Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 18 september 2025, nr. 6692706, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering voor de aanpak Preventie met Gezag 2026–2029

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-09-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet,

Besluit:

Artikel 1. Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel en definitie activiteiten
1.

Deze regeling heeft tot doel om gemeenten een specifieke uitkering te verstrekken waarmee zij in staat worden gesteld activiteiten in het kader van de aanpak Preventie met Gezag te ontplooien. Daarnaast worden enkele gemeenten in staat gesteld mee te doen aan de grassroot pilots.

2.

Onder de aanpak Preventie met Gezag wordt verstaan de aanpak waarmee een betekenisvolle en merkbare bijdrage aan het voorkomen, terugdringen en aanpakken van diverse vormen van (jeugd)criminaliteit wordt geleverd. De aanpak richt zich op kinderen, jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 8 tot 27 jaar.

3.

De grassroot pilots zijn pilots bij zes gemeenten die gaan werken aan betere ondersteuning aan de geselecteerde informele organisaties in hun gemeenten.

Artikel 3. Specifieke uitkering

De Minister kan op aanvraag jaarlijks een specifieke uitkering verstrekken aan een gemeente genoemd in de bijlage bij deze regeling, voor het treffen van maatregelen in het kader van de aanpak Preventie met Gezag van 1 juni 2026 tot en met 31 december 2029.

Artikel 4. Aanvraag
1.

De aanvraag bevat:

2.

In de reflectie wordt in ieder geval ingegaan op:

3.

In het integraal domeinoverstijgend plan van aanpak wordt in ieder geval ingegaan op:

4.

De aanvraag wordt uiterlijk op 31 december 2025 ingediend.

5.

De aanvraag voor een uitkering als genoemd in tabel 2 van de bijlage, wordt als addendum bij de aanvraag bijgevoegd.

Artikel 5. Hoogte specifieke uitkering

De hoogte van de specifieke uitkering bedraagt per gemeente ten hoogste het in de bijlage bij deze regeling genoemde bedrag. Het compensabele BTW-deel van het in de bijlage genoemde bedrag wordt niet aan de gemeente uitgekeerd. Dat bedrag wordt afgedragen aan het BTW-compensatiefonds.

Artikel 6. Verlening en bevoorschotting
1.

De Minister besluit uiterlijk 13 weken na indiening van aanvraag tot verlening van de specifieke uitkering.

2.

Het aan de gemeenten toegekende bedrag wordt in de periode van 2026 tot en met 2029 bij wijze van voorschot in jaarlijkse termijnen uitgekeerd. De eerste betaling vindt plaats binnen zes weken volgend op dagtekening van de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering. De volgende betalingen vinden plaats in januari 2027, januari 2028 en januari 2029.

Artikel 7. Verplichtingen
1.

De gemeente besteedt de specifieke uitkering binnen de periode die is opgenomen in de beschikking tot verlening daarvan.

2.

De gemeente neemt jaarlijks deel aan de monitorings- en evaluatiecyclus met betrekking tot de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend, alsook aan de landelijke evaluatie daarvan.

3.

De gemeente doet jaarlijks binnen de periode die is opgenomen in de verlengingsbeschikking aan de Minister verslag van de voortgang van de activiteiten, waarvoor de specifieke uitkering is verleend.

4.

De gemeente evalueert en monitort de eigen interventies zo veel mogelijk aan de hand van het Kwaliteitskader Effectieve Jeugdinterventies (KEI), dan wel aan de hand van een te starten traject om de activiteiten wetenschappelijk te onderbouwen met betrekking tot effectiviteit. Interventies die hier niet aan voldoen worden geleidelijk afgebouwd.

5.

De gemeente die een specifieke uitkering heeft ontvangen is verplicht om onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor die uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht.

Artikel 8. Vaststelling en verantwoording
1.

Nadat de Minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, stelt de Minister de uitkering binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

2.

De Minister kan de uitkering lager vaststellen, indien:

Artikel 9. Terugvordering
1.

De Minister kan onverschuldigd uitgekeerde bedragen naar aanleiding van een lagere vaststelling van de uitkering als bedoeld in artikel 8, tweede lid, terugvorderen.

2.

Indien de verantwoordingsinformatie te laat, niet of niet volledig wordt verstrekt, kan de Minister de uitkering op een lager bedrag vaststellen als volledige terugvordering tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden.

Artikel 10. Hardheidsclausule

De Minister kan een bepaling van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van het verstrekken van een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering Preventie met Gezag 2026–2029.

Bijlage. behorend bij artikel 5

Gemeente 2026 (jun t/m dec) 2027, 2028 en 2029 per jaar Totaal 1 jun 2026 – 31 dec 2029
Almere € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Amsterdam € 5.691.063,26 € 9.756.108,45 € 34.959.388,61
Arnhem € 1.238.181,96 € 2.122.597,65 € 7.605.974,91
Breda € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Delft € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Den Bosch € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Den Haag € 2.920.671,96 € 5.006.866,22 € 17.941.270,62
Dordrecht € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Eindhoven € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Enschede € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Groningen € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Heerlen € 1.116.127,93 € 1.913.362,17 € 6.856.214,44
Helmond € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Leeuwarden € 1.067.080,41 € 1.829.280,70 € 6.554.922,51
Lelystad € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Maastricht € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Nieuwegein € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Nijmegen € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Roosendaal € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Rotterdam € 5.456.494,76 € 9.353.991,01 € 33.518.467,79
Schiedam € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Sittard-Geleen € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Tilburg € 1.496.403,99 € 2.565.263,99 € 9.192.195,96
Utrecht € 2.776.925,25 € 4.760.443,28 € 17.058.255,09
Venlo € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Vlaardingen € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Zaanstad € 1.047.083,33 € 1.795.000,00 € 6.432.083,33
Gemeente 2026 t/m 2029 per jaar Totaal
--- --- ---
Amsterdam € 200.000 € 800.000
Arnhem € 200.000 € 800.000
Delft € 100.000 € 400.000
Leeuwarden € 200.000 € 800.000
Tilburg € 200.000 € 800.000
Utrecht € 100.000 € 400.000

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.