Beleidsregel van het Commissariaat voor de Media over de toelaatbaarheid, herkenbaarheid en afbakening van reclame- en telewinkelboodschappen in het media-aanbod van publieke media- instellingen (Beleidsregel reclame publieke media-instellingen 2025)
Gelet op de artikelen 1.1, 2.88b, 2.94, 2.95, 2.96, 2.97, 2.98, 7.11 en 7.12 van de Mediawet 2008, de artikelen 5 en 5a van het Mediabesluit 2008,
en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a. wet: Mediawet 2008;
- b. besluit: Mediabesluit 2008;
- c. Commissariaat: Commissariaat voor de Media;
- d. reclameboodschap, telewinkelboodschap, publieke media-instelling, publieke mediadienst, media-aanbod, teletekst: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid van de wet;
- e. mediaproduct: elektronisch product met beeld- of geluidsinhoud dat duidelijk is afgebakend en als zodanig herkenbaar onder een afzonderlijke titel, al dan niet gedeeld in afleveringen, en bestemd voor afname door het algemene publieke of een deel daarvan;
- f. omlijsting: kader waarbinnen reclame- en telewinkelboodschappen worden geplaatst, bij reclame- of telewinkelboodschappen in het video en/of audio gedeelte van het media-aanbod door middel van een zichtbare of hoorbare aankondiging en afkondiging, bij reclame- of telewinkelboodschappen in het tekst en/of grafische gedeelte van het media-aanbod in de vorm van een zichtbare afbakening van de overige inhoud van het media-aanbod;
- g. webpagina: het media-aanbod van de publieke mediadienst dat via internet op een browserscherm onder één webadres (URL) wordt weergegeven;
- h. zelfpromotie: uiting in welke vorm dan ook waarin een publieke media-instelling haar eigen producten, diensten, programma’s of netten aanprijst.
Artikel 2. Toepassingsbereik
Deze beleidsregel is van toepassing op het media-aanbod van de publieke mediadiensten.
Artikel 3. Herkenbaar
Reclame- en telewinkelboodschappen zijn ‘als zodanig herkenbaar’, als bedoeld in artikel 2.88b, eerste lid, van de wet, indien deze voor het gemiddeld publiek door de vorm en inhoud duidelijk herkenbaar zijn als reclame- dan wel telewinkelboodschap.
Artikel 4. Duidelijk onderscheiden
Reclame- en telewinkelboodschappen binnen het video- en/of audiogedeelte van het media- aanbod zijn in ieder geval ‘duidelijk onderscheiden’, als bedoeld in artikel 2.94, eerste lid, van de wet, van de overige inhoud van het media-aanbod als gebruik wordt gemaakt van een omlijsting onder vermelding van ‘reclame’, ‘advertentie’, ‘telewinkelboodschap’ of ‘Ster’.
Reclameboodschappen binnen het tekst- en/of grafische gedeelte van het media-aanbod zijn in ieder geval ‘duidelijk onderscheiden’ van de overige inhoud van het media-aanbod indien deze worden geplaatst in een apart kader en onder vermelding van ‘reclame’, ‘advertentie’, of ‘Ster’.
Artikel 5. Aandeel
Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen, als bedoeld in artikel 2.95, eerste lid, van de wet, binnen het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten is beperkt in hoeveelheid en duur. Hieraan wordt in elk geval voldaan indien reclame- of telewinkelboodschappen:
- a. binnen het tekst- en/of grafische gedeelte van een webpagina maximaal 15% uit maken van de webpagina;
- b. voorafgaand aan of na een mediaproduct, dat op individueel verzoek via een regionale- of lokale publieke mediadienst op aanvraag wordt afgenomen, maximaal één minuut duren, ongeacht de lengte van het mediaproduct.
Een boodschap bestaande uit zelfpromotie telt niet mee voor de vaststelling van het reclamemaximum als bedoeld in artikel 2.95 van de wet en artikel 5 en 5a van het besluit.
Artikel 6. Plaatsing van reclame- en telewinkelboodschappen binnen, voorafgaand aan of na publiek media-aanbod op aanvraag
In media-aanbod op aanvraag van de regionale en lokale publieke media-instellingen mogen reclame- en telewinkelboodschappen voorafgaand aan of na afloop van de opgevraagde video of audio worden geplaatst, onverminderd het bepaalde in artikel 2.97 van de wet.
Reclame- en telewinkelboodschappen die aan het begin of het einde van de video of audio in een lokale of regionale publieke mediadienst op aanvraag worden aangeboden behoeven niet te worden opgenomen in blokken als bedoeld in artikel 2.96, eerste lid, onder a, van de wet.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op media-aanbod op aanvraag van de landelijke publieke mediadienst bestaande uit producten met uitsluitend geluidsinhoud.
Artikel 7. Reclame voor medische behandelingen
Onder medische behandelingen als bedoeld in artikel 2.94, tweede lid, onder a van de wet wordt verstaan: behandelingen die alleen op doktersvoorschrift verkrijgbaar zijn.
Het overige media-aanbod bevat geen reclame- en telewinkelboodschappen voor medische behandelingen.
Artikel 8. Reclame voor alcoholhoudende dranken en kansspelen
Het overige media-aanbod bevat geen reclame- en telewinkelboodschappen voor alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur.
Het overige media-aanbod bevat geen reclame- en telewinkelboodschappen voor:
- a. kansspelen waarvoor een vergunning als bedoeld in de artikelen 14a, 15, 23, 27gen 31 van de Wet op de kansspelenvereist is, of die gespeeld worden op een automaat in een speelautomatenhal voor de aanwezigheid waarvan een vergunning vereist is, tussen 06.00 en 21.00 uur;
- b. overige kansspelen waarvoor ingevolge de Wet op de kansspeleneen vergunning vereist is, tussen 06.00 en 19.00 uur.
Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel reclame publieke media-instellingen 2025.
De beleidsregel wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Commissariaat voor de Media (Externe link: www.cvdm.nl).
De beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 oktober 2025.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.