Besluit van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van 21 augustus 2025, nr. OJ2526VD, tot vaststelling van een Subsidieregeling Verduurzaming Onderzoeksjournalistieke Organisaties 2025–2026
Handelende in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a). Journalistiek handelen: het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij:
- i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor een breed publiek en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;
- ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
- iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
- b). Onderzoeksjournalistiek: kritisch en diepgravend journalistiek onderzoek:
- i. dat wordt uitgevoerd op basis van een onafhankelijk geformuleerde onderzoeksvraag (waarmee vooral bedoeld wordt dat de opzet is om langs journalistieke weg iets te onderzoeken, anders dan aan te tonen) en met toepassing van specifiek onderzoeksjournalistieke methoden;
- ii. dat beoogt feiten en verbanden bloot te leggen die apart of in hun samenhang nog niet zichtbaar waren; en
- iii. waarbij een zeker algemeen maatschappelijk belang in het geding is.
- c). Onderzoeksjournalistieke organisatie: een private of publieke organisatie met als hoofdactiviteit en missie het bedrijven van onderzoeksjournalistiek in plaats van het maken van regulier, dagelijks nieuws waarbij:
- i. de activiteiten zijn gericht op de Nederlandse markt; en
- ii. minimaal 25% van het product of de dienst tot stand is gekomen op basis van journalistiek handelen; en
- iii. deze staat ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel dan wel deze inschrijving binnen 3 weken na het besluit tot subsidieverlening verkrijgt.
- d). Ontwikkelbudget: subsidie voor kortlopende projecten ten behoeve van de financiële verduurzaming van onderzoeksjournalistieke organisaties.
- e). Stimuleringsfonds: het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.
- f). DAEB: dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- g). DAEB de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen, C/2023/9701, PB L, 2023/2832, 15.12.2023.
- h). DAEB de-minimissteun: steun die wordt verleend binnen de kaders van de DAEB de-minimisverordening.
Artikel 1.2. Doel van de subsidie, subsidieperiode en subsidiabele activiteiten
Subsidieverstrekking op grond van deze regeling heeft tot doel het financieel verduurzamen van onderzoeksjournalistieke organisaties. Om dat doel te bereiken kan het Stimuleringsfonds subsidie verstrekken voor activiteiten ten behoeve van het structureel versterken van de financiële basis van onderzoeksjournalistieke organisaties. Hiermee wordt het voor dergelijke organisaties mogelijk om, ten bate van de financiële verduurzaming, zowel onderzoeksjournalistiek te kunnen bedrijven als te kunnen werken aan hun zakelijke ontwikkeling. Daarnaast is deelname aan een door het Stimuleringsfonds aangeboden begeleidingsprogramma onlosmakelijk aan de subsidieverstrekking verbonden.
Het Stimuleringsfonds kan aan onderzoeksjournalistieke organisaties subsidie verstrekken voor de kosten van subsidiabele activiteiten die worden uitgevoerd in de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
Artikel 1.3. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal 1.080.000 euro beschikbaar.
Het Stimuleringsfonds kan besluiten het subsidieplafond te verhogen. Een besluit tot het verhogen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt door middel van publicatie in de Staatscourant en op de website van het Stimuleringsfonds www.svdj.nl.
Het Stimuleringsfonds weigert een subsidieaanvraag voor zover door de verstrekking van de subsidie een subsidieplafond zou worden overschreden.
Artikel 1.4. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidiabele kosten worden door de aanvrager berekend volgens door het Stimuleringsfonds vastgestelde instructies.
Voor subsidie komen uitsluitend de in het eerste lid genoemde kosten in aanmerking, die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.
Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening door de subsidieontvanger zijn gemaakt.
Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gefinancierd.
Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt voor de volgende kosten:
- a). Loonkosten: de kosten van een passende beloning van medewerkers die activiteiten uitvoeren ten behoeve van de financiële verduurzaming van de onderzoeksjournalistieke organisatie van tot maximaal 58.500 euro naar rato per medewerker per kalenderjaar, inclusief werkgeverslasten;
- b). Operationele kosten tot maximaal 15% van het aangevraagde subsidiebedrag:
- i. reis- en verblijfskosten van medewerkers;
- ii. opleidingskosten van medewerkers;
- iii. administratieve kosten en overheadkosten, zoals inhuur administratiekantoor, salarisadministratie en kosten voor werving van nieuwe medewerkers;
- iv. accountantskosten voor het opstellen van een rapport van feitelijke bevindingen.
Verschuldigde btw komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de aanvrager deze niet kan verrekenen.
Hoofdstuk 2. Aanvraag tot subsidieverlening
Artikel 2.1. Subsidieaanvrager
Subsidie kan worden aangevraagd door een onderzoeksjournalistieke organisatie in Nederland.
Artikel 2.2. Subsidieaanvraag
Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend door het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:
- a). Een beschrijving van de voorgenomen activiteiten, de ambities en het einddoel van het plan;
- b). Een beschrijving van de aard en omvang van het team dat de voorgenomen activiteiten gaat uitvoeren;
- c). Cv’s van alle deelnemende teamleden;
- d). Een realistische begroting inclusief dekkingsplan, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgestelde modelbegroting, van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten
- e). Een organisatiebegroting voor 2026;
- f). Concrete voorstellen voor het meten en waarderen van behaalde resultaten waarbij vooraf bepaalde key performance indicators(kpi’s) worden gehanteerd. Deze kpi's worden na subsidieverlening in overleg met het Stimuleringsfonds vastgesteld en dienen als basis voor de evaluatie van de voortgang van het project.
- g). Een redactiestatuut of vergelijkbaar document waaruit blijkt dat de aanvrager vanuit onafhankelijkheid opereert en werkt volgens vastgestelde journalistieke uitgangspunten en waarden;
- h). Een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager in de afgelopen drie jaren heeft ontvangen;
- i). Indien beschikbaar: het Kamer van Koophandel nummer;
- j). Indien beschikbaar de meest recente jaarrekening en het meest recente jaarverslag.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze volledig is. Het Stimuleringsfonds beoordeelt binnen een week na indiening van de aanvraag de volledigheid daarvan. In voorkomend geval krijgt de aanvrager bericht over ontbrekende gegevens, met de eenmalige uitnodiging om de ontbrekende gegevens alsnog binnen één week aan te leveren. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de aanvraag geweigerd.
Artikel 2.3. Termijn aanvraag
Een aanvraag wordt ingediend in de periode van 16 september 2025 tot en met 20 oktober 2025 om 23:59 uur.
Hoofdstuk 3. Subsidieverlening
Artikel 3.1. Verdeling subsidie
Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van een rangschikking van de aanvragen.
Artikel 3.2. Drempelcriterium
Aanvragen worden door het Stimuleringsfonds eerst beoordeeld aan de hand van het volgende drempelcriterium:
- a). de aanvrager voldoet aan artikel 2.1 van de regeling.
Als een aanvraag niet aan het drempelcriterium voldoet, wijst het Stimuleringsfonds de aanvraag af.
Artikel 3.3. Inhoudelijke criteria
Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende inhoudelijke criteria:
- a). Team: in hoeverre bestaat het team uit de nodige competenties om de organisatie inhoudelijk en zakelijk te helpen groeien?
- b). Meerwaarde voor het veld: in hoeverre levert de organisatie een bijdrage aan de ontwikkeling van de onderzoeksjournalistiek in zijn geheel?
- c). Duurzaamheid: in hoeverre is het aannemelijk dat de subsidie en het begeleidingsprogramma als een vliegwiel kunnen fungeren voor het vergaren van andere inkomsten en leidt het tot verdere financiële stabiliteit van de organisatie?
In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de wijze waarop het Stimuleringsfonds de criteria weegt, uitgewerkt.
Artikel 3.4. Beoordelingsprocedure
Het Stimuleringsfonds beslist gelijktijdig op de aanvragen die in behandeling zijn genomen en aan het drempelcriterium voldoen.
Bij beoordeling op de inhoudelijke criteria wordt het oordeel van het Stimuleringsfonds vertaald in een waardering per criterium. Hierbij wordt gewerkt met een systeem waarin deze waardering wordt omgezet in een cijfer. Zowel de waardering als het cijfer staan op zichzelf; aanvragen worden niet direct met elkaar vergeleken.
Het Stimuleringsfonds komt voor iedere aanvraag per criterium tot een gemotiveerde score volgens een vijfpuntenschaal: 1. onvoldoende 2. matig 3. voldoende 4. goed 5. zeer goed.
De scores per criterium worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag.
De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal punten dat wordt behaald, waarbij aanvragen met de hoogste scores het eerst in aanmerking komen voor subsidie.
Niet voor rangschikking in aanmerking komen aanvragen die na de beoordeling minder dan 7 punten hebben gehaald. Die aanvragen zullen worden afgewezen.
Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het budget als volgt verdeeld:
- a). de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;
- b). telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;
- c). indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:
- i. op basis van de toegekende score op het criterium ‘Meerwaarde voor het veld’;
- ii. de alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium 'Duurzaamheid’;
- iii. de alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van loting door een notaris.
Wanneer door de verstrekking van een subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, worden zowel de aanvraag voor die subsidie als de daarop in de rangorde volgende aanvragen, afgewezen.
Artikel 3.5. Besluit
Het Stimuleringsfonds beslist binnen 12 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 2.3.
Artikel 3.6. Subsidiehoogte
De maximale hoogte van de te verlenen subsidie per aanvrager is 135.000 euro.
Artikel 3.7. Begrotingsvoorbehoud
Voor zover subsidies worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, gebeurt dit onder de voorwaarde dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoende middelen ter beschikking worden gesteld aan het Stimuleringsfonds ter uitvoering van deze regeling.
Artikel 3.8. Bevoorschotting
Bij subsidieverlening wordt het verleende subsidiebedrag in twee termijnen betaald, waarbij:
- a). negentig procent van het verleende subsidiebedrag bij wijze van voorschot wordt betaald binnen vier weken na bekendmaking van het besluit tot subsidieverlening;
- b). als de subsidie overeenkomstig de verlening wordt vastgesteld, het restant van tien procent na het besluit tot subsidievaststelling wordt betaald.
In overleg kan het Stimuleringsfonds bij wijze van uitzondering afwijken van de hoogte van bovengenoemde tranches en overgaan tot een andere percentuele betaling.
Hoofdstuk 4. Ontwikkelbudget
Artikel 4.1. Aanvraag ontwikkelbudget
Ontwikkelbudget kan alleen worden aangevraagd door een subsidieontvanger die op grond van deze regeling reeds subsidie ontvangt, als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid, onderdeel a of b en die met het volledige team deelnemen aan alle georganiseerde activiteiten binnen het begeleidingsprogramma.
Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend door het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:
- a). een beschrijving van de voorgenomen activiteiten;
- b). een realistische begroting, conform een door het Stimuleringsfonds vastgestelde modelbegroting, van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten
- c). een onderbouwing van de wijze waarop het voorgenomen kortlopende project bijdraagt aan de financiële verduurzaming van de onderzoeksjournalistieke organisatie;
- d). Een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager in de afgelopen drie jaren heeft ontvangen.
Het Stimuleringsfonds bevestigt binnen 4 weken op een aanvraag voor ontwikkelbudget.
Artikel 4.2. Kosten die voor het ontwikkelbudget in aanmerking komen
Voor ontwikkelbudget komen uitsluitend de in het vierde lid genoemde kosten in aanmerking die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.
Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening door de subsidieontvanger zijn gemaakt en betaald.
Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn, kunnen of worden gefinancierd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.