Belastingen, internationale administratieve samenwerking; aanwijzing en mandaatverlening
De Minister van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit bevat aanwijzingen van, en een mandatering aan de Directeur-generaal Belastingdienst en de Directeur-generaal Douane ten behoeve van de uitvoering van verschillende regelingen op het terrein van de internationale administratieve samenwerking bij de heffing en invordering van belastingen.
1. Inleiding
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 12 juli 2019, nr. 2019-78534 (Stcrt. 2019, 41999). In dit besluit zijn de aanwijzing en mandatering in het kader van enkele bepalingen uit de Belastingwet BES opgenomen.
2. Mandaat, volmacht en machtiging
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:
3. Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen
De Directeur-generaal Belastingdienst is aangewezen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
3a. Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
De Directeur-generaal Belastingdienst is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst aan te wijzen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.
4. Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van internationale bijstandverlening bij de heffing van belastingen
De Directeur-generaal Belastingdienst en de Directeur-generaal Douane zijn aangewezen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van internationale verplichtingen ten aanzien van bijstandsverlening bij handhaving van de nationale wetten bij onderzoek naar of vervolging van strafrechtelijke belasting- en douaneaangelegenheden.
4a. Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
De Directeur-generaal Belastingdienst en de Directeur-generaal Douane zijn gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst respectievelijk Douane aan te wijzen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van internationale verplichtingen ten aanzien van bijstandsverlening bij handhaving van de nationale wetten bij onderzoek naar of vervolging van strafrechtelijke belasting- en douaneaangelegenheden.
5. Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 904/2010 (administratieve samenwerking BTW)
De Directeur-generaal Belastingdienst is aangewezen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010, betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna: Verordening (EU) nr. 904/2010).
5a. Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
De Directeur-generaal Belastingdienst is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst aan te wijzen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 904/2010.
6. Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Verordening (EU) nr. 389/2012 (administratieve samenwerking accijnzen)
De Directeur-generaal Douane is aangewezen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad van 2 mei 2012, betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen (hierna: Verordening (EU) nr. 389/2012).
6a. Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
De Directeur-generaal Douane is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Douane aan te wijzen om te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 389/2012.
7. Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van de Wet wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012
De Directeur-generaal Belastingdienst en de Directeur-generaal Douane zijn aangewezen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van de Wet wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012.
7a. Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
De Directeur-generaal Belastingdienst en de Directeur-generaal Douane zijn gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst respectievelijk Douane aan te wijzen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van de Wet wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012.
8. Aanwijzing tot bevoegde autoriteit ter uitvoering van overige internationale bijstandsverlening bij de invordering van belastingschulden en overige schuldvorderingen
De Directeur-generaal Belastingdienst is aangewezen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van overige internationale verplichtingen ten aanzien van bijstandsverlening bij de invordering van belastingschulden en overige schuldvorderingen.
8a. Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
De Directeur-generaal Belastingdienst is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst aan te wijzen om besluiten te nemen namens “Onze Minister” en te handelen als “bevoegde autoriteit” ter uitvoering van overige internationale verplichtingen ten aanzien van bijstandsverlening bij de invordering van belastingschulden en overige schuldvorderingen.
9. Aanwijzing tot verstrekken inlichtingen op basis van Belastingwet BES
De Directeur-generaal Belastingdienst is aangewezen om namens “Onze Minister” aan buitenlandse bevoegde autoriteiten inlichtingen te verstrekken op basis van Hoofdstuk VIII, Titel 9, afdeling 2, van de Belastingwet BES.
9a. Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten
De Directeur-generaal Belastingdienst is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst aan te wijzen om namens “Onze Minister” aan buitenlandse bevoegde autoriteiten inlichtingen te verstrekken op basis van Hoofdstuk VIII, Titel 9, afdeling 2, van de Belastingwet BES.
10. Mandaatverlening ter uitvoering van de Belastingwet BES
De Directeur-generaal Belastingdienst is aangewezen om namens “Onze Minister” besluiten te nemen ter uitvoering van Hoofdstuk VIII, Titel 9, afdeling 2, van de Belastingwet BES.
10a. Bevoegdheid tot het aanwijzen van andere bevoegde autoriteiten.
De Directeur-generaal Belastingdienst is gemandateerd om andere functionarissen binnen de Belastingdienst aan te wijzen om namens “Onze Minister” besluiten te nemen ter uitvoering van Hoofdstuk VIII, Titel 9, afdeling 2, van de Belastingwet BES.
11. Ingetrokken regelingen
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
12. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.