Mandaatbesluit VRO 2025

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-10-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht,

In overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit VRO:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 1.2

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Hoofdstuk 2. Uitzonderingen mandaat

Artikel 2.1

Mandaat wordt niet verleend met betrekking tot:

Artikel 2.2
1.

Mandaat wordt evenmin verleend met betrekking tot stukken bestemd voor:

2.

De beperking in het verlenen van mandaat voor de gevallen genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing indien het een stuk betreft van louter informatieve of administratieve aard, dan wel het een aangelegenheid betreft van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.

Hoofdstuk 3. Secretaris-generaal

§ 1. Mandaat secretaris-generaal

Artikel 3.1

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die, gelet op het Besluit regeling functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499), behoren tot het werkterrein van de secretaris-generaal.

Artikel 3.2

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

§ 2. Beperkingen mandaat secretaris-generaal

Artikel 3.3

Het mandaat van de secretaris-generaal is niet van toepassing op:

§ 3. Ondermandaat en plaatsvervanging

Artikel 3.4
1.

De secretaris-generaal is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan op het werkterrein werkzame functionarissen respectievelijk tot het beperken of het intrekken daarvan.

2.

De secretaris-generaal kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende functionaris of in bijzondere gevallen aan een andere functionaris.

3.

De secretaris-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van deze paragraaf, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen aan een op het werkterrein werkzame functionaris voor een bepaald geval.

Artikel 3.5

De secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 3.4, derde lid, beschreven situatie, na advies van de directeur FEZ, de directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving van BZK en de directeur P&O van het Ministerie van BZK.

Artikel 3.6

Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal worden diens taken uitgeoefend door de directeur-generaal Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Ruimtelijke Ordening, worden de taken van de secretaris-generaal uitgeoefend door de directeur-generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van deze directeuren-generaal, wordt de secretaris-generaal vervangen door de directeur van de directie Woningbouwbeleid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Hoofdstuk 4. Plaatsvervangend secretaris-generaal BZK

§ 1. Mandaat plaatsvervangend secretaris-generaal BZK

Artikel 4.1

Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal van BZK wordt mandaat verleend ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal en de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende functionarissen en dienstonderdelen, een en ander voor zover het de minister aangaat.

Artikel 4.2

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal in ieder geval betrekking op:

§ 2. Beperkingen mandaat plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel 4.3
1.

Het mandaat van de plaatsvervangend secretaris-generaal met betrekking tot het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is beperkt tot het budget dat aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ter beschikking is gesteld op basis van een door de secretaris-generaal en de directeur FEZ goedgekeurde budgettaire uitwerking van dat deel van de begroting waarvoor de plaatsvervangend secretaris-generaal verantwoordelijk is, met een maximumbedrag per (meerjarige) verplichting als vermeld in bijlage 1 van dit besluit.

2.

De plaatsvervangend secretaris-generaal is bevoegd om in afwijking van het eerste lid financiële verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen, voor zover aan hem daartoe uitdrukkelijk en schriftelijk mandaat is verleend door een bewindspersoon of de secretaris-generaal, met instemming van de directeur FEZ.

3.

De plaatsvervangend secretaris-generaal legt over het door hem gevoerde financiële beheer verantwoording af aan de secretaris-generaal.

§ 2. Ondermandaat plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel 4.4
1.

De plaatsvervangend secretaris-generaal is, voor zover niet anders is bepaald, bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van aangelegenheden op het werkterrein van deze functionarissen, respectievelijk tot het beperken of intrekken daarvan.

2.

De plaatsvervangend secretaris-generaal kan bij toepassing van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, bedoeld in het eerste lid, afwijken van hetgeen in artikel 7.5 van dit besluit is bepaald over het mandaat van de directeur, met uitzondering van het bepaalde in artikel 7.6 van dit besluit.

3.

De plaatsvervangend secretaris-generaal is bevoegd om in bijzondere gevallen, naast of in plaats van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, mondeling of schriftelijk ondermandaat te verlenen aan een onder hem ressorterende functionaris voor een bepaald geval.

4.

De plaatsvervangend secretaris-generaal kan, voor zover niet anders is bepaald, bij het verlenen van ondermandaat tevens de bevoegdheid toekennen tot het verlenen van ondermandaat aan een rechtstreeks onder de gemandateerde ressorterende functionaris of in bijzondere gevallen aan een andere functionaris.

5.

Het verlenen van ondermandaat door de plaatsvervangend secretaris-generaal, niet zijnde een diensthoofd dat leiding geeft aan een dienst of agentschap, voor het aangaan van financiële verplichtingen en het doen van uitgaven is enkel mogelijk aan in bijlage 1 van dit besluit genoemde onder hem ressorterende functionarissen met inachtneming van het aldaar genoemde maximumgrensbedrag per (meerjarige) verplichting.

Artikel 4.5
1.

De plaatsvervangend secretaris-generaal verleent ondermandaat bij schriftelijk besluit, met uitzondering van de in artikel 4.4, vierde lid, beschreven situatie, in overeenstemming met de secretaris-generaal en na advies van de directeur P&O van het Ministerie van BZK en de directeur FEZ.

2.

De voorgeschreven overeenstemming uit het eerste lid is niet van toepassing op het verlenen van financieel ondermandaat door de plaatsvervangend secretaris-generaal aan de in bijlage 1 van dit besluit genoemde onder hem ressorterende functionarissen voor zover dit een bedrag van € 50.000 niet te boven gaat.

Hoofdstuk 5. Directeuren-generaal ressorterend onder het Ministerie van BZK die werkzaamheden verrichten voor het Ministerie

§ 1. Mandaat directeur-generaal

Artikel 5.1

Aan de directeuren-generaal Volkshuisvesting en Bouwen, Ruimtelijke Ordening, Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (voor zover het het Rijkvastgoedbedrijf aangaat) en de onder de directeur-generaal ressorterende functionarissen en dienstonderdelen wordt mandaat verleend ten aanzien van beleidsmatige en beleidsuitvoerende aangelegenheden die behoren tot het werkterrein.

Artikel 5.2

Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van de directeur-generaal in ieder geval betrekking op:

Artikel 5.3

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.