolgens tarieven berekent vanuit de opgehaalde informatie uit de uitvraag bij zorgaanbieders over het jaar 2023.

Berekening van kostprijzen en tarieven die niet gebaseerd zijn op de uitvraag over het jaar 2023

7.2. Voor de volgende prestaties worden de tarieven op een andere wijze bepaald dan op basis van de uitkomsten uit het kostprijsonderzoek als bedoeld in artikel 4.1 van deze beleidsregel.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.