Beleidsregel regionale ambulancevoorzieningen 2026
Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.
Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van de Wmg, stelt de NZa beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het vaststellen van een vereffeningbedrag als bedoeld in artikel 56b van de Wmg.
Gelet op artikel 59, aanhef en onder c en e van de Wmg, heeft de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) met brieven van 15 juli 2013 en 13 november 2020, met respectievelijk kenmerk 130899-106615-MC en 1776599-213723-PZo, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een tweetal aanwijzingen op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven. Deze aanwijzingen zijn gepubliceerd in de Staatscourant onder nummer 20624 (2013) en 60466 (2020).
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en reikwijdte
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
- a. Aanwezigheidsdienst: een aaneengesloten tijdsruimte van ten hoogste 24 uur, waarin het personeel ’s nachts in de bedrijfsruimte op oproep beschikbaar is voor het verlenen van ambulancezorg.
- b. Afhijsen brandweer: een in opdracht van de rav door de brandweer uitgevoerde afhijsing van een patiënt naar een ambulance in situaties waarbij de afhijsing niet tot het wettelijk takenpakket van de brandweer behoort. Hiervan is sprake als de rav aannemelijk kan maken dat de afhijsing noodzakelijk was met het oog op het beperken c.q. bestrijden van een directe bedreiging voor het leven of de gezondheid van de patiënt, die zich zou voordoen indien de patiënt op niet-horizontale wijze naar de ambulance zou worden vervoerd.1Hof Amsterdam 18 januari 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BC2262
- c. Ambulance: ambulance zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet ambulancezorgvoorzieningen.
- d. Ambulancezorg: zorg zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet ambulancezorgvoorzieningen.
- e. Groep: een verzameling ondernemingen wier betrekkingen met een betrokken onderneming voldoen aan de voorwaarden die zijn opgenomen in één of meer van de leden van artikel 5, lid 4, van de Verordening (EG) nr. 139/2004.2Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (hierna: Bevoegdheidsmededeling Commissie), rnr. 130
- f. Interklinisch vervoer: vervoer met zorg van een patiënt met een ambulance
- •. niet zijnde MICU-vervoer; en
- •. tussen twee zorgaanbieders die geen onderdeel uitmaken van dezelfde groep.
- g. Intraklinisch vervoer: vervoer met zorg van een patiënt met een ambulance
- •. niet zijnde MICU-vervoer; en
- •. tussen verschillende locaties van één zorgaanbieder; of
- •. tussen twee zorgaanbieders die onderdeel uitmaken van dezelfde groep; of
- •. het vervoer terug naar de locatie van verblijf in het geval van schenden van de voorwaarden van een zorgmachtiging.
- h. Inzet: een ambulance-inzet die in opdracht van de meldkamer wordt uitgevoerd.
- i. Jaar (t): het kalenderjaar dat in de naam van deze Beleidsregel staat.
- j. Kilometer: het aantal verreden kilometers voor alle soorten inzetten gezamenlijk. Dat wil zeggen declarabele en niet-declarabele inzetten, inclusief mobiele zorgconsulten, loze inzetten en voorwaardenscheppende inzetten. Kilometers verreden met piketauto’s en MICU-ambulances vallen hier niet onder.
- k. Loze inzet: een inzet uitgevoerd in opdracht van de meldkamer met de intentie tot vervoer, waarbij tijdens de inzet of op de plaats van bestemming blijkt dat geen indicatie voor ambulancezorg (meer) aanwezig is.
- l. Meldkamer: meldkamer zoals bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de Politiewet voor zover het gaat om de meldkamer ambulancezorg.
- m. MICU-ambulance: een Mobiele Intensive Care Unit, een ambulance speciaal ingericht voor het vervoer van een patiënt met een IC-indicatie tussen zorgaanbieders.
- n. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
- o. Mobiel zorgconsult: een inzet uitgevoerd in opdracht van de meldkamer met de intentie tot hulpverlening en/of vervoer van één of meerdere slachtoffers/patiënten, waarbij de noodzaak tot vervoer, na onderzoek dan wel hulpverlening ter plaatse, niet gebleken is. Inzetten uitgevoerd met piketauto’s en MICU-ambulances zijn geen mobiele zorgconsulten.
- p. Parate diensten: diensten waarbij personeel direct inzetbaar is.
- q. Piketauto: auto’s die worden ingezet ten behoeve van de tijdige beschikbaarheid van personeel voor de ambulancezorg.
- r. Referentiekader S&B: het referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg zoals opgesteld door het RIVM3Kenmerk: RIVM Referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg 2025, brief 2025-0093. en vastgesteld door de Minister.
- s. Regionale ambulancevoorziening (rav): de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen.
- t. Representerende zorgverzekeraar(s): zorgverzekeraars die door de leden van Zorgverzekeraars Nederland zijn aangewezen om namens hen een overeenkomst af te sluiten.
- u. Retourinzet: een inzet waarbij de ambulance een patiënt naar een behandelplaats brengt en deze, na een bepaalde wachttijd ter plaatse, weer terug brengt.
- v. Stand-by inzet: inzet in opdracht van de meldkamer, waarbij de ambulance zich verplaatst naar een bepaalde gebeurtenis of evenement vanwege de openbare orde of veiligheid.
- w. Standplaats: door rav gebruikte locatie waar vandaan de ambulances vertrekken en waar voorzieningen zijn voor ambulancepersoneel en -materieel.
- x. Tilassistentie brandweer: het ondersteunen van ambulancepersoneel door de brandweer bij het tillen van een patiënt uit een woning of het helpen verplaatsen van een patiënt uit een moeilijk bereikbare locatie, het verlenen van toegang tot een woning of ruimte of het verlenen van andere ondersteuning in situaties waarbij de tilassistentie niet tot het wettelijk takenpakket van de brandweer behoort. Hiervan is sprake als de rav aannemelijk kan maken dat de tilassistentie noodzakelijk was met het oog op het beperken c.q. bestrijden van een directe bedreiging voor het leven of de gezondheid van de patiënt.
- y. Voorwaardenscheppende rit: een inzet in opdracht van de meldkamer waarbij de ambulance naar een door de centralist bepaalde plaats rijdt om de beschikbaarheid van ambulancezorg te waarborgen.
- z. Zorgaanbieder: een zorgaanbieder zoals beschreven in art. 1, lid c van de Wmg.
Artikel 2
Het doel van deze beleidsregel is het beleid van de NZa vast te leggen met betrekking tot de vaststelling van prestaties en tarieven voor ambulancezorg geleverd door of vanwege de rav’s. Daarnaast wordt met deze beleidsregel het beleid vastgelegd met betrekking tot de opbrengstverrekening tussen ’rav’s en zorgverzekeraars.
Artikel 3
Deze beleidsregel is van toepassing op ambulancezorg geleverd door of vanwege een rav welke in Nederland aanvangt en eindigt of welke bestaat uit spoedeisend grensoverschrijdend vervoer vanaf of naar de Belgische of Duitse grens. Het uitvoeren van de meldkamerfunctie valt ook onder de reikwijdte.
Hoofdstuk 2. Procedure vaststelling budget en opbrengstresultaat
Artikel 4. Voorlopig opbrengstresultaat
Indien een risico bestaat op liquiditeitstekorten of -overschotten als gevolg van een verwacht (voorspelbaar) opbrengsttekort of opbrengstoverschot, is het mogelijk om vóór 1 januari jaar (t) een aanvraag voor voorlopige maandelijkse opbrengstverrekening bij de NZa in te dienen voor jaar (t). Daarnaast is het mogelijk vóór 1 oktober jaar (t) eenmalig een aanvullende voorlopige opbrengstverrekening aan te vragen ten behoeve van onvoorziene opbrengsttekorten of opbrengstoverschotten in jaar (t). Voor beide aanvragen dient gebruik te worden gemaakt van het door de NZa beschikbaar gestelde formulier.
Voor het vaststellen van de verrekeningen voor het voorlopig opbrengstresultaat hanteert de NZa de procedure zoals bepaald in artikel 5, lid 2 t/m 6 van deze beleidsregel. In het geval van twee eenzijdige aanvragen wordt, indien het voorlopig opbrengstresultaat negatief is, het laagste aangevraagde voorlopig opbrengstresultaat als uitgangspunt genomen. De NZa kan hiervan afwijken indien de ingediende aanvraag door de NZa als onrealistisch wordt beoordeeld. De aanvraag voor het overeengekomen opbrengstresultaat (zowel de maandelijkse verrekening als de aanvullende) is optioneel. In tegenstelling tot artikel 5, lid 2 zal de NZa daarom partijen niet aanschrijven indien indiening uitblijft.
- a. Aanvraag en vaststelling overeengekomen maandelijks voorlopig opbrengstresultaat: vóór oktober van het jaar (t–1) maakt de NZa via de website de voorlopige indexcijfers voor jaar (t) bekend. Daarnaast stelt de NZa het aanvraagformulier voor het overeengekomen voorlopig opbrengstresultaat beschikbaar uiterlijk in oktober jaar (t–1). De NZa geeft bij goedkeuring van het ingevulde formulier in begin jaar (t) een beschikking af met maandelijkse verreken- of vereffenbedragen. Indien partijen een tussentijdse maandelijkse verrekening, ofwel de voorlopige maandelijkse opbrengstverrekening wensen voor jaar (t), ontvangt de NZa de aanvraag vóór 1 januari jaar (t). Op basis van deze aanvraag en de rato van marktaandelen van jaar (t–1) geeft de NZa beschikkingen af waarmee de rav met betreffende zorgverzekeraars een deel van het voorlopige opbrengstresultaat maandelijks onderling kan verrekenen.
- b. Aanvraag en vaststelling overeengekomen aanvullend voorlopig opbrengstresultaat: uiterlijk in juli jaar (t) stelt de NZa het aanvraagformulier voor het overeengekomen aanvullend voorlopig opbrengstresultaat beschikbaar. rav en representerende zorgverzekeraar(s) kunnen dit formulier vóór 1 oktober jaar (t) bij de NZa indienen met het verzoek om eenmalig een aanvullende voorlopige opbrengstverrekening vast te stellen. De NZa geeft bij goedkeuring aanvullende beschikkingen af met eenmalige verreken- of vereffenbedragen die rav en zorgverzekeraars onderling kunnen afrekenen ten behoeve van het opbrengstresultaat jaar (t).
Artikel 5. Procedure aanvraag definitief budget
Het budget met betrekking tot jaar (t) wordt definitief vastgesteld op basis van de nacalculatie. Het nacalculatieformulier bevat de nacalculatieposten op hoofdlijnen. Na verwerking van de nacalculatie met betrekking tot jaar (t) wordt het budget met betrekking tot jaar (t) of onderdelen daarvan niet meer gewijzigd. Vóór juli jaar (t+1) leveren de rav en representerende zorgverzekeraar(s) gezamenlijk de overeengekomen definitieve bedragen aan bij de NZa (de nacalculatie met betrekking tot jaar (t)). Bij deze aanvraag dienen rav en zorgverzekeraar(s) gebruik te maken van het door de NZa beschikbaar gestelde formulier.
Tweezijdige aanvraag: aanvragen die tweezijdig zijn ingediend, worden door de NZa in behandeling genomen. Het tweezijdig aangevraagde budget wordt vastgesteld door de NZa, tenzij de NZa de aanvraag als onrealistisch beoordeelt. De NZa kan daartoe de onderliggende parameters van het budget opvragen.
Enkele eenzijdige aanvraag: bij ontvangst van slechts één enkelzijdige aanvraag wordt partijen verzocht om binnen vier weken gezamenlijk tot een definitief budget te komen en de eventueel bereikte overeenstemming in de vorm van een tweezijdige aanvraag bij de NZa in te dienen. Indien binnen de termijn van vier weken geen tweezijdige aanvraag wordt ingediend, neemt de NZa het eenzijdige verzoek in behandeling. Het eenzijdig aangevraagde budget wordt vastgesteld door de NZa, tenzij de NZa de aanvraag als onrealistisch beoordeelt. De NZa kan daartoe de onderliggende parameters van het budget opvragen.
Eenzijdige aanvraag rav en zorgverzekeraar: indien de zorgverzekeraar(s) en rav afzonderlijk van elkaar een afwijkende aanvraag indienen, zal de NZa de laagst ingediende aanvraag verwerken. De NZa kan hiervan afwijken indien de vigerende beleidsregels hiertoe aanleiding geven en/of indien op basis van nadere motiveringen de aanvraag door de NZa als onrealistisch wordt beoordeeld. De NZa kan daartoe de onderliggende parameters van het budget opvragen.
Meerdere soorten aanvragen: indien binnen de indieningstermijn meerdere van de situaties beschreven in de leden 2, 3 en 4 zich voordoen, zal de NZa de laatst ingediende aanvraag in behandeling nemen. Daarnaast geldt dat aanvragen die zijn ingediend nadat de indieningstermijn is verlopen niet in behandeling worden genomen indien al eerder een aanvraag door de NZa binnen de gestelde indieningstermijn is ontvangen.
Geen of onvolledige aanvraag: van een onvolledige aanvraag is sprake indien noodzakelijke informatie onjuist is of ontbreekt. Dit is ter beoordeling van de NZa en betreft de gegevens om tot vaststelling van het definitieve budget te komen. Indien geen aanvraag wordt ingediend, dan wel indien de aanvraag onvolledig is, schrijft de NZa de rav en representerende zorgverzekeraar(s) aan om alsnog binnen vier weken een gezamenlijke aanvraag in te dienen, dan wel de informatie aan te vullen of te corrigeren. Indien na vier weken wederom geen of een onvolledige aanvraag wordt ingediend, stelt de NZa het budget vast op 80% van het vastgestelde budget van jaar (t–1). Wanneer de NZa binnen bovenstaande termijn alsnog een tweezijdige aanvraag, eenzijdige aanvraag of meerdere eenzijdige aanvragen ontvangt, geldt de op die situatie betrekking hebbende procedure van bovenstaande leden. Echter, bij de enkele eenzijdige aanvraag wordt deze niet nogmaals voorgelegd aan de partij die de aanvraag niet heeft ondertekent, maar neemt de NZa de eenzijdige aanvraag in behandeling.
Artikel 6. Definitief opbrengstresultaat
Het opbrengstresultaat met betrekking tot jaar (t) wordt definitief vastgesteld op basis van de nacalculatie. Vóór juli jaar (t+1) levert de rav de definitieve opbrengsten van jaar (t) aan bij de NZa volgens de geldende verplichting tot aanlevering4Regeling informatieverstrekking vaststelling budget regionale ambulancevoorzieningen (NR/REG-2522) (de nacalculatie met betrekking tot jaar (t)). De NZa legt het definitief opbrengstresultaat vast in een beschikking.
Vóór 1 juli jaar (t+1) levert de rav de opbrengsten (gedeclareerde tarieven) met betrekking tot jaar (t) aan bij de NZa. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van het door de NZa beschikbaar gestelde formulier. Dit formulier maakt onderdeel uit van het nacalculatieformulier. De opbrengsten bestaan uitsluitend uit de declaraties van zorgprestaties die ter dekking van het budget dienen. Dit betreffen de declaraties van de volgende prestaties:
- a. I001 – Beladen vervoerskilometer
- b. I002 – Niet-spoedeisende ambulancezorg (B-inzet)
- c. I003 – Stand-by
- d. I006 – MICU-vervoer
- e. I010 – Spoedeisende ambulancezorg (A0-/A1-/A2-inzet)
Ten behoeve van de opbrengstverrekening stelt de NZa gelijktijdig met vaststelling van het definitief budget van jaar (t) in het najaar (t+1) het positieve dan wel negatieve opbrengstresultaat van jaar (t) vast. Dit resultaat is gelijk aan het totaal van de gedeclareerde tarieven in jaar (t) minus de som van het definitieve budget van jaar (t). De onderstaande bepalingen gelden bij de definitieve vaststelling van het opbrengstresultaat.
- a. Volledige aanvraag: ten behoeve van het vaststellen van het definitieve opbrengstresultaat van jaar (t) worden de werkelijke opbrengsten (gelijk aan het totaal van gedeclareerde tarieven ter dekking van het budget van jaar (t)) door de rav opgegeven met bijbehorende controleverklaring door de externe accountant.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.