Belastingen, internationale administratieve samenwerking; aanwijzing en mandaatverlening DG Belastingdienst
De Directeur-generaal Belastingdienst heeft het volgende besloten.
Dit besluit bevat op grond van het besluit van de Minister van Financiën van 28 augustus 2025, nr. 2025-20707 de aanwijzing door de Directeur-generaal Belastingdienst van andere functionarissen binnen de Belastingdienst in het kader van de uitvoering van verschillende regelingen op het terrein van de internationale administratieve samenwerking bij de heffing en invordering van belastingen.
1. Inleiding
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 19 juli 2019, nr. 2019-78533 (Stcrt. 2019, 41997). Dit besluit reflecteert de ontvlechting van Douane van de Belastingdienst. Daarnaast bevat dit besluit een explicitering van de mandatering van bevoegdheden teneinde toezicht te houden op de naleving van verplichtingen ten behoeve van de internationale inlichtingenuitwisseling. In dit besluit zijn bovendien bevoegdheden in het kader van de Belastingwet BES toegevoegd.
2. Mandaat, volmacht en machtiging
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:
3. Aanwijzing algemeen directeur Midden- en Kleinbedrijf
De algemeen directeur Midden- en Kleinbedrijf is aangewezen om besluiten te nemen namens ‘Onze Minister’ en te handelen als ‘bevoegde autoriteit’ ter uitvoering van:
Verder is genoemde algemeen directeur aangewezen om:
4. Aanwijzing algemeen directeur Grote Ondernemingen
De algemeen directeur Grote Ondernemingen is aangewezen om besluiten te nemen namens ‘Onze Minister’ ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de artikelen 8.133a en 8.133b van de Belastingwet BES teneinde toezicht te houden op de naleving van de verplichtingen die uit deze wetten voortvloeien.
5. Aanwijzing algemeen directeur Centrale Administratieve Processen
De algemeen directeur Centrale Administratieve Processen is aangewezen om besluiten te nemen namens ‘Onze Minister’ ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de artikelen 8.133a en 8.133b van de Belastingwet BES teneinde toezicht te houden op de naleving van de verplichtingen die uit deze wetten voortvloeien.
6. Aanwijzing directeur Belastingdienst Caribisch Nederland
De directeur Belastingdienst Caribisch Nederland is aangewezen om besluiten te nemen namens ‘Onze Minister’ ter uitvoering van Hoofdstuk VIII, Titel 9, afdeling 2 van de Belastingwet BES, teneinde toezicht te houden op de naleving van de verplichtingen die uit deze wet voortvloeien.
7. Aanwijzing algemeen directeur FIOD
De algemeen directeur FIOD is aangewezen om te handelen als ‘bevoegde autoriteit’ ter uitvoering van:
8. Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere functionarissen
9. Ingetrokken regeling
Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
10. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
11. Overgangsbepaling
Beslissingen die zijn of worden genomen door functionarissen van de Belastingdienst die vóór inwerkingtreding van dit besluit bevoegd waren dan wel zonder inwerkingtreding van deze regeling bevoegd zouden zijn geweest, worden geacht te zijn genomen door de functionarissen die in dit besluit als ‘bevoegde autoriteit’ zijn aangewezen.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.