Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 21 september 2025, nr. BZ252014 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit 2025)
Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikelen 5.1 en 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 5.1 en 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op subsidiëring van activiteiten die bijdragen aan het herstel en de wederopbouw van Oekraïne, gelden voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2026 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit 2025 worden ingediend vanaf 30 januari 2026 10:00 uur tot en met 30 april 2026 17:00 uur Nederlandse tijd.
Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit 2025 worden ingediend aan de hand van een door de minister beschikbaar gesteld formulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden1https://english.rvo.nl/subsidies-programmes/ukraine-partnership-facility-upf.
Voorafgaand aan het indienen van de aanvraag voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit 2025 dient de aanvrager in de periode vanaf 17 oktober 2025 10:00 uur tot en met 21 november 2025 17:00 uur Nederlandse tijd een quick scan in.
Quick scans worden ingediend aan de hand van een door de minister beschikbaar gesteld formulier en voorzien van de op het quick scan formulier gevraagde bescheiden.
Artikel 3
Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit 2025 geldt voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2026 een subsidieplafond van € 26,5 miljoen.
Artikel 4
Het Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp van 16 augustus 2024, nr.BZ2404502 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit 2024)2Stcrt. 2024, nr. 27683. wordt ingetrokken, met dien verstande dat dit besluit van toepassing blijft op subsidies die op grond hiervan zijn of nog worden verstrekt.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat het besluit van toepassing blijft op aanvragen die voor die datum zijn ingediend en subsidies die voor die datum zijn verleend.
Bijlage
1. Achtergrond
Sinds de start van de Russische invasie van Oekraïne zijn de noden in Oekraïne enorm en deze nemen nog altijd toe. Het Rapid Damage and Needs Assessment (RDNA4) van de Oekraïense autoriteiten, de Wereldbank en de Europese Commissie becijferde begin 2025 de totale wederopbouwkosten op 524 miljard USD (voorjaar 2024 was dit nog 486 miljard USD). Sindsdien zijn grootschalige aanvallen doorgegaan en is de schade nog verder toegenomen. Het land heeft grote behoefte aan steun in velerlei sectoren.
De hulpbehoefte van Oekraïne is dermate groot dat het cruciaal is om de private sector te ondersteunen in zijn bijdrage aan duurzaam herstel om zo de druk op de Oekraïense publieke sector te verlichten. Om ondernemingen en maatschappelijke organisaties te ondersteunen om vraaggestuurd bij te dragen aan wederopbouw en duurzame economische ontwikkeling van Oekraïne heeft de toenmalige Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in 2023 besloten het Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit op te zetten. Na de eerste openstelling in 2023–2024 is er via het Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit 2024 een tweede openstelling geweest in 2024–2025. Gelet op de voortdurende grote behoefte aan steun en op basis van de ervaringen met de eerste twee openstellingen en de daaruit voortvloeiende gewenste wijzigingen, heeft de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken besloten om een nieuwe ronde open te stellen in het Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit 2025 (hierna: subsidieprogramma).
De minister stelt met het subsidieprogramma middelen beschikbaar voor projecten van partnerschappen van ondernemingen en maatschappelijke organisaties die bijdragen aan wederopbouw in Oekraïne en duurzaam herstel van de Oekraïense economie en samenleving, uitgezonderd humanitaire noodhulp3Zie voor de definitie van humanitaire noodhulp: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ontwikkelingshulp/humanitaire-hulp. Het moet bij de projecten gaan om activiteiten in één of meer van de volgende sectoren: gezondheidszorg, water, circulaire bouw, duurzame energie of landbouw. Dit zijn sectoren waar de noden in Oekraïne hoog zijn en waar Nederland een toegevoegde waarde kan bieden. Het gaat daarbij om projecten die als gevolg van marktfalen zonder financiële steun niet realiseerbaar zijn.
Specifiek is het subsidieprogramma bedoeld voor projecten met een concreet en tastbaar resultaat aan het einde van het project. Dat betekent dat haalbaarheidsstudies, pilots en projecten op basis van technologieën die nog in een experimentele fase zitten niet in aanmerking komen voor subsidie. Tevens gaat het om projecten waaruit een bredere lokale economische en maatschappelijke ontwikkeling voortkomt. Het gaat om projecten die een lange-termijneffect hebben op de lokale gemeenschap of op een keten van ondernemingen en maatschappelijke organisaties, en dus niet om projecten die uitsluitend ten goede komen aan één (groep van) onderneming(en) of één maatschappelijke organisatie. Het betreft projecten die niet-commercieel financierbaar zijn en die de Oekraïense publieke sector verlichten bij de wederopbouw.
Nederland streeft ernaar om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de prioriteiten van de Oekraïense regering ten aanzien van wederopbouw en structureel herstel van de Oekraïense economie en samenleving. De Oekraïense overheid werkt met een systeem om wederopbouwplannen en daarvoor beschikbaar gestelde middelen te prioriteren. Hiertoe plaatsen alle lagen van de overheid – lokaal, regionaal en nationaal – de voor hen belangrijke wederopbouwprogramma’s en -projecten in een database, genaamd DREAM. Een commissie van de landelijke overheid prioriteert deze projecten. De projecten die de hoogste prioriteit hebben staan in een subsectie van de DREAM-database, die Single Project Pipeline (SPP) wordt genoemd4Bedrijven worden gestimuleerd om alvast kennis te nemen van de DREAM-database. De DREAM database is te benaderen via https://bi.dream.gov.ua/ en de Single Project Pipeline is de benaderen via https://bi.dream.gov.ua/spi/#/spp. Actuele informatie of updates over de wijze om toegang tot deze database(s) te vinden zal RVO verstrekken via de website www.rvo.nl/upf (Engelstalige versie: https://english.rvo.nl/subsidies-financing/upf).. Momenteel is de DREAM-database nog in ontwikkeling. Aanvragers leggen bij voorkeur aantoonbaar contact met de lokale overheid waar het project zal gaan plaatsvinden, om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de lokale prioriteiten. Regionale en lokale overheden zijn momenteel bezig om hun prioritaire projecten op te nemen in de DREAM-database.
Nederlandse ondernemingen hebben veel ervaring in de specifieke sectoren waarvoor het subsidieprogramma openstaat. Het faciliteren van het leveren van een lange-termijnbijdrage door het (Nederlandse) bedrijfsleven wordt daarom van belang geacht voor het bereiken van de doelstellingen. Ter illustratie volgt hierna voor de specifieke sectoren een beschrijving van het type projecten dat het subsidieprogramma beoogt te financieren, gekoppeld aan waar de noden hoog zijn:
Voor de gezondheidszorgsector wordt gezocht naar projecten die zijn gericht op uitbreiding of herstel van capaciteit en eventueel gedeeltelijk, maar niet uitsluitend, op modernisering.
Voor Mental Health and Psychosocial Support (MHPSS) wordt gezocht naar projecten die aansluiten bij de bredere programma’s van de Oekraïense overheid en waarbij methodieken worden gebruikt die door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn geaccepteerd.
Voor de watersector wordt gezocht naar projecten die gericht zijn op het herstel van de drinkwatervoorziening (vodokanals) en van waterzuiveringsinstallaties.
Voor circulaire bouw wordt gezocht naar projecten die gericht zijn op het ontwikkelen, gebruiken of hergebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur, zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Bouwen op een wijze die economisch verantwoord is en bijdraagt aan het welzijn van mens en dier, nu en later. In het bijzonder wordt gezocht naar projecten gericht op huisvesting en sociale infrastructuur.
Voor de duurzame-energiesector wordt gezocht naar projecten die bijdragen aan de decentralisatie van opwekcapaciteit, energie-efficiëntie en/of energieopslag en die gericht zijn op hernieuwbare energietechnologieën (inclusief groen gas voor lokaal gebruik in Oekraïne). Projecten zijn daarmee oplossingen die niet direct de gecentraliseerde Oekraïense opwekcapaciteit kunnen vervangen, maar die wel al op korte termijn effect kunnen sorteren en zo hun waarde bewijzen voor het Oekraïense energiesysteem. Het gaat dus niet om projecten die primair voorzien in de energiebehoefte van een enkele onderneming waarmee het net wordt ontlast. De minister verwelkomt wel projecten die voorzien in een onafhankelijke energievoorziening voor sociale infrastructuur, zoals ziekenhuizen en scholen.
Voor landbouw wordt gezocht naar projecten in de agrologistiek op het gebied van opslag, koeling en distributie die vanwege wereldwijde en lokale voedselvoorziening en -zekerheid een publiek karakter hebben en daarmee een breder maatschappelijk belang dienen. In het bijzonder – maar niet uitsluitend – is er behoefte aan projecten in de agrologistiek, inclusief opslag, koeling en distributie en irrigatie.
In zijn algemeenheid dragen projecten bij aan de reconstructie van voorzieningen die door de oorlog beschadigd of vernietigd zijn. Of bijvoorbeeld aan lokale werkgelegenheid of de arbeidsinzetbaarheid (kennis, kunde, mentale en fysieke gezondheid) van Oekraïense burgers. Waar mogelijk dragen projecten ook bij aan verbetering van de positie van kwetsbare groepen, waaronder vrouwen, jongeren en oorlogsveteranen.
2. Uitvoerder
De minister heeft de uitvoering van het subsidieprogramma opgedragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. RVO zal het subsidieprogramma uitvoeren namens de minister op grond van een aan RVO verleend mandaat.
3. Begrippen
In dit subsidieprogramma wordt verstaan onder:
4. Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit 2025
4.1. Doel
Het subsidieprogramma heeft als doel om in samenwerking met het bedrijfsleven, specifiek ter verlichting van de Oekraïense publieke sector, bij te dragen aan wederopbouw in Oekraïne en duurzaam herstel van de Oekraïense economie en samenleving, in de sectoren gezondheidszorg, water, circulaire bouw, duurzame energie of landbouw, zoals omschreven in hoofdstuk 1.
4.2. Wie kunnen in aanmerking komen voor een subsidie
Met het subsidieprogramma wil de minister partnerschappen ondersteunen, namens welke een penvoerder een subsidie aanvraagt.
Aan (de partners van) het partnerschap worden de volgende eisen gesteld:
Partnerschappen die al eerder aantoonbaar succesvol hebben samengewerkt scoren beter dan partnerschappen die voor het eerst samenwerken (zie hoofdstuk 7).
De rol van penvoerder wordt vervuld door een onderneming of maatschappelijke organisatie met een statutaire zetel in Nederland. Verder dient de penvoerder:
Wanneer de penvoerder niet minimaal twee jaar ervaring heeft in Oekraïne, geldt ten aanzien van het aantonen en beoordelen van de aanwezige ervaring dat de penvoerder ook de ervaring mag opvoeren van personeel dat deze ervaring eerder in dienst van een andere organisatie heeft opgedaan.
De penvoerder moet aantonen dat alle partners van het partnerschap een integriteitsbeleid7https://www.rvo.nl/onderwerpen/mvo/seksueel-grensoverschrijdend-gedrag hebben vastgesteld en procedures hebben ingevoerd om aan dat beleid invulling te kunnen geven binnen de eigen organisaties. Dit integriteitsbeleid en deze procedures zijn er om ernstige vormen van grensoverschrijdend gedrag, daaronder onder andere begrepen seksuele misdragingen, jegens medewerkers en derden bij de uitvoering van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft, door de partners en de door hen ingeschakelde partijen, zo veel mogelijk te voorkomen, in voorkomend geval te onderzoeken, met passende maatregelen zo spoedig mogelijk te doen beëindigen en de gevolgen daarvan te mitigeren. De procedures zijn zodanig ingericht dat een tijdige melding van incidenten aan RVO is gewaarborgd.
Oekraïense (semi-)overheidsinstellingen kunnen niet in aanmerking komen voor subsidie in het kader van dit subsidieprogramma (niet direct als penvoerder noch als partner in het partnerschap). Het is wel mogelijk om deze instellingen te betrekken als begunstigde of door (leden van) het partnerschap te worden ingeschakeld bij de projecten in het kader van de te behalen doelstellingen. Eventuele kosten van deze instellingen kunnen door de aanvrager (penvoerder) worden opgevoerd als 'kosten derden' als bedoeld in paragraaf 5.2 (het zijn dan kosten die de aanvrager maakt door het betalen van een factuur van deze instelling).
4.3. Adviestraject
Als een penvoerder overweegt namens een partnerschap een aanvraag voor subsidie in te dienen, dan geldt dat eerst een verplicht adviestraject moet worden gevolgd, aan de hand van een daartoe ingediende ‘quick scan’8Dit formulier is te vinden op de website van RVO: www.rvo.nl/upf. Het adviestraject eindigt met een advies van een RVO-adviseur aan de penvoerder. De uitkomst van het adviestraject is niet bindend. Het is aan de penvoerder om wel of niet een subsidieaanvraag in te dienen. Als de penvoerder vervolgens besluit om een aanvraag in te dienen, is en blijft het altijd de verantwoordelijkheid van de penvoerder om aan te tonen dat aan de vereisten om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen wordt voldaan.
Quick scans kunnen worden ingediend tot uiterlijk 21 november 2025 17:00 uur Nederlandse tijd.
4.4. Subsidiabele activiteiten
Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma moet de aanvraag betrekking hebben op een planmatige integrale aanpak van activiteiten die bijdragen aan één gezamenlijk doel (ook wel te noemen: project).
Het project:
In ieder geval niet-subsidiabel zijn activiteiten:
4.5. Looptijd van de activiteiten
De activiteiten hebben een minimale looptijd van een half jaar en een maximale looptijd van vier jaar. De activiteiten moeten starten binnen twee maanden na subsidieverlening.
4.6. Omvang van de subsidie
De subsidie bedraagt per aanvraag maximaal 90% van de totale subsidiabele kosten, met een minimum van € 500.000, en tot een maximum van € 4.000.000.
Per partner, en indien van toepassing per groep of fiscale eenheid waartoe een partner behoort, worden hoogstens voor maximaal twee projecten subsidies verleend waarbij toekenningen van subsidies bij eerdere subsidierondes van de Oekraïne partnerschapsfaciliteit10Subsidie verleend onder het Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit (Stcrt. 2023, nr. 22147) of het Subsidieprogramma Oekraïne partnerfaciliteit 2024 (Stcrt. 2024, nr. 27683). meetellen. Het maakt hierbij niet uit of de organisatie van de partner penvoerder of partner niet zijnde penvoerder is. Dit betekent dat, zodra aan een organisatie als penvoerder of partner in een partnerschap, dan wel aan een rechtspersoon in een groep of fiscale eenheid waarvan hij deel uitmaakt, als penvoerder of partner in een partnerschap twee maal subsidie is verleend, de later ontvangen aanvragen waarbij deze organisatie of een rechtspersoon van de groep of fiscale eenheid betrokken is, zullen worden afgewezen.
De partners dekken, als partnerschap, in totaal ten minste 10% van de totale subsidiabele kosten uit eigen middelen of uit middelen verkregen van derden, anders dan het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De partners die financieel bijdragen, moeten middels twee jaarrekeningen en actuele halfjaarcijfers aantonen dat zij in staat zijn deze eigen bijdrage te financieren.
5. Subsidiabele kosten
5.1. Uitgangspunten
Voor het bepalen van (de omvang van) de kosten die in aanmerking kunnen worden genomen bij het bepalen van de hoogte van de te verlenen subsidie gelden de volgende uitgangspunten:
5.2. Subsidiabele kosten
Subsidiabele kosten zijn de volgende door de partners zelf te maken kosten:
5.3. Niet-subsidiabele kosten
Niet subsidiabel zijn in ieder geval de volgende kosten:
6. Aanvraag
6.1. Vereisten
Voordat een penvoerder een aanvraag voor subsidie voor een project in het kader van dit subsidieprogramma doet, dient hij een advies van RVO te hebben verkregen zoals beschreven in paragraaf 4.3 (advies naar aanleiding van ‘quick scan’). Dit advies kan worden aangevraagd tot 21 november 2025 17:00 uur Nederlandse tijd.
De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door RVO beschikbaar gesteld middel en voorzien van de daarin genoemde bijlagen waarvoor modellen beschikbaar worden gesteld door RVO. De documenten moeten in het Nederlands of Engels worden aangeleverd.
De aanvraag bevat in ieder geval:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.